<Hit 1351 of 2965

>

p1
Achtbare Heer Voorzitter,

Ben u zeer dankbaar wegens de eere die gij mij doet met mij te verzoeken om deel te maken van het eedgenootschap dat zal oordeelen over den aanstaanden zangstrijd[1] te Brugge.

Ik kenne eenen der mededingers voorzeker; misschien zal ik er nog meer aan hun geschrifte kennen, b.v. is ‘t dat Karel de Gheldere, Van Oye, Sevens, en anderen nog, mêedoen. Dunkt het u niet dat ik des weegens teenemaal onbevoegd ben om van ‘t bovengenoemd eedgenootschap deel te maken? Is ‘t dat gij, ‘t boven staande wel in acht genomen, volhardt in uwen vereerenden voorstel dan aanveerde ik met eere en dank, zijnde ulieden Zeer toegenegene

Guido Gezelle

Annotations

[1] Het stadsbestuur van Brugge schreef een wedstrijd uit voor lofgedichten ter gelegenheid van de onthulling van het standbeeld van Jan Breydel en Pieter de Coninck op de Grote Markt. Guido Gezelle werd uitgenodigd om zitting te nemen in de jury in een brief van 14/10/1886.

In 1867 werd een Breidelcommissie opgericht met als doel een standbeeld op te richten in Brugge voor Jan Breydel en Pieter de Coninck. De voorbereidingen kwamen echter pas op gang toen in 1877 Julius Sabbe (1846-1910) de commissie nieuw leven inblies. Vier jaar later werd een verdrag gesloten met het stadsbestuur van Brugge. Het standbeeld werd uiteindelijk tweemaal onthuld. Op 11 juli 1887 organiseerde de liberale Breidelcommissie een praalstoet en een feestgezang onder leiding van componist Peter Benoit. Het katholieke stadsbestuur hield tussen 14 en 22 augustus 1887 hun eigen Breidel- en de Coninckfeesten, met onder meer een historische stoet, een cantate en een toneelvoorstelling. Tijdens de inhuldiging op 15 augustus 1887 gaven zowel koning Leopold II als burgemeester Visart hun toespraak in het Frans, wat niet in goede aard viel bij het Vlaamsgezinde publiek.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameVisart de Bocarmé, Amedée
Dates° Sint-Kruis, 04/11/1835 - ✝ Brugge, 29/05/1924
SexMannelijk
Occupationburgemeester; volksvertegenwoordiger; advocaat
BioVisart werd voor de eerste maal volksvertegenwoordiger op 12 januari 1864 en voor de tweede maal op 9 januari 1868. Hij bleef volksveregenwoordiger tot 25 november 1923. Op 18 februari 1876 werd hij burgemeester van Brugge en hij bleef dit ambt uitoefenen tot aan zijn dood.
Links[odis], [wikipedia]

Sender

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Recipient

NameVisart de Bocarmé, Amedée
Dates° Sint-Kruis, 04/11/1835 - ✝ Brugge, 29/05/1924
SexMannelijk
Occupationburgemeester; volksvertegenwoordiger; advocaat
BioVisart werd voor de eerste maal volksvertegenwoordiger op 12 januari 1864 en voor de tweede maal op 9 januari 1868. Hij bleef volksveregenwoordiger tot 25 november 1923. Op 18 februari 1876 werd hij burgemeester van Brugge en hij bleef dit ambt uitoefenen tot aan zijn dood.
Links[odis], [wikipedia]

