<Resultaat 999 van 2965

>

p1
Mijn achtbare Heer & vriend

Antw. op uwen 1°: sommige talen zijn tot nu toe nog ongeschreven. de gesprokene tale verschilt overal, volgens de verschillige streken. Bij de wereldtalen, b.v. duitsch, engelsch, fransch wordt de geschrevene tale omlangs[1] zoo meer gelijk en algemeen.

2° de gesproken tale alleene is de tale zij is de bronne etc. etc. van al het andere

3° niet alleen ik maar M’ Bols, overste van ‘t collegie te Aarschot, in zijn bloemlezinge nu onder druk,[2] houden dat voor geen falen maar voor regelvolgende eigenschappen der tale. b.v. men zegt “om te ziene” maar nooit : “ziene is goed”; de benaming slepende e[3] is louter domheid. “’s menschens leven” is een s, de tweede, overtollig.

4° Daar is een westvlanderen, ja, maar geen westvlaamsche talep2In westvlanderen spreekt, en schrijft men zelfs nog, de oude vlaamsche tale, zoo die eerstijds overal geschreven wierd. Zij was eens de heerschende algemeene tale, zoo wel tot Amsterdam als te Leuven en te Brugge

Ik schrijve ze, ten besten mijns vermogens; ik ete liever brood, wilt een ander liever eerde eten, ‘k en dringe mijnen liever niemand op, elk zijn meuge!

Blijv met den wensch van een goed zalig nieuwjaar ulieden in Christo
Guido Gezelle

zendt mij uwen brief terug.

Noten

[1] Stilaan.
[2] In de brief van J. Bols aan G. Gezelle van 09/01/1884 is er sprake van de drukproeven die Gezelle corrigeerde voor de bloemlezing.
[3] ‘Slepende e’ verwijst naar een toegevoegde e, zwak, dof uitgesproken (/ə/). Deze wordt veelal toegevoegd in dialectwoorden vb ‘zevene’ i.p.v. ‘zeven’. In een brief van G. Gezelle aan G. Van Mullem schrijft Gezelle: “Het woord "slepende e" is een dwaas uitvindsel”. Volgens hem hoef je je niet druk te maken over die toegevoegde ‘e’. Of het nu 'roede' of 'zevene' is, die eind-e klinkt altijd al zacht en slepend. Het is geen grote uitzondering of afwijking.

Register

Correspondenten - personen

NaamDepoorter, Hendrik
Datums° Emelgem, 22/12/1863 - ✝ Sint-Kruis (Brugge), 02/01/1947
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioHendrik Depoorter werd geboren te Emelgem 22 december 1863 als zoon van geneesheer Augustinus Depoorter (1830-1916) en Rosalia Verstraete (1829-1903). In 1883 was hij student te Emelgem. Vervolgens studeerde hij geneeskunde te Leuven. In het najaar van 1891 signeerde hij zijn brieven als dokter. Tijdens zijn studententijd woonde hij in de Blijde Inkomststraat 155, waar hij ook nog kort na zijn afstuderen verbleef (1891 en begin 1892). Later in 1892 vestigde hij zich als arts in de Brugstraat te Izegem. Depoorter huwde drie keer. Zijn eerste huwelijk was op 13 augustus 1891 met de Leuvense Maria Louisa Hendrickx (Leuven, 1857 - Izegem, 1895), met wie hij drie kinderen kreeg: Auguste, Joseph en Felicitas. Maria Louisa overleed in 1895 na de geboorte van hun derde kind. Op 22 juli 1896 trad hij in het huwelijk te Ardooie met Adeline Vuylsteke (1861-1925), met wie hij zoon Paul kreeg, later oorlogsburgemeester tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn derde huwelijk was op 5 september 1925 te Brugge met de Sidonie Volcke (1869-1949). In 1883 begon Depoorter te corresponderen met Guido Gezelle. Die briefwisseling beperkte zich niet tot zijn studiejaren: ook als praktiserend arts zette hij het contact met de dichter verder. Depoorter verzamelde woorden uit oude boeken voor Gezelle, vroeg taaladvies, en werkte mee aan een prijskamp over Vlaamse namen en ziekten in het Leuvense. In 1891 vertaalde Gezelle op zijn vraag Duitse gezondheidsspreuken van Friedrich Ebersold, wat resulteerde in de folder 'De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding'. Hendrik Depoorter overleed op 2 januari 1947 in Sint-Kruis (Brugge).
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsdrukwerk
Bronnen https://gezelle.be/guido-gezellearchief/gezellearchief-onderzoek-12-1-algemene-intro/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1; Geneanet
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamDepoorter, Hendrik
Datums° Emelgem, 22/12/1863 - ✝ Sint-Kruis (Brugge), 02/01/1947
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioHendrik Depoorter werd geboren te Emelgem 22 december 1863 als zoon van geneesheer Augustinus Depoorter (1830-1916) en Rosalia Verstraete (1829-1903). In 1883 was hij student te Emelgem. Vervolgens studeerde hij geneeskunde te Leuven. In het najaar van 1891 signeerde hij zijn brieven als dokter. Tijdens zijn studententijd woonde hij in de Blijde Inkomststraat 155, waar hij ook nog kort na zijn afstuderen verbleef (1891 en begin 1892). Later in 1892 vestigde hij zich als arts in de Brugstraat te Izegem. Depoorter huwde drie keer. Zijn eerste huwelijk was op 13 augustus 1891 met de Leuvense Maria Louisa Hendrickx (Leuven, 1857 - Izegem, 1895), met wie hij drie kinderen kreeg: Auguste, Joseph en Felicitas. Maria Louisa overleed in 1895 na de geboorte van hun derde kind. Op 22 juli 1896 trad hij in het huwelijk te Ardooie met Adeline Vuylsteke (1861-1925), met wie hij zoon Paul kreeg, later oorlogsburgemeester tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn derde huwelijk was op 5 september 1925 te Brugge met de Sidonie Volcke (1869-1949). In 1883 begon Depoorter te corresponderen met Guido Gezelle. Die briefwisseling beperkte zich niet tot zijn studiejaren: ook als praktiserend arts zette hij het contact met de dichter verder. Depoorter verzamelde woorden uit oude boeken voor Gezelle, vroeg taaladvies, en werkte mee aan een prijskamp over Vlaamse namen en ziekten in het Leuvense. In 1891 vertaalde Gezelle op zijn vraag Duitse gezondheidsspreuken van Friedrich Ebersold, wat resulteerde in de folder 'De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding'. Hendrik Depoorter overleed op 2 januari 1947 in Sint-Kruis (Brugge).
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsdrukwerk
Bronnen https://gezelle.be/guido-gezellearchief/gezellearchief-onderzoek-12-1-algemene-intro/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1; Geneanet

