<Hit 2109 of 2965

>

p1
Zeer eerweerde Heer & vriend,

Hierbij zende ik u een oud stuk,[1] dat u mogelijk behagen zal; ik voege daarbij mijne beste wenschen voor het aanstaande nieuwjaar!

Mijn macht van biechte hooren te Meenen en spreekt maar voor ‘t geval dat Joufvr. Van Ackere zou berecht worden. Zij en is nog niet berecht. Dat gij wildet zoo goed zijn van macht te vragen voor gezeide biechte te Meenen te hooren als ik daartoe van Joufvr. Van Ackere verzocht worde.[2]

Ik hebbe naar Mr Soenens geschreven.[3]

Ik heb mijne oude brieven etc. doorzocht[4] en gevonden dat ik onderpastoor geworden ben op S. Walburge den 11n Oct. 1865. Ik ben naar Brugge gezonden op ‘t einde van ‘t schooljaar 1860. Ik heb brieven van Mr Algar uit Rousselaere van April 1861 voorwaards; hij spreekt daarin p2van zijn 6 maanden verblijf[5] met mij en Dr Desplentere in Sir John Suttons Engelsch collegie te Brugge. Binnen die zes maanden sliep ik in ‘t collegie, een huis gaande van de Biscayer plaatse naar de Kiekenmart,[6] al de rechtere hand.

Ik heb de Engelsche seminaristen weten wonen neffens de smesse van Mr Rooms, noordwaards als men van ‘t Seminarie over de Duinebrugge gaat. Twee drie dagen eer ik daar toekwam waren al de seminaristen, 6 op 8 engelsche, met hunnen Vice-rector Dr Leadbitter, s nachts, omtrent den 1h thuis gekomen uit stad en door de venster van dat huis binnengerocht. Het verhuizen moet op ‘t einde van die 6 maanden zijn; ik woonde dan beneden in ‘t huis neffens schipperscapelle, seminariewaards.

Kan ik uit oude brieven meer vernemen, ik schrijve wederom. Wilt gij Algars brieven lezen, ik zal ze u zenden. Dr Desplentere te p3Salford heeft misschien iets aangetekend; Pastoor Blaere, eertijds onderpastoor Sweveghem, nu Pastoor te ….?[7] was, met nog een oudere Vlaming, leerling in dat ongelukkig Engelsch collegie; hij weet er misschien nog van te spreken. Deken Verraes, te Thielt, weet geheel de geschiedenisse van den Exodus van de Engelsche leerlingen, voor dewelke Mgr. Boone te Rousselaere betaalde, benevens hunnen Engelschen professor J.C. Algar, van Rousselaere naar Brugge.

Ben, met allen eerbied en dank,
uw zeer toegenegen
Guido Gezelle

Annotations

[1] In de antwoordbrief van Ernest Rembry van 30/12/1892 is er sprake van een afschrift van een brief van de karthuizer Petrus Vanden Bossche.
[2] Guido Gezelle kreeg uitzonderlijk bisschoppelijke toestemming om als biechtvader op te treden van Adeline Van Ackere te Menen, dus buiten zijn parochie. Ze overleed op 17 april 1893 op 34-jarige leeftijd na een langdurige ziekte. Hiervan is echter geen vermelding in de Acta Episcopalis (Bisschoppelijk Archief Brugge).
[3] Gezelle belegde zijn spaargeld via Ernest Rembry en Joseph Soenens. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.264-265).
[4] Het Engels Seminarie was gelegen op Sint-Gillis. Op 4 augustus 1892 had Ernest Rembry Gezelles nota’s opgevraagd voor zijn boek De bekende Pastors van Sint Gillis te Brugge. Daarin wordt een hoofdstuk gewijd aan de instelling. (p.629-639, 642-647). Op p.635-636 vinden we de informatie over Gezelle terug.
[5] Het Engels College heeft slechts zes maanden bestaan van oktober 1860 tot april 1861.
[6] Vroegere benaming van het Sint-Jansplein.
[7] Pastoor Justin Blaere was op 11/03/1891 overgeplaatst naar Lapscheure.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Sender

