<Hit 1830 of 2965

>

p1
Eerwaarde Heer en Vriend,

Dank U voor de inlichtingen aangaande de Encyclopedia brittanica.

Nu heb ik nrs 12 en 1 van Loquela gelezen.[1] Als naar gewoonte schrijf ik hier het een en het ander erover:

Arbeiderije.[2] Kortwoonst (Coolscamp).

Rinkel.[3] De Hollanders heeten ‘t rondzwerven: Rinkelrooien.

Slabbe.[4] Te Coolscamp bestaan, nevens Slabbe-zelf, Slabbinge (de gekookte schellen) en Slabbekuipe, waarin de Slab-p2binge gegoten wordt.

Sluiter[5] = “Den Haak”, te Coolscamp.

Bafferen.[6] Daarbij behoort het substantief Baf, te Brugge gebruikelijk in de spreekwijze: den breeden Baf en den franken Baf.

Klikken.[7] t Is spijtig dat er niet wat meer uitleg bij dit woord gegeven wordt. Is dat nu klikken = hlikken = slikken, zooals in ‘t Hollandsch drankjes slikken, ofwel eenvoudiglijk Klikken = de klikke laten werken? = zwelgen.

Oprapen.[8] Dat heeten ze Brugge, bij de kalsijders: Blazen. Fransch souffler.

Schijtelen.[9] Is dat niet hetzelfde als Schuttelen en Scheutelen (evenwel nooit schotelen)? En is ‘t wel zeker schijtelen? Zou ‘t geen Schèeutt’len zijn?

Voeren.[10] Het substantief voer staat in de “Sproke der Karels van Ghent” (ca. 1375):[11]

wil ic dese voer (doenwijze) aensien nyet.”

Vriendelijk gegroet.
K. Deflou

N.B. En dat bladje Gotisch?

Annotations

[1] Loquela: 8 (Oostermaand 1889) 12 en Loquela: 9 (Meimaand, 1889) 1.
[2] Zantekoorn. In: Loquela: 8 (Oostermaand 1889) 12, p.89: ”ARBEIDERIJE, de = Doeninge waar een arbeider of koeiboer (De Bo) zijn brood op wint. — Ko Denys weunt de eerste arbeiderije, al de rechtere hand; naast Jan Versavels. Geh. Sint-Michiels, Zedelghem.”
[3] Zantekoorn. In: Loquela: 8 (Oostermaand 1889) 12, p.94: ”RINKEL, den. = Omgang, ronde, met een vreemd w. tour. — Hij is weerom op den rinkel, achter geld. Geh. Paschendaele.”
[4] Zantekoorn. In: Loquela: 8 (Oostermaand 1889) 12, p.94: ”SLABBE, de, meervoud slabben = Eerdappelschellen, schroo'n, die men b. v. aan de keuns geeft. — Die slabben zullen ons wel te passe komen. Geh. Thorhout.”
[5] Zantekoorn. In: Loquela: 8 (Oostermaand 1889) 12, p.94: ”SLAPER, den = Ontvanger, waarin twee of meer dakgoten of andere buizen hun water storten. — De blekslager heeft eenen nieuwen slaper in rekeninge gebrocht: de oude was heel versleten. Geh. Iseghem.”
[6] Zantekoorn. In: Loquela: 9 (Meimaand, 1889) 1, p.1.
[7] Zantekoorn. In: Loquela: 9 (Meimaand, 1889) 1, p.6: ”KLIKKEN, klikte, geklikt: = Meesteren, meesterije, geneesgoed gebruikend—- ”'k He'n al e maand of twee geklikt, en 't en betert niet.” Geh. Ghistel.”
[8] Zantekoorn. In: Loquela: 9 (Meimaand, 1889) 1, p.6: ”OPRAPEN, raapte op, opgeraapt. = (Diepten, leegten, van eenen steenweg b. v.) op hunne vereischte hoogde brengen. — Ze zijn bezig met de calcie op te rapen tusschen N. en N. Geh. Thorhout en ommelands.”
[9] Zantekoorn. In: Loquela: 9 (Meimaand, 1889) 1, p.7: ”SCHIJTELEN, schijtelde, geschijteld = Den

schijtel (De Bo) aandoen; alsof men zeide 't gareel, jugum, conjugare: inspannen. — 'k En kan mijnen man niet gewennen van mij zijne hure thuis te brengen, en daarmee zitte-n-'k al kwalijk geschijteld. Geh. Thorhout.”

