<Hit 714 of 2965

>

p1
Eerweerde Heer en Vriend,

Uw brief heeft mij verwonderd en bedroefd. Welhoe? Omdat ik een artikeltje in de Tassche gezet heb,[1] op aandringen van Mr. Verriest principaal die van zijnentwege mij hier veel dienst bewijst – gij ziet alles in het zwarte: R.d.H. is vergeten, ik loochen mijn oude vrienden enz.

Maar ik heb over twee jaar ook een artikeltje gezet in de Schoolbode:[2] heb ik u daarom vergeten of verlaten?

Ik herhaal het u, en ‘k zeg het omdat ik het moete zeggen, R.d.H. was en is altijd voor mij mijn blad, en al de Tasschen, Vlaggen en Pennoenen te samen en zijn voor mij zovele niet als R.d.H. - Ik schrijf in R.d.H. uit liefde en genegenheid, met blijdschap en genoegen – In alle andere tijdschriften schrijf ik zeer zelden en dan nog aleenlijk omdat ik er meer of min toe gepraamd ben, uit nood en tegen dank.

Als het U belieft, Beste Adolf, en wees niet wreed ten mijnen opzichte, ‘k en verdien het niet. En in het toekomende zelfs en zal ik voor niemand meer nog een artikeltje schrijven zonder u daarover eerst te raadplegen, indien ik u daarmee dienstig kan zijn. En om mijn voornemen zoo seffens in‘t werk te leggen, wat moet ik doen met G. Gezelle die Loquela uitgeeft en die mij de woorden vraagt welke ik sinds mijn Wvl. Idiot. voort verzameld heb? Zij waren voor u bestemd: maar G.G. in den tijd heeft mij geheel zijne collectie – schoone, rijke collectie – afgestaan voor mijn Idioticon zoodat ik hier nu tussen twee stoelen in de asschen zit. Het is aardig dat gij, Adolf, die zoovele tegenkomt en zoovele ondervinding hebt van menschen en dingen, dat je niet eens en peist dat ik ook somwijlen op den kruisweg sta, niet wetende welken kant gekozen om best.

Wat er mij nog meer ter herten gaat als uwp2ongegrond misnoegen jegens mij, is de bekommernisse die gij hebt met de gezondheid van uwen deftigen Vader. Ik en mijne zuster zullen onze beste gebeden voor zijn herstelling in den blok steken.

Uw broeder Joseph zal ik niet vergeten.[3] Hadde ik dijsendag een momentje gehad, als ik in de Dekenij was met de andere pastors,[4] ik zou hem gaan groeten hebben; maar ik heb de tafel moeten verlaten om de chieze[5] te bate te nemen van Mr. den pastor van Woesten die mij voeren wilde naar huis, en alzoo en heb ik nievers kunnen gaan; maar ik denk wel in 't kort weder te keeren. Ondertusschen als gij naar uwen eerweerden broeder schrijft, zeg hem dat hij mij ook eens kome lukken[6] voor het noenmaal.

Wegens spijsverteering zie Wvl. Idiot in verbis[7] onvermeugen, scholen, zo, liere, kraag en meugen (‘k en mag dat niet). Wat door den roeper kan, kan door den poeper. Van Iemand die een maagkanker had, zei een hagedokteur[8] dat het de windderm was die verstopt was, iets dat de docteurs niet en leeren in de Universiteiten, zeide hij.

Hij trekt zijn tonge door zijn (keel)gat = hij trekt zijn woord in.

Met den allerhertelijksten wensch van een allerzaligste nieuwjaar over U en al die u dierbaar zijn, hoop ik dat onze vriendschap nooit en zal verkoelen, en dat het begin van ‘t jaar een weinig bitter, van dag tot dag zal verzoeten: men prijst immers een stuur begin. – Ik ga, hope ik, zelve komen met zizania.[9]

Totus tuus in Christo.[10]
Leenaert.

