<Hit 2371 of 2965

>

p1

Pol de Mont heeft Prof. Dr Verriest eindelik goed nieuws mee te delen.[1] Naar alle schijn zal mijn zeer uitvoerige over G.G.[2] eerlang in een Hollandsch tijdschrift, en wel in 't beste en meest gezaghebbende van alle, in De Gids zelf, het licht zien. Ik wacht de definitieve belofte vóór einde van deze maand. Het zal mij waarlik groot, zeer

Antwerpen, Ommeganckstraat, 39.

p2

plezier doen! Dat ik, onlangs, bij de studenten te Utrecht[3] over G. G. een voordracht gaf, is u bekend, niet waar? Maar hoe dom dat ik niet eens bij Vlaamsche studenten zo'n voordracht kan houden! Ik zal in elk geval eens proberen het te Gent te doen in 't Zal wel gaan. En hoe is ’t met de besproken Bloemlezing?[4] De heer Alfr. van Neste, uitstekend tekenaar, is bereid er enige illustraties voor te maken. Alleen - van Neste is arm, en zou niet gaarne geheel voor niet werken. Is Ring om ’t ronde Jaar[5] al verschenen? Ik zal er in De Vl. S. over spreken.

Rodenbach's laatste gedicht[6] gewordt u geheel onbeschadigd eerlang terug.

Met de meeste achting
Pol de Mont

Annotations

[2] De studie waar Pol De Mont hier naar verwijst, wordt uiteindelijk in jaargang 61 (1897) van De Gids gepubliceerd: Pol De Mont, Guido Gezelle. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.191-227. Zie ook de brief van Pol De Mont aan Guido Gezelle van 08/04/1896 en de brief van Pol De Mont aan Gustaaf Verriest van 14/11/1896.

Eerst zond De Mont zijn werk naar De Gids, dan naar het Tweemaandelijksch Tijdschrift en vervolgens naar Nederland. De redacteur van De Gids weigerde zijn stuk op te nemen, omdat hij het “weinig meer dan een bloemlezing” vond. Het werk ging dan begin oktober 1896 naar het Tweemaandelijksch Tijdschrift, waar de redactie het terugstuurde met als reden dat De Monts stuk “niet dermate doeltreffend” zou zijn om het op te nemen. Vervolgens ging De Mont langs bij Van Loghem, van het tijdschrift Nederland, maar ook daar werd hij afgewezen omwille van de gedichten in de volkstaal. Desalniettemin gaf De Mont niet op en uiteindelijk zou zijn werk over Gezelle dan toch gepubliceerd worden in de jaargang van 1897 van De Gids: Pol De Mont, Guido Gezelle. In: De Gids: 61 (1897) 8, p.191-227. (Zie: George Meir, Pol de Mont en Guido Gezelle. In: De Nieuwe Gids: 47 (1932), p.242-243).

[3] Op 19/11/1896 gaf Pol De Mont een voordracht over Gezelle voor de studenten van studentenvereniging Pante Noèta.
[4] Zie de brief van Gustaaf Verriest aan Guido Gezelle van 20/11/1896, waar er verwezen wordt naar een “Eereboek”, een geplande bloemlezing.
[5] De gedichten in Rijmsnoer om en om het jaar staan geordend volgens de maanden van het jaar.
[6] De Mont verwijst naar het handschrift van het gedicht ’Macte Animo’. Die laatste verzen van Rodenbach die in het bezit waren van Gustaaf Verriest zijn verschenen in een niet-gesigneerd stuk: De laatste verzen van Albrecht Rodenbach. In: De Vlaamsche School: 43 (1897), p. 134-135. Ze worden niet fotografisch getoond maar gewoon in tekst. Ter inleiding wordt verteld in welke omstandigheden Gustaaf Verriest deze verzen uit de handen van de doodzieke Rodenbach heeft ontvangen.

