<Hit 1434 of 2965

>

p11
Eerw. Heer & vriend,

'k Ben uit van postpapier, en nem 'et mij niet kwalijk dat ik u op eene sukkelvodde[1] eenen zaligen Paaschen wederwensche!

Mijn voorstel nopens Loq. is dat de Biehalle, door haren schathouder, er 't stoffelijk beheer en bestier, uitgave en ontvang, habet et debet zou van overnemen. Dat zou eenig geld in de gemeene kasse brengen en 't bestaan van Loq., in geval van ziekte, ouderdom of dood van uwen dienaar verzekeren.

Ik vrage u of gij 't zelfste niet en zoudt doen voor 't Daghet?

De schathouder van de Biehalle zou eenen medewerker kunnen hebben in uwen persoon of een anderen, en daar zou kunnen één rekeninge en één pot zijn. Jaarlijks zou mijn Demeester en uw Ceysen en anderen nog wie weet, aan de Biehalle, vertegenwoordigd door haren schathouder of onderschathouder, rekeninge et reliqua[2] schuldig zijn.

Overpeist dat en ziet of 't u aanveerdbaar schijnt. De rekendienst van Loq. blijft noodzakelijk door mij verwaarloosd, en een goed handhaven ervan zou geld inbrengen p2

p32Daarbij al die onze gilde genegen is en vooruitgang toewenscht zou een reden te meer hebben om 1° inschrijvers te winnen 2° meê te schrijven en meêschrijvers te werven.

Wat dunkt u hiervan:

A[3] Daar zijn beschermende leden. Zijn beschermende leden 1° Die ons iets geven dat 't hebben weerd is, 2° de werkende leden die in 't vriendelijk of uit noodzake ophouden werkend te zijn 3° de Heeren die wij vragen om en die 't aanveerden van beschermend lid te zijn 4° Al die willen 20 fr 's jaars betalen ten oorbore van de Biehalle.

B[4] Daar zijn werkende leden. Zijn werkend lid die eenparig door de bestaande aanveerd worden.

C[5] Elk werkend lid heeft zijne meêwerkende leden, onder eenparige goedkeuringe van de werkende.

Elk meewerkend lid heeft zijne helpende handen , b.v. zanters,[6] papierbezorgers A.B.C. leggers[7] of legsters, uitschrijvers[8] uitschrijveresen[9] enz., tot bij 't smalste volk toe.

Zoo zou de Biehalle in biekaren of kurven[10] vervallen en ieder kurf een eigen bestaan en beheer hebben.p4

p53Gelijk wij, te Gent,[11] zoo zou elk van ons, in zijn streke, zijn meêwerkers kunnen bijeen brengen. Ik zou voorstellen ieder jaar een vergaringe van de Biehalle, binst het groot verlof te beschrijven, b.v. 1887 te Brugge, 1888 te Cassel in Fransch Vlanderen, 1889 ievers in 't herte van Limburg; 1890 in Zeeland, enz. Dien dag zou kunnen beginnen met eene jaarmesse voor de overleden leden of vrienden van de Biehalle zaliger De Bo, David, enz.[12]

Burggrave de Patin van Langhemarcq

Senator Van Ockerhout

aanveerden van Beschermers te zijn

Uwe tegenwoordigheid en uw gemoedelijk spreken heeft op den laatsten zitdag veel deugd gedaan. Het ligt, dunkt mij, onder Gods zegen, in onze vier handen, om zoo te spreken, of 't gaan zal of niet. En Limburg schijnt mij nog veel germaanscher, veel Dietscher als Vlanderen en Brabant. Wij moeten ievers eenen goeden vasten steun in Antwerpen zien te krijgen.

Nullus otio pereat dies apibus![13]

