<Resultaat 2320 van 2965

>

p1
Très Révérend et cher ami,

Je vous ai expédié hier tout ce que j'ai de S. Brandan, c'est un saint plus connu dans la littérature que dans le culte, je crois.[1]

De S. Vivin[2] je ne trouve pas même le nom, et je suis réduit à vous envoyer ci-contre mes conjectures sur la signification et l'origine du mot ou des mots qui le désignent.[3] Peut-être réussirez vous à y trouver une piste.[4]

Je regrette que les observations critiques aient paru à un moment si inoportun![5] Il n'y a nulle intention maligne, j'en suis sûr; au contraire. Mais nous avons à faire à une nouvelle école de flamands, plutôt de Hollandais, issus de l'université de Gand, qui prétendent que nul n'est capable d'écrire, et surtout d'enseigner le flamand, qu'eux et leurs amis, libre penseurs Franc-p2maçons etc., que surtout le clergé est incapable. Ils veulent introduire et rendre goekoop chez nous, faire lire et aimer tout ce qui se publie en Hollande et détruire, vilipender[6] tout ce qui ne date pas de la réforme et n'a pas subi son influence. Je pense que Mr. Craeynest a voulu rendre service à des amis et leur être utile. Il vous est peut-être impossible de savoir la haine que ces Néo-Hollandais portent à tout ce qu'il y a, en fait de flamand, de bon, de pieux et de saint. C'est à eux que je dois l'honneur de n'avoir pas remporté le prix de 5000 fr. qui a été donné à une très détestable romancière.[7] Tout ce qui dans mes poésies touche, de loin ou de près, au bon Dieu, ils traitent cela de klatergoud, beuzelingen, etc. Le Roman couronné peut se résumer en ces mots crescite et multiplicamini.[8]

Veuillez me pardonner cette digression et me croire
Votre bien reconnaissant
Guido Gezelle
p3

[9]Le nom Germain niuhard, latinisé niuhardus, nivhardus, (niu nouveau, hard fort : très neuf, très jeune, neanias, neaniscos[10]) peut fournir, en se divisant, deux noms, deux petits noms, deux kepnamen[11] , nomina hypocoristica, au même enfant: nijv et hard. Ainsi un enfant dont le nom est Fréderic s’entendra appeler, en Flamand, tantôt Fré, tantôt Rijk, Fréetje, Rijkske. Les choses se passaient autrefois de la même façon. Les gens portant le nom de Nijvhard s’appelaient, tantot Nijv, tantot Hard; Nijfke, Hardje; où, selon les formes diminutives du moyen age , tantôt Nivijn et tantôt Hardijn. Le fils à Hardijn s’appelait Hardijns, nom qui existe à Gand. Le peuple peut avoir nommé son cher S. Nivhard Sente Nivijn, tout comme on dit Sent Antheuneke Sente Anneke, etc. comparez Bartholomaeus, dont Bartels (1e moitié du nom) et Meeuws (2e moitié du nom).

De nivijn le Francais ferait nivin, le latin nivinus, nivianus; d’ou de nouveau en Flamand niviaen. tournez s’il vous plaîtp4Si le latin nix (neige) avait un dérivé Nivianus, au lieu de niveus, nivalis, nivarius, nivatus, nivosus; de Nivianus on aurait en Français une forme possible Nivain, (Nivin?) comme de Portianus on a Porçain (Porcin?) Voy. Ménage, Table du Vocabulaire Hagiologique, 1e vol. de son Dictionre Etymolque de la langue Française, in voce; mais Nivianus ne se trouve pas.[12]

Le Flamand remplace quelquefois l par n, même l initial, surtout dans les mots étrangers; p.e. Alcove devient ankove (Idioticon Schuermans); eemalig devient eemanig (Idioticon De Bo); moi-même j’ai entendu et noté bulsteren, devenir bunsteren; buffelen kulder (juste-au- corps en peau de buffle) devenir buffene kulder; et (l initial) “‘K en kan hem niet ge-luchten” (voir) devenir “‘K en kan hem niet ge-nuchten.” Il est linguistiquement possible qu’on ait dit Nivijn pour Livijn (Liebwin; latinisé Livinus). Voilà 3 explications, plus ou moins possibles, du nom Nivin, Niviaen.