[10] Zantekoorn. In: Loquela: 9 (Meimaand, 1889) 1, p.8: ”VOEREN, voerde, gevoerd. = Voere, voeren, met een vreemd w., manieren hebben, - voerig zijn. — Die twee kinders voeren wel op malkaar. Dat is: ze zijn eender voeren, eenvoerig, hunne voeren zijn gelijk. Geh. Wytsgaete, Ouckene. Het schuimw. maniere heeft, zonder nood of betamelijkheid, ons oud w. voere buitengesteken en vervangen. Het werkw. voeren en is aleventwel nog niet geheel verdwenen; 't een kind voert nog op 't ander, bij sommigen, 't Een kind manïert op 't ander, dat en hebbe ik nooit nievers gehoord. Breedvoerig, d. i, met breede voere, met breede voeren, staat nog altijd in de woordenboeken; en Huydecoper op Stoke verzekert dat men eertijds lichtvoerig zei, in stee van 't hedendaagsche lichtveerdig.”
[11] Waarschijnlijk gaat het hier om een verwijzing naar de tekst ”Vanden Kaerlen" uitgegeven door Eelco Verwijs in: Van vrouwen ende van minne, middelnederlandsche gedichten uit de xivde en xvde eeuw, Groningen, 1871, p. 69-77 (zie noot 1, p.71).

