+ English Seminary Bruges March 3d A.D. 1861
Weledele Zeer Geleerde
Heer,[1] Zie in uw geëerd weekblad ‘Alleman's Vriend’, dat gy my de eere gedaen hebt te zenden, dat gy eene vertaling uitgeeft van Vrouw Düringsfeld's ‘geistliche Leben etc.’[2] en dat gy die vertaling laet vergezeld gaen van hier-end-daer een verbeterende nota; mag ik u verzoeken de volgende of gelykgeldende te voegen onder het artikel[3] dat uwen dienaer betreft den schryver van tegenwoordigen brief?
Nota van den vertaler. Wy hebben genoegzaeme gronden om te verzekeren dat Mr. Gaillard, (schoon hy stadgenoot zy van Mr. G.,) Mevrouw Düringsfeld kwalyk ingelicht heeft aengaende de levensomstandigheden van den tegenwoordigen schryver. Zyn Peter was niet de baron G. van Zuylen Gaesbek (sic)[4] gemelde Heer van Zuylen, noch eenig ander is oorzaek of hulpe geweest tot zyn intrede in 't Kollegie[5] noch heeft iemand iets hoegenaemd te doen gehad met den keus van zynen staet, in de maniere zoo als beweerd wordt.[6]
Indien het mynheer uitgever aengenaem is zal ik hem den vlaemschen text van 't ‘ranke riet’ toezenden. Ik zende hier benevens met den post een exemplaer van myne ‘Kerkhofblommen’ en ik zou my grootelyks vereerd achten mogten zy plaets vinden in uw geëerd blad evenals eenige andere myner gedichtjens die u zouden aenstaen mits behoud van myne spellinge.
Groete ulieden allemans vriendelyk
Guido Gezelle presbyter
:-:[7]professor v. Philosophie in 't
Engelsch Seminarie
Brugge.
Annotations
[1] De locatie van de originele brief is onbekend. De brief is enkel in gepubliceerde versie beschikbaar: A. van Tichelen, Bij een onuitgegeven brief van Guido Gezelle. In: Dietsche Warande en Belfort: 95 (1950) 2, p.120-122. Ook: A. Viaene, De doopnaam van Guido Gezelle. In: Biekorf: 56 (1955), p.13.
[2] In het najaar van 1860 verscheen dit bekende werk van Ida von Düringsfeld:
Von der Schelde bis zur Maas. Das geistige Leben der Vlamingen seit dem Wiederaufblühen der Literatur. Enkele jaren eerder had de schrijfster door Vlaanderen gereisd en daarbij contact gelegd met tal van prominente literaire figuren. Tijdens haar verblijf verzamelde ze bio- en bibliografische gegevens van Vlaamse auteurs – in totaal 181 – die ze alfabetisch ordende. Bovendien voorzag ze het werk van zorgvuldig vertaalde fragmenten uit poëzie en proza van de meeste schrijvers die ze beschreef. In haar levensbeschrijving van Guido Gezelle voegde Ida von Düringsfeld een vertaling toe van ‘O! 't ruischen van het ranke riet!’, die opmerkelijk dicht bij het oorspronkelijke gedicht blijft.
De biografie zelf is beknopt: ‘Gezelle (Guido), geboren den 1. Mai 1830 zu Brügge von wenig bemittelten Eltern. Sein Pathe, der Baron G. Van Zuylen Gaesbek, war es, der ihn zuerst am Collegium zu Brügge and dann auf dem kleinen Seminar zu Roulers oder Rousselaere studieren liesz. Den Wunsch seines Beschützers nach sollte Gezelle Arzt werden, doch er hatte die bestimmteste Neigung zum Priesterstande’. En de slotzin luidt: ‘Seine Biographie verdanke ich Delphin Gaillard aus Brügge’.
Het is begrijpelijk dat de biografie zo kort is want toen de Duitse schrijfster in Vlaanderen verbleef, genoot Gezelle buiten een beperkte West-Vlaamse kring nog nauwelijks erkenning of waardering. Dit verklaart waarom zijn levensschets veel korter is in vergelijking met de uitvoerige portretten die zij aan andere auteurs wijdde. (A. van Tichelen, Bij een onuitgegeven brief van Guido Gezelle. In: Dietsche Warande en Belfort: 95 (1950) 2, p.120).