Noten

[1] Ernest Rembry had Gezelle in zijn brief van 03/07/1896 om meer informatie verzocht met betrekking tot de heilige Sint-Brandaan die in Brugge vereerd werd. Gezelle bezorgde hem gegevens en boeken, zoals de editie van het reisverhaal door Philippe Blommaert. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.341-342).
[2] Sic, hij bedoelt Nivin.
[3] Deze brief bevat een bijlage met antwoord op de vraag van Ernest Rembry van 03/07/1896. De bijlage werd door P. Allossery fout toegeschreven aan Arthur De Schrevel. Het document zit daarom op een andere plaats in het Guido Gezellearchief.
[4] Ernest Rembry had Gezelle in zijn brief van 03/07/1896 om meer informatie verzocht met betrekking tot de heilige Nivin of Niviaen die in Brugge vereerd werd. Gezelle vond de heilige niet terug, maar bezorgde wel drie naamkundige hypothesen. Rembry nam er twee van op in zijn werk De bekende pastors van Sint-Gillis te Brugge, p. xvii-xviii. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.342-343).
[5] Sic. ’inopportun’.

Jan Craeynest had in de juninummers van het tijdschrift Biekorf scherpe kritiek gegeven op de gebrekkige taal in twee recente levensbeschrijvingen van Idesbald van der Gracht door Constant van Zielegehem en Hector Claeys. (Biekorf: 7 (1896), 11, p.167-172; 12, p.179-186 en 13, p. 198-202. Het bisdom vond dit ongepast omdat het de goede sfeer rond de feesten van Idesbald van der Gracht verstoorde (11-19 juli 1896). (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.344-345).

[6] Vertaling (Frans): beschimpen, zwart maken.
[7] Gezelles bundel Tijdkrans werd eind 1895 gepasseerd voor de vijfjaarlijkse prijs voor Vlaamse letterkunde, ten voordele van de roman Een dure eed van Virginie Loveling. Volgens Gezelle werd hij als katholieke Vlaming tegengewerkt door vrijmetselaars en Hollandgezinde ‘Gentse’ flaminganten.
[8] Vertaling (latijn): Gaat en vermenigvuldigt u. Gezelle zinspeelt hiermee op het expliciete karakter van sommige passages.
[9] De brief is een antwoord op de vraag hoe de naam 'nivin' kan verklaard worden. Gezelle antwoordt daarop met drie mogelijkheden:

(1) het diminutief van het bestanddeel 'niv-' van een samengestelde Germaanse naam (niv-ardus: de familienaam Neu-hard en varianten zijn blijkbaar nog zeer verspreid).

(2) een hypothetisch Latijns adjectief afgeleid van 'nix, sneeuw', in de lijn van de vijf in het woordenboek voorkomende adjectieven en analoog met Portianus, ook een heiligennaam.

(3) door de l/n-wisseling in het Nederlands: 'Nivijn' een vorm analoog met 'Livijn', wat in het Latijn 'Nivinus' geeft naast 'Livinus'.

(Paul Thoen)

[10] ’neanias‘ en ’neaniscos‘ zijn twee oud-Griekse woorden met de betekenis 'jonge -, krachtige man'. Gezelle beschouwt ze blijkbaar als samengestelde woorden: 'neos' (jong, nieuw) en een tweede bestanddeel. (Paul Thoen)
[11] Vertaling van 'nomina hypocoristica', cf. het West-Vlaamse 'keppe'. De term ’hypocoristicon' is in de Van Dale te vinden en betekent ’vleinaam‘ of ’verkorte naam’. (Paul Thoen)
[12] ’niveus’, ’nivalis’, ’nivarius’, ’nivatus’ en ’nivosus' zijn alle vijf in het klassiek-Latijnse woordenboek te vinden als adjectieven, afgeleid van 'nix, nivis, vrl.,= sneeuw'. Gezelle formeert dan aansluitend de hypothetische vorm 'nivi(a)nus' naar het voorbeeld van de wél bestaande (Sint) Portianus (Saint Pourçain), die hij vindt in die lijst bij de ”Dictionnaire étymologique“ van de 17de-eeuwse auteur Gilles Ménage. (Paul Thoen)