Annotations

[1] Van L.L. De Bo vinden we in het openingsnummer van De Tassche (januari 1881) het artikel ’Een woordeken Vlaamse kruidkunde‘ (p.2-3) terug. Het zou zijn enige bijdrage blijven. Ook Gezelle werkte enkele keren mee aan De Tassche. Op zijn beurt werkte het tijdschrift mee aan Loquela.
[2] Waarschijnlijk gaat het om het Groningse opvoedkundig tijdschrift De Schoolbode, o.a. geredigeerd door Lubbertus Leopold die contact had met Gezelle en De Bo. In 1878 had Theodoor Sevens ook een gelijknamig tijdschrift De Schoolbode voor West-Vlaamse onderwijzers, maar daar vonden we de bijdrage niet in terug.
[3] Adolf Duclos‘ broer Jozef Duclos was een week eerder, op 27 december 1880, gestart als onderpastoor in de O.L.Vrouwekerk te Poperinge.
[4] De dekenij Poperinge omvatte de parochies gelegen in de gemeenten Poperinge, Elverdinge, Roesbrugge, Beveren, Krombeke, Dranouter, Loker, Noordschote, Oostvleteren, Proven, Reninge, Reningelst, Roesbrugge-Haringe, Stavele, Watou, Westouter, Westvleteren en Woesten. Zelf was L.L. De Bo pastoor in Elverdinge.
[5] Rijtuig.
[6] Langskomen met een nieuwjaarsgift of om een gelukkig nieuwjaar te wensen. Zie lemma ’lukken’ in L.L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p. 656.
[7] Vertaling (Latijn): in woorden.
[8] Iemand die, zonder diploma, in ’t verborgen, het ambt van geneesheer uitoefent. Zie lemma ’hagemeester, hagedokteur’ in L.L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p.400.
[9] Van 30 januari 1881 tot 3 april 1881 verscheen een artikelenreeks van L.L. De Bo over het onkruid, getiteld ’De Zizania’ in Rond den Heerd.
[10] Vertaling (Latijn): Geheel de uwe.

Register

Correspondents - persons

NameDe Bo, Leonard Lodewijk; Leenaert
Dates° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
SexMannelijk
Occupationhulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/07/1873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare

Sender

NameDe Bo, Leonard Lodewijk; Leenaert
Dates° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
SexMannelijk
Occupationhulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/07/1873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Recipient

NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare

Place

NameElverdinge
SettlementIeper

Name - person

NameDe Bo, Leonard Lodewijk; Leenaert
Dates° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
SexMannelijk
Occupationhulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/07/1873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameDe Bo, Maria; De Bo, Marie
Dates° Beveren-Leie, 14/08/1828
SexVrouwelijk
BioMaria De Bo is de zus van Leonard Lodewijk De Bo. Ze kwam na zijn dood in financiële problemen door de schulden die hij achterliet. Ze moest op zoek naar een nieuw onderkomen. Er werden oplossingen gezocht om haar te helpen. Aanvankelijk kon zij in Ruiselede verblijven, in een voorlopige woonst dankzij de deken, maar daar moest ze ook weer weg. Zij ontving ondertussen geldelijke steun van Guido Gezelle en Pieter Baes en anderen die een soort noodfonds voor haar financierden en alle schulden van Leonard De Bo afbetaalden, dankzij de heruitgave van zijn Idioticon. Het aanbod van een kleinere woning in Ruiselede werd door haar afgewezen, tot ergernis van Pieter Baes. Uit het adressenboekje dat Cordelia Van De Wiele voor Guido Gezelle bijhield bleek dat ze uiteindelijk in het begijnhof van Kortrijk een onderkomen vond.
Relation to Gezellecorrespondent
NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameVerriest, Hugo
Dates° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
SexMannelijk
Occupationpriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameDuclos, Desiderius Pieter Hendrik Cornelius
Dates° Veurne, 8/02/1816 - ✝ Brugge, 06/06/1882
SexMannelijk
Occupationapotheker
BioDesiderius Hendrik Duclos werd geboren op 8 februari 1816 te Veurne. Twee maand voor zijn huwelijk met Hortense Bogaert op 13 november 1838 vestigde hij zich als apotheker te Brugge Steenstraat 29, later 51, en op 2 december 1865 betrok hij het huis in de Mariastraat 2 Samen kregen ze vier kinderen, waarvan Adolf (1841) de oudste was, daarna Maria (1843), Anna (1850) en Jozef (1853). Vader Duclos was een van de stichtende leden van de katholieke partij (Union constitutionelle conservatrice) in Brugge. Hij stierf te Brugge op 6 juni 1882.
SourcesP. Allossery, Kan. Adolf Duclos 1841-1925. Brugge, De Plancke,1930, p.1.
NameDuclos, Jozef Désiré
Dates° Brugge, 10/06/1853 - ✝ Oostende, 10/12/1914
SexMannelijk
Occupationpriester; musicus
BioJozef Duclos, de jongere broer van broer van Adolf Duclos, was een Vlaamse priester, componist en muziektheoreticus. Hij kreeg privélessen van Leo Van Gheluwe en werd in 1876 priester. Duclos was leraar zang aan de normaalschool in Torhout en later de eerste aalmoezenier van de École de musique religieuse in Mechelen onder Jacques-Nicolas Lemmens. Hij vervulde parochiale functies in Poperinge (1880-1886) en Oostende (1886-1888) alvorens zich volledig op muziek te richten. Als componist schreef hij liederen op teksten van Guido Gezelle en zijn broer Adolf Duclos, waaronder Die Saghe van Groeninghevelt (1877) en Het Schutverbond (1884). Zijn werken werden vaak uitgevoerd bij bijeenkomsten van het Davidsfonds. Hij was ook vertaler van muziektheoretische werken, zoals Oberhoffer's Traité d’harmonie (1878), en een pleitbezorger van het Gregoriaans, waarover hij publiceerde in Rond den Heerd. In 1886 verzorgde hij de postume uitgave van Lemmens’ Du Chant Grégorien.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to GezelleDavidsfonds Poperinge
SourcesStudiecentrum Vlaamse Muziek
NameVandermersch, Modeste Auguste
Dates° Rollegem, 19/04/1813 - ✝ Woesten, 17/06/1882
SexMannelijk
Occupationpriester; schoolopziener; directeur onderpastoor pastoor
BioModeste Auguste Vandermersch werd geboren te Rollegem op 19 april 1813, als zoon van Constantinus Vandermersch, landbouwer, en Maria Everaert. Na zijn priesterwijding op 20 mei 1837 te Brugge, werd hij op 21 maart 1838 onderpastoor in de Sint-Gilliskerk te Brugge. In 1840 werd hij geestelijk bestuurder van de grauwe zusters in Wervik en in 1846 kantonnaal schoolopziener voor het lager onderwijs. Vanaf 30 juli 1869 diende hij als pastoor van de Sint-Rijktruidekerk in Woesten, waar hij in 1882 in de pastorie overleed. Hij was een collega van De Bo in de dekenij Poperinge en lid van het Davidsfonds Poperinge
Links[odis]
Relation to GezelleDavidsfonds Poperinge