Place

NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - person

NameDe Gheldere, Karel
Dates° Torhout, 18/08/1839 - ✝ Koekelare, 17/07/1913
SexMannelijk
Occupationarts; dichter
BioKarel De Gheldere was een oud-leerling van Gezelle te Roeselare (poësis 1858-1859). Gezelle schreef een aantal gedichten voor hem waaronder 'Tranen' en ‘Zoo welkom als de bie’ (1859). Na zijn retorica (1859-augustus 1860) volgde De Gheldere een korte periode filosofie aan het kleinseminarie in het schooljaar 1860-1861 met het oog op het priesterschap. Hij verzaakte evenwel aan een priesterroeping en studeerde vanaf januari 1861 geneeskunde te Leuven, waar hij in 1865 met onderscheiding afstudeerde. Hij vestigde zich als arts in Koekelare. Hij was een levenslange vriend van Gezelle, die een aantal van zijn gedichten aan hem heeft opgedragen. Zelf publiceerde hij de dichtbundels Jongelingsgedichten (1861), Landliederen (1883) en Rozeliederen (1893). In de Landliederen komt een wisselgedicht met Gezelle op de nachtegaal voor. Hij was corresponderend (1889) en werkend lid (1892) van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; zanter (WDT); lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; gedichten
SourcesH. Verriest, Twintig Vlaamsche koppen. Leuven, 19234, p.30-49; R. Seys, De dichter van de rozen. Koekelare. 1958 R. Seys, Dr. Karel de Gheldere. Wat land- en rozeliederen. In: VWS-Cahiers: 2 (1967) 8.
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameSevens, Theodoor; Pieter-Theodoor; 'het Leeuw'
Dates° Kinrooi, 16/05/1848 - ✝ Kortrijk, 10/04/1927
SexMannelijk
Occupationleraar; directeur; auteur
BioTheodoor Sevens studeerde voor onderwijzer aan de Normaalschool te Lier en verhuisde daarna in 1869 naar West-Vlaanderen. Te Dudzele trouwde hij op 11/12/1872 met Louisa Bastoen, met wie hij vijf kinderen kreeg. Hij was opeenvolgend leraar te Lissewege (1869-1870), Dudzele (1870-1872), Lapscheure (1872-1881) en Kortrijk (1881-1925), waar hij algauw directeur werd. Hij stichtte er in 1881 een afdeling van het Davidsfonds en werd in 1882 lid van het hoofdbestuur van het Davidsfonds West-Vlaanderen. Hij was goed bevriend met Guido Gezelle en gaf dan ook een redevoering op zijn lijkdienst te Kortrijk (06/12/1899). Ook was hij secretaris van het 27ste Nederlandse Taal- en Letterkundig Congres (1902, Kortrijk). Daarnaast schreef hij vele gedichten, kinderliederen, koralen en levensschetsen, waaronder ‘Hulde aan Conscience’ (1883). Gedichten en artikels van zijn hand verschenen in o.a. "Rond den Heerd" en "De gazet van Kortrijk" en hij werkte mee aan "De Banier" en "Jong Vlaanderen".
Links[odis], [dbnl]
NameVan Oye, Eugeen
Dates° Torhout, 03/06/1840 - ✝ Gistel, 04/06/1926
SexMannelijk
Occupationarts; dichter; toneelschrijver
BioEugeen van Oye werd geboren te Torhout op 3 juni 1840 in een artistiek en liberaal artsengezin. Hij volgde van 1854 tot 1858 onderwijs aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij een bijzondere band ontwikkelde met zijn leraar Guido Gezelle. Gezelle wekte bij hem een liefde voor poëzie en de Nederlandse taal en schreef meerdere gedichten voor hem, waaronder het bekende 'Dien avond en die rooze'. Hun correspondentie, die hun leven lang bleef voortduren, getuigt van een hechte, soms gecompliceerde vriendschap. Hoewel Gezelle Van Oye als priester voor ogen had, kozen zijn ouders ervoor dat hij geneeskunde zou studeren. In 1860 begon Van Oye zijn studie geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij tot 1866 bleef en actief deelnam aan literaire en flamingantische kringen zoals Met Tijd en Vlijt. Vervolgens zette hij zijn studie voort aan de Universiteit Gent tot 1870. Daar kwam hij in contact met Julius Sabbe en Max Rooses en nam hij deel aan de activiteiten van de liberale studentenverenigingen 'T.S.G. ’t Zal Wel Gaan' en 'De Taal is gansch het volk'. Tijdens de Frans-Duitse Oorlog (1870‑1871) werkte Van Oye als vrijwillig arts bij het Rode Kruis in het Franse leger. Na deze periode vestigde hij zich in 1871 als arts te Oostende. Op 28 oktober 1876 trouwde hij met Maria Rumschöttel, met wie hij een zoon kreeg. Als schrijver publiceerde Van Oye poëzie, liederen (sommige op muziek gezet), essays en toneelstukken. Zijn oeuvre omvat onder meer "Morgenschemer" (1874), "Vonken en Stralen" (1889), "Godelieve van Gistel" (1910) en "Mijn gevangenis" (1923), een getuigenis van zijn ervaring als politiek gevangene na de Eerste Wereldoorlog. In 1905 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, maar na de oorlog verloor hij zijn staatsfuncties en werd hij in 1919 uit de Academie ontheven vanwege zijn activistische houding tijdens de oorlogsjaren. Van Oye overleed te Gistel op 4 juni 1926.
Links[wikipedia]
Relation to Gezelleoud-leerling van Gezelle; correspondent; vriend; gelegenheidsgedichten, lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; studentenbeweging
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameVisart de Bocarmé, Amedée
Dates° Sint-Kruis, 04/11/1835 - ✝ Brugge, 29/05/1924
SexMannelijk
Occupationburgemeester; volksvertegenwoordiger; advocaat
BioVisart werd voor de eerste maal volksvertegenwoordiger op 12 januari 1864 en voor de tweede maal op 9 januari 1868. Hij bleef volksveregenwoordiger tot 25 november 1923. Op 18 februari 1876 werd hij burgemeester van Brugge en hij bleef dit ambt uitoefenen tot aan zijn dood.
Links[odis], [wikipedia]
NameBreidel, Jan
Dates° Brugge, ca. 1264 - ✝ tussen 1328 en 1333
SexMannelijk
Occupationslager; verzetsstrijder
BioVlaamse vleeshouwer uit de vroege 14de eeuw die een belangrijke rol speelde in het optreden van de gilden, voornamelijk te Brugge, tegen het patriarchaat en Frankrijk. In de Vlaamse beweging geïnterpreteerd als icoon van de nationale strijd.
Links[wikipedia]
NameDe Coninck, Pieter
Dates° Brugge, 1250-1260? - ✝ Brugge?, 1332?
SexMannelijk
Occupationwever
BioDe Brugse wever Pieter de Coninck leidde samen met Jan Breydel in 1302 de Vlaamse volksopstand die resulteerde in de Brugse Metten en de Guldensporenslag. Later onder meer door Hendrik Conscience geportretteerd als nationale helden, kreeg dit duo in 1887 een standbeeld op de Brugse Markt.
Links[wikipedia]