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamBols, Jan
Datums° Werchter, 09/02/1842 - ✝ Aarschot, 15/01/1921
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; folklorist; taalkundige; pedagoog; leraar; pastoor; directeur; auteur
BioJan Bols werd tot priester gewijd op 22/12/1866 te Mechelen. Op 01/10/1866 werd hij leraar aan het Sint-Romboutscollege in Mechelen. Hij was de stichter van het Sint-Jozefscollege in Aarschot, waarvan hij ook de eerste directeur werd op 12/08/1876. Op 24/12/1884 werd hij pastoor te Mechelen en op 25/06/1887 pastoor te Alsemberg. Hij was lid van de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal-, Letterkunde en Geschiedenis (vanaf 1876), de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (vanaf 1886) en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Leiden (1912). In 1886 was hij betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Het Belfort. Hij was een belangrijk figuur in de Vlaamse beweging en hij was ook actief als schrijver. Hij publiceerde ook een Nederduitsche bloemlezing voor het middelbare onderwijs. Daarnaast was hij ook een ijverig folklorist en zanter van volksliederen. In 1897 verscheen in Namen zijn bundel “Honderd oude vlaamsche Liederen met woorden en zangwijzen verzameld en voor het eerst aan het licht gebracht”. Uit zijn nagelaten werk publiceerde de Commissie van het Oude Volkslied van het Ministerie van Openbaar Onderwijs postuum de bundel "Godsdienstige kalenderliederen" (1939) en twee bundels "Wereldlijke volksliederen" (1949).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamLeuven
GemeenteLeuven
NaamAmsterdam

Naam - instituut/vereniging

NaamSint-Josephscollege Aarschot
BeschrijvingHet Sint-Jozefscollege te Aarschot werd gesticht in 1876 door Jan Bols, een belangrijke correspondent van Gezelle. Een andere bekende was Jacob Muyldermans, die er les gaf en Bols opvolgde als directeur.
Datering1876
Links[odis]

Titel - ander werk

TitelNederduitsche Bloemlezing: dicht- en prozastukken (2 dln)
AuteurBols, Jan; Muyldermans, Jaak
Datum1884; 1888
PlaatsMechelen
UitgeverRaymond Van Velsen

Indextermen

Briefontvanger

Depoorter, Hendrik

Briefschrijver

Gezelle, Guido

Correspondenten - personen

Depoorter, Hendrik
Gezelle, Guido

Naam - instituut/vereniging

Sint-Josephscollege Aarschot

Naam - persoon

Bols, Jan
Gezelle, Guido

Naam - plaats

Brugge
Leuven
Amsterdam

Plaats van verzending

Kortrijk

Titel - ander werk

Nederduitsche Bloemlezing: dicht- en prozastukken (2 dln)

Titelxx/[01/1884], Kortrijk, Guido Gezelle aan Hendrik Depoorter
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
Citeren, Gezelle Guido aan Depoorter Hendrik, Kortrijk (Kortrijk), xx/[01/1884]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderGezelle, Guido
OntvangerDepoorter, Hendrik
Verzendingsdatumxx/[01/1884]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieJaartal en maand gereconstrueerd op basis van de brieftekst: januari: nieuwjaarswens; 1884 verwijzing naar publicatie in druk van Nederduitsche Bloemlezing: dicht- en prozastukken (2 dln) / door Jan Bols, deel 1 verscheen in 1884; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens; fotokopie in Gezellearchief; locatie origineel: brief is in privé-bezit.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 208 mm x 135 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Bewaargegevens
BewaarplaatsPrivébezit
ID Gezellearchief12834-6; Privé-bezit
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.94800
Inhoud
IncipitAntw. op uwen 1°: sommige talen zyn
Samenvatting taalkunde: antwoord op 5 vragen over taalgebruik gesteld door Depoorter aan Gezelle (over de gesproken, geschreven en Vlaamse taal); verwijzing naar herdruk van: Nederduitsche bloemlezing : dicht- en prozastukken / door Jan Bols en Jacob Muyldermans. - Mechelen: Boekhandel Ramyn Van Velsen, 1892
Tekstsoortbrocade: brieven
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.