Ben ulieden zeer toegenegen
Guido Gezelle
p6

Annotations

[1] Guido Gezelle schreef zijn brief op kladpapier, namelijk op de achterkant van Emiel Lauwers’ vertaling van Longfellows epos Hiawatha. Hij bracht in blauw potlood een nummering aan op de bladen van de brief en doorstreepte de vertaaltekst, zodat Polydor Daniëls de juiste volgorde van de brief kon volgen.
[2] Vertaling (Latijn): en de rest.
Pagina met fragment uit Hiawatha: Zang XIII, verzen 203 tot 227. Onderstreping van Guido Gezelle in potlood. Onderstreping van Guido Gezelle in potlood. De correctie van Guido Gezelle is hier niet leesbaar.
[3] Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[4] Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[5] Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[6] Personen die woorden verzamelen en opsturen.
[7] Klassificeerders.
[8] De personen die alles in het net overschreven.
[9] Vrouwelijke uitschrijvers.
[10] Bijenkorven.
Pagina met fragment uit Hiawatha: Zang XIII, verzen 202-227. Onderstreping van Guido Gezelle in potlood. Guido Gezelle gaf de volgorde van de zin aan met cijfertjes: u zal ’k hier in hechtnis houden.
[11] De zetel van de Biehalle was in Gent.
[12] Leonardus De Bo en Jan-Baptist David waren twee priester die net zoals Guido Gezelle een grote interesse toonden in de Vlaamse taal. In het geval van De Bo hielp Gezelle met het verzamelen van West-Vlaamse taaleigenaardigheden voor diens West-Vlaams lexicon, dat uiteindelijk het levenslicht zou zien als het Westvlaamsch Taalidioticon, terwijl hij aan David zijn hulp verleende bij de opstelling van het Woordenboek Der Nederlandse Taal, specifiek door Vlaamse idiotismen te verzamelen. Beide priesters overleden respectievelijk in 1885 en 1866.
[13] Gezegde uit de Naturalis Historia van Plinius de Oudere, later opgenomen in de Thesaurus linguae Romanae and Brittanica, een woordenboek van Latijnse en Engelse gezegden door Anglicaans bisschop Thomas Cooper.

Vertaling (Latijn): Bijen brengen geen dag in luiheid door, maar doen altijd iets.

103993 146 Pagina met fragment uit Hiawatha: Zang XIII, verzen 228-235.En dan loech men dat het schauw gaf,en op Hiawada’s wigwam,raasde Ka-ga-gie, de ravenkoning,raasde en hijverdevan de raven in zijn gramschap,ja, inop elken naastenen anderen boomtopkauwderaasde ‘t zwarte roofgebroedsel.“Ugh!” zoo spraken de oude eenparig,en zij smoorden onder ‘t pijnloof. Pagina met fragment uit Hiawatha: Zang XIII, verzen 228-235.

Register

Correspondents - persons

NameDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Dates° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
SexMannelijk
Occupationpriester, leraar
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift ‘'t Daghet in den Oosten’ (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en Loquela. Hij was tevens medestichter van Het Belfort, van De Banier en van het historische tijdschrift ‘L'Ancien Pays de Looz’. Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Sources https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Recipient

NameDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Dates° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
SexMannelijk
Occupationpriester, leraar
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift ‘'t Daghet in den Oosten’ (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en Loquela. Hij was tevens medestichter van Het Belfort, van De Banier en van het historische tijdschrift ‘L'Ancien Pays de Looz’. Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Sources https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944

