<Hit 1534 of 2965

>

p1
Eerw. Heer en Vriend,

Nu dat onze feeste[1] wel gelukt is, dat wy veel en schoon en geleerd volk, tot Poperinghe, gezien hebben, zullen wy ons met iever aan ‘t werk stellen om onze rekening te vereffenen en eene gedachtenis over te laten van deze deugddoende Vlaamsche Vergadering.

Er is kwestie van betalen, maar men moeten eerst weten van geld; welnu zoudet gy dien braven heer (ik weet niet wie), die uw geld bewaard heeft, niet willen verzoeken het naar Poperinghe te sturen? Of zal hy het liever naar Blanchaert zenden en den kwytbrief by ons? p2Mr Hugo Verriest had honderd frank zegdet gy, maar hy gebaart van niets. Moeten wy het hem vragen of zult gy ‘t hem vermanen? In alle geval, wy voorzien dat wy het zullen noodig hebben; niet dat wy verre buiten onze schatting zouden zyn, maar Blanchaert komt met eene bylage voor den dag van 400 franken. Wat zegt gy daarvan?

— De tweede zake waarmede wy ons seffens zullen bezig houden is van de verschillige aanspraken en redevoeringen in één bundel te doen drukken. Al dat gelezen is geweest, is in onze handen; wy kunnen van nu beginnen, maar wy zouden geern daarby of daarvooren nog één woordetje uitleg voegen. Kunt gy p3ons niet een “Voorwoord” zenden om aan ‘t hoofd te staan?[2]

Ons gedacht en onze begeerte is van het hier te laten drukken; maar kunt gy my niet (omtrent) den prys van honderd exemplaren uitsteken; ik ben geheel onbevoegd in kwestie van drukken en ik en zou niet geern bedrogen zyn. Op al die dingen durf ik u een korte antwoorde verzoeken en geloof my, beste Vriend,

uwe bereidwillige Dienaar
L Vander Heyde

Annotations

[1] Op 28 september 1887 werd het praalgraf van L.L. De Bo te Poperinge feestelijk ingehuldigd. Het Davidsfonds van Poperinge was de initiatiefnemer voor de oprichting van het monument.
[2] De brochure bevat geen formeel voorwoord. Het is niet duidelijk in hoeverre Gezelle effectief betrokken was bij het schrijven of redigeren van de tekst. De taal voelt in elk geval wel Gezelliaans aan en er wordt gebruik gemaakt van de teksten die Gezelle schreef om inschrijvers te werven voor het gedenkteken.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameVander Heyde, Louis
Dates° Alveringem, 08/04/1841 - ✝ Poperinge, 29/04/1913
SexMannelijk
Occupationarts
BioLouis Vander Heyde (of Vanderheyde) werd op 8 april 1841 geboren te Alveringem als zoon van brouwer Petrus Carolus Ludovicus Vanderheyde en Amelia Rosalia Demolder. Hij studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare van 1856 tot 1861 en was er lid van Gezelles Confraternity. In 1868 kwam Louis als geneesheer naar Poperinge. Op 3 april 1869 huwde hij in Oudenburg met Maria Labrique (1849-1926), met wie hij 8 kinderen kreeg, van wie er twee jong stierven. Van 1879 tot 1907 was hij voorzitter van het Davidsfonds. In die functie was hij samen met Guido Gezelle initiatiefnemer voor de oprichting van een gedenkteken in neogotische stijl voor Leonard Lodewijk De Bo (1826-1885) en voor de feestelijke inwijding ervan op 28 september 1887. Sinds 1880 was hij tevens voorzitter van de Katholieke Kring van Poperinge. Hij stierf op 29 april 1913 en werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Poperinge in een familiegraf waar zijn echtgenote en drie van zijn kinderen (Clemence, Elvire en Achille, priester van het bisdom Brugge) hun laatste rustplaats vonden. De Poperinghenaar van 4 mei 1913 vermeldt de strijd voor ‘onzer miskende moedertaal’, de principiële houding ‘Katholiek in alles, boven alles,’ naast de inzet voor de ware belangen van het volk van deze geëerde dokter."
Relation to Gezelledokter; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; Davidsfonds Poperinge
Sources https://historischekranten.be/issue/DPO/1913-05-04/edition/null/page/2?query=heyde&period=1913&sort=issuedate%20ascending; https://nl.geneanet.org; https://bel-memorial.org/books/gezondheidszorg_in_de_onbezette_Westhoek.pdf; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4

