"Per Amica Silentia Lunae” Virg.[1]
Manesching!
Hoe deed het aan mijn herte en aan mijne oogen deugd
als wij, 't benauwlijk rij'en door scheeve, schuwe krochten
En donkere duikers,[2] eindelijk ontsnapt, gerochten
In 't breede veld, met vriendlijk manelicht verheugd -
Hoe deed het aan mijn herte en aan mijne oogen deugd
als wij, 't benauwlijk rij'en door scheeve, schuwe krochten
En donkere duikers,[2] eindelijk ontsnapt, gerochten
In 't breede veld, met vriendlijk manelicht verheugd -
nov: 27 oogst 1898
E.L.







