<Resultaat 2465 van 2965

>

p1
Beminde Vriend,[1]

Gij hebt de beste van de twee platen;[2] de trekker[3] zei dat ik op mijn handen niet te letten en had, omdat hij de handen enz. niet en ging aftrekken. De andere plate is te streng, ik en was die heldere locht niet gewend en mijne oogen waren bijkans toe.[4]

Gij hebt zeker ook den toestel om een portrait-buste te maken?

Dat ware 't beste.

Mathilde is wel thuis gekomen. De wafelbak was goed. Mr. Rembry bedankt mij van 't dichtje en belooft wederom dat hij hem uw zake zal blijven ter harten trekken.

Wat dunkt u van ’t nieuws van Caesar?[5] Dat ze te Brugge op ons misgezind waren, dat en zou niet gebeuren.

Met Deken de Brauwer moet gij zien zeer correct en voorzichtig te handelen. Ik heb, te Meenen, met hem g’eten en keure[6] gehad van met hem alleene te spreken. Hij heeft gezwegen en ik ook.

De nichte van die fransch gezinde Pastor van Iper Buschaert, zeggen ze hier, dochter Callens, zuster van Prof. Callens van Dixmude[7] is bevrucht, van den hofknecht,[8] haar huis ontlopen. Als ge ervan hoort en gebaart niet, 'k En hoore niets meer van Proost Pattijn.

Ben u zeer toegenegen,
Guido Gezelle.

Noten

[1] De locatie van de originele brief is onbekend. De brief is enkel in gepubliceerde versie beschikbaar: Cordelia Lauwers, Dr. Emiel Lauwers, een West-Vlaams Shakespeare-vertaler: proeve van een bijdrage tot de geschiedenis van het West-Vlaams regionalisme en tot de studie der Shakespearevertalingen in de Nederlanden. Gent, 1948. (Diss. lic. Germaanse filologie), p.16.
[2] Glasplaten als negatief voor foto’s.
[3] Fotograaf.
[4] Het gaat over de foto van Guido Gezelle met Alfons Van Hee en Emiel Lauwers in het bootje op de Groeningebeek in de tuin van Lauwers te Kortrijk. Er bestaan inderdaad twee versies van de foto: 1 in de nalatenschap van Van Hee en 1 in de nalatenschap van Lauwers. Volgens Gezelle had Lauwers dus de beste foto.
[5] Caesar Gezelle, op dat ogenblik 24 jaar en in het laatste jaar grootseminarie.
[6] ’De keure hebben‘: de kans hebben.
[7] Guido Gezelle vergist zicht. Callens gaf les aan het College van Nieuwpoort.
[8] Emilia Callens huwde op 6 januari 1899 in Kortrijk met beenhouwer Joseph Jules Marie Buysschaert. Het is niet duidelijk of dit de hofknecht is. Ook over het kind is geen informatie gevonden.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Datums° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Datums° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

