Noten
[1] De locatie van de originele brief is onbekend. De brief is enkel in gepubliceerde versie beschikbaar: Cordelia Lauwers,
Dr. Emiel Lauwers, een West-Vlaams Shakespeare-vertaler: proeve van een bijdrage tot de geschiedenis van het West-Vlaams regionalisme en tot de studie der Shakespearevertalingen in de Nederlanden. Gent, 1948. (Diss. lic. Germaanse filologie), p. 15.
[2] Onder de titel ’Over de wonden’ publiceerde E. Lauwers in: De Nieuwe Tijd: 1 (1897) 17, p. 135 ; 1 (1897) 18, p. 142; 1 (1897) 19, p. 150 en 1 (1897) 20, p. 158. Lauwers dankte Gezelle voor deze brief
op 19 maart 1897.
[3] Voor microben vertaalt Lauwers ’levelingen’. Hij gebruikt ook een werkwoord om een doek van microben te ontsmetten, nl. ’verontlevelingd worden’. Infinitief: ontlevelingen.
[4] Dit woord is niet meer te vinden in de tekst die Stijn Streuvels als editeur afdrukte in:
Schriften van Dokter Lauwers 1858-1921. Thielt: Lannoo, 1931, p. 70-85. Het stond in de oorspronkelijke tekst van Lauwers die in
De Nieuwe Tijd verscheen waar Gezelle het las. De andere woorden (’ontlevelingen‘‘, edeldoek‘, ’ont‘) heeft Streuvels wel laten staan.
[5] Dubbele ’en’: mogelijk transcribeerfout in de thesis.
[6] Het complete artikel van Lauwers ’Over de wonden’ staat ook in: F. Lateur (ed.), Schriften van Dokter Lauwers 1858-1921. Thielt: Lannoo, 1931. Op p. 82 is er sprake van ’edel doek’.
[7] ’Ont’ staat in de laatste zin van het artikel van Lauwers in de betekenis van ’tot’.
[8] Lauwers gebruikt ”fijge” voor oude vrouw: ”Verleden jaar, kwam er te mijnen huize, eene oude fijge van een vrouwke, klagende over pijne in de koppelingen van de schouder en van den knie.” En een leuke alinea volgt over het feit dat deze bejaarde vrouw zich sinds haar doopsel nooit meer gewassen heeft met koud water!
[9] Vertaling (Latijn): figuurlijk. De vijg, uitspraak in het West-Vlaams ’fige’, verwijst naar de vagina. Gezelle noemt dit lichaamsdeel: de vrouwelijke schamelheid.
[10] Het complete artikel van Lauwers ’Over de wonden’ staat in: F. Lateur (samenst.),
Schriften van Dokter Lauwers 1858-1921. Thielt: Lannoo, 1931, Daarin komt voor op p. 82-83: ”Verleden jaar, kwam er te mijnen huize, eene oude fijge van een vrouwke”. En een leuke alinea volgt over het feit dat deze bejaarde vrouw zich sinds haar doopsel nooit meer gewassen heeft met koud water! Gezelle wijst erop dat dit beledigende scheldwoord al vaak aanleiding gegeven heeft tot gevechten, tot bloedens toe.
[11] In de achttiende eeuw kregen de Oostenrijks- of keizersgezinden als scheldnaam ‘vijgen’, terwijl men de patriotten spottend ‘pruimen’ noemde. Hierop heeft het bloedvergieten betrekking van de vorige zin.
[12] Gezelle alludeert op het ’taboe’ dat rust op het benoemen van de vagina. Wie dat woord niet durfde uit te spreken, bracht een gebaar met de vingers waardoor men begreep dat het hierover ging.
[14] Scelera
tus. Vertaling (Latijn) = vervloekt, schuldig, misdadig. Dit is hier de middenvinger. Gezelle beschrijft hoe je tussen de wijsvinger en de middenvinger de duim van dezelfde hand laat uitpiepen, en hoe dit dan sloeg op de vagina.
[15] Wijsvinger. Deze benaming kwam voor in een rijmpje met handen geïllustreerd, je toont telkens één vinger per vers. Zeer gekend was: 'Duimeloot, (je toont je duim); Kattepoot (je toont je wijsvinger); Lange Raap (je toont je middenvinger); Korte Knaap (je toont je ringvinger) en tot slot Klein Petitje, kietje kietje kietje... Hier benut Gezelle ’Lekkerpoot’ voor ’Kattepoot’ en ’lange rake’ voor ’Lange Raap’.
[16] Middelvinger of middenvinger.
[17] Gezelle beschrijft een plagerijtje. Je zegt tegen een kind: ”Ik ga je neus pakken.” en met je rechterhand strijk je over zijn/haar neus en je toont je wijs- ven middenvinger en daartussen je duim die uitpiept. De top van je duim stelt zogezegd de neus van het kind voor... Dit gebaar van uitpiepende duim tussen wijs- en middenvinger is hetzelfde gebaar waarmee je een vagina kunt voorstellen.
[18] Een ironische Gezelle die alludeert op het beroep van chirurg (’opensnijden’) en dan in ’neteldoek’ wikkelen.