<Hit 878 of 2965

>

p1+
Ami,

Je vous remercie de votre bonne et affectueuse lettre.[1] Pas n’était besoin de me dire que vous ferez une bonne traduction;[2] vous possédez à fond l’anglais et vous connaissez le génie de la langue, j’estime que nul mieux que vous, – cela soit dit sans flatterie, – ne pourrait s’acquitter de la tâche, assumée à ma demande.

Nous pourrons faire un bon travail. J’ai receuilli, pour ma part, bon nombre de notes, et de documents, qui complèteront l’oeuvre de Jacques Long. Pas plus tard que cette semaine, je recevais de Nieuport, par l’entreprise de M. le Vicaire Van Eecke, la copie (8 pp. petit in folio)[3] de la requête adressée à Joseph II par le Magistrat de Nieuport, pour la conservation de la Chartreuse de cette ville. C’est un plaidoyer en règle, et un document magnifique.

J’ai à ma disposition les deux éditions du Monasticon Anglicanum, qui renferme des documents importants sur Shene. Enfin, je butine ça-et-là, et les trouvailles faites et à faire donneront, je l’espère, de l’intérêt à notre publication, déjà si intéressante par elle-même. Je ne parviens pas à mettre la main sur les archives du monastère; si mes renseignements sont exacts, elles ont été brûlées, il y a quelques années, par un fermier inintelligent, qui les avait en dépôt. Je suis à la recherche de Tyburn.[4]

Votre projet de publication du texte anglais est chose excellente en soi, mais plusieurs obstacles s’opposent à la réalisation de ce projet.[5]

1) La Société d’Emulation, qui publiera notre travail,p2n’accepterait certainement pas ce texte dans ses Annales, cela sortant complètement de ses habitudes.

2) Le Révérend Père Morris, tout en m’accordant l’autorisation de publier une traduction française, s’est réservé le droit d’éditer, dans un avenir plus ou moins rapproché, le manuscrit intégral de Long. Cette condition, que j’ai acceptée, nous empêche de publier le texte original.

3) Que faire, dans le cas de publication du texte, de la préface et des notes, écrites en français? Les traduire aussi? Mais cela ferait deux travaux au lieu d’un.

Tenons-nous donc au français. Cela ne doit vous empêcher nullement de donner, au bas des pages, quand vous le jugerez à propos, des citations plus ou moins longues du travail de Long.

Nous causerons de tout cela, à tête reposée, lors de notre première entrevue.

Tout à vous de coeur
Ernest Rembry

Annotations

[2] Ernest Rembry wilde delen van het manuscript Notitia Carthusianorum Anglorum (1743) van Dom James Long, dat werd bewaard in het Engelse Klooster te Brugge, laten vertalen voor publicatie in de Annales de la Société d’Émulation. Bij de opheffing van het klooster Sheen Anglorum hadden de Kartuizers hun boeken en handschriften in het Engelse Klooster in depot achtergelaten. De priorin, Mother Mary Augustine More (een directe afstammeling van Thomas More), verleende onderdak aan prior Dom Williams (de laatste prior van Sheen), die daar samen met twee andere broeders verbleef van juni tot november 1793. Hoewel Sheen Anglorum niet meer bestaat, worden het zegel en de archiefstukken bewaard in St. Hugh's Charterhouse te Parkminster. In 1960, na onderhandelingen met de algemene overste van de Kartuizers, werden de bewaarde boeken en documenten, die eerder in het klooster te Brugge waren, teruggegeven aan de Kartuizers. Het handschrift van Long bevindt zich sindsdien in de bibliotheek van de Kartuizers te Parkminster. De Engelse zusters in Brugge bezitten enkel nog een fotokopie. Het manuscript bevat twee teksten: de eerste vertelt het leven van de heilige Bruno, de stichter van de Kartuizers, terwijl de tweede de geschiedenis van de Engelse Kartuizers behandelt, met inbegrip van de geschiedenis van het klooster Shene-Nieuwpoort. Rembry schakelde Guido Gezelle in voor de vertaling. Hoewel Gezelle een deel van het manuscript vertaalde, werd zijn vertaling nooit voltooid of gepubliceerd. Rembry vond uiteindelijk een andere vertaler en publiceerde de Franse vertaling onder de naam van A.C. De Schrevel, hoewel de daadwerkelijke vertaling vermoedelijk door L.H. werd gedaan. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.212-213).
[3] Acht pagina’s op klein formaat, in folio-vorm gevouwen.
[4] In zijn brief aan E. Rembry, Kortijk, 12?/11/1882 vroeg Guido Gezelle aan Ernest Rembry naar een boek dat de bisschop in zijn bezit had over de martelaren van Tyburn: ”Zyne Hoogw. J.J. Fraict moet onder zyne boeken een oud engelsch werk hebben over de martelaars van Tyburn; wy plachten het over tafel te lezen in ‘t engelsch Seminarie, Mgr Boone heeft het zeker ook wel; ik heb den titel vergeten maar daar staat een hoop dingen in die sommige itemkes van uwen chartreux zouden kunnen klaarte by zetten. ‘t is een verbonden boek niet grooter, niet dikker als uwen Sint Gilus.”