Place

NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - person

NameCeyssens, Michiel
Dates° Beringen, 29/01/1833 - ✝ Hasselt, 11/01/1927
SexMannelijk
Occupationboekhandelaar; boekdrukker
BioMichiel Ceyssens was Hij werd geboren op 29 januari 1833 te Beringen als zoon van Jean Arnold, notaris en burgemeester (Eksel 1788 – Beringen 1846), en Carolina Bellefroid (Genk, 1794 – Hasselt 1866). Hij werd boekhandelaar en drukker en zette de drukkerszaak van zijn in 1866 overleden broer Henri Joseph verder samen met zijn jongere broer Pierre Alphonse. In 1866 en 1867 kocht hij twee Hasseltse drukkerijen, ‘Den Gulden Kelck’ in de Nieuwstraat en ‘Den Yseren Kerf’ in de Demerstraat, op om de bladen “Le Constitutionnel du Limbourg Belge” en “De Onafhankelyke der Provincie Limburg” uit te geven. Tevens drukte en publiceerde hij het taal- en volkskundige magazine “’t Daghet in den Oosten”, waarmee Guido Gezelle nauw verbonden was, van 1885 tot 1910, waarna hij het beheer van zowel zijn populaire boekenwinkel op de Grote Markt als de drukkerij in de handen zijn zoon Jules Ceyssens legde. 17 jaar later, in 1927, stierf Michiel Ceyssens in Hasselt.
Relation to Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; drukker van 't Daghet in den Oosten
Sources https://www.hasel.be/ceysens-michiel-1833-1927; Ward Segers, Letteren & Woord: Een onderzoek naar het literair erfgoed van Hasselt. S.l.: s.n., 2013; Anny Corens, 't Daghet in den Oosten Limburgs tijdschrift uit de 19e eeuw - taalkunde, folklore, letterkunde. Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, Antwerpen, 1971
NameDe Bo, Leonard Lodewijk; Leenaert
Dates° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
SexMannelijk
Occupationhulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/07/1873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameDe Meester, Jules
Dates° Roeselare, 04/01/1857 - ✝ Wetteren, 06/02/1933
SexMannelijk
Occupationdrukker; uitgever
BioJules De Meester was de zoon van een schoenmaker. Hij vestigde zich in 1877 als boekhandelaar en later ook als uitgever in de Zuidstraat te Roeselare, vlakbij het kleinseminarie. Katholiek en Vlaams was zijn handelsmerk. Hij werd een belangrijke drukker van Guido Gezelle. Samen met de Leuvense boekhandelaar en drukker Karel Fonteyn gaf hij in 1878-1880 vier delen uit van het Verzameld Dichtwerk van Gezelle, en een tweede uitgave van het verzameld werk in 1892-1893. Hij was ook de uitgever van het taalkundige tijdschrift Loquela.
Relation to Gezellecorrespondent; drukker werk Gezelle
Sources http://users.skynet.be/sb176943/AndriesVandenAbeele/druk_gezelle.htm ;
Namede Patin de Langemarck, Carolus Philippus Joannes Marie Josephus
Dates° Langemark, 14/08/1861 - ✝ Langemark, 10/06/1888
SexMannelijk
Occupationpoliticus; adel
BioBurggraaf Charles de Patin de Langemarck was de laatste van zijn naam en afstamming. Geboren op het kasteel van Langemark in 1861 studeerde hij tot doctor in de rechten en politieke wetenschappen. Reeds als twintiger was hij een belangrijke figuur in katholieke politieke en sociale netwerken. Hij was schepen van zijn gemeente, voorzitter van de godshuizen, provincieraadslid, voorzitter van het Sint-Vincentiusgenootschap en de drijvende kracht achter verschillende lokale culturele verenigingen. Zeer Vlaamsgezind had hij een nauwe band met Alfons Vanhee en Leonard De Bo. Guido Gezelle had met hem contact naar aanleiding van de hulde aan De Bo. Zijn financiële steun maakte het praalgraf van De Bo mogelijk (zie Rond den Heerd, 1886, p.384). Gezelle vroeg hem ook om lid te worden van de vereniging de Dietsche Biehalle. Op 10 juni 1888 overleed Charles de Patin de Langemarck op 26-jarige leeftijd aan de gevolgen van malaria opgelopen tijdens een reis naar Rome.
Relation to Gezellecorrespondent
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameVan Ockerhout, Léon
Dates° Brugge, 11/10/1829 - ✝ Loppem, 11/02/1919
SexMannelijk
Occupationpoliticus; provincieraadslid; gemeenteraadslid; senator
BioLéon Van Ockerhout was een katholiek politicus en een invloedrijk persoon in het Brugse maatschappelijke leven. Na middelbare studies in Doornik en Brussel studeerde hij wijsbegeerte en letteren aan de universiteit van Gent, waar hij in 1850 het getuigschrift voor de kandidaturen behaalde. Hij was lid van de West-Vlaamse provincieraad (1864 tot 1874), lid van de Brugse gemeenteraad (1872-1919) en senator voor het arrondissement Diksmuide (1874-1878) en senator in Brugge ter vervanging van J. Boyaval (1879-1912). Hij was eigenaar van de Gazette van Brugge en medewerker van La Belgique Maritime. Hij was betrokken bij talrijke religieuze en kerkelijke verenigingen (waaronder de Edele confrérie van het Heilig Bloed) en talrijke verenigingen van maatschappelijk nut (waaronder erevoorzitter van het Davidsfonds Brugge). Hij was een mecenas voor verschillende projecten en scholen waaronder het Sint-Leocollege.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent
NameDavid, Jan Baptist
Dates° Lier, 25/01/1801 - ✝ Leuven, 24/03/1866
SexMannelijk
Occupationkanunnik; leraar; hoogleraar; directeur; auteur
BioJ.B. David werd in Lier geboren waar hij al vroeg in contact kwam met J.F. Willems die hem de liefde voor taal bij bracht. Hij was aanvankelijk een apothekersleerling maar koos toch voor een priesteropleiding. Zijn priesterwijding ontving hij op 20/08/1823. Hij studeerde letteren-en wijsbegeerte aan de universiteit van Leuven, waar hij ook doctoreerde (01/08/1842). Hij was er eveneens voorzitter van de katholieke Vlaamse studentenbond Met Tijd en Vlijt. Hij was werkzaam in het onderwijs als studiemeester aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen (1821-1822), leraar Latijn en Nederlands aan het kleinseminarie van Mechelen en als directeur van het Koninklijk Atheneum te Mechelen (1831-1836). Op 16/09/1834 werd hij docent Vlaamse Letterkunde en Belgische Geschiedenis aan de Leuvense universiteit tot 1865. Ondertussen was hij op 25 oktober 1833 ook erekanunnik geworden van het Sint-Romboutskapittel te Mechelen. In 1835 kreeg hij van de regering officiële steun voor het vastleggen van de schrijfwijze in de Nederlandse taal. Daartoe richtte hij samen met Willems de 'Maetschappy tot bevordering der Nederduitsche Tael- en Letterkunde' op. In 1841 en 1850 werd hij verkozen tot voorzitter van de Taal- en Letterkundige Congressen. In 1856 werd hij benoemd tot lid van de Commissie der Taalgrieven en in 1864 van de spellingcommissie. In 1875 stichtte hij het Davidsfonds. Hij publiceerde tal van werken over spelling en spraakkunst zoals 'Nederduitsche Spraekkunst', bloemlezingen van prozaschrijvers en dichters, maar ook zijn schoolboeken werden gedurende tientallen jaren ruim verspreid. In de tijdschriften 'De Middelaer' en 'De School- en Letterbode' en zijn boek 'Tael- en Letterkundige Aenmerkingen' uitte hij harde taalkundige en literaire kritiek op het werk van Vlaamse schrijvers. In 1862 sprak David zich in Brugge uit tegen het particularisme van Gezelle. Gezelle bezocht David in Leuven.
Links[odis], [wikipedia]
Sources http://theater.ua.ac.be/nevb/html/David,%20Jan-Baptist.html

