<Hit 955 of 2965

>

p1
Monsieur,

Satisfaisant à votre désir, voici les renseignements que je puis vous donner.

L’oiseau que Papa suppose être une Grue[1] est une espèce de canard qui passe la nuit en sifflant comme un chasseur appelle ses chiens toujours sur le même ton.

Il passe à cette saison ici accompagné de toute une bande de même espèce; il y en a un qui fait la pointe, on l’appelle le roi les autres forment un demi sercle autour de lui. Cet oiseau se nomme en patois de Mouscron

Cache min bourgeau[2]

Si vous aviez été chez-nous avant hier soir vous en auriez vu passer toute une bande vers dix heures.

Si vous aviez encore d’autres mots à connaître la signification vous pouvez toujours disposer de nous.

Recever entre temps, Monsieur, mes salutations respectueuses ainsi que de Papa de de Maman

Eugénie

p2

Annotations

[1] Kraanvogel.
[2] In 1883 werden twee volledige opeenvolgende nummers van Loquela gewijd aan de kraanvogel, waarin ook de Frans-Vlaamse benaming ‘cache-min-bourget' of ‘cache-min-bourgéauw’ werd vermeld. Vermoedelijk gebruikte Gezelle de informatie uit deze brief in het artikel van augustus. (Krane Kraneke Krake. In: Loquela: 3 (oestmaand 1883) 4, p.27).
Cache min bourgeoiseeuwige jager Onderstrepingen van Guido Gezelle met blauw potlood.In: Loquela: 3 (Oestmaandmaand 1883) 4, p. 27: “Die waalsche Cache-m.-b. is de weersplete van onzen wilden jager, den eeuwigen jager, den hellejager, Ie gros veneur, die zelve onzen ouden afgod Woen vervangen heeft.”piewitte Piewitte, de. ‘In de piewitte’ = name van eene herberge, tot Wynghene. Daar zijn veel herbergen die vogelnamen dragen: In den Arend, in de Zwane (...). Voor al die ooit de piewitte , bijzonderlijk ‘s nachts, hooren roepen hebben, en kander geen twijfel bestaan of heur name is een verminkte napoetsinge van heure tale (...). (Caesar Gezelle, pater Hyacinthus, Loquela, tot woordenboek verwerkt, Amsterdam, 1907, pp 390-391) Onderstrepingen van Guido Gezelle met blauw potlood.In: Loquela: 3 (Oestmaandmaand 1883) 4, p. 27: “Die waalsche Cache-m.-b. is de weersplete van onzen wilden jager, den eeuwigen jager, den hellejager, Ie gros veneur, die zelve onzen ouden afgod Woen vervangen heeft.” Piewitte, de. ‘In de piewitte’ = name van eene herberge, tot Wynghene. Daar zijn veel herbergen die vogelnamen dragen: In den Arend, in de Zwane (...). Voor al die ooit de piewitte , bijzonderlijk ‘s nachts, hooren roepen hebben, en kander geen twijfel bestaan of heur name is een verminkte napoetsinge van heure tale (...). (Caesar Gezelle, pater Hyacinthus, Loquela, tot woordenboek verwerkt, Amsterdam, 1907, pp 390-391)

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameEugénie
SexVrouwelijk
BioOnbekende vrouw uit Moeskroen die Guido Gezelle taalkundige informatie verschafte over de 'kraanvogel' voor Loquela.
Relation to Gezellecorrespondent

Sender

NameEugénie
SexVrouwelijk
BioOnbekende vrouw uit Moeskroen die Guido Gezelle taalkundige informatie verschafte over de 'kraanvogel' voor Loquela.
Relation to Gezellecorrespondent

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameMoeskroen

Name - person

Nameonbekend
NameEugénie
SexVrouwelijk
BioOnbekende vrouw uit Moeskroen die Guido Gezelle taalkundige informatie verschafte over de 'kraanvogel' voor Loquela.
Relation to Gezellecorrespondent

Name - place

NameMoeskroen

Index terms

Correspondents - persons

Gezelle, Guido
Eugénie

Name - person

onbekend
Eugénie

Name - place

Moeskroen

Place

Moeskroen

Recipient

Gezelle, Guido

Sender

Eugénie

Titlexx/[08?/1883], Moeskroen, Eugénie aan [Guido Gezelle]
EditorMiet Hubrechts; Rik Van Gorp; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2024
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingMiet Hubrechts; Rik Van Gorp; Universiteit Antwerpen, Eugénie aan Gezelle Guido, Moeskroen, xx/[08?/1883]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2024 Available from World Wide Web: link .
SenderEugénie
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sentxx/[08?/1883]
Place SentMoeskroen
AnnotationPlaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst; datum gereconstrueerd op basis van artikel Loquela; maand onzeker, brief is geschreven rond deze datum mogelijk vroeger; mogelijk gebruikte Gezelle de inhoud van deze brief voor zijn artikel; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens; brief is in zelfde handschrift als nr. 3322, G fiche 48.
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 210 mm x 134 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op blanco zijde 2 rechtsonder in de zijrand: taalkundige notities: Cache min bourgeois // eeuwige jager // piewitte (inkt en blauw potlood, verticaal, hand G.G.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive8052
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.14430
Content Description
IncipitSatisfaisant à votre désir, voici les rensei-
Summary kraanvogels: Krane Kraneke Krake. - In: Loquela. Jrg.3 (oestmaand 1883) 4, p.27)
Text Typebrief
LanguagesFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.