De martelaren van Tyburn zijn de katholieken die tussen de 16de en 17de eeuw in Engeland, voornamelijk in Tyburn (nu een deel van Londen), geëxecuteerd werden wegens hun geloof. Ze werden vaak beschuldigd van hoogverraad omdat ze trouw bleven aan de paus en de katholieke eredienst, tijdens de protestantse vervolgingen onder o.a. Hendrik VIII, Elizabeth I en hun opvolgers. Velen onder hen zijn later zalig- of heiligverklaard.

[5] In zijn brief aan E. Rembry, Kortijk, 12?/11/1882 stelde Guido Gezelle voor om bij de vertaling ook de Engelse tekst uit te geven: ”Mag ik u weederom voorenstellen den engelschen text ook uit te geven en al de engelsche namen. Ik weet lieden in Engeland die daar hoogen prys zou’n aan hechten en ‘t werk zou in de engelsche gazeten kunnen besproken worden nu bezonderlyk dat er vele in die tydschriften.”

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Sender

NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameDe Schrevel, Arthur C.
Dates° Wervik, 05/01/1850 - ✝ Brugge, 18/04/1934
SexMannelijk
Occupationpriester; professor; vicaris-generaal; secretaris; geestelijk bestuurder; auteur
BioArthur De Schrevel, zoon van Ivon De Schrevel, geneesheer, en Melanie Liebaert, studeerde aan het bisschoppelijk college te Ieper en van september 1872 tot 1876 theologie aan de katholieke universiteit te Leuven. Hij ontving zijn priesterwijding op 07/06/1873. Hij werd professor (10/09/1877) en directeur (18/08/1880) van het grootseminarie te Brugge. De Schrevel werd erekanunnik van de Brugse kathedraal (26/07/1889) en secretaris van bisschop Waffelaert (10/06/1894). Hij werd geestelijk directeur van de dienstmaagden van de Zaligmaker te Brugge (12/03/1897), aartspriester (26/04/1905) en vicaris-generaal van het bisdom Brugge (12/12/1911). Hij nam ontslag in maart 1931 en bleef in Brugge wonen. Hij werd (bestuurs)lid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge in 1882 en voorzitter in 1919. De Schrevel publiceerde als historicus werken over de zestiende eeuw.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NameLong, James
Dates° Londen, - ✝ 07/01/1759
SexMannelijk
Occupationpater; karthuizer; coadjutor; auteur
ResidenceEngeland
BioDom James Long werd geboren te Londen. Hij trad op 13 december 1716 toe tot de Kartuizerorde en legde zijn geloften af in het Engelse Kartuizerklooster te Nieuwpoort. Op 28 december 1717 werd hij tot subdiaken gewijd, gevolgd door zijn wijding tot diaken op 24 september 1718. Vanwege conflicten met de monniken van het klooster werd hij op 6 oktober 1753 uit de kloostergemeenschap ontslagen. Hij verliet Nieuwpoort en werd in 1754 benoemd tot coadjutor van het Kartuizerklooster te Brussel. Hij overleed op 7 januari 1759. Hij is de auteur van het manuscript Notitia Carthusianorum Anglorum (1743), dat bewaard werd in het Engelse Klooster te Brugge. Het manuscript bevat twee teksten: de eerste vertelt het leven van de heilige Bruno, de stichter van de Kartuizers, terwijl de tweede de geschiedenis van de Engelse Kartuizers behandelt, met inbegrip van de geschiedenis van het klooster Shene-Nieuwpoort. Ernest Rembry sprak Guido Gezelle aan om delen van het manuscript in Frans te vertalen voor publicatie in de Annales de la Société d’Émulation. Hoewel Gezelle enkele delen van het manuscript vertaalde, bleef zijn Franse vertaling onvoltooid. Rembry vond uiteindelijk een andere vertaler en publiceerde de vertaling onder de naam van A.C. De Schrevel, hoewel de daadwerkelijke Franse vertaling vermoedelijk door L.H. werd gedaan.
Relation to Gezellevertaler van werk
SourcesC. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.212-213
NameMorris, John
Dates° Ootacamund, 04/07/1826 - ✝ Roehampton, 22/10/1893
SexMannelijk
