<Resultaat 2539 van 2965

>

p1
Weledele Heeren Burgemeester en Raden der stad Brugge,

Veroorlooft mij, met de Heeren Senator Lammens, Volksverbeelder[2] Janssens en anderen ued., te verzoeken in Brugge geen beeld te laten zetten van zaliger Heer Rodenbach, den schrijver van Bruges la morte, etc.[3] Stelt liever beelden ter eere van dezen die ‘t levende Brugge zoeken eerbiediglijk en zediglijk te vereerlijken.

Ben ulieden zeer ootmoedige
Guido Gezelle

Noten

[1] mei
[2] Volksvertegenwoordiger.
[3] In zijn roman Bruges-la-morte schilderde Georges Rodenbach Brugge af als een doodse stad. De Bruggelingen, die pogingen deden om de stad te doen herleven, namen hem dit niet in dank af. Protest volgde vooral vanuit de Vlaamsgezinde Katholieke hoek. Het standbeeld van Georges Rodenbach is er dan ook nooit gekomen. Geleidelijk aan kwamen protestbrieven bij het Stadsbestuur binnen. Ook Gezelle ondertekende niet alleen de circulaire verzetsbrief van het Davidsfonds in mei, maar stuurde zelf nog deze persoonlijke protestbrief.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVisart de Bocarmé, Amedée
Datums° Sint-Kruis, 04/11/1835 - ✝ Brugge, 29/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroepburgemeester; volksvertegenwoordiger; advocaat
BioVisart werd voor de eerste maal volksvertegenwoordiger op 12 januari 1864 en voor de tweede maal op 9 januari 1868. Hij bleef volksveregenwoordiger tot 25 november 1923. Op 18 februari 1876 werd hij burgemeester van Brugge en hij bleef dit ambt uitoefenen tot aan zijn dood.
Links[odis], [wikipedia]

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamVisart de Bocarmé, Amedée
Datums° Sint-Kruis, 04/11/1835 - ✝ Brugge, 29/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroepburgemeester; volksvertegenwoordiger; advocaat
BioVisart werd voor de eerste maal volksvertegenwoordiger op 12 januari 1864 en voor de tweede maal op 9 januari 1868. Hij bleef volksveregenwoordiger tot 25 november 1923. Op 18 februari 1876 werd hij burgemeester van Brugge en hij bleef dit ambt uitoefenen tot aan zijn dood.
Links[odis], [wikipedia]