Register

Correspondents - persons

NameDeflou, Karel
Dates° Brugge, 09/07/1853 - ✝ Brugge, 27/06/1931
SexMannelijk
Occupationhistoricus; filoloog; letterkundige
BioKarel Deflou was de zoon van een antiquaar-prentenhandelaar in de Gruuthusestraat, naast de drukkerij waar Guido Gezelles ‘Jaer 30’ verscheen. Door het overlijden van zijn vader in 1866 kwam er een einde aan het antiquariaat en kon de jonge Karel niet verder studeren. Na zijn basisonderwijs werd hij bediende, en vervolgens beambte bij de provincie West-Vlaanderen. Hij bekwaamde zich op eigen houtje in de Germaanse en oude talen en legde zich toe op taalstudie en geschiedenis. Vooral de toponymie boeide hem. Hij was een schrijver en historicus met een grote werkkracht en een goed geheugen. De eerste bijdrage die van hem in druk kwam, behandelde de Brugse straatnamen. Vanaf 1879 begon hij de toponiemen te verzamelen, een decennialange bezigheid die in zijn monumentale woordenboek zou uitmonden. Vanaf 1887 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, en vanaf 1926 ook van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie. Verder was hij ook bestuurslid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge sinds 1911, en was hij de eerste bibliothecaris van het Willemsfonds te Brugge. Zijn meesterwerk is het 'Woordenboek der Toponymie in Westelijk Vlaanderen', dat in 18 delen verscheen tussen 1914 en 1938. Nog vooraleer het af was, werd hem hiervoor in 1928 een grootse hulde gebracht en verkreeg hij een eredoctoraat van de KUL. Aanvankelijk sloot Deflou aan bij de kring rond Julius Sabbe. Dankzij de taalkundige belangstelling hebben Deflou en Gezelle elkaar pas echt gevonden in de Loquela-periode. De Flou was in 1882 getrouwd met Eulalie Sylvie Verbrugghe, die ooit nog een buurmeisje van Gezelle was geweest aan de Lange Rei/Potterierei.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameDeflou, Karel
Dates° Brugge, 09/07/1853 - ✝ Brugge, 27/06/1931
SexMannelijk
Occupationhistoricus; filoloog; letterkundige
BioKarel Deflou was de zoon van een antiquaar-prentenhandelaar in de Gruuthusestraat, naast de drukkerij waar Guido Gezelles ‘Jaer 30’ verscheen. Door het overlijden van zijn vader in 1866 kwam er een einde aan het antiquariaat en kon de jonge Karel niet verder studeren. Na zijn basisonderwijs werd hij bediende, en vervolgens beambte bij de provincie West-Vlaanderen. Hij bekwaamde zich op eigen houtje in de Germaanse en oude talen en legde zich toe op taalstudie en geschiedenis. Vooral de toponymie boeide hem. Hij was een schrijver en historicus met een grote werkkracht en een goed geheugen. De eerste bijdrage die van hem in druk kwam, behandelde de Brugse straatnamen. Vanaf 1879 begon hij de toponiemen te verzamelen, een decennialange bezigheid die in zijn monumentale woordenboek zou uitmonden. Vanaf 1887 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, en vanaf 1926 ook van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie. Verder was hij ook bestuurslid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge sinds 1911, en was hij de eerste bibliothecaris van het Willemsfonds te Brugge. Zijn meesterwerk is het 'Woordenboek der Toponymie in Westelijk Vlaanderen', dat in 18 delen verscheen tussen 1914 en 1938. Nog vooraleer het af was, werd hem hiervoor in 1928 een grootse hulde gebracht en verkreeg hij een eredoctoraat van de KUL. Aanvankelijk sloot Deflou aan bij de kring rond Julius Sabbe. Dankzij de taalkundige belangstelling hebben Deflou en Gezelle elkaar pas echt gevonden in de Loquela-periode. De Flou was in 1882 getrouwd met Eulalie Sylvie Verbrugghe, die ooit nog een buurmeisje van Gezelle was geweest aan de Lange Rei/Potterierei.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameDeflou, Karel
Dates° Brugge, 09/07/1853 - ✝ Brugge, 27/06/1931
SexMannelijk
Occupationhistoricus; filoloog; letterkundige
BioKarel Deflou was de zoon van een antiquaar-prentenhandelaar in de Gruuthusestraat, naast de drukkerij waar Guido Gezelles ‘Jaer 30’ verscheen. Door het overlijden van zijn vader in 1866 kwam er een einde aan het antiquariaat en kon de jonge Karel niet verder studeren. Na zijn basisonderwijs werd hij bediende, en vervolgens beambte bij de provincie West-Vlaanderen. Hij bekwaamde zich op eigen houtje in de Germaanse en oude talen en legde zich toe op taalstudie en geschiedenis. Vooral de toponymie boeide hem. Hij was een schrijver en historicus met een grote werkkracht en een goed geheugen. De eerste bijdrage die van hem in druk kwam, behandelde de Brugse straatnamen. Vanaf 1879 begon hij de toponiemen te verzamelen, een decennialange bezigheid die in zijn monumentale woordenboek zou uitmonden. Vanaf 1887 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, en vanaf 1926 ook van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie. Verder was hij ook bestuurslid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge sinds 1911, en was hij de eerste bibliothecaris van het Willemsfonds te Brugge. Zijn meesterwerk is het 'Woordenboek der Toponymie in Westelijk Vlaanderen', dat in 18 delen verscheen tussen 1914 en 1938. Nog vooraleer het af was, werd hem hiervoor in 1928 een grootse hulde gebracht en verkreeg hij een eredoctoraat van de KUL. Aanvankelijk sloot Deflou aan bij de kring rond Julius Sabbe. Dankzij de taalkundige belangstelling hebben Deflou en Gezelle elkaar pas echt gevonden in de Loquela-periode. De Flou was in 1882 getrouwd met Eulalie Sylvie Verbrugghe, die ooit nog een buurmeisje van Gezelle was geweest aan de Lange Rei/Potterierei.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameKoolskamp
SettlementArdooie

Title - work by Guido Gezelle

TitleLoquela
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleEncyclopædia Britannica
Date1768-2012
PlaceEdinburgh; London
PublisherBell, Macfarquhar [e.a.]

Index terms

Correspondents - persons

Deflou, Karel
Gezelle, Guido

Name - person

Deflou, Karel

Name - place

Brugge
Koolskamp

Place

Brugge

Recipient

Gezelle, Guido

Sender

Deflou, Karel

Title - other work

Encyclopædia Britannica

Title - work by Guido Gezelle

Loquela

Title30/10/1889, Brugge, Karel Deflou aan [Guido Gezelle]
EditorJohan Van Eenoo
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingJohan Van Eenoo, Deflou Karel aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 30/10/1889. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
SenderDeflou, Karel
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent30/10/1889
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 209 mm x 134 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive6218
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12561
Content Description
IncipitDank U voor de inlichtingen aangaan-
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.