<Resultaat 650 van 2965

>

p1
Mijn Eerweerdige Heer,[2]

Ik wensche Uedele, uit den grond van mijn herte, een goed en zalig nieuwjaar, en veel navolgende.

Hiawada[3] is bijna gereed. Binnen veertien dagen zal hij mogen op druk gaan,[4] is 't dat gij de goedheid hebt nog eenige kleenigheden te verbeteren en goeden raad te geven over dit en dat.

De eerste kleenigheid is: “De vrienden”.[5] Ik hebbe hier voor mij eene uwer postkaarten[6] liggen, en daar staat geschreven: ‘In 't korte zende ik “de vrienden”’ en dat is nu reeds bijna drij maanden geleden. Sedert dien heeft Longfellow geschreven, gij weet wat, Mijnheer.[7]

Andere kleenigheden:

Hoe vertaalt gij: schilderschrift picture-writing?[8]

Kunt gij geene regels geven op de manier van al die aardige namen te vervlaamschen?[9]

p2 Hoe vertaalt gij best:

1°) Wild with al de[10] fierce Commotion,[11]

And the rapture of the hunting. - (van een jager gezeid)[12]

2°) Built a Sacred Lodge beside him[13]

3°) I miself! miself I Behold me (uit eenen zang)[14]

4°) (They) Danced their medecine-dance around him.[15]

5°) De Kruidenkenners hebben den dooden Kibiabos een kole gegeven die hem meester maakt in het land der Geesten:

Telling him aan Kibiabos a fire to kindle[16]

For al those thad died thereafter (uit Hiawada’s lamentation)[17]

1°) (He) danced the Beggar’s dance to please them[18]

2°) How the Wolverine,[19] uprising ...

Made enz...

Drew his arms back, like a cricket[20]

3°) Al the game of Bowl and Counters[21]

4°) Paupukeewis[22] legt zijn spel uit:

Running through its various chances[23] Various chances, various meanings:[24]

5°) Said the lucky Paupukeewis[25]

6°) “Face-in-a-Mist” the people called him.[26]

7°) .... Ininewug,[27] the wedge-men weggelien (teerlingen)

8°) With his fan of Turkey-feathers. (uit XVI Paupukeewis)[28] p3Hoe noemt gij in ’t Vlaamsch den vogel die in ’t engels[29] brant”[30] heet?

Wat is de “seed-cone[31] of the pine-tree"?

Vertaal nog a.u.b. voor ’t laast:[32]

Many a daylight dawned and darkened[33]

Many a night shook of the daylight[34]
Dat is: menige dag vloog voor by.

That the virtue of free-giving[35]

By a word might not be broken[36] vreezend

Dat is: (ne dit rien à ses hôtes) pour ne pas blesser l'hospitalité

Zoo gij de goedheid hebt deze eenige verzen (aanstonds,[37] a.u.b) te vertalen, Hiawada zal uitkomen, zeer onvolmaakt in de stukken die gij niet verbeterd hebt, maar bevrocht zoo goed mogelijk door uwen dienaar.

Het ware goed, Mijnheer, en ten anderen zeer rechtveerdig, liet gij toe van uwen naam te zetten op onzen boek. God zij geloofd, die naam is machtig reeds en erkend als goed door velen.

Hopend dat gij mij aanstonds[38] de verbetering dezer naar Leuven (waar ik nu seffens naar toe ga) zult zenden, blijve ik u eerbiedigend en toegenegen

Emile Lauwers.
N° 12 in de Augustinenstrate.

