<Hit 550 of 2965

>

p1

Il y avait autrefois à Courtrai une gilde d'Oiseleurs (Veugelaers, Vinkeniers, Vinkevangers), nommée Gulde van de Pluyme (1)[1] et placée sous le patronage de saint Gilles. Le tome XIV de la précieuse collection manuscrite de M. Goethals-Vercruysse, intitulée: Verzamelinge van aenteekeningen dienstig tot de historie der stad Cortryk en omstreeks (2)[2] renferme une copie des statuts de la gilde (pp. 5725 et suiv.).

Ces statuts portent l'en- tête suivant: Statuten ende Ordonnantien van de Gulde van den H. Vrient Godts Mynheere St Gillis, genaemt de Gulde van de Pluyте, binnen der Stede van Cortryck, geordonneert by Coninck, Deken, Bereckers ende Notables van de voorne Gulde, in ' t Jaer ons Heeren 1614, ende geconfirmeert by Schepenen der Stede van Cortryck, den 15 Xbre 1616.

En marge de ce titre, on lit: Uyt een perkemente geschreven rolle der zelver Gulde. Item perkeme resolutie boek van Schepenen, f° ije læ.

Ces statuts, composés de vingt-trois articles, n'offrent rien d'intéressant au point de vue de notre sujet, sauf peut-être une couple de détails relatifs à la célébration de la Saint-Gilles par les membres de la gilde. Les confrères se réunissaient au domicile du chef- homme (coninck), pour se rendre de là en corps à l'église, où ils assistaient à la messe; le choix et l'installation du doyen et des bereckers avaient lieu le même jour. La gilde faisait célébrer ses offices à l'autel de la sainte p2Croix, mais les statuts ne disent pas dans quelle église se trouvait cet autel. M. Guido Gezelle, vicaire de Notre- Dame, à Courtrai, qui nous a communiqué ces détails, pense qu'il s'agit de l'autel érigé sous ce vocable dans l'église de NotreDame, et qui se voit derrière le chœur; cette supposition est d'autant plus fondée, que les Oiseleurs avaient leur local sur le territoire actuel de la paroisse de Notre- Dame. (1)

noot 1 is letterlijk citaat uit Gezelles brief:

Il existe à Courtrai une auberge, qui porte pour enseigne: In de Pluime (à la Plume) et paraît se rattacher à l'ancienne gilde des Oiseleurs. Voici ce que nous écrivait M. Gezelle, dans sa lettre du 15 Juin 1874 :

De Pluime staat n° 180 in de Ommegangstrate, alias den Wandelweug, naby den travers staatsyzerweg, S. Jans wyk, prochie O. L. V. buiten.

De baas uit de Pluime zegt dat zyne herberge over circa 40 jaar uit den grond nieuwe gebouwd is. N° 179, ' t huis daarnevens, hiet eertyds de Vliegere, (l'Oiseleur) en daar woonde eertyds een vinkenier; voor zyn duere, langs de Ommegangstrate, hadden eertyds de combaan (combats) van vinken plaatse, en ik peize dat de Pluime eene oppositieherberge geworden is, gelyk, op andere plaatsen, de Zorge en daarnaby het Zorge verdriet, de Wikkelare, de nieuwe Wikkelare, enz., zoo nogtans dat de Vliegere en de Pluime alle twee hunnen naam zouden gekregen hebben van de Vogelaars, die in die (eertyds!) stille buitenstrate kwamen vergaderen en kampen... De vinkeniers en komen hedendaags in de Pluime niet meer byeen; ' k en peize zelfs niet dat er nog eene gulde bestaat.[3]

Annotations

[1] Noot 1 in publicatie: Voyez sur cette gilde, De Potter, Geschiedenis der stad Kortrijk, II deel, Gent 1874, pp.120 et suiv.
[2] Noot 2 in publicatie: Cette collection léguée par son auteur à la ville de Courtrai, ne comprend pas moins de 18 volumes in- 4 et de 60 volumes in- 8; le volume indiqué appartient au premier format. Voyez De Potter, Geschiedenis der stad Kortrijk, I deel, Gent 1873, p. XIII.
[3] Parafrasering van de brief van Guido Gezelle aan Ernest Rembry in publicatie: Ernest Rembry, Saint Gilles, sa vie, ses reliques, son culte en Belgique et dans le nord de la France: essai d'hagiographie. Bruges: E. Gailliard, 1881, deel 2, p.189-190. De locatie van de originele brief is onbekend.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Sender

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Recipient

NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Place

NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - person

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameGoethals-Vercruysse, Jacques
Dates° Kortrijk, 12/08/1759 - ✝ Kortrijk, 06/09/1838
SexMannelijk
Occupationindustrieel; historicus; kunstkenner; leraar; auteur
BioJacob Goethals behoorde tot een familie van Kortrijkse textielhandelaars en -industriëlen. Hij volgde zijn opleiding aan het jezuïetencollege in Kortrijk en vertrok in 1777 naar Leuven om filosofie te studeren. Hij volgde tekenlessen en architectuur aan de academie van Kortrijk. Hij was een fervent boeken- en kunstverzamelaar en interesseerde zich voor geschiedenis, in het bijzonder de Guldensporenslag (1302). Hij was een mecenas voor tekentalent en schilderde zelf ook aquarellen. Hij gaf lijntekenen en perspectief aan de academie van Kortrijk. Later werd hij directeur en president van deze academie. Hij was ook de auteur van "Chronologische aanteekingen rakende ' t gone tot Cortryck ende omstreeks voorgevallen is, verzameld uit menigvuldige auteurs en eventijdige handschriften" (1812), een verslag van de belangrijkste historische gebeurtenissen in Kortrijk.
Links[odis], [wikipedia]

Name - place

NameKortrijk
SettlementKortrijk

Title - other work

TitleVerzamelinge van aenteekeningen dienstig tot de historie der stad Cortryk en omstreeks. 18dln. [handschrift] [Collectie Goethals-Vercruysse]

Title[15/06/1874], Kortrijk, [Guido Gezelle] aan [Ernest Rembry]
EditorEls Depuydt; Publicatie
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingEls Depuydt; Publicatie, Gezelle Guido aan Rembry Ernest, Kortrijk (Kortrijk), [15/06/1874]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
Sender[Gezelle, Guido]
Recipient[Rembry, Ernest]
Date Sent[15/06/1874]
Place SentKortrijk (Kortrijk)
AnnotationAdressaat, adressant, datum en plaats gereconstrueerd op basis van de publicatie; locatie origineel onbekend.
Published inSaint Gilles, sa vie, ses reliques, son culte en Belgique et dans le nord de la France: essai d'hagiographie / door Ernest Rembry. - Bruges: E. Gailliard, 1881, deel 2, p.189-190 gebaseerd op Gezelles brief, parafrasering en citaat
Physical Description
Condition fragment: parafrasering + citaat
Manuscript Identification
Repositorylocatie origineel onbekend
ID Gezelle Archivelocatie origineel onbekend
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.26951
Content Description
IncipitIl y avait autrefois à Courtrai une gilde d'Oiseleurs
Text Typebrief
LanguagesFrans; Nederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.