Register

Correspondents - persons

NameDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Dates° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
SexMannelijk
Occupationauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol
NameVerriest, Gustaaf
Dates° Deerlijk, 19/05/1843 - ✝ St. Cloud, Parijs, 25/06/1918
SexMannelijk
Occupationarts
BioGustaaf Verriest was pas 10 jaar oud toen hij ingeschreven werd in het pensionaat van het kleinseminarie te Roeselare. Hij was dan ook de jongste van Gezelles poësisklas in het schooljaar 1858-1859. De levenslang aangehouden briefwisseling en de talrijke gedichten van Gezelle voor Gustaaf getuigen van een bijzonder nauwe band tussen de jonge, nog wat kinderlijke leerling en zijn leraar. Ook de familie Verriest had een grote genegenheid voor Gezelle, die nog met de oudste zoon Adolf gestudeerd had. Hoe licht is toch die sparke vier (07/08/1858) is geschreven naar aanleiding van een nachtmerrie van Gustaaf, maar tevens opgedragen aan zijn oudere broer Hugo Verriest en Eugeen Van Oye. Waarom en kunnen wij niet (04/01/1859) Brief (12/01/1859), O vriend wat schaadt of baat het ons, (02/02/1859) en Nu of nooit! (02/02/1859) zijn persoonlijk gericht aan Gustaaf Verriest. Gezelle wou hiermee de jongen steunen die een mogelijke priesterroeping ernstig nam en naar aanleiding daarvan worstelde met een sterk besef van zwakte en zondigheid. Uiteindelijk besloot Verriest geneeskunde te studeren, eerst in Leuven en later in Wenen. Hij was dokter in Wervik van 1869 tot 1873 en trok daarna naar Duitsland om er verder te studeren. Op 21 september 1876 huwde hij te Münster met Louise Niermann, waarmee hij zes kinderen kreeg. Vanaf 1876 werd hij professor aan de K.U. Leuven tot 1911. Na Gezelles dood ging hij op zoek naar een wetenschappelijke verklaring voor het dichterlijke genie van zijn oud-leraar.
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Sender

NameDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Dates° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
SexMannelijk
Occupationauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol

Recipient

NameVerriest, Gustaaf
Dates° Deerlijk, 19/05/1843 - ✝ St. Cloud, Parijs, 25/06/1918
SexMannelijk
Occupationarts
BioGustaaf Verriest was pas 10 jaar oud toen hij ingeschreven werd in het pensionaat van het kleinseminarie te Roeselare. Hij was dan ook de jongste van Gezelles poësisklas in het schooljaar 1858-1859. De levenslang aangehouden briefwisseling en de talrijke gedichten van Gezelle voor Gustaaf getuigen van een bijzonder nauwe band tussen de jonge, nog wat kinderlijke leerling en zijn leraar. Ook de familie Verriest had een grote genegenheid voor Gezelle, die nog met de oudste zoon Adolf gestudeerd had. Hoe licht is toch die sparke vier (07/08/1858) is geschreven naar aanleiding van een nachtmerrie van Gustaaf, maar tevens opgedragen aan zijn oudere broer Hugo Verriest en Eugeen Van Oye. Waarom en kunnen wij niet (04/01/1859) Brief (12/01/1859), O vriend wat schaadt of baat het ons, (02/02/1859) en Nu of nooit! (02/02/1859) zijn persoonlijk gericht aan Gustaaf Verriest. Gezelle wou hiermee de jongen steunen die een mogelijke priesterroeping ernstig nam en naar aanleiding daarvan worstelde met een sterk besef van zwakte en zondigheid. Uiteindelijk besloot Verriest geneeskunde te studeren, eerst in Leuven en later in Wenen. Hij was dokter in Wervik van 1869 tot 1873 en trok daarna naar Duitsland om er verder te studeren. Op 21 september 1876 huwde hij te Münster met Louise Niermann, waarmee hij zes kinderen kreeg. Vanaf 1876 werd hij professor aan de K.U. Leuven tot 1911. Na Gezelles dood ging hij op zoek naar een wetenschappelijke verklaring voor het dichterlijke genie van zijn oud-leraar.
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Place

