<Hit 1553 of 2965

>

p1+
Zeer eerw. Heer en Vriend,

Ik kom om raad bij U.

We hebben hier in 't Bisdom eenen "Salesius-Bode", dat is eene "Godsdienstige Week." Ik heb altijd gepeisd dat zulke Weken hen moesten bezig houden met godsdienstige zaken. D'onze peist er anders over en den 15 october 87 heeft ze eens hare kwaadaardigheid willen uitwerken op de Volkstaal en op 't Daghet.[1] Ik stuur u wat ze vertelt. Nota Bene: eendige dagen van te voren zat ik bij den Hoogeerw. Heer Bestuurder van de "Week" aan tafel en der is zelfs iet of wat spraak geweest van "zouden de Hollanders zeggen"; en hij zei geen woord van 't Daghet. Nu komt daar die Coup de Jarnac[2] te blakke! 't Is niet heel schoon, 'k p2moet het bekennen, van eenen man die mij altijd als vriend behandelde en dien ik als vriend ook behandelde.

Welnu, zou ik iets schrijven tegen die Judasserij - t zij in t Daghet 't zij in Rond den Heerd?

Hem wil ik er niets van zeggen of schrijven.

Wat raadt ge mij aan?

Herteliken dank voor Madoc;[3] t is wat anders als dat er in den Moniteur stond van Jhr De Pauw.[4]

Mijnen besten vlaamschen groet in Christo
PolydDaniëls priester
Vogelsanck,[5] Allerheiligen dag 1887
p3

Onze taal.[6] Eenige weken geleden, lazen wij, in een Limburgsch weekblad een wel gedacht en geschreven artikel, te lang om hier in zijn geheel medegedeeld te worden, maar welks hoofdgedacht hierop neerkwam: "Vlamingen, die uwe taal liefhebt, waarom durft gij ze niet spreken en schrijven? Waarom in uwen mond altijd een dialect, een volkstaal? Waarom in beschaafde kringen niet onze schoone Nederlandsche taal gebezigd, maar altijd een onooglijk onding, een platte, gansch onclassieke taal, ofwel - als uitvlucht - Fransch? Indien gij de taal niet kent, leert ze dan, zegt steller van bedoeld artikel, en spreekt ze."

Wij weten 't maar al te wel, om het gebruik onzer taal algemeen te maken, dient men nog vele hinderpalen omver te werpen; maar zou men het ten minste niet zoover kunnen brengen, dat in gemeenteraden, in Katholieke Kringen, in vergaderingen, het Nederlandsch gesproken werd?...

Wij kunnen - men vergeve ons onze eenvoudigheid! - wij kunnen maar volstrekt niet begrijpen wat voordeel de Vlaamsche beweging kan trekken uit het gewoel en gewar der voorstanders van de zoogezegde volkstaal, die graag onze taal tot de taal van de 13e of 14e eeuw zouden willen terug brengen, of in elk kanton, misschien wel in elke gemeente, een dialect invoeren? Dit moge eene heropbouwing van Babel's toren zijn; iets anders ontwaren wij niet in dat taalbederf, al geeft men voor een gloriezon aan de oosterkim te doen verrijzen. (Dees leste is onderstreept in den Bode)

Dan volgt er nog wat tegen de "overheidspersonen", die "aan hunne Vlaamsche onderhoorigen schier uitsluitend in p4't Fransch schrijven. En t mooiste van alles is nog "dat die overheidspersonen geen Fransch kennen.

En 't slot is:

Waarom in officieele stukken (voor gemeente of school), die toch enkel door Vlamingen moeten gelezen worden, een taal gebruiken die, voor dat gedeelte des lands althans, een vreemde is?" En dat alles wordt gedrukt "onder de bescherming van Zijn doorluchtige Hoogwaardigheid den Bisschop' en de "Bestuurder van het werk is Msgr. Rutten.

Quelle misère!