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameKortrijk
SettlementKortrijk

Title15/10/1886, Kortrijk, Guido Gezelle aan [Amedée Visart de Bocarmé]
EditorKoen Calis
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2024
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKoen Calis, Gezelle Guido aan Visart de Bocarmé Amedée, Kortrijk (Kortrijk), 15/10/1886. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2024 Available from World Wide Web: link .
SenderGezelle, Guido
Recipient[Visart de Bocarmé, Amedée]
Date Sent15/10/1886
Place SentKortrijk (Kortrijk)
AnnotationLocatie origineel: brief is in bezit van het Stadsarchief Brugge (Feesten Breidel en Coninckfeesten nr. XI a 81)
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel
papier, wit, vierkant geruit (groot)
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Condition volledig
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryStadsarchief Brugge
ID Gezelle ArchiveStadsarchief Brugge, Feesten Breidel en Coninckfeesten nr. XI a 81
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.26842
Content Description
IncipitBen u zeer dankbaar wegens de
Summary antwoord op brief van Amedée Visart de Bocarmé van 14/10/1886, betreffende Gezelles deelname aan de jury voor het zangstuk op de feesten naar aanleiding van de inhuldiging van het standbeeld van Jan Breydel en Pieter de Coninck op de Brugse Markt in augustus 1887
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.