NameAntwerpen
SettlementAntwerpen

Name - person

NameDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Dates° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
SexMannelijk
Occupationauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRodenbach, Albrecht; Berten; De selscuttere
Dates° Roeselare, 27/10/1856 - ✝ Roeselare, 23/06/1880
SexMannelijk
Occupationschrijver; dichter
BioAlbrecht Rodenbach was een schrijver en dichter die geboren werd in Roeselare op 27 oktober 1856. Hij genoot zijn opleiding aan in het kleinseminarie van Roeselare en was er in 1867 leerling aan de section préparatoire waar hij Gustaaf Flamen als priester-leraar had. Hij was van 1870 tot 1878 leerling van de humaniora, waar hij deel uitmaakte van de ‘wonderklasse’ van Hugo Verriest, oud-leerling van Gezelle. In 1875 ontstond er op school grote ophef toen de leerlingen tijdens een feest ter ere van de superior geen toestemming kregen om Rodenbachs lied ‘Het Lied Der Vlaamsche Zonen’, ook bekend als ‘De Blauwvoet’ voor te dragen. Het verbod leidde tot een studentenprotest tegen het anti-Vlaamse schoolbeleid dat bekendstaat als de ‘Groote Stooringe’. Met zijn gedicht startte hij een studentenbeweging genaamd de Blauwvoeters die gedichten en teksten publiceerden om Vlaamsgezindheid te promoten. Hieruit volgde onder meer het tijdschrift "De Vlaamsche Vlagge". De Blauwvoeterij vloog over naar Leuven toen Rodenbach en zijn klasgenoten er in 1876 gingen studeren. Rodenbach was erg actief in het studentenleven. Zo was hij medestichter van dagblad "Het Pennoen" en de "Vlaamsche Studentenbond". Daarnaast was hij lid van de Sint-Tillogilde en de toneelvereniging de Sint-Jansgilde. Later verminderde zijn engagement echter en spendeerde hij meer aandacht aan zijn literaire werken. Op 23 juni 1880 kwam hij op slechts 23-jarige leeftijd in zijn geboortestad te overlijden aan tuberculose. Na zijn dood groeide Rodenbach uit tot een icoon van de Vlaamse Studentenbeweging en Roeselare. In 1909 werd daar als eerbetoon een standbeeld van hem onthuld.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/rodenbach-albrecht#roeselare-en-de-groote-stooringe
NameVerriest, Gustaaf
Dates° Deerlijk, 19/05/1843 - ✝ St. Cloud, Parijs, 25/06/1918
SexMannelijk
Occupationarts
BioGustaaf Verriest was pas 10 jaar oud toen hij ingeschreven werd in het pensionaat van het kleinseminarie te Roeselare. Hij was dan ook de jongste van Gezelles poësisklas in het schooljaar 1858-1859. De levenslang aangehouden briefwisseling en de talrijke gedichten van Gezelle voor Gustaaf getuigen van een bijzonder nauwe band tussen de jonge, nog wat kinderlijke leerling en zijn leraar. Ook de familie Verriest had een grote genegenheid voor Gezelle, die nog met de oudste zoon Adolf gestudeerd had. Hoe licht is toch die sparke vier (07/08/1858) is geschreven naar aanleiding van een nachtmerrie van Gustaaf, maar tevens opgedragen aan zijn oudere broer Hugo Verriest en Eugeen Van Oye. Waarom en kunnen wij niet (04/01/1859) Brief (12/01/1859), O vriend wat schaadt of baat het ons, (02/02/1859) en Nu of nooit! (02/02/1859) zijn persoonlijk gericht aan Gustaaf Verriest. Gezelle wou hiermee de jongen steunen die een mogelijke priesterroeping ernstig nam en naar aanleiding daarvan worstelde met een sterk besef van zwakte en zondigheid. Uiteindelijk besloot Verriest geneeskunde te studeren, eerst in Leuven en later in Wenen. Hij was dokter in Wervik van 1869 tot 1873 en trok daarna naar Duitsland om er verder te studeren. Op 21 september 1876 huwde hij te Münster met Louise Niermann, waarmee hij zes kinderen kreeg. Vanaf 1876 werd hij professor aan de K.U. Leuven tot 1911. Na Gezelles dood ging hij op zoek naar een wetenschappelijke verklaring voor het dichterlijke genie van zijn oud-leraar.
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameVan Neste, Alfred Joseph Auguste
Dates° Brugge, 04/03/1874 - ✝ Sint-Genesius-Rode, 08/03/1969
SexMannelijk
Occupationkunstschilder; graveur; landschapsschilder; illustrator; ontwerper van affiches en boekbanden.
BioAlfred Joseph Auguste Van Neste was een Belgische kunstschilder, graveur, landschapsschilder, illustrator en ontwerper van affiches en boekbanden. Hij werd geboren in Brugge als zoon van een uurwerkmaker en was een neef van Hendrik Pickery en een neef en leerling van Florimond Van Acker. Hij volgde een opleiding aan de Academie voor Schone Kunsten te Brugge en te Antwerpen, waar hij bij die laatste docent werd van 1902 tot 1939. Van Neste schilderde pittoreske stadsgezichten van Brugge en Antwerpen en werkte ook in Bretagne en Venetië. Daarnaast ontwierp hij ook afbeeldingen voor processies. Hij groeide uit tot een bekende afficheontwerper in Antwerpen en maakte ook ontwerpen voor postzegels, kostuums en boeken, waaronder illustraties voor "De leeuw van Vlaanderen" van Hendrik Conscience (1912). Ook maakte hij in opdracht van de uitgever L.J. Veen te Amsterdam bandtekeningen voor "Guido Gezelle's Dichtwerken" die van 1903 tot 1913 verschenen. Hij was bovendien een vriend van Peter Benoît en tekende in opdracht van het Antwerpse stadsbestuur diens dodenmasker.
Links[wikipedia]