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamJanssens, Alfons J. M.
Datums° Sint-Niklaas, 16/10/1841 - ✝ Luzern, 01/09/1906
GeslachtMannelijk
Beroeppoliticus; dichter; auteur; textielfabrikant
BioAlfons Janssens studeerde aan het Sint-Jozefscollege van Sint-Niklaas. In 1868 was hij sergeant bij de pauselijke zoeaven. Hij huwde in 1872 en nam samen met zijn broer de leiding van de familiale textielfabriek. Hij was de medestichter van de Gilde van Ambachten en Neringen Sint-Niklaas. Vanaf 1885 was hij betrokken bij het Davidsfonds als voorzitter en in het hoofdbestuur. Hij was ook een dichter en auteur en lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij was zeer goed bevriend met Guido Gezelle met wie hij uitgebreid correspondeerde. Zo bleef hij bij Janssens overnachten na de zittingen van de Academie. Gezelle maakte drie gedichten voor Janssens die verband houden met deze bezoeken. Op de treinreis terug schreef hij andere gedichten zoals "Hoe helder, zwart op wit, die koe". Janssens zelf leverde bijdragen aan "De Vlaamsche Wacht", "Rond den Heerd", "Loquela", "Het Belfort" en "Vlaamsche Zanten". Als katholiek politicus was hij gemeenteraadslid van Sint-Niklaas (1885-1904 ) en lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers in het arrondissement Sint-Niklaas (1892-1900).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; Rond den Heerd; Loquela; gelegenheidsgedichten
NaamLammens, Jules
Datums° Gent, 20/03/1822 - ✝ Gent, 04/11/1908
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; notaris; senator; politicus: senator
BioJules lammens studeerde rechten aan de universiteit van Gent en promoveerde er in 1844. In 1846 huwde hij met Marie-Louise Minne. Ze kregen 2 dochters: Marie en Claire. Jules Lammens was aanvankelijk advocaat maar werd op 5 juni 1850 notaris te Gent. Hij was een toonaangevende ultramontaanse katholiek. Hij was o.m. lid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge en medeoprichter en redacteur van Le Bien Public. Van 1880 tot 1900 was hij senator voor Kortrijk. Op vraag van Jules Lammens vertaalde Gezelle een Latijns kruisgedicht voor een door Lammens opgerichte Calvarieberg te Tielt: Kruisgedicht voor Jules Lammens: Gekruiste God, die voor mij staat
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenP. Couttenier, De correspondentie Gezelle-Lammens, in: Gezelliana: 15 (1986), p. 134-153.
NaamVisart de Bocarmé, Amedée
Datums° Sint-Kruis, 04/11/1835 - ✝ Brugge, 29/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroepburgemeester; volksvertegenwoordiger; advocaat
BioVisart werd voor de eerste maal volksvertegenwoordiger op 12 januari 1864 en voor de tweede maal op 9 januari 1868. Hij bleef volksveregenwoordiger tot 25 november 1923. Op 18 februari 1876 werd hij burgemeester van Brugge en hij bleef dit ambt uitoefenen tot aan zijn dood.
Links[odis], [wikipedia]
NaamRodenbach, Georges
Datums° Doornik, 16/06/1855 - ✝ Parijs, 25/12/1898
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; dichter
VerblijfplaatsFrankrijk
BioGeorges Rodenbach werd geboren te Doornik op 16 juli 1855. Hij had enkele bekende familieleden, waaronder Alexander Rodenbach, oprichter van de brouwerij Rodenbach, en dichter Albrecht Rodenbach, leider van de Blauwvoetbeweging. Georges Rodenbach studeerde rechten in Gent en Parijs, en ging aanvankelijk aan de slag aan de balie van Gent en later als advocaat in Brussel. In 1888 huwde hij met Anne-Marie Urbain (1860-1945), met wie hij een zoon kreeg, Constantin Rodenbach (1892-na 1948). In datzelfde jaar verhuisde hij naar Parijs en werd er voltijds schrijver en correspondent van de “Journal de Bruxelles”. In 1892 verscheen zijn symbolistische roman “Bruges-la-morte”. De roman was een groot succes en droeg bij aan de toeristische belangstelling voor Brugge. De Bruggelingen waren echter gekant tegen de voorstelling van Brugge als doodse stad. Dit gevoel werd versterkt toen Rodenbach in 1897 “Le Carillonneur” publiceerde, waarin hij zich negatief uitliet over de haven van Zeebrugge. Georges Rodenbach stierf op kerstmis 1898, op 43-jarige leeftijd, aan een blindedarmontsteking. Hij is begraven op de begraafplaats Père-Lachaise (Parijs).
Links[wikipedia], [dbnl]

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Titel - ander werk

TitelBruges-la-morte
AuteurRodenbach, Georges
Datum1892
PlaatsParis
UitgeverMarpon & Flammarion

Titel25/05/1899, Kortrijk, Guido Gezelle aan Burgemeester Amedée Visart de Bocarmé en raden van de Stad Brugge
EditeurBirgit Ampe
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2024
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenBirgit Ampe, Gezelle Guido aan Visart de Bocarmé Amedée, Kortrijk (Kortrijk), 25/05/1899. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2024 Available from World Wide Web: link .
VerzenderGezelle, Guido
OntvangerVisart de Bocarmé, Amedée
Verzendingsdatum25/05/1899
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieBriefversie van datering: den 25n van Bloeimaand 1899; locatie origineel: brief is in het Stadsarchief Brugge (Dossier 'Monument Georges Rodenbach', doos 'gedenktekens, borstbeelden en vieringen, 1879-1952' in de reeks 'Feesten en Plechtigheden van het Modern Archief (voorlopig nr. XIa164bis/II5bis, z2XVI4)
Gepubliceerd inHoe het gedenkteken Georges Rodenbach niet te Brugge kwam / door M. Van Houtryve in: Het stille Brugge. 100 jaar Bruges-la-Morte.Brugge : Stichting Kunstboek, 1992, p.58
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 211 mm x 130 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Staat volledig
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsStadsarchief Brugge
ID GezellearchiefStadsarchief Brugge, Feesten Breidel en Coninckfeesten nr. XI a 81
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.25585
Inhoud
IncipitVeroorlooft mij, met de Heeren
Samenvatting protestbrief tegen het monument voor Georges Rodenbach
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.