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Recipient

NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Place

NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - person

NameAlgar, Joseph Cox
Dates° Hume-Bristol, 12/12/1819 - ✝ Roeselare, 21/12/1881
SexMannelijk
Occupationleraar
ResidenceEngeland
BioJoseph Algar was de zoon van een vooraanstaande dominee. Hij studeerde theologie aan het Magdalen College te Oxford en behaalde er de graad van Master of Arts. Om gezondheidsredenen moest hij zijn studies staken en werd hij een rondtrekkende privé-leraar. Hij gaf les aan de zonen van de anglicaanse aartsbisschop van Dublin en aan de kinderen van de Engelse ambassadeur in Stockholm. Onder invloed van diens vrouw dacht hij aan bekering tot het katholicisme. Terug in Engeland zocht hij John Henry Newman (1801-1890) op, zelf een bekeerling en toekomstig kardinaal. Die stuurde hem naar Faict, anglofiel en professor aan het grootseminarie te Brugge (1847-'48). Nadat Faict superior was geworden te Roeselare (1849), kwam Algar ook naar het kleinseminarie (april 1850) om er leraar Engels te worden (1851). In 1854 werd hij professor voor de afdeling van de Engelsen. Algar werd er de goede vriend van Gezelle, wie hij raad gaf voor alles wat de Engelse letterkunde betrof. Samen gingen ze te Brugge het Engels College leiden (oktober 1860 - maart 1861). Na de mislukking van dat experiment keerde Algar naar Roeselare terug waar hij tot aan zijn dood verantwoordelijk was voor de Engelse afdeling. Gezelle droeg hem postuum zijn vertaling van Longfellows Song of Hiawatha (1886) op.
Relation to Gezellecorrespondent; collega
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameBlaere, Justin
Dates° Alveringem, 17/08/1845 - ✝ Lapscheure, 11/05/1910
SexMannelijk
Occupationpriester; coadjutor; onderpastoor; pastoor
BioJustin Blaere werd geboren in Alveringem op 17 augustus 1845 als zoon van winkelier Petrus Blaere en Anna Vereyck. Hij was een van de weinige Vlaamse leerlingen in Gezelles Engels college te Brugge in 1860-61, daarna volgde hij van 1861 tot 1863 lessen aan het kleinseminarie te Roeselare. Op 31 juli 1870 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Kort daarop werd hij coadjutor in Tiegem (23 augustus 1870), onderpastoor in Roesbrugge (24 september 1870) en vanaf 8 januari 1873 onderpastoor in Zwevegem. In 1891 werd hij benoemd tot pastoor van Lapscheure, waar hij tot zijn overlijden in functie bleef.
Links[odis]
Relation to Gezelleleerling Engels College; kleinseminarie
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameBoone, Amatus Augustus
Dates° Vlamertinge, 14/12/1823 - ✝ Brugge, 23/02/1890
SexMannelijk
Occupationpastoor; kannunik; econoom
BioDecimus Amatus Augustus Boone werd op 14 december 1823 geboren in Vlamertinge, als zoon van een bierbrouwer. Op 25 mei 1850 werd hij in Brugge tot priester gewijd, en op 20 februari 1851 benoemd tot hulppriester van de Sint-Willibrordus parochie te Wulpen nabij Koksijde. Op 11 juni van datzelfde jaar werd hij onderpastoor van St. Gillis, Brugge. In juli 1859 werd hij tot econoom aangesteld van het Engels Seminarie te Brugge, waar Gezelle professor filosofie en vicerector was. Deze instelling was een van de initiatieven van de Engelse mecenas Sir John Sutton, en werd van meet af aan gesteund door Boone. In 1860 reisden ze samen naar Rome. Bij die gelegenheid werd Boone geheime kamerheer van Pius IX, en in 1866 diens huisprelaat. ‘Geheime kamerheer’ betekende het recht om enkele weken per jaar dienst te doen in het Apostolisch Paleis of in de pauselijke zomerresidentie in Castel Gandolfo. Huisprelaat was een eretitel die aan een verdienstelijk priester kon gegeven worden op vraag van een plaatselijke bisschop, in dit geval bisschop Johan Joseph Faict. Boone kreeg voortaan de aanspreektitel monseigneur. Vanaf 30 augustus 1872 was hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. Bij de dood in 1873 van Sir John Sutton kwam er een einde aan al diens initiatieven, ook aan het Engels Seminarie en aan Boones functie van econoom. Het lichaam van Sutton werd bijzet in het familiegraf van monseigneur Boone. Zelf stierf de kanunnik op 23 februari 1890 in zijn woning in de Gouden Handstraat in Brugge.
Links[odis]
Relation to GezelleEngels Seminarie
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; L. van Biervliet, 'John Sutton, het Engels seminarie en Aimé Boone'. in: Biekorf: 96 (1996) 1, p.40-68; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p.7-8
NameDe Splenter, Bruno; desplentere
Dates° Ooigem, 13/12/1835 - ✝ Kortrijk, 22/10/1899
SexMannelijk
Occupationmissionaris; priester; leraar; doctor kerkelijke recht; kanunnik
ResidenceEngeland