Annotations

[1] Onze Taal. In: De Salesius-Bode: 8 (1887) 42, p.9-10.
[2] Franstalige term die een onverwachte en vaak laffe, oneerbiedige aanval bestempelt. Ontstaan uit een duel gevochten op 10 juli 1547 tussen de Franse hovelingen Guy Chabot, baron van Jarnac, en Francois Vivonne, heer van la Châtaigneraie, waarbij Chabot de Jarnac een slag toebracht op het been van Vivonne. Hoewel dit eerst als een zeer behendige en effectieve beweging gezien werd, zou het later de reputatie van een achterbakse, laffe daad verkrijgen.
[3] G. Gezelle, Madoc. In: Het Belfort: 2 (1887) 9 en 1, p. 603-619. Het artikel gaat over het woord ’Madoc’ uit het eerste vers van Van den vos Reynaerde. Volgens Gezelle verwijst ’Madoc‘ naar een soort monster, watergeest of duivel.
[4] N. De Pauw, Over den Madoc van Willem ‘die den Reinaert maecte’. In: Moniteur Belge: 57 (24 september 1887) 267, p. 2976.
[5] Polydoor Daniëls diende van 1876 tot 1904 als de slotkapelaan en aalmoezenier van baron en Zolders burgemeester Jules de Villenfagne de Vogelsanck. Daniëls verbleef in het kasteel Vogelsanck, waar hij wellicht de brieven aan Guido Gezelle opstelde.
[6] Samenvatting van artikel: Onze Taal. In: De Salesius-Bode: 8 (1887) 42, p. 9-10.

Register

Correspondents - persons

NameDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Dates° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
SexMannelijk
Occupationpriester, leraar
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift ‘'t Daghet in den Oosten’ (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en Loquela. Hij was tevens medestichter van Het Belfort, van De Banier en van het historische tijdschrift ‘L'Ancien Pays de Looz’. Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Sources https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Dates° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
SexMannelijk
Occupationpriester, leraar
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift ‘'t Daghet in den Oosten’ (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en Loquela. Hij was tevens medestichter van Het Belfort, van De Banier en van het historische tijdschrift ‘L'Ancien Pays de Looz’. Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Sources https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameZolder
SettlementHeusden-Zolder