Occupationpriester; kanunnik; vice-rector; rector; jezuïet; auteur
ResidenceIndia; Engeland; Italië; Malta
BioLewis Morris werd geboren in Ootacamund, Madres, India op 4 juli 1826. Hij werd tot priester gewijd in 1849, nadat hij zich in 1846 tot het katholicisme had bekeerd. Aanvankelijk werkte hij als seculier priester in het bisdom Northampton en werd er kanunnik, daarna als vice-rector van het 'English College' in Rome. Van 1857 tot zijn dood in 1865 was hij privé-secretaris van kardinaal Wiseman en zijn opvolger kardinaal Manning. In 1867 trad hij in bij de jezuïeten, waar hij zijn noviciaat in België voltooide. Hij bracht een jaar in Malta door als rector van het nieuwe jezuïetencollege. Hij werd professor kanoniek recht en kerkgeschiedenis in St. Beuno's College bij St. Asaph en sinds 1879 rector en novicenmeester in Roehampton. Hij was de auteur van diverse werken waaronder The life of St Thomas of Canterbury. Hij werd ook postulant voor de zaligverklaring van de Engelse martelaren. Morris stierf op 22 oktober 1893, terwijl hij aan het preken was in Roehampton. Vermoedelijk werd zijn interesse voor hen die omwille van hun geloof werden vervolgd, en in het bijzonder voor de Engelse martelaren, de drijfveer om het manuscript Notitia Carthusianorum Anglorum (1743) van Long te vertalen. Dit manuscript, dat bewaard werd in het Engelse Klooster te Brugge, behandelt de geschiedenis van de Engelse Kartuizers, waaronder die van het klooster Shene-Nieuwpoort. Delen van dit manuscript werden later door Guido Gezelle vertaald.
SourcesC. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.213; J.H. Pollen, Life and Letters of Father John Morris. London: Burns en Oates, 1896; Thomas Humphry Ward, Men of the time: a dictionary of contemporaries, containing biographical notices of eminent characters of both sexes. London: G. Routledge and Sons, 1887, p.748
NameVan Eecke, Lodewijk; Van Eecke, Ludovicus Gustavus
Dates° Nieuwkerke, 04/04/1835 - ✝ Vlissegem, 23/03/1918
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderdirecteur; onderpastoor; pastoor
BioLodewijk Van Eecke werd geboren op 4 april 1835 in Nieuwkerke als zoon van Eugenius Van Eecke, gemeentesecretaris, en Joanna-Theresia Zyde. Hij werd op 9 juli 1862 te Brugge tot priester gewijd door bisschop Delebecque, die toen waarnam voor de zieke bisschop Malou. Zijn priesterloopbaan begon op 15 januari 1863 als leraar aan de school voor doofstommen te Brugge. Op 22 juni 1864 werd hij benoemd tot onderpastoor in Dranouter aan de Sint-Janskerk. In 1869 keerde hij terug naar Brugge als onderdirecteur van dezelfde dovenschool. Daarna volgden pastorale opdrachten in Nieuwpoort, waar hij vanaf 4 december 1872 onderpastoor was aan de O.L.Vrouwekerk, en in Vlissegem, waar hij op 11 juli 1888 tot pastoor werd benoemd. Hij overleed daar op 23 maart 1918.
Links[odis]
NameJozef II
Dates° Wenen, 13/03/1741 - ✝ Wenen, 20/02/1790
SexMannelijk
Occupationkeizer
ResidenceOostenrijk
BioJozef II werd geboren op 13 maart 1741 in Wenen als oudste zoon van keizerin Maria Theresia en keizer Frans I Stefan. Na de dood van zijn vader in 1765 werd hij keizer van het Heilige Roomse Rijk en trad hij op als mederegent van zijn moeder in de Habsburgse erflanden. Na haar overlijden in 1780 bestuurde hij zelfstandig. Hij stond bekend als een hervormingsgezinde vorst die in de geest van het Verlicht Absolutisme talrijke maatregelen invoerde, onder meer op vlak van godsdienstvrijheid, rechtspraak en bestuur. Zijn centraliserende en kerkbeperkende politiek riep echter hevig verzet op, vooral in de Zuidelijke Nederlanden. Jozef overleed op 20 februari 1790 in Wenen, teleurgesteld over het beperkte succes van zijn hervormingsbeleid.
Links[wikipedia]