*p1

Noten

[1] Deze brief werd het eerst geschreven door Emile Lauwers op 30 december 1878. Maar op 2 januari 1879 beëindigde hij de brief en wijzigde daarom de datum.
[2] Guido Gezelle verwerkt zijn antwoord in deze brief. Hij noteert vertalingen van gevraagde woorden of verzen tussen de brieftekst van Lauwers en schrijft een deel van zijn reactie in de marge van pagina 1 en 2.
[3] Dit gaat over de vertaling van The Song van Hiawatha. In 1855 verscheen The Song of Hiawatha, een lang episch gedicht van 5400 verzen van Henry Wadsworth Longfellow. Guido Gezelle gebruikte het in zijn lessen aan het kleinseminarie van Roeselare, vertaalde een zang (1857) en nam een aangepaste versie op in Dichtoefeningen (1858). Hugo Verriest bracht Longfellow als leraar aan het kleinseminarie opnieuw onder de aandacht en publiceerde twintig jaar later onder het pseudoniem Owais’sa een vertaling van de eerste zang van Hiawatha in Rond den Heerd. Hij startte in de Roeselaarse lettergilde het vertaalproject van The Song of Hiawatha en gaf Emile Lauwers, toen student aan het kleinseminarie, de opdracht. Verriest bewerkte Lauwers’ vertaling en publiceerde die onder het pseudoniem Owais’sa in De Vlaamsche Vlagge. Op vraag van Verriest werd Gezelle in de late zomer van 1878 opnieuw bij de vertaling betrokken. Lauwers, Verriest en Gezelle werkten samen aan de vertaling. Ontevreden over het project zal Gezelle later de vertaling naar zich toe trekken, wat in 1886 leidde tot de publicatie van zijn eigen vertaling van Hiawatha.
[4] Emiel Lauwers had hard gewerkt op zijn vertaling tijdens de vakantie en de eerste maanden dat hij in Leuven verbleef (september-oktober-november). In een brief aan zijn vriend Camiel Marichal lichtte hij dit toe, op 7 januari 1879, en zijn brief verschaft meteen véél achtergrondinformatie. Hij had contact gehad met Emiel Demonie, die de voorzitter was van de West-Vlaamsche Gilde, en die gilde zou Lauwers’ vertaling uitgeven. Zij zouden werken met inschrijvingen op de komende vertaling. Daartoe moest er een ’prospectus’ komen met enkele vertaalde fragmenten als propagandamiddel. In zijn brief aan Camiel spoort Lauwers hem aan ’zoo veel inschrijvingen mooglijk’ te verzamelen. Emiel Demonie, priester-leraar aan het kleinseminarie, zou instaan voor deze ’voordruk’. Lauwers mikte op 400 ’afdruksels’ en hij wenste er 10 van te krijgen en zou die aan Guido Gezelle en Hugo Verriest toesturen uit dankbaarheid voor hun hulp. Verriest slaagde erin om bij de drukker Van de Ghinste in Ieper zo’n voordrukje te laten verschijnen, hij getuigde hierover bij Caesar Gezelle. Het werd een klein exemplaar van 10 bladzijden op 5 blaadjes recto verso, met daarin de ’Binnenleidinge’ en Zang ’I. De Paaispijpe’. Eén proefdrukje bevindt zich in het Guido Gezellearchief (nr. 1958 K). Gezelle heeft hiervan één of meer exemplaren van gekregen en hij gaf er commentaar en kritiek op, in zijn briefkaart aan E. Lauwers van 30 januari 1879.
[5] ’De vrienden’ is Zang VI.
[7] Deze cryptische zin verwijst naar een brief van Henri Longfellow aan Joseph Algar. Hij had voor Lauwers een brief gericht tot Longfellow, kreeg een antwoord hierop én een foto van de Amerikaanse auteur. De brief bevond zich helaas niet meer in het Lauwersarchief, de foto wel. De bewuste brief heeft Algar wellicht bewaard en aan Guido Gezelle getoond. Wat erin stond, en waarover hier geheimzinnig gedaan wordt, is onbekend gebleven.
[8] ’Picture writing’ is de titel van Zang XIV. Gezelle zal de samenstelling vertalen in zijn Davidsfondsuitgave van 1886 als: Het Beeldschrijven.
Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’schilderschrift’.
[9] Guido Gezelle schreef advies voor de vertaling ertussen: ’Gy zult ze moeten een of anderszins geweld aan doen, peize ik.’
[10] Sic.
[11] Vers 33 zang XV. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’wild van al het ruw beroerd zyn’.
[12] Vers 34 van Zang XV. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’en der drift die ’s jagers dwang is (van een jager gezeid)’.
[13] Vers 90, Zang XV. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’
[14] Vers 114, Zang XV. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’Ik, myn eigen zelve, aanschouw my (uit eenen zang)’.
[15] Vers 145 van Zang XV. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’dansten tooverstappen rond hem’.
[16] Vers 172 van Zang XV. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’en heetend’ hem een vier te ontsteken’.
[17] Vers 173 van Zang XV. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’voor die namaals sterven zouden of moeten’.
[18] Vers 19, Zang XVI. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’dansten hem ten grei den schooidans +’ en in de zijrand een variante vertaling: + of: dansten hem gejond den schooidans’.
Jonnen = gunnen.
[19] Verzen 40-43, Zang XVI. In de zijrand op pagina 1 schrijft Gezelle: ’wolverine en brant moet ik onvertaald terugzenden by gebrék van woordenboeken; Wat is ’t in ’t fransch?’