Sender

NameVander Heyde, Louis
Dates° Alveringem, 08/04/1841 - ✝ Poperinge, 29/04/1913
SexMannelijk
Occupationarts
BioLouis Vander Heyde (of Vanderheyde) werd op 8 april 1841 geboren te Alveringem als zoon van brouwer Petrus Carolus Ludovicus Vanderheyde en Amelia Rosalia Demolder. Hij studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare van 1856 tot 1861 en was er lid van Gezelles Confraternity. In 1868 kwam Louis als geneesheer naar Poperinge. Op 3 april 1869 huwde hij in Oudenburg met Maria Labrique (1849-1926), met wie hij 8 kinderen kreeg, van wie er twee jong stierven. Van 1879 tot 1907 was hij voorzitter van het Davidsfonds. In die functie was hij samen met Guido Gezelle initiatiefnemer voor de oprichting van een gedenkteken in neogotische stijl voor Leonard Lodewijk De Bo (1826-1885) en voor de feestelijke inwijding ervan op 28 september 1887. Sinds 1880 was hij tevens voorzitter van de Katholieke Kring van Poperinge. Hij stierf op 29 april 1913 en werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Poperinge in een familiegraf waar zijn echtgenote en drie van zijn kinderen (Clemence, Elvire en Achille, priester van het bisdom Brugge) hun laatste rustplaats vonden. De Poperinghenaar van 4 mei 1913 vermeldt de strijd voor ‘onzer miskende moedertaal’, de principiële houding ‘Katholiek in alles, boven alles,’ naast de inzet voor de ware belangen van het volk van deze geëerde dokter."
Relation to Gezelledokter; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; Davidsfonds Poperinge
Sources https://historischekranten.be/issue/DPO/1913-05-04/edition/null/page/2?query=heyde&period=1913&sort=issuedate%20ascending; https://nl.geneanet.org; https://bel-memorial.org/books/gezondheidszorg_in_de_onbezette_Westhoek.pdf; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NamePoperinge
SettlementPoperinge

