Heer Bellangier, minoré[1] Groot Seminarie, Kamerijk[2]
E. H. Deschodt, rustende pastoor Rexpoede.
E. H. Dupond, pastor te Berthen.
E. H. Vanwaelscappel, van Bolle zeele, student in 't Groot Seminarie, Kamerijk.
E. H. x Sceercousse, t'huis in 't klooster van den Catsberg, student in 't Groot Seminarie
E. H. Bekeman, van Brugge, onderpastor te Rexpoede
E. H. Dekervel, van Poperinghe, pastor te Steene, bij St.-Win-Bergen.
E. H. Pauwels, pastor St. Janscappel.
E. H. Camerlynck, onderpastor. Haezebrouck
E. H. Wyckaert, Deken, Hondschote
E. H. Haeyaert, pastor Killem
E. H. Vandendriessche, onderpastor Noordpeene[3]
E. H. Achte, onderpastor Pérenchies.
E. H. Octaaf Desmet, van Ooteghem geloof ik, onderpastor Morbecque.
E. H. Bekeman, van Brugge student Groot Seminarie Kamerijk
U weze daarbij onderricht dat men in 't Groot Seminarie van Kamerijk de vlaamsche taal in achting houdt bij de oversten. Men krijgt er geen boeken of tijdschriften welke toegezonden worden, ten zij het vlaamsche zijn. De fransche houdt men in.
p2






