<Hit 430 of 2965

>

p1
Mijnheer van R. d. H.[1]

Onze ijverige en onvermoeibare medeschrijver, Mijnheer van den Hauweelschen, heeft ons in een voorgaanden N° van R. d. H. eenen brief [2]medegedeeld rakende het gehuchte van Haveskerke, hetwelke eertijds de baronije van Wingene bezeten heeft. Hij spreekt van twee tommen van deze familie die heden nog in onze lieve Vrouwe kerke alhier bestaan. Laat mij toe u dienaangaande eenige aanmerkingen mede te deelen, die ik gemaakt hebbe deze weke, wanneer ik mij, ten dien einde, in onze lieve Vrouwe kerke, de oude capelrije van Sysseele, begeven heb.

De volgende zerksteenen zijn nog te vinden in die kerke.

1° In Sacra capelle, dat is heilig Sacramentscapelle, ter zuidzijde van de kerke, eene groote verhevene tomme, in grijs steen, daar boven op liggen, in rijk gewaad, Heer Ariaan van Haveskerke ende zijne beide gezelneden, vrouw Katheline Valladolid, en vrouw Johanne van Ydeghem. 't Is ten onrechte dat Beaucourt deze twee vrouwlieden aanwijst als Magriete Laurin, of beter Laureyns, en Tanne van Bede; de wapens die hun praalgraf bekleeden behooren tot de familien Valladolid en Ydeghem, ook hun echtgenoot en hadde geenszins den name Jan maar wel Ariaan.

2° Ten jare 1577 wierd onder deze zelve tomme ter aarde besteld Jan van Haveskerke, Voorzitter van den hoogen raad van Mechelen, Ridder, enz., welke dezelve is waarvan Mijnheer van den Hauweelschen spreekt. 'k Meene dat hij broeder was van Ariaan voorzeid. Tanne van Huele, zijne tweede huisvrouwe, die hij trouwde na de dood van Magriete Laurin, was de dochter van Roeland, die hertrouwde met Livina van Haveskerke, de zuster van Jan voorzeid.

3° Nevens de groote tomme van de Haveskerken in sacra capelle hangt er een wapencabinet van een van deze voorzeide broeders, Jan, of Ariaan.

4° In de zelfste kerke bestaat er een zerksteen met wapenen ter nagedachtenisse van heer Adolf van den Abeele, filius Adolphi, ten zijnen tijde, Raadsheer van den Keizer, + 13 in Oest 1716, en van zijne huisvrouwe, Johanna Francisca van Haveskerke, + up Driekoningendag 1752, et enterrée près de son mari au caveau qui décore l'antique tombe de l'illustre maison de Haveskerke placée ci-contre. Luidens den zelven zerk was zij dochter van Jacob, 3en Baron van Wingene met Maria de Simple en niet van de Sompele. Bij zijne ouders lag ook Jan van den Abeele, filius Adolphi, bij Francisca van Haveskerke voorzeid, alsook Heer ende Meester Jan Pecsteen, Raadsheer van den Vryen, enz., + 25 April 1783, echtegenoot van Francisca, de dochter van Jan voorzeid, filius Adolphi bij Rosa de Bonduwe. Vrouw Pecsteen - van den Abeele, stierf up 12 April 1814, in den ouderdom van 84 jaren en ligt te Jabbeke begraven; zij was moeder van tien kinderen, wier edel geslachte nog te Brugge woont. Meer daarover zal Mijheer van den Hauweelschen vinden in Gailliard's Inscriptions funèraires et monumentales, onder andere bladz. 412.

Blijve met bijzondere achtinge
u toegenegen in Christo.
Jan Bruggeman.

Annotations

[1] Locatie origineel onbekend. De brief is enkel in gepubliceerde vorm beschikbaar: J. Bruggeman, Brieven. In: Rond den Heerd: 5 (22 October 1870) 48, p.383-384.

Register

Correspondents - persons

Name(de) Béthune, Jean-Baptiste-Emmanuel-Felix-Vincent-Pierre-Marie; Bruggeman, Jan; (de) Béthune, Johan
Dates° Brugge, 25/01/1853 - ✝ Heestert (Zwevegem), 24/03/1907
SexMannelijk
Occupationpoliticus; (kunst)historicus
BioJean-Baptiste (de) Béthune werd in 1875, na zijn studie in de rechten te Leuven, advocaat bij de balie van Gent. Daarna volgde een politieke loopbaan in West-Vlaanderen: hij was van 1878 tot 1903 provincieraadslid, van 1879 tot 1892 burgemeester van Oostrozebeke, van 1892 tot 1903 lid van de Bestendige Deputatie en ten slotte van 1903 tot 1907 provinciegouverneur. Als (kunst)historicus was hij voorzitter van de St.-Thomas en St.-Lucasgilde in Gent, corresponderend lid van de Koninklijke Commissie van Monumenten en bestuurslid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge. In 1903 ontwierp hij het neogotisch praalgraf van Guido Gezelle. Gezelle zelf trachtte tevergeefs om hem tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie te laten verkiezen. Hij werd uiteindelijk lid, na de dood van de dichter, op 19 november 1904.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; adressenlijst Cordelia Van De Wiele
SourcesLuc Scepens, De provincieraad van West-Vlaanderen 1836/1921. Tielt-Amsterdam, Lannoo, 1976, p. 375-379
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