Name - person

Nameonbekend
NameDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Dates° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
SexMannelijk
Occupationpriester, leraar
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift ‘'t Daghet in den Oosten’ (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en Loquela. Hij was tevens medestichter van Het Belfort, van De Banier en van het historische tijdschrift ‘L'Ancien Pays de Looz’. Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Sources https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NameDe Pauw, Napoleon
Dates° Gent, 26/09/1835 - ✝ Gent, 08/04/1922
SexMannelijk
Occupationmagistraat; uitgever; hoogleraar; schepen; auteur
BioNapoleon De Pauw ging naar het atheneum te Gent waar hij samen in de klas zat met Julius Vuylsteke, Tony Bergmann, Emile Moyson en Prosper Claeys. Hij had er o.a. J.F.J. Heremans als leraar. Hij studeerde rechten aan de Gentse universiteit, waar hij ook medestichter was van de vrijzinnige studentenvereniging Het Taalminnend Studentengenootschap 't Zal Wel Gaan. In 1860 promoveerde hij tot doctor in de rechten. Hij liep stage bij H. Metdepenningen en werd advocaat-generaal (1893) en procureur-generaal (1902). In 1907 ging hij op emeritaat. Net zoals zijn vader was hij liberaal en orangist. Hij was lid van tal van literaire genootschappen: De Taal is gansch het Volk, het Willemsfonds, de Maatschappij der Vlaamsche Bibliophilen. Hij was in 1886 medestichter van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde en was er tweemaal bestuurder. Hij schreef literaire, historische en literair-historische werken zoals Tijdvak van Jacob van Artevelde (3 dln. 1872-1885) en Bijdragen tot de Geschiedenis der Middelnederlandsche letterkunde in Vlaanderen (1879). Hij was een ook uitgever Middelnederlandse teksten. De Pauw behoorde tot een oud Gents patriciërsgeslacht en enkele maanden voor zijn dood werd hij door de koning tot de adelstand verheven en verkreeg hij de titel van baron.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Sources https://ojs.ugent.be/GT/article/view/5472/5390
NameRutten, Martin Hubert
Dates° Geistingen, 17/12/1841 - ✝ Luik, 17/07/1927
SexMannelijk
Occupationpriester; directeur; vicaris-generaal; bisschop
BioMartinus Rutten, geboren als zoon van Jan Rutten, landbouwer, en Petronella Zegers, was een Belgische bisschop van het bisdom Luik van 1902 tot zijn overlijden op te Luik op 17/07/1927. Hij werd in 1867 te Luik tot priester gewijd. Van 1873 tot 1877 was Rutten directeur van het kleinseminarie van Saint-Roch, waar hij als flamingant een Vlaamsgezinde invloed uitoefende op vele leerlingen (o.a. August Cuppens), en in 1875 een Davidsfondsafdeling stichtte. Daarna werd hij vicaris-generaal te Luik (1879-1910). Tijdens de schoolstrijd (1879-1884) speelde hij een vooraanstaande rol in de verdediging van het katholieke onderwijs. Op 2 januari 1902 werd hij tot bisschop van Luik gewijd. Hij moedigde de kennis van het Nederlands bij scholieren en volwassen aan, en streefde naar vernederlandsing van het onderwijs in Vlaanderen, zij het niet in het secundaire, dan toch in het hoger onderwijs. In 1894 steunde hij financieel de oprichting van het Brusselse dagblad Het Vlaamsche Volk. Na W.O. I onderschreef hij het minimumprogramma van Frans van Cauwelaert, ook al was hij niet met alle punten ervan akkoord, en verspreidde de eis tot uitvoering van koning Alberts beloften aan de Vlamingen. Met kardinaal Mercier stond hij, om politieke redenen, op gespannen voet. In 1920 werd hij nationaal erevoorzitter van het Davidsfonds en erevoorzitter van het eerste Katholiek Vlaamsch Congres. Rutten bleef wel trouw aan de Belgische eenheid en waarschuwde voor een toenemend anti-Belgisch radicalisme binnen de Vlaamse studentenbewegingen (1920-1925). Door zijn toedoen keerden de Limburgse studentenbewegingen zich af van het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond (AKVS) en op 11/10/1925 ondertekende hij samen met de andere bisschoppen de veroordeling van het Vlaams-nationalisme.
Links[wikipedia]
NameDoutreloux, Victor Joseph
Dates° Chênée, 18/05/1837 - ✝ Luik, 24/08/19012
SexMannelijk
Occupationpriester; bisschop
BioVictor Joseph Doutreloux werd geboren op 18 mei 1837, maar verloor als zevenjarige zijn ouders, waardoor hij onder de voogdij van zijn oom geplaatst werd. Hij liep school aan het collège Marie-Thérèse de Herve, het Kleinseminarie van Sint-Truiden en het Grootseminarie van Luik. Na studies aan de Gregoriaanse Universiteit van Rome werd hij tot priester gewijd op 23 februari 1861. Bij zijn terugkeer naar België werd Doutreloux directeur van verschillende religieuze onderwijsinstellingen, waaronder het Kleinseminarie van Sint-Truiden en het Grootseminarie van Luik. Bij de dood van toenmalige bisschop van Luik, Théodore de Montpellier werd de benoeming van Doutreloux tot 86ste bisschop van Luik een feit. Zijn bisschoppelijk beleid was sterk sociaal betrokken, en hij poogde dan ook om via allerlei initiatieven de katholieke elite en de sociale arbeidersklasse nauwer te verbinden. Hoewel hij Flamingante propaganda en verenigingen verbood onder studenten van katholieke colleges, aangezien hij vreesde dat dit de scholierenpopulatie zou kunnen verdelen, stond hij progressief tegenover het gebruik van volkstaal in het onderwijs, en gaf hij de schoolbesturen en lerarenkorpsen in zijn bisdom vrijheid op dit vlak. Hij overleed te Luik op 24 augustus 1901.
Links[odis], [wikipedia]
SourcesEncyclopedie van de Vlaamse Beweging

Name - place

NameZolder
SettlementHeusden-Zolder

Title - work by Guido Gezelle

TitleRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Title - other work

Titlet Daghet in den Oosten
AuthorCeysens, L..
Date1885-
PlaceHasselt
PublisherCeyssens
TitleDe Salesiusbode (periodical)
Date1879
PlaceLuik
PublisherH. Dessain
TitleBelgisch staatsblad (Moniteur Belge)
Date1831-
PlaceBrussel
PublisherPierre-Philippe Bourson ; Belgisch Staatsblad

Title01/11/1887, Zolder, Polydoor Daniëls aan [Guido Gezelle]
EditorMichael Gijbels; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingMichael Gijbels; Universiteit Antwerpen, Daniëls Polydoor aan Gezelle Guido, Zolder (Heusden-Zolder), 01/11/1887. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderDaniëls, Polydoor
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent01/11/1887
Place SentZolder (Heusden-Zolder)
AnnotationBriefversie van datering: Allerheiligen dag 1887 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Published inGezelle-briefwisseling 1: Verzameling archief en museum voor het Vlaamse cultuurleven Antwerpen / door R.F. Lissens. - Antwerpen : De Nederlandsche Boekhandel, 1970, p.50-51
Physical Description
Support Material 2 enkele vellen, bijlage: 200 mm x 133 mm; enkel vel: 177 mm x 113 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [1/11] 1887 (inkt, beide hand P.A.); idem rechts: 19ber (potlood)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5920
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11145
Content Description
IncipitIk kom om raad by U.
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.