'k Ben uit van postpapier, en nem 'et mij niet kwalijk dat ik u op eene sukkelvodde[1] eenen zaligen Paaschen wederwensche!
Mijn voorstel nopens Loq. is dat de Biehalle, door haren schathouder, er 't stoffelijk beheer en bestier, uitgave en ontvang, habet et debet zou van overnemen. Dat zou eenig geld in de gemeene kasse brengen en 't bestaan van Loq., in geval van ziekte, ouderdom of dood van uwen dienaar verzekeren.
Ik vrage u of gij 't zelfste niet en zoudt doen voor 't Daghet?
De schathouder van de Biehalle zou eenen medewerker kunnen hebben in uwen persoon of een anderen, en daar zou kunnen één rekeninge en één pot zijn. Jaarlijks zou mijn Demeester en uw Ceysen en anderen nog wie weet, aan de Biehalle, vertegenwoordigd door haren schathouder of onderschathouder, rekeninge et reliqua[2] schuldig zijn.
Overpeist dat en ziet of 't u aanveerdbaar schijnt. De rekendienst van Loq. blijft noodzakelijk door mij verwaarloosd, en een goed handhaven ervan zou geld inbrengen p2
p32Daarbij al die onze gilde genegen is en vooruitgang toewenscht zou een reden te meer hebben om 1° inschrijvers te winnen 2° meê te schrijven en meêschrijvers te werven.
Wat dunkt u hiervan:
A[3] Daar zijn beschermende leden. Zijn beschermende leden 1° Die ons iets geven dat 't hebben weerd is, 2° de werkende leden die in 't vriendelijk of uit noodzake ophouden werkend te zijn 3° de Heeren die wij vragen om en die 't aanveerden van beschermend lid te zijn 4° Al die willen 20 fr 's jaars betalen ten oorbore van de Biehalle.
B[4] Daar zijn werkende leden. Zijn werkend lid die eenparig door de bestaande aanveerd worden.
C[5] Elk werkend lid heeft zijne meêwerkende leden, onder eenparige goedkeuringe van de werkende.
Elk meewerkend lid heeft zijne helpende handen , b.v. zanters,[6] papierbezorgers A.B.C. leggers[7] of legsters, uitschrijvers[8] uitschrijveresen[9] enz., tot bij 't smalste volk toe.
Zoo zou de Biehalle in biekaren of kurven[10] vervallen en ieder kurf een eigen bestaan en beheer hebben.p4
p53Gelijk wij, te Gent,[11] zoo zou elk van ons, in zijn streke, zijn meêwerkers kunnen bijeen brengen. Ik zou voorstellen ieder jaar een vergaringe van de Biehalle, binst het groot verlof te beschrijven, b.v. 1887 te Brugge, 1888 te Cassel in Fransch Vlanderen, 1889 ievers in 't herte van Limburg; 1890 in Zeeland, enz. Dien dag zou kunnen beginnen met eene jaarmesse voor de overleden leden of vrienden van de Biehalle zaliger De Bo, David, enz.[12]
Burggrave de Patin van Langhemarcq
Senator Van Ockerhout
aanveerden van Beschermers te zijn
Uwe tegenwoordigheid en uw gemoedelijk spreken heeft op den laatsten zitdag veel deugd gedaan. Het ligt, dunkt mij, onder Gods zegen, in onze vier handen, om zoo te spreken, of 't gaan zal of niet. En Limburg schijnt mij nog veel germaanscher, veel Dietscher als Vlanderen en Brabant. Wij moeten ievers eenen goeden vasten steun in Antwerpen zien te krijgen.
Nullus otio pereat dies apibus![13]