[3] Harry Peters maakte voor het weekblad
Alleman’s Vriend een vrije vertaling van het werk van Ida von Düringsfeld. Hij nam haar biografische aantekeningen over, vulde deze aan, kortte ze in waar nodig en corrigeerde fouten wanneer hij dacht dat de schrijfster verkeerd was geïnformeerd. Zijn vertaling, die hij de titel
Het geestige leven der Vlamingen gaf, werd vanaf 2 december 1860 wekelijks gepubliceerd en liep een jaar lang door. (A. van Tichelen, Bij een onuitgegeven brief van Guido Gezelle. In: Dietsche Warande en Belfort: 95 (1950) 2, p.120).
[4] Guido Gezelle wil het peterschap van baron Guido van Zuylen van Nyevelt niet afwijzen, maar wel het gebruik van de naam ‘Gaesbek’ omwille van de negatieve connotatie.
1. De overgrootmoeder van baron Guido van Zuylen, Marie-Anne van Steelant, was dame van Gaesebeke, een landgoed in Frans-Vlaanderen. Alleen de afstammelingen van haar oudste zoon namen de naam ‘Van Zuylen van Nyevelt de Gaesebeke’ aan. De nakomelingen van haar tweede zoon, waaronder de grootvader van baron Guido, deden dat niet.
Tot de oudste tak behoorde Jean-Antoine Van Zuylen van Nyevelt de Gaesebeke (1748-1797), een berucht lid van de Brugse ‘Jacobijnse’ club ‘Société des Amis de la Liberté et d’Égalité’ tijdens het Franse bewind (1792-1793). Hij verbrandde op de Markt symbolen van de Habsburgse soevereinen, waaronder portretten, blazoenen en galgen. Daarnaast reisde hij naar Parijs met een verzoekschrift om Vlaanderen als departement bij Frankrijk te voegen. Na de Franse aftocht vluchtte hij naar Parijs en vestigde zich bij zijn moeder in Rijsel. Zijn brutale gedrag leverde hem en zijn nazaten de bijnaam ‘Gasbeeste’ op.
2. Deze Germaanse schrijfwijze ‘Gaesbek’ (sic, schrijft Gezelle) van de naam Gaesebeke door Ida von Düringsfeld heeft in het Vlaams de ironische bijklank van ‘gasbek’ of ‘bec de gaz’. (In: Biekorf: 56 (1955), p.17-18 en Biekorf: 96 (1996), p.226-230).
[5] Guido Gezelle vatte in 1841 zijn humaniorastudies aan in dit college.
[6] Harry Peters publiceerde deze opmerking onderaan zijn vertaald artikel over Gezelle in: Alleman's Vriend: (17 Maart 1861):
‘Wij hebben genoegzame gronden om te verzekeren dat Mevr. Von Duringsfeld kwalijk ingelicht is geweest aengaende de levensomstandigheden van M. Gezelle. Zijn peter was niet de baron G. Van Zuylen Gaesbek (sic); gemelde heer Van Zuylen noch eenig ander is de oorzaek of hulp geweest tot zijne intrede in 't kollegie, noch heeft iemand iets hoegenaemd te doen gehad met den keus van zynen staet, in de manier zoo als beweerd wordt. - De Vertaler.’ (A. van Tichelen, Bij een onuitgegeven brief van Guido Gezelle. In: Dietsche Warande en Belfort: 95 (1950) 2, p.120).
[7] Deze brief is geschreven op blauw geruit papier zoals meerdere van Gezelles brieven uit 1860-1861. In enkele van die brieven noteerde Gezelle bovendien in zijn handtekening vijf puntjes, de dichter is zo ‘de vijf zoete wonden Christi’ indachtig. A. van Tichelen, Bij een onuitgegeven brief van Guido Gezelle. In: Dietsche Warande en Belfort: 95 (1950) 2, p.121.