Name(de) Béthune, Jean-Baptiste-Emmanuel-Felix-Vincent-Pierre-Marie; Bruggeman, Jan; (de) Béthune, Johan
Dates° Brugge, 25/01/1853 - ✝ Heestert (Zwevegem), 24/03/1907
SexMannelijk
Occupationpoliticus; (kunst)historicus
BioJean-Baptiste (de) Béthune werd in 1875, na zijn studie in de rechten te Leuven, advocaat bij de balie van Gent. Daarna volgde een politieke loopbaan in West-Vlaanderen: hij was van 1878 tot 1903 provincieraadslid, van 1879 tot 1892 burgemeester van Oostrozebeke, van 1892 tot 1903 lid van de Bestendige Deputatie en ten slotte van 1903 tot 1907 provinciegouverneur. Als (kunst)historicus was hij voorzitter van de St.-Thomas en St.-Lucasgilde in Gent, corresponderend lid van de Koninklijke Commissie van Monumenten en bestuurslid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge. In 1903 ontwierp hij het neogotisch praalgraf van Guido Gezelle. Gezelle zelf trachtte tevergeefs om hem tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie te laten verkiezen. Hij werd uiteindelijk lid, na de dood van de dichter, op 19 november 1904.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; adressenlijst Cordelia Van De Wiele
SourcesLuc Scepens, De provincieraad van West-Vlaanderen 1836/1921. Tielt-Amsterdam, Lannoo, 1976, p. 375-379

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

Nameonbekend

Name - person

Name(de) Béthune, Jean-Baptiste-Emmanuel-Felix-Vincent-Pierre-Marie; Bruggeman, Jan; (de) Béthune, Johan
Dates° Brugge, 25/01/1853 - ✝ Heestert (Zwevegem), 24/03/1907
SexMannelijk
Occupationpoliticus; (kunst)historicus
BioJean-Baptiste (de) Béthune werd in 1875, na zijn studie in de rechten te Leuven, advocaat bij de balie van Gent. Daarna volgde een politieke loopbaan in West-Vlaanderen: hij was van 1878 tot 1903 provincieraadslid, van 1879 tot 1892 burgemeester van Oostrozebeke, van 1892 tot 1903 lid van de Bestendige Deputatie en ten slotte van 1903 tot 1907 provinciegouverneur. Als (kunst)historicus was hij voorzitter van de St.-Thomas en St.-Lucasgilde in Gent, corresponderend lid van de Koninklijke Commissie van Monumenten en bestuurslid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge. In 1903 ontwierp hij het neogotisch praalgraf van Guido Gezelle. Gezelle zelf trachtte tevergeefs om hem tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie te laten verkiezen. Hij werd uiteindelijk lid, na de dood van de dichter, op 19 november 1904.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; adressenlijst Cordelia Van De Wiele
SourcesLuc Scepens, De provincieraad van West-Vlaanderen 1836/1921. Tielt-Amsterdam, Lannoo, 1976, p. 375-379

Name - place

NameJabbeke
SettlementJabbeke
NameMechelen
SettlementMechelen
NameSijsele
SettlementDamme
NameWingene
SettlementWingene

Title - work by Guido Gezelle

TitleRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleInscriptions funéraires et monumentales de la Flandre occidentale, avec des données historiques et généalogiques
AuthorGailliard, Jean Jacques
Date1861-67
PlaceBrugge
PublisherGailliard

Titlexx/[10/1870], s.l., Jean-Baptiste-Emmanuel-Felix-Vincent-Pierre-Marie (de) Béthune aan [Guido Gezelle]
EditorPiet Couttenier; Publicatie
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2022
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingPiet Couttenier; Publicatie, (de) Béthune Jean-Baptiste-Emmanuel-Felix-Vincent-Pierre-Marie aan Gezelle Guido, onbekend, xx/[10/1870]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2022 Available from World Wide Web: link .
Sender(de) Béthune, Jean-Baptiste-Emmanuel-Felix-Vincent-Pierre-Marie
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sentxx/[10/1870]
Place Sentonbekend
AnnotationDatum gereconstrueerd op basis van de publicatie; locatie origineel onbekend: brief is enkel in gepubliceerde vorm beschikbaar.
Published inBrieven. / door Jan Bruggeman. - In: Rond den Heerd. - Jrg.5 (1870) nr.48, p.383-384
Physical Description
Condition volledig
Manuscript Identification
Repositorylocatie origineel onbekend
ID Gezelle Archivelocatie origineel onbekend
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.26190
Content Description
IncipitOnze ijverige en onvermoeibare medeschrijver, Mijnheer van den Hauweelschen, heeft ons in
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.