<Hit 2927 of 2965

>

p1
Eerweerde heer & vriend

Het verwondert mij dat gij, die toch den brief, zonder bemerkingen geheel opgenomen hebt,[1] zoo gemakkelijk averechts omspringt en eenen onbekenden schrijver mêestemt die beweert, of ik hem versta, in zijne laatste reken, dat “in vl. vlaamsch” wil zeggen “in vl. (niets anders als) vlaamsch”. Ik zegge ’t nog, ik zage u zelve liever schrijven: pour ne pas mettre la lumiere sous le boisseau, in ‘t fransch als in ’t schier… wat? “om de waarheid onder den doofpot niet te steken“.[2] of hoe staat het? Men gebruikt den doofpot zoo gij toch wel weet, om kolen gloeiende kolen te doven.…!

Het gedichtje over vr…[3] heb ik hier gevonden als ik thuis kwam van de Retraite, en, peizende dat ik toch te late zou komen, heb ik het onverlet gelaten. Houdt gij eraan?

Ik zal Mr Verriest spreken over gevraagde copien.[4]p2Daar is weinig aan gelegen wat ik zoo veel te beter achte of niet, zoo steekt die heete kole maar gerust niet onder maar in uwen doofpot; het spijt mij al genoeg dat ik, om eenen vriend te believen, eenen anderen gekwetst hebbe. Leve Rembry en leve Potter, en

“De fransche taal zij, als een slave,
gedienstig waar 't een slaaf behoort,
maar leve vrij Gods vrije gave
en leve lang ons vlaamsche …[5]

Loquela[6]

PS Hoe is ‘t meugelijk te zetten:
een Hollandsch Loquela[7]
voor
eene Hollandsche...?
en wat raadsel schrijft die Joost?[8]

Annotations

[1] Reactie op een ingezonden brief van en zekere 'D.B.' die door A. Duclos gepubliceerd werd in Rond den Heerd op 18 september 1881. D.B. deed zijn beklag over de recensie die Gezelle gemaakt had van de Histoire de Menin van Rembry-Barth (gepubliceerd in de Gazette van Kortrijk op 20 augustus 1881 en overgenomen in Rond den Heerd: 16 (28 augustus 1881) 40, p.319-320). Gezelle vond het Frans als ondersteunende taal meer aangewezen dan het algemeen “schier-Hollands” Nederlands voor functies die niet ingevuld konden worden door de volkstaal, zoals wetenschappelijke publicaties. (Zie: Rond den Heerd: 43 (18 september 1881) 16, p.337-338).
[2] Verwijzing naar de inleiding van Adolf Duclos: “Daar ik algelijk het licht in den doofpot niet en wil steken zal ik den brief drukken, juist gelijk hij is.” In: Rond den Heerd: 16 (18 september 1881) 43, p.337.
[3] Adold Duclos had een zielgedichtje aangevraagd voor Virginie Joyeux, die op sterven lag. Guido Gezelle stuurde op 8 oktober 1881 het gedicht 'k Geloove dat Hij leeft, die 't leven schiep. Virginie Joyeux stierf op 16 oktober 1881.
[4] Onduidelijke verwijzing naar een verloren gegane brief van Adolf Duclos. Vanwege de gesuggereerde nabijheid vermoeden we dat het om Adolf Verriest gaat, mogelijk in verband met de lokale Davidsfondsafdeling.
[5] Parafrasering van Gezelles gedicht Het Vlaamse Woord, verschenen in Dichtoefeningen (1858).
[6] Hier gebruikt als pseudoniem van Guido Gezelle, zoals hij ook deed in zijn journalistiek werk.
[7] Kritiek op de vorm van de titel van het artikel: Een nederlandsch Loquela. In: Rond den Heerd: 16 (2 oktober 1881) 45, p.355.
[8] Reactie op een ingezonden brief onder het pseudoniem ’Joost‘ in Rond den Heerd: 16 (2 oktober 1881) 45, p.359. Die reageerde over een polemiek uit de Vlaamse Wacht (onder redactie van Frans De Potter) tegen een dichtwedstrijd van de Vlaamse Broederbond uit Brugge. Gezelles interesse was gewekt omdat ’Joost‘ Frans De Potter op de korrel neemt met de omschrijving ”schier-hollandschen”, een referentie uit Gezelles bespreking van Rembry-Barths Histoire de Menin.