Naamonbekend
NaamCatteeuw, Mathilde
Datums° Kortrijk, 02/07/1856 - ✝ Kortrijk, 28/09/1943
GeslachtVrouwelijk
Beroepdienstmeid; begijn
BioMathilde Catteeuw werd op 2 juli 1856 in Kortrijk geboren als dochter van opkoper Joannes Catteeuw (Sint-Denijs, 1805 - Kortrijk, 26 juni 1875) en Virginia Wannegue (°Zwevegem, ca. 1813). Ze was dienstbode bij Guido Gezelle in Kortrijk vanaf 1877 en verhuisde met Gezelle mee naar Brugge in 1899. Ze vertelde vaak dat Gezelle haar vroeg: “Mathilde, verstaat gij dat?”, als hij haar iets voorgelezen had. "En als ik het niet goed begreep, veranderde hij hier en daar iets totdat ik het verstond". Na de dood van Gezelle werd ze in 1901 begijn in het begijnhof van Kortrijk. In zijn kroniek over de familie Gezelle had Stijn Streuvels niet één goed woord over voor haar. Zijn moeder Louise en hijzelf raakten bij Gezelle in Kortrijk niet verder dan de keuken, "bij de meid (die ons niet luchten kon!)". In de tekst voor De Vlaamse Linie voegde hij daar trouwens nog aan toe dat hij die meid maar een "dibbe" vond - erger zelfs: "een schuchter, onbeduidend schepsel, onhandig en pernekelachtig, hebbelijkheid eigen aan pastoorsmeiden".
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Kortrijk
BronnenStijn Streuvels, Kroniek van de Familie Gezelle. Brugge: Orion, 1980.; C. D'Haen, De wonde in 't hert: Guido Gezelle, een dichtersbiografie. [Tielt] : Lannoo, [1988]; H.J.M.F. Lodewick, Literatuur. Geschiedenis en bloemlezing. Deel 1. Aanvang tot omstreeks 1880. Den Bosch : Malmberg, [1980]
NaamDe Brouwer, François Marie
Datums° Brugge, 10/05/1846 - ✝ Maredsous, 07/04/1927
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; professor; superior; pastoor-deken
BioFrançois Marie De Brouwer werd geboren in de Potterierei (Brugge) als zoon van Jean-Baptiste Antoine (1815-1856), handelaar, en Julie Vanderghote (1818-1896). Hij werd gedoopt door de latere bisschop Faict, een vriend van de familie. Door het Sint-Lodewijkscollege werd hij op 16/10/1864 naar Rome gestuurd, waar hij tot priester gewijd werd (16/04/1870) en doctoreerde in de filosofie en theologie. Op 12/09/1871 werd hij professor aan het grootseminarie te Brugge. Tijdens dit ambtstermijn schreef hij zijn “Tractatus de Ecclesia Christi, in quo etiam de Romano Pontifice” (1881, Desclée-De Brouwer). Hij was verwant aan de stichters van de Brugse Augustinusdrukkerij Desclée-De Brouwer: Alphonse De Brouwer (1850-1937) was zijn broer en Henri (1830-1917) en Jules Desclée (1833-1911) zijn schoonbroers. Vanaf 21/11/1884 was hij superior van het kleinseminarie te Roeselare en op 09/04/1885 werd hij benoemd tot erekanunnik van de Brugse kathedraal. Daarna was hij achtereenvolgend pastoor-deken te Menen (vanaf 28/11/1894), waar hij de parochie St.-Jozef stichtte, en te Ieper (vanaf 11/08/1897), waar hij betrokken was bij de restauratie van de Sint-Maartenskerk. In het begin van WO I bleef hij tot de evacuatie van 1915 in Ieper en werd toen door de paus benoemd tot apostolisch prefect met bisschoppelijke rechtsmacht over het niet-bezette deel van België. Tot het einde van de oorlog verbleef hij te Poperinge. Hij nam ontslag als pastoor-deken op 26/12/1918 en ging toen bij zijn zus Louise (1841-1827) wonen in Maredsous, waar zijn uitvaart plaatsvond in de Sint-Benedictusbasiliek op 11/04/1927. Op 13/06/1937 werd voor hem een monument opgericht in de Sint-Maartenskathedraal van Ieper.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnensearch.arch.be
NaamGezelle, Caesar Léopold Romain
Datums° Brugge, 23/10/1875 - ✝ Moorsele, 11/02/1939
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; geestelijk directeur; auteur
BioCaesar Gezelle was een zoon van Romaan Gezelle en Philomena De Smet. Hij studeerde aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge (Retorica 1894). Daarna ging hij naar het grootseminarie te Brugge. Zijn priesterwijding volgde te Brugge op 27/05/1899. Vanaf 1899 volgde hij de kandidaturen Germaanse filologie in Leuven. Op 16 september 1900 werd hij leraar aan het Sint-Amandscollege van Kortrijk (1900-1913). Op 11 juli 1913 ging hij aan de slag als onderpastoor van de Sint-Maartensparochie in Ieper. Tijdens de eerste wereldoorlog vluchtte hij naar Frankrijk en werd er leraar aan het kleinseminarie van Versailles en aalmoezenier voor de Vlaamse vluchtelingen. Hij werd onderpastoor in Roesbrugge (12/09/1919), leraar aan de rijksmiddelbare school (16/09/1921) en geestelijk bestuurder van de zusters van de Heilige Familie. In 1921 keerde hij samen met de school en het klooster terug naar Ieper. Op 18 mei 1933 werd hij geestelijk directeur van de zusters van de Heilige Kindsheid te Moorsele. In 1933 ging hij vervroegd met rust in Moorsele. Hij schreef poëzie en proza en tal van bijdragen aan literaire tijdschriften zoals ‘De Nieuwe Tijd’, ‘De Vlaamsche Vlagge’, ‘De Lelie’, ‘Ons Volk Ontwaakt’, ‘Vlaanderen’ (1903-1907), ‘Biekorf’, en ‘Dietsche Warande & Belfort’. Als erfgenaam van het Gezellearchief maakte hij tal van studies over zijn oom.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; familie : neef van Guido Gezelle
BronnenR. Lagrain, De moeder van Guido Gezelle. Tielt: Lannoo, 1975. ; S. Streuvels, Kroniek van de familie Gezelle. Brugge: Desclée- De Brouwer, 1960.
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamPattijn, Désiré Pieter Jan; Pattyn, Desiderius
Datums° Handzame, 08/02/1829 - ✝ Brugge, 12/12/1902
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; proost
BioDesiderius Pattyn werd geboren te Handzame op 8 februari 1829 als zoon van Pieter Pattyn, geneesheer, en Cecilia De Clercq. Op 3 februari 1855 werd hij te Brugge priester gewijd en op 6 april 1855 benoemd tot leraar aan het college van Ieper. Op 23 juli 1858 werd hij onderpastoor te Otegem (Sint-Amandskerk), op 3 februari 1860 onderpastoor te Gistel (O.L.Vrouwekerk) en op 27 juni 1866 onderpastoor te Gits (Sint-Jacobskerk). Op 12 maart 1873 volgde zijn benoeming tot onderpastoor van de Sint-Magdalena’skerk te Brugge en op 22 april 1875 werd hij proost van O.L.V. van Blindekens aldaar. Op 24 juni 1898 nam hij ontslag uit zijn ambt en verbleef verder te Brugge, waar hij op 12 december 1902 overleed. Pattyn was een correspondent van Guido Gezelle en schreef gelegenheidsgedichten voor hem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NaamBusschaert, Cyrille Theodule
Datums° Marke, 24/11/1846 - ✝ Tielt, 27/11/1911
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; directeur; leraar; pastoor; pastoor-deken
BioThéodule Busschaert werd geboren in Marke op 24 november 1846 als zoon van landbouwer Petrus Busschaert en Maria Bonte, en was de broer van August Busschaert (1842–1907). Op 29 december 1869 begon hij zijn loopbaan als leraar aan het Sint-Jozefscollege in Tielt. Een jaar later, op 17 december 1870, werd hij in Brugge tot priester gewijd. Vanaf 1 oktober 1877 was hij werkzaam als leraar aan het kleinseminarie van Roeselare. Op 27 maart 1886 werd hij benoemd tot principaal van het Sint-Jozefscollege in Tielt. Later volgden benoemingen tot pastoor van Sint-Pieters in Ieper op 8 juni 1892, en vervolgens, op 26 oktober 1900, tot pastoor-deken van Sint-Pieters in Tielt. Daar overleed hij op 27 november 1911 in functie. Zijn uitvaart vond plaats in de Sint-Pieterskerk van Tielt op zaterdag 2 december 1911.
Links[odis]
NaamCallens, Emilia Pharailde
Datums° Kortrijk, 1875
GeslachtVrouwelijk
BioEmilia Pharailde Callens werd in 1875 te Kortrijk geboren als dochter van Frederic Callens (1841–1901) en Pharilde Busschaert (1844–1883). Zij was de nicht van Cyrille Theodule Busschaert en de zus van leraar en pastoor Theodule Callens. In 1898 verliet zij het ouderlijk huis toen zij zwanger was van de hofknecht. Op 6 januari 1899 huwde zij in Kortrijk met beenhouwer Joseph Jules Marie Buysschaert (1875-)
BronnenGeneanet
NaamCallens, Theodule Ivon Joseph
Datums° Kortrijk, 06/04/1872 - ✝ Lombardsijde, 18/04/1927
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioTheodule Callens werd geboren te Kortrijk op 6 april 1872, zoon van Frédéric Callens, landbouwer, en Pharaïlde Busschaert. Op 18 juni 1896 werd hij leraar aan het college van Kortrijk. Op 19 december 1896 werd hij door bisschop Waffelaert tot priester gewijd te Brugge. Vanaf 10 april 1898 was hij leraar aan het College van Nieuwpoort. Op 27 juli 1906 werd hij onderpastoor te Geluveld, op 31 mei 1912 onderpastoor te Ruddervoorde, op 22 augustus 1913 onderpastoor te Langemark en op 5 november 1920 onderpastoor te Oostende, Heilig Hart. Op 4 september 1925 werd hij pastoor te Lombardsijde, waar hij overleed op 18 april 1927.
Links[odis]
BronnenGeneanet

