<Hit 1188 of 2965

>

p1
Eerweerde Heer

…. Volgens belofte zend ik u het volgende stukje welk ik over eenigen tyd in Zeeuwschen tongval van Westelyk Zuid Beveland geschreven heb............[1]

Misschien echter vindt vindt[2] de Eerweerde Heer Gezelle er iets in, wat by de studie der verschillende gewestspraken niet geheel onbelangryk is.

Ik kan den naam van den Eerweerde Heer Gezelle niet noemen, zonder hem hartelyken dank te brengen voor het woord, ik zeg niet van hooge waardering, maar van vierige geestdrift in Rond den Heerd geschreven, en zoo als ik veronderstel, te Thielt uitgesproken.[3]

Ik ben te zeer vreemdeling op het gebied der taalvorschinge, ik durf m dus niet aanmatigen over het bezielend woord van Mynheer Gezelle een oordeel te vellen. Een lofspraak uit mynen mond kan geen waarde hebben.

Liever geve ik den indruk, dien dat woord op my maakte. Het was rouwep2om het sterven van dien braven, geleerden werkzamen priester om het verlies dat Vlaanderen dat Nederland in hem leed; het was schaamte om myne geringe bekendheid met zulk een man; het was een vast besluit om my zyne werken aan te schaffen; het was vreugde omdat zulk een man op zulk eene wyze was geëerd geworden en zulk eenen lofredenaar gevonden had....

A. R. Pr.
Hageveld, by Leiden. 3 October 1885

Annotations

[1] Gepubliceerd als ’De spreektale in Westelijk Zuid-Beveland‘. In: Rond den Heerd: 21 (25 maart 1886) 18, p.139-140.
[2] sic
[3] Reactie op de rede van Guido Gezelle uitgesproken op de L.L. De Boherdenking te Tielt en gepubliceerd als: Guido Gezelle, Kerkhofblommen geplukt bij het graf van zaliger den zeer eerweerden Heer Pastor en Deken L.-L. De Bo.’ In: Rond den Heerd: 20 (4 oktober 1885) 45, p.349-356.

Register

Correspondents - persons

NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NameDe Rijk, Jacobus Augustinus
Dates° Hilversum, 23/09/1831 - ✝ Voorhout, 10/03/1897
SexMannelijk
Occupationpriester; kanunnik; landschapsschilder; (hoog)leraar; dichter; redacteur
ResidenceNederland
BioDe Rijk was een oud-leerling van Alberdingk Thijm. Hij werd zelf leraar in 't Kleenseminarie van Hageveld (Noordwijk) en gaf er diverse vakken. Later werd hij ook hoogleraar wijsbegeerte aan hetzelfde instituut. Hij leverde bijdragen voor de tijdschriften "De katholiek" en "Bijdragen voor geschiedenis van het Bisdom Haarlem". Hij werd later redacteur van beide tijdschriften.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent
Sources http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nnbw/#source=10&page=437&view=imagePane

Sender

NameDe Rijk, Jacobus Augustinus
Dates° Hilversum, 23/09/1831 - ✝ Voorhout, 10/03/1897
SexMannelijk
Occupationpriester; kanunnik; landschapsschilder; (hoog)leraar; dichter; redacteur
ResidenceNederland
BioDe Rijk was een oud-leerling van Alberdingk Thijm. Hij werd zelf leraar in 't Kleenseminarie van Hageveld (Noordwijk) en gaf er diverse vakken. Later werd hij ook hoogleraar wijsbegeerte aan hetzelfde instituut. Hij leverde bijdragen voor de tijdschriften "De katholiek" en "Bijdragen voor geschiedenis van het Bisdom Haarlem". Hij werd later redacteur van beide tijdschriften.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent
Sources http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nnbw/#source=10&page=437&view=imagePane

Recipient

NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare

Place

NameVoorhout

Name - person

NameDe Bo, Leonard Lodewijk; Leenaert
Dates° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
SexMannelijk
Occupationhulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/07/1873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameDe Rijk, Jacobus Augustinus
Dates° Hilversum, 23/09/1831 - ✝ Voorhout, 10/03/1897
SexMannelijk
Occupationpriester; kanunnik; landschapsschilder; (hoog)leraar; dichter; redacteur
ResidenceNederland
BioDe Rijk was een oud-leerling van Alberdingk Thijm. Hij werd zelf leraar in 't Kleenseminarie van Hageveld (Noordwijk) en gaf er diverse vakken. Later werd hij ook hoogleraar wijsbegeerte aan hetzelfde instituut. Hij leverde bijdragen voor de tijdschriften "De katholiek" en "Bijdragen voor geschiedenis van het Bisdom Haarlem". Hij werd later redacteur van beide tijdschriften.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent
Sources http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nnbw/#source=10&page=437&view=imagePane

Name - place

NameTielt
SettlementTielt
NameLeiden

Name - institute

Namekleinseminarie Hageveld
DescriptionHet bisschoppelijk kleinseminarie Hageveld in Heemstede van het bisdom Haarlem, werd opgericht in 1817. Jacobus Augustinus De Rijk, een van de leerkrachten was correspondent van Gezelle.
Dating1817
Links[wikipedia]

Name - event Guido Gezelle

EventRuitebrekersrede Tielt
Period30/09/1885
DescriptionGezelle houdt een rede te Tielt, bij de herdenking van L.L. De Bo, waarin hij zich scherp afzet tegen ‘tuimelperten' en 'verwaande ruitebrekerije van machtelooze kinders', meer bepaald de actie van de Vlaamse studenten te Leuven.

Title - work by Guido Gezelle

TitleRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Title03/10/1885, Voorhout, Jacobus Augustinus De Rijk aan [Adolf Juliaan Duclos]
EditorKoen Calis
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2025
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKoen Calis, De Rijk Jacobus Augustinus aan Duclos Adolf Juliaan, Voorhout, 03/10/1885. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
SenderDe Rijk, Jacobus Augustinus
Recipient[Duclos, Adolf Juliaan]
Date Sent03/10/1885
Place SentVoorhout
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van de notitie; plaats gereconstrueerd op basis van het seminarie Hageveld, in 1885 gelegen in Voorhout.
Physical Description
Support Material 211 mm x 134 mm
papiersoort: 2 zijden beschreven
Condition volledig
Additions op zijde 1 bovenaan: Aan Ad. Duclos (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive10804
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.26930
Content Description
IncipitVolgens belofte zend ik u het volgende
Summary Reactie op de rede van Guido Gezelle uitgesproken op de L.L. De Boherdenking te Tielt en gepubliceerd als: Kerkhofblommen geplukt bij het graf van zaliger den zeer eerweerden Heer Pastor en Deken L.-L. De Bo / door Guido Gezelle. - In: Rond den Heerd. - Jrg. 20 (4 oktober 1885) nr.45, p.349-356
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.