Register

Correspondents - persons

NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Recipient

NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare

Place

NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - person

NameDe Potter, Frans
Dates° Gent, 04/01/1834 - ✝ Gent, 15/08/1904
SexMannelijk
Occupationjournalist, publicist; geschiedschrijver; bibliograaf
BioDe Potter genoot alleen lager onderwijs en studeerde verder op eigen kracht. Hij begon als redacteur bij de dagbladpers (1856-1870) en schopte het daarna tot hoofdredacteur van het katholieke Fondsenblad (1871-1878). In 1886 werd hij de eerste vast secretaris van de toen opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Aanvankelijk publiceerde hij bij het Willemsfonds, maar vanaf begin jaren 1870 kiest hij de kant van de katholieke partij. Hij stond mee aan de wieg van het Davidsfonds in 1875 en was er vanaf 1878 tot aan zijn overlijden de eerste algemene secretaris, en bovendien ook voorzitter van de afdeling Gent van 1885 tot 1904. Hij publiceerde tal van werken: eerst verhalen en geschriften over folklore, daarna op het terrein van de geschiedenis, in het bijzonder van de Vlaamse gemeenten. Te vermelden zijn vooral zijn Vlaamsche Bibliographie in 4 delen (1893-1902) en een aantal delen van een Geschiedenis van de Gemeenten van Oost-Vlaanderen (samen met Jan Broeckaert).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Sources https://nevb.be/wiki/De_Potter,_Frans ; J. Broeckaert, Frans de Potter en zijne werken. In: Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1906; W. Rombauts, De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1979, p. 53-54
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRembry-Barth, Aimé-Louis-Fidèle
Dates° Moorsele, 13/05/1832 - ✝ Menen, 08/02/1894
SexMannelijk
Occupationarts; archivaris
BioAimé-Louis-Fidèle Rembry-Barth was een Belgische arts, archivaris en historicus. Hij was de zoon van Aimé-Jean Rembry, burgemeester van Menen, en Clémentine Delva. Hij huwde met Alice Barth en vestigde zich in Menen als arts. Naast zijn werk diende hij als stadsarchivaris van Menen en schreef hij een monumentale geschiedenis van zijn stad, 'Histoire de Menin, d'après les documents authentiques' (4 delen, 1880). Hij was actief lid van diverse historische kringen in binnen- en buitenland en zetelde als provincieraadslid van West-Vlaanderen. Voor zijn verdiensten werd hij benoemd tot ridder in de Leopoldsorde. De heemkundige kring van Menen draagt zijn naam als eerbetoon. Hij was de broer van Guido Gezelles vriend vicaris-generaal Ernest Rembry en correspondeerde met Gezelle. Gezelle schreef een recensie van zijn 'Histoire de Menin'. Die maakte ophef omdat hij erin stelde dat het Frans als ondersteunende taal meer aangewezen was dan het algemeen “schier-Hollands” Nederlands voor functies die niet ingevuld konden worden door de volkstaal, zoals wetenschappelijke publicaties.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent
NameVerriest, Adolf
Dates° Deerlijk, 15/08/1830 - ✝ Kortrijk, 21/06/1891
SexMannelijk
Occupationadvocaat; politicus; dichter; componist
BioAdolf Verriest werd geboren te Deerlijk op 15 augustus 1830 als zoon van Petrus-Johannes Verriest (1796-1871), koopman en armenmeester in Deerlijk. Hij was de oudere broer van Hugo Verriest en Gustaaf Verriest. Na de lagere school in Deerlijk liep hij college aan het kleinseminarie te Roeselare, waar hij een studiegenoot was van Guido Gezelle. Hij werd er de eerste voorzitter van de door Gezelle gestichte Lettergilde en zou voor het leven bevriend blijven met hem. Na zijn collegetijd volgde hij studies in de Letteren en de Rechten aan de Leuvense universiteit. In 1858 werd hij advocaat in Kortrijk en manifesteerde er zich als voorvechter van de volkstaal. Hij had er ook politieke ambities en werd er gemeenteraadslid van 1870 tot 1886 en schepen van 1886 tot aan zijn dood op 21 juni 1891. Hij was zeer actief in het Kortrijkse culturele leven in de jaren 1870 en 1880 (o.a. als voorzitter van het Davidsfonds en bestuurslid van de muziekschool). Hij was dichter en publicist (Gedichten en aanspraken. Kortrijk, 1893). Hij componeerde zelf liederen en vroeg Gezelle vaak om vertalingen van liederen. Gezelle schreef voor hem heel wat gelegenheidsgedichten waaronder: Adolf, mijn vriend, mijn advocaat. Gezelle was vriend aan huis en steunde Adolf met zijn politieke activiteiten.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten
NameJoyeux, Virginie
Dates° Houtave, 09/06/1815 - ✝ Brugge, 16/10/1881
SexVrouwelijk
Occupationhuisvrouw
BioVirginie Joyeux was geboren op 9 juni 1815 te Houttave als dochter van Carolus Joyeux ; en Maria Bulcke. Op 3 augustus 1849 trouwde ze met dienstbode Joannes Baptiste De Pauw met wie ze vijf kinderen kreeg. Ze stierf op 16 oktober 1881 na een ziekte in hun woning op de Potterierei. Gezelle schreef voor haar het zielgedichtje ‘'K geloove dat Hij leeft, Die 't leven schiep’ op vraag van Adolf Duclos en werd hiervoor achteraf bedankt door haar zoon Edward. Haar familienaam wordt in Kerkhofblommen misspeld als Joyeuse.
Relation to Gezellegelegenheidsgedicht