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamDiksmuide
GemeenteDiksmuide
NaamIeper
GemeenteIeper
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamMenen
GemeenteMenen

Titel - gedicht van Guido Gezelle

Titelonbekend

Titel22/07/1898, Kortrijk, Guido Gezelle aan [Emiel Lauwers]
EditeurKarel Platteau; Publicatie
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau; Publicatie, Gezelle Guido aan Lauwers Emiel, Kortrijk (Kortrijk), 22/07/1898. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderGezelle, Guido
Ontvanger[Lauwers, Emiel]
Verzendingsdatum22/07/1898
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieLocatie origineel onbekend (privé-bezit (?)): brief is enkel in gepubliceerde versie beschikbaar; adressaat gereconstrueerd op basis van de publicatie.
Gepubliceerd inDr. Emiel Lauwers, een West-Vlaams Shakespeare-vertaler : proeve van een bijdrage tot de geschiedenis van het West-Vlaams regionalisme en tot de studie der Shakespearevertalingen in de Nederlanden / door Cordelia Lauwers. - Gent, 1948. (Diss. lic. Germaanse filologie), p.16
Fysieke bijzonderheden
Drager papier, wit, onzeker
papiersoort: inkt, onzeker
Staat volledig
Bewaargegevens
Bewaarplaatslocatie origineel onbekend
ID Gezellearchieflocatie origineel onbekend
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.27014
Inhoud
IncipitGij hebt de beste van de twee platen;
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.