Ik kom om raad bij U.
We hebben hier in 't Bisdom eenen "Salesius-Bode", dat is eene "Godsdienstige Week." Ik heb altijd gepeisd dat zulke Weken hen moesten bezig houden met godsdienstige zaken. D'onze peist er anders over en den 15 october 87 heeft ze eens hare kwaadaardigheid willen uitwerken op de Volkstaal en op 't Daghet.[1] Ik stuur u wat ze vertelt. Nota Bene: eendige dagen van te voren zat ik bij den Hoogeerw. Heer Bestuurder van de "Week" aan tafel en der is zelfs iet of wat spraak geweest van "zouden de Hollanders zeggen"; en hij zei geen woord van 't Daghet. Nu komt daar die Coup de Jarnac[2] te blakke! 't Is niet heel schoon, 'k p2moet het bekennen, van eenen man die mij altijd als vriend behandelde en dien ik als vriend ook behandelde.
Welnu, zou ik iets schrijven tegen die Judasserij - t zij in t Daghet 't zij in Rond den Heerd?
Hem wil ik er niets van zeggen of schrijven.
Wat raadt ge mij aan?
Herteliken dank voor Madoc;[3] t is wat anders als dat er in den Moniteur stond van Jhr De Pauw.[4]
Onze taal.[6] Eenige weken geleden, lazen wij, in een Limburgsch weekblad een wel gedacht en geschreven artikel, te lang om hier in zijn geheel medegedeeld te worden, maar welks hoofdgedacht hierop neerkwam: "Vlamingen, die uwe taal liefhebt, waarom durft gij ze niet spreken en schrijven? Waarom in uwen mond altijd een dialect, een volkstaal? Waarom in beschaafde kringen niet onze schoone Nederlandsche taal gebezigd, maar altijd een onooglijk onding, een platte, gansch onclassieke taal, ofwel - als uitvlucht - Fransch? Indien gij de taal niet kent, leert ze dan, zegt steller van bedoeld artikel, en spreekt ze."
Wij weten 't maar al te wel, om het gebruik onzer taal algemeen te maken, dient men nog vele hinderpalen omver te werpen; maar zou men het ten minste niet zoover kunnen brengen, dat in gemeenteraden, in Katholieke Kringen, in vergaderingen, het Nederlandsch gesproken werd?...
Wij kunnen - men vergeve ons onze eenvoudigheid! - wij kunnen maar volstrekt niet begrijpen wat voordeel de Vlaamsche beweging kan trekken uit het gewoel en gewar der voorstanders van de zoogezegde volkstaal, die graag onze taal tot de taal van de 13e of 14e eeuw zouden willen terug brengen, of in elk kanton, misschien wel in elke gemeente, een dialect invoeren? Dit moge eene heropbouwing van Babel's toren zijn; iets anders ontwaren wij niet in dat taalbederf, al geeft men voor een gloriezon aan de oosterkim te doen verrijzen. (Dees leste is onderstreept in den Bode)
Dan volgt er nog wat tegen de "overheidspersonen", die "aan hunne Vlaamsche onderhoorigen schier uitsluitend in p4't Fransch schrijven. En t mooiste van alles is nog "dat die overheidspersonen geen Fransch kennen.
En 't slot is:
Waarom in officieele stukken (voor gemeente of school), die toch enkel door Vlamingen moeten gelezen worden, een taal gebruiken die, voor dat gedeelte des lands althans, een vreemde is?" En dat alles wordt gedrukt "onder de bescherming van Zijn doorluchtige Hoogwaardigheid den Bisschop' en de "Bestuurder van het werk is Msgr. Rutten.
Quelle misère!