In: ’Aantekeningen’ van de Davidsfondsuitgave 1886 schrijft Gezelle bij ’Wolverine’: ‘Americaansche veelvraat, Ursus luseus der geleerden.’

[20] Vers 43, Zang XVI. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’stond zyn armen lyk een gerspeerd’.
[21] Vers 65, Zang XVI. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’heel het spel van Kom en telmunt’.
[22] Pau-Puk-Kee'wis: een personage uit The Song of Hiawatha. Longfellow geeft in zijn ’Vocabulary’ aan, bij deze naam: the Storm Fool, the handsome Yenadizze (= an idler and gambler; an Indian dandy). Gezelle geeft zijn vertaling een ’Inhoudstafel’ mee en voor Zang XVI haalt hij aan: ”Pau-Puk-Kiewis. - De ledigheid, het bedrog, de speelzucht en andere ondeugden worden bestraft.“ Al deze ’ondeugden’ zijn Pau-Puk-Kiewis eigen, maar op ’Hiawadha’s Bruiloft’ (Zang XI) danste hij een opvallende, heel energieke, onstuimige dans met geografische gevolgen! Gezelle noemt hem daar: ”’t Gek gedoensel (...), hansworstmatig.“ In zijn ’Aanteekeningen’ (Jubileumuitgave Hiawatha, p. 216) staat bij Yenadizze: ”Leêgaard, nietweerd, speelgek, beslagmaker.“
[23] Vers 98, Zang XVI. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’zeggend hoe het wisselvallig’.
[24] Vers 99, Zang XVI. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’t zy van kansen ’t zy van zin was’.
Paupukeewis is een personage uit The Song of Hiawatha. Hij is volgens Longfellow: ’the Storm Fool, the handsome Yenadizze (= an idler and gambler; an Indian dandy’. Hij is inderdaad een danser en een gokker. Als titel van Zang XVI geeft Gezelle in zijn Davidsfonds-uitgave: ’Pau-Puk-Kiewis. - De ledigheid, het bedrog, de speelzucht en andere ondeugden worden bestraft’ (Jub.H. p. XVIII)
[25] Vers 125, Zang XVI. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’zei de lukslag ------’
[26] Vers 125, Zang XVI. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’Damp-om-’t wezen, noemde ’t volk hem.’
[27] Bij het gokspel dat gespeeld wordt, zijn er spelfiguurtjes die rood op één zijde en wit op de andere zijde geschilderd zijn; er zijn er twee met slangen afgebeeld en twee waarop ’Ininewug‘ of ’wiggen’ staan (gereedschap om iets te splijten). Gezelle vermeldt daarvoor in zijn vertaling: ”twee Ininewug, twee weggen.”
[28] Vers 70, Zang XVI. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’met kalkoenschen waaierpluimbos’.
[29] Sic.
[30] Gezelle schreef in de marge van de eerste bladzijde van onder naar boven: ’Wolverine en brant moet ik onvertaald terzenden bij gebrek aan woordenboeken; wat is ’t in ’t fransch?’.
[31] Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’sperre-appel'.
[32] Sic.
[33] Vers 112, Zang XIX. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’menig dagraad op en afging’.
[34] Vers 113, Zang XIX. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’menig nacht den dag verdoofde of uitdoofde
[35] Vers 141, Zang XIX. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’dat de deugd des geren gevens’.
[36] Vers 143, Zang XIX. Guido Gezelle schreef zijn vertaling ertussen: ’opdat door geen enkel woord gekrenkt bleev te niet kwam'’.
[37] Negen maal onderstreept.
[38] Negen keer onderstreept.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Datums° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Briefschrijver

NaamLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Datums° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamIngelmunster
GemeenteIngelmunster