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameNieuwpoort
SettlementNieuwpoort

Name - institute

NameGenootschap voor Geschiedenis te Brugge (Société d'émulation)
DescriptionHet genootschap voor geschiedenis werd opgericht in 1839 met het oog op het uitvoeren en valoriseren van historisch onderzoek in de provincie West-Vlaanderen en het oude graafschap Vlaanderen. Hoewel Gezelle niet persoonlijk betrokken was bij het genootschap had hij veel contact met prominente leden als Charles Carton, Joseph-Olivier Andries, Hendrik Rommel.
Dating1839
Links[odis], [wikipedia]
NameChartreuse Jésus de Bethléem de Nieuport of Sheen Anglorum
DescriptionDe kartuizerij Sheen Anglorum was een Engels klooster in ballingschap dat na de Reformatie zijn toevlucht zocht op het Europese vasteland. De gemeenschap vond uiteindelijk in 1626 onderdak in Nieuwpoort, waar zij de kartuizerij Jésus-de-Bethléem oprichtte. Gedurende ruim anderhalve eeuw leefden de monniken er volgens de strenge regels van de kartuizerorde, in afzondering en gebed. De kloostergemeenschap hield stand tot 1783, toen het klooster werd opgeheven tijdens de hervormingen van keizer Jozef II.
Dating1626-1783
Links[wikipedia]

Title - other work

TitleAnnales de la Société d'Emulation pour l'Etude de l'Histoire et des Antiquités de la Flandre (periodical)
Date1839-
PlaceBrugge
PublisherGenootschap voor Geschiedenis te Brugge (Société d'émulation)
TitleNotitia Carthusianorum Anglorum (handschrift)
AuthorLong, James
Date1743
PlaceNieuwpoort
TitleMonasticon Anglicanum, sive Pandectae coenobiorum Benedictinorum Cluniacensium Cisterciensium Carthusianorum a primordiis ad eorum usque dissolutionem ex MSS. Codd. ad monasteria olim pertinentibus (...) 2 dln.
AuthorDugdale, William; Dodsworth, Roger ; Stevens,John
Date1661-1682
PlaceLonden
PublisherChristopher Wilkinson, Thomas Dring & Charles Harper

Title16/11/1882, Brugge, Ernest Rembry aan [Guido Gezelle]
EditorRik Van Gorp; Els Depuydt; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingRik Van Gorp; Els Depuydt; Universiteit Antwerpen, Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 16/11/1882. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderRembry, Ernest
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent16/11/1882
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.56-57
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 206 mm x 135 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5297
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11601
Content Description
IncipitJe vous remercie de votre bonne et affectueuse
Summary vertaling ter publicatie in 'Annales de la Société d'Emulation 'van delen uit het manuscript van Dom James Long, 'Notitia Carthusianorum Anglorum' (1743), dat bewaard werd in het Engelse Klooster te Brugge
Text Typebrief
LanguagesFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.