Name - person

NameDe Bo, Leonard Lodewijk; Leenaert
Dates° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
SexMannelijk
Occupationhulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/07/1873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameVander Heyde, Louis
Dates° Alveringem, 08/04/1841 - ✝ Poperinge, 29/04/1913
SexMannelijk
Occupationarts
BioLouis Vander Heyde (of Vanderheyde) werd op 8 april 1841 geboren te Alveringem als zoon van brouwer Petrus Carolus Ludovicus Vanderheyde en Amelia Rosalia Demolder. Hij studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare van 1856 tot 1861 en was er lid van Gezelles Confraternity. In 1868 kwam Louis als geneesheer naar Poperinge. Op 3 april 1869 huwde hij in Oudenburg met Maria Labrique (1849-1926), met wie hij 8 kinderen kreeg, van wie er twee jong stierven. Van 1879 tot 1907 was hij voorzitter van het Davidsfonds. In die functie was hij samen met Guido Gezelle initiatiefnemer voor de oprichting van een gedenkteken in neogotische stijl voor Leonard Lodewijk De Bo (1826-1885) en voor de feestelijke inwijding ervan op 28 september 1887. Sinds 1880 was hij tevens voorzitter van de Katholieke Kring van Poperinge. Hij stierf op 29 april 1913 en werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Poperinge in een familiegraf waar zijn echtgenote en drie van zijn kinderen (Clemence, Elvire en Achille, priester van het bisdom Brugge) hun laatste rustplaats vonden. De Poperinghenaar van 4 mei 1913 vermeldt de strijd voor ‘onzer miskende moedertaal’, de principiële houding ‘Katholiek in alles, boven alles,’ naast de inzet voor de ware belangen van het volk van deze geëerde dokter."
Relation to Gezelledokter; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; Davidsfonds Poperinge
Sources https://historischekranten.be/issue/DPO/1913-05-04/edition/null/page/2?query=heyde&period=1913&sort=issuedate%20ascending; https://nl.geneanet.org; https://bel-memorial.org/books/gezondheidszorg_in_de_onbezette_Westhoek.pdf; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4
NameVerriest, Hugo
Dates° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
SexMannelijk
Occupationpriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameBlanchaert, Leopold
Dates° Melle, 04/03/1832 - ✝ Maaltebrugge, 23/03/1913
SexMannelijk
Occupationbeeldhouwer
BioLeopold Blanchaert was de zoon van schrijnwerker Leo Blanchaert. Hij werkte vaak samen met zijn broer kunstschrijnwerker Leonard Blanchaert en schoonbroer kerk- en decoratieschilder Adriaan Hubert Bressers. Als Bressers-Blanchaert voerden ze vele neogotische opdrachten uit voor architect-ontwerper Jean Bethune. Leopold startte als beeldhouwer te Heusden en vestigde zijn atelier later in de Putkapelstraat in Maaltebrugge (Sint-Denijs-Westrem). Hij was gespecialiseerd in heiligenbeelden en figuratieve reliëfs zoals retabels en kruiswegen. Hij voerde die uit in hout of steen. In 1887 kapte hij op vraag van Jan Bethune het praalgraf van L.L. De Bo. Hij was lid van de Gilde van Sint-Thomas en Sint-Lucas en stierf op 23 maart 1913.
Links[odis]

Name - place

NamePoperinge
SettlementPoperinge

Name - institute

NameDavidsfonds Poperinge
DescriptionDe Davidsfondsafdeling van Poperinge werd gesticht op 11 april 1879 met een voorlopig bestuur, en op 8 juni 1879 feestelijk ingehuldigd met een lezing van Guido Gezelle. De officiële bestuursverkiezing werd enkele keren uitgesteld en vond uiteindelijk plaats op 27 juli 1879. Dokter Louis Vander Heyde, die Gezelle kende van het Kleinseminarie Roeselare, was er voorzitter. Op 11 december 1881 sprak Gezelle er een tweede keer over de herkomst van de persoonsnamen van de leden. Na de dood van deken L.L. De Bo, besliste men op 12 november 1885 om een gedenkteken op te richten. Gezelle zette zich in om fondsen te werven en om architect J.B. Bethune aan te spreken voor het ontwerp. Hij sprak ook bij de inhuldiging op 28 september 1887 en werkte mee aan de gelegenheidspublicatie.
Dating1879-heden

Title - other work

TitleTer geheugenisse van het plechtig wijden van zaliger Deken De Bo's grafteeken tot Poperinghe op den 28 september 't jaer O.H. 1887
Date1887
PlaceGent
PublisherLeliaert- Siffer

Title01/10/1887, Poperinge, Louis Vander Heyde aan [Guido Gezelle]
EditorKoen Calis; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2025
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Vander Heyde Louis aan Gezelle Guido, Poperinge (Poperinge), 01/10/1887. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
SenderVander Heyde, Louis
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent01/10/1887
Place SentPoperinge (Poperinge)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 177 mm x 113 mm
papier, wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out watermerk: [An]tique (schild met dierenmotief en kroon)
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5896
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.10964
Content Description
IncipitNu dat onze feeste wel gelukt is,
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.