Name - place

NameAntwerpen
SettlementAntwerpen
NameBrugge
SettlementBrugge
NameGent
SettlementGent
NameKassel

Name - institute

NameDietsche Biehalle
DescriptionIn 1887 door Gezelle gestichte vereniging voor "het navorschen, het handhaven en het gebruiken onzer Dietsche volkstale". De groep ging breder dan West-Vlaanderen en moest een alternatief bieden voor andere meer taalpolitieke georiënteerde verenigingen. Het initiatief raakte niet echt van de grond. Het vooropgestelde tijdschrift zou uiteindelijk tot Biekorf (1890) leiden.
Dating1887-1900
Links[wikipedia]

Title - work by Guido Gezelle

TitleLoquela
Links[gezelle.be]

Title - other work

Titlet Daghet in den Oosten
AuthorCeysens, L..
Date1885-
PlaceHasselt
PublisherCeyssens

Title[09/04/1887], Kortrijk, Guido Gezelle aan [Polydoor Daniëls]
EditorMichael Gijbels
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingMichael Gijbels, Gezelle Guido aan Daniëls Polydoor, Kortrijk (Kortrijk), [09/04/1887]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderGezelle, Guido
Recipient[Daniëls, Polydoor]
Date Sent[09/04/1887]
Place SentKortrijk (Kortrijk)
AnnotationDatum, plaats en adressaat gereconstrueerd op basis van publicatie; originele brief is aanwezig in het AMVC (Letterenhuis) nr. G 3633/B (inschrijvingsnummer: H 10399/1-3);
Published inGezelle-briefwisseling 1 : verzameling archief en museum voor het Vlaamse cultuurleven Antwerpen / door R.F. Lissens. - Antwerpen : De Nederlandsche Boekhandel, 1970, p.47-50
Physical Description
Support Material 217 mm x 170 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out brief geschreven op keerzijde van handschrift van "Hiawatha"
G.G. gebruikte dit als kladpapier om zijn brief op te schrijven en bracht in blauw potlood een nummering aan op de bladen van de brief en doorstreepte de vertaaltekst, zodat Polydor Daniëls de juiste volgorde van de brief kon volgen
Additions op zijden 1, 3 en 5 linksboven: nummering en op zijde 3: onderstrepingen; zijden 2, 4 en 6 doorstreept (blauw potlood, allen hand G.G.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive12832, 17 (17); Hiawatha
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.25335
Content Description
Incipit'k Ben uit van postpapier, en nem 'et my
Summary Gezelle excuseert zich dat hij geen postpaier meer heeft en wenst Polydoor een zalig paasfeest. Hij stelt voor dat de Dietsche Biehalle "Loquela" zou overnemen en dat Daniëls een zelfde regeling zou treffen voor "'t Daghet in den Oosten". Gezelle stelt voor dat de Biehalle zou bestaan uit beschermende, werkende en meewerkende leden en plaatselijke afdelingen, die jaarlijks tijdens de zomervakantie in een andere streek zouden bijeenkomen. Er zijn al 2 beschermende leden (Burgraaf de Patin en Senator Van Ockerhout). Daniëls heeft een goeden indruk gemaakt op de laatste vergadering. Gezelle rekent op hem en prijst Limburg dat hem nog Germaanser, veel Dietser toeschijnt dan Vlaanderen en Brabant. De Biehalle moet nog vaste steun krijgen in Antwerpen.; vermelding van Jules De Meester; Jan Michel Ceysens, Leonard Lodewijk De Bo en Jan Baptist David, Carolus Philippus Joannes Marie Josephus de Patin van Langemark en Léon Van Ockerhout
Text Typebrief
LanguagesNederlands; Latijn
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.