Naam - persoon

NaamLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Datums° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf
NaamRodenbach, Albrecht; Berten; De selscuttere
Datums° Roeselare, 27/10/1856 - ✝ Roeselare, 23/06/1880
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; dichter
BioAlbrecht Rodenbach was een schrijver en dichter die geboren werd in Roeselare op 27 oktober 1856. Hij genoot zijn opleiding aan in het kleinseminarie van Roeselare en was er in 1867 leerling aan de section préparatoire waar hij Gustaaf Flamen als priester-leraar had. Hij was van 1870 tot 1878 leerling van de humaniora, waar hij deel uitmaakte van de ‘wonderklasse’ van Hugo Verriest, oud-leerling van Gezelle. In 1875 ontstond er op school grote ophef toen de leerlingen tijdens een feest ter ere van de superior geen toestemming kregen om Rodenbachs lied ‘Het Lied Der Vlaamsche Zonen’, ook bekend als ‘De Blauwvoet’ voor te dragen. Het verbod leidde tot een studentenprotest tegen het anti-Vlaamse schoolbeleid dat bekendstaat als de ‘Groote Stooringe’. Met zijn gedicht startte hij een studentenbeweging genaamd de Blauwvoeters die gedichten en teksten publiceerden om Vlaamsgezindheid te promoten. Hieruit volgde onder meer het tijdschrift "De Vlaamsche Vlagge". De Blauwvoeterij vloog over naar Leuven toen Rodenbach en zijn klasgenoten er in 1876 gingen studeren. Rodenbach was erg actief in het studentenleven. Zo was hij medestichter van dagblad "Het Pennoen" en de "Vlaamsche Studentenbond". Daarnaast was hij lid van de Sint-Tillogilde en de toneelvereniging de Sint-Jansgilde. Later verminderde zijn engagement echter en spendeerde hij meer aandacht aan zijn literaire werken. Op 23 juni 1880 kwam hij op slechts 23-jarige leeftijd in zijn geboortestad te overlijden aan tuberculose. Na zijn dood groeide Rodenbach uit tot een icoon van de Vlaamse Studentenbeweging en Roeselare. In 1909 werd daar als eerbetoon een standbeeld van hem onthuld.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/rodenbach-albrecht#roeselare-en-de-groote-stooringe
NaamLongfellow, Henry Wadsworth
Datums° Portland (Maine), 27/02/1807 - ✝ Cambridge (Massachusetts), 24/03/1882
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; dichter; pedagoog; bibliothecaris
VerblijfplaatsAmerika
BioHenry Wadsworth Longfellow studeerde aan Harvard en werd bibliothecaris. Na een reis door Europa (1826-28) werd hij de eerste hoogleraar Moderne Talen. In 1854 verliet hij Harvard om zich volledig aan het schrijven van poëzie te wijden. Zijn gedichten zijn erg toegankelijk omdat ze gaan over herkenbare thema’s en geschreven zijn in een eenvoudige, maar bloemrijke taal. Longfellow maakte ook talrijke vertalingen en heeft daardoor vele Europese poëzie voor Amerikanen toegankelijk gemaakt. Diverse van zijn uit de Amerikaanse folklore geputte thema’s en figuren (zoals Hiawatha) hebben deze folklore in Europa bekendheid gegeven. Guido Gezelle had grote bewondering voor Longfellow en vertaalde zijn epos Hiawatha.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellevertaald door Gezelle

Naam - plaats

NaamIngelmunster
GemeenteIngelmunster
NaamLeuven
GemeenteLeuven

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelThe Song of Hiawatha. Overgedicht in ‘t Vlaamsch.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelHet Pennoen
AuteurDe Mont, Pol; Eema, Gustaaf; Huevelmans, Florimond (red)
Datum1877-1880
PlaatsBrugge, Leuven, Brussel, Doornik
Uitgevervarieert

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Lauwers, Emiel

Correspondenten - personen

Gezelle, Guido
Lauwers, Emiel

Naam - persoon

Lauwers, Emiel
Rodenbach, Albrecht
Longfellow, Henry Wadsworth

Naam - plaats

Ingelmunster
Leuven

Plaats van verzending

Ingelmunster

Titel - ander werk

Het Pennoen

Titel - werk van Guido Gezelle

The Song of Hiawatha. Overgedicht in ‘t Vlaamsch.

Titel02/01/1879, Ingelmunster, Emiel Lauwers aan [Guido Gezelle]
EditeurKarel Platteau
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau, Lauwers Emiel aan Gezelle Guido, Ingelmunster (Ingelmunster), 02/01/1879. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderLauwers, Emiel
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum02/01/1879
VerzendingsplaatsIngelmunster (Ingelmunster)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager papiersoort: 3 zijden beschreven
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden Guido Gezelle verwerkt zijn antwoord in deze brief tussen de brieftekst van Lauwers: hij noteert er vertalingen van gevraagde woorden of verzen en schrijft een deel van zijn reactie in de marge van pagina 1 en 2
Toevoegingen op zijde 1 onder de datum: [Xx] Lauwers (onbekende hand)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5121
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.17423
Inhoud
IncipitIk wensche Ued, uit den grond van mijn
Samenvatting Hiawatha
Tekstsoortbrief
TalenNederlands; Engels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.