Title - poem by Guido Gezelle

TitleHet vlaamsche woord
PublicationDichtoefeningen (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 135
Titlek Geloove dat Hij leeft, die ' t leven schiep
PublicationZielgedichtjes (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 350

Title - work by Guido Gezelle

TitleRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleGazette van Kortrijk (periodical)
AuthorGezelle, G; Soenen, E.
Date1876-1918
PlaceKortrijk
PublisherBeyaert
Links[odis]
TitleHistoire de Menin d'après les documents authentiques
AuthorA. Rembry-Barth
Date1881
PlaceBrugge
PublisherEdward Gailliard

Title[02/10/1881 t.p.q. - 06/10/1881 t.a.q.], Kortrijk, [Guido Gezelle] aan [Adolf Juliaan Duclos]
EditorKoen Calis
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2025
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKoen Calis, Gezelle Guido aan Duclos Adolf Juliaan, Kortrijk (Kortrijk), [02/10/1881 t.p.q. - 06/10/1881 t.a.q.]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
Sender[Gezelle, Guido]
Recipient[Duclos, Adolf Juliaan]
Date Sent[02/10/1881 t.p.q. - 06/10/1881 t.a.q.]
Place SentKortrijk (Kortrijk)
AnnotationT.p.q., t.a.q. plaats, adresaat en adressant gereconstrueerd op basis van de brieftekst, t.p.q.: reactie op Rond den Heerd van 02/10/1881, t.a.q. volgende brief van A. Duclos aan G. Gezelle van 06/10/1881 (nr.3586, gelei)
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 210 mm x 135 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt, purper
Condition volledig
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle ArchiveAanw. 529
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.25967
History najaar 2019, Aankoop Veiling Van De Wiele (Brugge)
Content Description
IncipitHet verwondert my dat gij, die toch de
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.