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamClaeys, Hektor; Arnold
Datums° Oedelem, 30/05/1855 - ✝ Kanegem, 03/089/1925
GeslachtMannelijk
Beroepcoadjutor, onderpastoor, pastoor, godsdienstleraar
BioHector Claeys werd geboren te Oedelem op 30 mei 1855 als zoon van Jacobus Claeys, landbouwer, en Anne-Marie Meuleman. Hij was een strijdmakker van Albrecht Rodenbach en werkte mee aan de "Vlaamsche Vlagge", maar koos voor het seminarie. Hij werd op 19 december 1880 priester gewijd te Brugge. Nadien was hij werkzaam als coadjutor in Oudenburg (1881) en onderpastoor in Leffinge (1882) en Nieuwpoort (1890), waar hij tevens godsdienstleraar was aan de rijksmiddelbare school. In 1904 werd hij pastoor in Brielen, en vanaf 1910 in Kanegem (Sint-Baafskerk), waar hij tot zijn overlijden in 1925 bleef. Hector Claeys was een productief schrijver van volkse heiligenlevens, onder meer van de H. Godelieve van Gistel, Sint-Arnoldus van Tieghem, Karel de Goede, Idesbald van der Gracht en Sint-Luitgaarde. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" en " Het Belfort". Hij stond in contact met Gezelle. Hij was betrokken bij "Loquela" en consulteerde hem voor zijn publicaties.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVan Zieleghem, Constant
Datums° Tielt, 01/12/1831 - ✝ Brugge, 30/04/1902
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioConstant Van Zieleghem, zoon van Leo Van Zieleghem, landsman, en Francisca Persyn, ontving zijn priesterwijding te Brugge op 19/12/1857. In 1858 was hij leraar aan het kleinseminarie van Roeselare. Hij werd onderpastoor te Pittem (22/10/1872), pastoor van de Potterie te Brugge (10/12/1875) en bestuurder van de Brugse zondagsscholen. Gezelle schreef op zijn aanvraag ter ere van de feesten voor de heilige Idisbald: Een Beevaartslied voor Idisbald. De zusters van de Potterie bewaren sedert 1831 de relikwieën van Sint-Idisbald.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht
Bronnen https://brugseverzen.wordpress.com/tag/constant-van-zieleghem/
NaamSint-Brandaan; Brandaan van Clonfert
GeslachtMannelijk
Beroepheilige
BioSint-Brandaan was een Ierse monnik en missionaris uit de zesde eeuw. Hij was een deels fictionele figuur, die bekend stond om zijn legendarische zeevaart, beschreven in de 9de-eeuwse Latijnse tekst Peregrinatio Sancti Brandani abbatis (De reis van Sint-Brandaan). Hij was ook de stichter van meerdere scholen en kloosters, waaronder het belangrijke klooster van Clonfert. De heilige werd vroeger bijzonder vereerd te Brugge, waar men hem aanriep als patroon tegen brand (vandaar de naam), o.m. in de kerken van de Potterie en Sint-Gillis. Guido Gezelle publiceerde in 1870 een zeventiende-eeuwse devotieprent van deze heilige in "Rond den Heerd" met een oproep om meer informatie. In 1896 bezorgde hij Ernest Rembry gegevens die hij gebruikte in zijn werk over de bekende pastors van Sint-Gillis.
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamGent
GemeenteGent
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - instituut/vereniging

NaamUniversiteit Gent
BeschrijvingOnder het Verenigd Koninkrijk richtte in 1817 Willem I te Gent een Latijnse universiteit op. Bij de scheiding van 1830 werd het Frans de onderwijstaal. Na het korte intermezzo van de ‘Vlaamsche Hoogeschool’ onder de Duitse bezetting (1916-1918), volgde een aarzelend begin van vernederlandsing in 1923. In april 1930 keurde het parlement de volledige vernederlandsing goed. De eerste rector van de ‘vervlaamste’ universiteit was August Vermeylen. Sinds 1991 is de naam van de instelling Universiteit Gent of ‘UGent’.
Datering1817-heden
Links[wikipedia]

