<Resultaat 1658 van 2965

>

p1
Achtbare Heer Professor,

Neemt al dat u aanstaat en geluk daarmeê![1] Maar zult ge uw werk geen hinder doen? Johan Winkler, die, in zin laatste werk Oud Nederland, met lof gesproken heeft van Zuid-Nederland, van Vlanderen, van Vlaamsche schrijvers en zelfs van mij, wordt hevig aangevallen, deswegens, in de Noord-Nederlandsche bladen; zelfs, schrijft hij mij, door Belgisch-Vlaamsche schrijvers![2]

Uw laatste schrijven,[3] en al de voorige, beware ik, maar tot nog toe en wete ik niet hoe ervan gebruik maken in Loquela, die, door mijn ziek zijn, twee-drie maanden ten achteren is.

Ik ben bezig met de 5e uitgave van Kerkhofblommen; sedert de voorgaande uitgave zijnder 86 “zielgedichtjes” bij gekomen: wie weetp2of niet een van die u en zou aanstaan.

Ik leze met genoegen de Volkskunde, welk woord eilaas het woord folklore niet terug en geeft![4] Folklore is 't gene 't Volk leert en van hand tot hand overlevert. Onder de leveraars van de bijdragen zijnder ook wel die, bij zulk fijn werk, niet te betrouwen en zijn. Ge weet zoo wel, en beter als ik dat veel stukken folklore door het Volk niet geloofd, maar enkel gezeid worden. Zoo spreekt men in 't Fransch wel van les cendres[5] eens overledenen, ofschoon ten onzen toch weinig lijken gebrand worden.

Bidde onschuld voor deze laatste ongevraagde reken en ben

ulieden zeer ootmoedige dienaar
Guido Gezelle

Noten

[1] Hier verwijst Gezelle naar de gedichten die Pol De Mont suggereerde om in zijn bloemlezing voor scholen op te nemen zoals vermeld in zijn brief naar Guido Gezelle van 19/06/1888: “Een Meezennestje, Een Bonke Kersen, Kind, en wellicht nog een enkel ander”.
[2] In de brief van Johan Winkler aan Guido Gezelle van 24/05/1888 wordt het artikel dat in Noord-Nederland verscheen tegen Winklers werk Oud-Nederland vermeld. Het is getiteld “Bij onze buren in 't Zuiden en Oosten. Ons Oud Nederland door Johan Winkler”, verschenen in het liberale Algemeen Handelsblad van 8 april 1888. De bijdrage is anoniem. Winkler uit in zijn brief aan Gezelle het vermoeden dat het artikel eveneens van de hand van August Gittée zou zijn, die in het Nederlandsch Museum ook een neerbuigende recensie over het boek had gepubliceerd. Maar afgaand op de schrijfstijl lijkt het evenwel onwaarschijnlijk dat het artikel in het Algemeen Handelsblad ook van Gittée zou zijn.
[3] Dit is een reactie op wat Pol De Mont schreef in zijn brief aan Guido Gezelle van 19/06/1888: “Meer dan een jaar geleden was ik zo vrij U iets over Loquela te zenden, - en ik heb er nooit iets over vernomen, en vrees fel dat mijn brief zal verloren geraakt zijn onderweg.”
[4] Op de eerste zes pagina's geeft Pol De Mont een uiteenzetting over het woord “Volkskunde” in de jaargang van 1888 van 1 januari. (Zie: Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore uitgegeven door Pol De Mont en Aug. Gittée. Gent: Algemeene Boekhandel van Ad. Hoste, 1 (1888), p. 1-6).
[5] De as, gebruikt in de volksmond voor stoffelijk overschot.

Register

Correspondenten - personen

NaamDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Datums° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Datums° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Datums° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Naam - plaats

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelEen bonke keerzen kind!
PublicatieGedichten, Gezangen en Gebeden (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 115
TitelHet meezennestje
PublicatieGedichten, Gezangen en Gebeden (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 55

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelKerkhofblommen (Kerkhofbloemen)
Links[gezelle.be]
TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelVolkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore (periodiek)
AuteurGitée, August ; De Mont, Pol
Datum1888-1894
PlaatsGent
UitgeverAd. Hoste
TitelOud Nederland
AuteurWinkler, Johan
Datum1888
Plaatss-Gravenhage
UitgeverCharles Ewings
TitelPoëzie en proza uit de werken van de beste Zuid- en Noordnederlandsche schrijvers, ten gebruike van lager-, middelbaar- en normaal onderwijs
AuteurDe Mont, Pol
Datum1888
PlaatsGent

Titel21/06/1888, Kortrijk, Guido Gezelle aan [Pol De Mont]
EditeurFrederic Vandeputte; Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenFrederic Vandeputte; Marc Carlier (research), Gezelle Guido aan De Mont Pol, Kortrijk (Kortrijk), 21/06/1888. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderGezelle, Guido
Ontvanger[De Mont, Pol]
Verzendingsdatum21/06/1888
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van publicatie; originele brief is aanwezig in het AMVC nr. G 3633/B (inschrijvingsnummer: 32083)
Gepubliceerd inRijmsnoer II, p.174 noot 4 (fragment); Gezelle-briefwisseling 1 : verzameling archief en museum voor het Vlaamse cultuurleven Antwerpen / door R.F. Lissens. - Antwerpen : De Nederlandsche Boekhandel, 1970, p.54-55
Fysieke bijzonderheden
Drager 210 mm x 135 mm
papiersoort: 2 zijden beschreven
Staat volledig
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsAntwerpen
BewaarplaatsCollectie Stad Antwerpen, Letterenhuis
ID Gezellearchief12832, 17 (21); AMVC nr. G 3633/B
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.25340
Inhoud
IncipitNeemt al dat u aanstaat en geluk
Samenvatting De Mont mag nemen wat hem bevalt, maar Gezelle vraagt of dit het werk niet zal hinderen. Johan Winkler heeft over Vlaamse schrijvers en Gezelle gesproken in "Oud Nederland" en is daarvoor in Nederlandse bladen aangevallen zelfs ook door Vlaamse schrijvers. Hij bewaart de brieven ven De Mont, maar hij weet niet hoe hij er gebruik van moet maken, aangezien "Loquela" twee-drie maanden achterstand heeft wegens ziekte van Gezelle. Gezelle bereidt de vijfde uitgave van "Kerkhofblommen" voor met een extra 86 "zielgedichtjes". Over het tijdschrift "Volkskunde. Tijdschrift voor de Nederlandsche Folklore".
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.