Name - place

NameAntwerpen
SettlementAntwerpen
NameGent
SettlementGent

Name - institute

Namet Zal wel gaan
DescriptionHet Taalminnend Studentengenootschap ’t Zal Wel Gaan werd op 21 februari 1852 in het Gentse atheneum opgericht door onder meer Julius Vuylsteke, Victor van Wilder en Isidoor Haemelinck, met steun van hun leraar Jacob F. Heremans, met als doel "de beoefening van de Nederlandse taal en letterkunde en het bevorderen van de Vlaamsche zaak". In 1854 werd de vereniging overgebracht naar de Universiteit Gent, waar zij uitgroeide tot een Vlaamsgezinde studentenvereniging die ook maatschappelijke en levensbeschouwelijke standpunten innam en zeer nauwe banden ontwikkelde met onder andere het Willemsfonds en het georganiseerde liberalisme. Doorheen de negentiende eeuw speelde de vereniging een actieve rol in de Vlaamse strijd, onder meer in het debat over de vernederlandsing van de Gentse universiteit en in de organisatie van Vlaamse studenteninitiatieven. Interne discussies over politieke en ideologische posities, onder meer rond de Universiteit Gent en de verhouding tot liberalisme en socialisme, leidden geregeld tot spanningen en afscheuringen. In de twintigste eeuw bleef ’t Zal Wel Gaan actief in Vlaamsgezinde, vrijzinnige en antifascistische initiatieven en ontwikkelde de vereniging zich verder als een organisatie die vrijzinnigheid, culturele emancipatie en maatschappelijke betrokkenheid centraal stelt.
Dating1852-heden
Links[wikipedia]
NamePante Noèta
DescriptionPanta Noèta was een Utrechtse studentenvereniging met een wetenschappelijk en literair karakter. De vereniging organiseerde voordrachten, lezingen en culturele bijeenkomsten voor studenten, zoals de voordracht van Pol De Mont over Guido Gezelle op 19 november 1896. De naam komt van het Grieks, en betekent “alles wat gedacht of begrepen kan worden”, passend bij het intellectuele en literaire karakter van het gezelschap.
Dating1763-?

Title - work by Guido Gezelle

TitleRijmsnoer om en om het jaar
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleTweemaandelijksch Tijdschrift voor letteren, kunst, wetenschap en politiek (periodical)
AuthorVan Deyssel, L. ; Verwey, A.
Date1894-1901
PlaceAmsterdam
PublisherScheltema en Holkema's Boekhandel
Links[dbnl]
TitleDe Gids (periodical)
AuthorPotgieter (red. )
Date1837-
PlaceAmsterdam
PublisherG.J.A. Beyerinck; P.N. van Kampen
Links[wikipedia]
TitleDe Vlaemsche School, Tydschrift voor Kunsten, Letteren en Wetenschappen
Authoro.a. Van Spilbeeck, Désiré; De Mont, Pol
Date1855-1901
PlaceAntwerpen
PublisherSint-Lukasgilde; J.E. Buschmann,
Links[odis]
TitleNederland (periodical)
Authoro.a. van Loghem, M.G.L. (redactie)
Date1849-1944
PlaceDen Haag
PublisherLoman en Funke
Links[wikipedia]

Titlexx/[02/1897], Antwerpen, Pol De Mont aan Gustaaf Verriest
EditorFrederic Vandeputte
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingFrederic Vandeputte, De Mont Pol aan Verriest Gustaaf, Antwerpen (Antwerpen), xx/[02/1897]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderDe Mont, Pol
RecipientVerriest, Gustaaf
Date Sentxx/[02/1897]
Place SentAntwerpen (Antwerpen)
AnnotationDatum gereconstrueerd op basis van brief van Gustaaf Verriest aan Gezelle van 19/02/1897.
Published inGezelle-briefwisseling 1: Verzameling archief en museum voor het Vlaamse cultuurleven Antwerpen / door R.F. Lissens. - Antwerpen : De Nederlandsche Boekhandel, 1970, p.57
Physical Description
Support Material 60 mm x 98 mm
papiersoort: recto met adres; recto en verso horizontaal beschreven
Condition volledig
Lay-out de briefkaart is een bijlage bij de brief van Gustaaf Verriest aan Gezelle van 19/02/1897
naamkaartje aan brief gekleefd
op recto: naam in het midden: Pol de Mont
plaatsnaam en adres in de rechter benedenhoek: Antwerpen, Ommeganckstraat, 39.
Additions op recto in de bovenrand: Aan G. Verriest (<-Dec> Febr. 1897 (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive6851
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.94806
Content Description
IncipitPol de Mont heeft Prof. Dr
Text Typenaamkaart
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.