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelBiekorf. Dat is een leer- en leesblad voor alle verstandige Vlamingen.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelDe bekende pastors van Sint-Gillis te Brugge (1311-1896)
AuteurRembry, Ernest
Datum1890-96
PlaatsBrugge
UitgeverDe Scheemaecker-Van Windekens
TitelAlgemeen Vlaamsch Idioticon
AuteurSchuermans, Lodewijk W.
Datum1865-1883
PlaatsLeuven
UitgeverGebroeders Vanlinthout en Karel Fonteyn
TitelWestvlaamsch idioticon [Heruitgave]
AuteurDe Bo, Leonard Lodewijk; Samyn, Joseph
Datum1892
PlaatsGent
UitgeverA. Siffer
TitelOudvlaemsche gedichten der XIIe, XIIIe en XIVe eeuwen.
AuteurBlommaert, Philippe
Datum1838-1841
PlaatsGent
UitgeverHebbelynck

Titel05/07/1896, Kortrijk, Guido Gezelle aan [Ernest Rembry]
EditeurEls Depuydt; Rik Van Gorp
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEls Depuydt; Rik Van Gorp, Gezelle Guido aan Rembry Ernest, Kortrijk (Kortrijk), 05/07/1896. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderGezelle, Guido
Ontvanger[Rembry, Ernest]
Verzendingsdatum05/07/1896
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van publicatie; bijlage werd door P. Allossery fout toegeschreven aan A. De Schrevel De bijlage werd door P. Allossery fout toegeschreven aan Arthur De Schrevel. Het document zit daarom op een andere plaats in het archief (nr.8625)
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.156-157; Gezelle en de 'Akademische kaakslag' van 1896. / door A. Viaene. - in : Gedenkboek Guido Gezelle, De Leiegouw, (Jg. XIV), nr 3, 1972, p. 324; Gezelles reactie op de gemiste Staatsprijs in 1896: nieuwe aanwinst voor het Guido Gezellearchief. / door Els Depuydt. - in : Inzoemen. (Jrg.29) nr.3, p.12-13.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel; bijlage: 1 enkel vel, bijlage: 210 mm x 133 mm; 210 mm x 132 mm
papier, wit, rechthoekig geruit; bijlage:papier, wit, vierkant geruit (groot)
papiersoort: 2 zijden beschreven; bijlage: 2 zijden beschreven, inkt; bijlage:inkt; bijlage:potlood, blauw
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden bijlage met antwoord van Guido Gezelle op vraag Ernest Rembry in brief 03/07/1896 (nr.6798) voor meer info over Nivin / Niviaen. Gezelle heeft de heilige niet gevonden, maar formuleert drie hypothesen A B C
Toevoegingen op zijde 1 in de linkermarge: Stuk van brief G.G. aan Z.E.H. De Schrevel [+/- Juni 1895] (inkt, verticaal, hand P.A.) ; op zijden 1 en 2 in de linkermarge: A B C (blauw potlood, verticaal, hand G.G.); op zijde 2 stukken tekst met inkt doorgehaald
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID GezellearchiefAanw. 294 + 8625
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.25570
Geschiedenis 07/03/2015, Veiling Van De Wiele (Brugge)
Inhoud
IncipitJe vous ai expédié hier tout ce que j'ai
Samenvatting heiligen: S. Brandan, S. Nivin; Ernest Rembry had zijn ongenoegen geuit (zie brief van E. Rembry 03/07/1896) over een venijnig artikel van Jan Craeynest in Biekorf (06/1896) met taalkundige kritiek op biografieën van C. van Zieleghem en H. Claeys: Gezelle verdedigt Jan Craeynest; ongenoegen van Gezelle omdat de vijfjaarlijkse Staatsprijs voor de Nederlandse Letterkunde toegekend werd aan de roman "Een dure eed" van Virginie Loveling en niet aan "Tijdkrans", volgens Gezelle door vrijzinnigheid, flamingantisme en Hollandisme
Tekstsoortbrief
TalenFrans; Latijn
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.