Name - place

NameElverdinge
SettlementIeper

Title - work by Guido Gezelle

TitleRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]
TitleLoquela
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleWestvlaamsch idioticon
AuthorDe Bo, Leonard Lodewijk
Date1873
PlaceBrugge
PublisherGailliard
TitleDe Vlaamsche Vlagge (periodical)
Date1875-1933
PlaceBrugge
PublisherDelplace
TitleDe tassche
AuthorDelbeke, Julius; Depla, Alfons; Lauwers, Emiel (red)
Date1881
PlaceLeuven
PublisherFonteyn
TitleHet Pennoen
AuthorDe Mont, Pol; Eema, Gustaaf; Huevelmans, Florimond (red)
Date1877-1880
PlaceBrugge, Leuven, Brussel, Doornik
Publishervarieert
TitleDe schoolbode : tijdschrift voor onderwijs en opvoeding
Date1869-1880
PlaceGroningen
PublisherWolters
TitleDe schoolbode voor West-Vlaanderen : maandschrift, aan opvoeding en onderwijs gewijd
AuthorSevens, Theodoor (red)
Date1878
Places.l.
Publishers.n.

Title06/01/1881, Elverdinge, [Leonard Lodewijk De Bo] aan [Adolf Juliaan Duclos]
EditorKoen Calis
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2025
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKoen Calis, De Bo Leonard Lodewijk aan Duclos Adolf Juliaan, Elverdinge (Ieper), 06/01/1881. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
Sender[De Bo, Leonard Lodewijk]
Recipient[Duclos, Adolf Juliaan]
Date Sent06/01/1881
Place SentElverdinge (Ieper)
AnnotationAdressant gereconstrueerd op basis van de signering ; adressaat gereconstrueerd op basis van de notitie.
Physical Description
Support Material papiersoort: 2 zijden beschreven
Condition volledig
Additions op zijde rechtsboven: Aan Ad. Duclos (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive10791, 7
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.26982
Content Description
IncipitUw brief heeft mij verwonderd en bedroefd. Welhoe? Omdat
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.