BioBruno De Splenter werd geboren op 13 december 1835 in Ooigem als zoon van Joannes De Splenter, landman, en Amelia Coopman. Hij behaalde het diploma van onderwijzer aan de normaalschool te Torhout en hij werd leraar voor de Engelsen aan het kleinseminarie tot 1857. Ondertussen studeerde hij er Latijn en volgde hij de retorica (1858) en de afdeling filosofie (1859). Hij trad binnen in het Engels Seminarie op 20 oktober 1859. Hij werd tot subdiaken gewijd op 21 december 1861 en tot diaken op 9 juli 1862. Zijn priesterwijding ontving hij op 18 december 1862 in het grootseminarie te Brugge door bisschop Delbecque van Gent. Hij werd toegelaten aan het Collegio Pio te Rome op 9 januari 1863 en promoveerde er in het kerkelijk recht op 18 december 1864. Van 1864 tot 1875 was hij leraar klassieke en moderne talen aan de Salford Catholic Grammar School en leraar aan de Seminary of Pastoral Theology, Bishops's House van 1875 tot 1876. Hij was verbonden aan de kathedraal van Salford en droeg de pastorale zorg voor de Mount Carmel Mission Area. In 1876 was werkzaam in St James Pendleton en in 1877 werd hij pastoor en deken van St. Edmund's, Manchester. Hij stichtte nieuwe parochies, bouwde nieuwe kerken en scholen. In april 1891 werd hij deken en kanunnik van St. Patrick's Manchester. In november 1892 werd hij verkozen tot lid van de Manchester School Board waarin hij een belangrijke rol vervulde ten voordele van het katholieke onderwijs. In januari 1893 werd hij kanunnik-theoloog van Salford. Wegens gezondheidsproblemen trok hij zich in 1898 terug in St. Bede’s College, Manchester. Vervolgens verbleef hij in Oughem en bij de Zusters van Sint-Carolus Borromeus in Kortrijk, waar hij uiteindelijk overleed op 22 oktober 1899. Hij was een voorstander van de rechten van het Ierse volk. Hij schreef o.a. in 't Jaer 30, de Gazette van Thielt en Biekorf.
Links[odis]
Relation to Gezellemedewerker Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; correspondent
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.ensie.nl/katholieke-encyclopaedie/bruno-de-splenter; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p.19; Rijksarchief geboorteakte; Geneanet
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameLeadbitter, William
Dates° Newcastle-upon-Tyne, 1832 - ✝ Newcastle-upon-Tyne, 08/05/1863
SexMannelijk
Occupationvicerector; onderpastoor
ResidenceEngeland
BioWilliam Leadbitter werd geboren in Newcastle-upon-Tyne in 1832 als tweede kind van John Leadbitter, handelaar uit York en Catharine Swinburne uit Yarm. Hij was verwant aan de Leadbitters of Warden, een prominente Katholieke familie. In oktober 1856 werd hij student aan het Engels College te Rome, waar hij doctor in de theologie werd. Op 29 januari 1859 werd hij benoemd als vicerector van het Engels Seminarie te Brugge en Dessein als rector op vraag van Sutton. Op 26 februari 1859 kwam hij ten slotte samen met vier studenten als eerste vicerector van het Engels Seminarie te Brugge aan. Hij bekwam zijn celebet en een jurisdictie voor drie jaar op 2 maart 1859. Er ontstonden heel wat spanningen tussen Leadbitter en rector Dessein (Leadbitter werd er o.a. van beschuldigd de studenten aan te zetten tot insubordinatie). De procurator Amaat Boone werd naar Engeland gestuurd om de klachten over hem voor te leggen aan bisschop Grant. Omwille van deze spanningen gaf Leadbitter zijn functie op. Hij verbleef aanvankelijk om gezondheidsredenen bij de Ierse Dames te Ieper eind december 1860 tot zijn definitief vertrek op 8 februari 1861 naar Engeland. Gezelle volgde Leadbitter op aan het Engels Seminarie als vicerector. Leadbitter werd onderpastoor van St. Mary’s Cathedral te Newcastle. Hij overleed te Newcastle-upon-Tyne op 8 mei 1863.
Relation to Gezellecorrespondent
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Patrick de Wilde, Letters of William Leadbitter (1832-1863), Curate of St Mary's Cathedral. In: Northern Catholic History :(1982) 15 ; Stewart Foster, The Life and Death of a Victorian Seminar: The English College, Bruges, 1990
NameSoenens, Joseph Alphonse Marie
Dates° Brugge, 26/02/1853 - ✝ Brugge, 10/05/1912
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; ondersecretaris; kanunnik
BioJoseph Soenens werd geboren te Brugge op 26 februari 1853 als zoon van Gustavus Soenens, advocaat, en Justine-Antoinette Bosschaert. Hij werd tot priester gewijd op 10 juni 1876 en begon op 20 september 1877 zijn loopbaan als leraar aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij vanaf oktober 1880 ook gregoriaanse zang doceerde. Op 26 augustus 1884 werd hij collega van Ernest Rembry op het bisdom Brugge eerst als ondersecretaris, later op 26 november 1889 hulpsecretaris. Hij werd benoemd tot erekanunnik op 14 maart 1892 en titulair kanunnik op 26 april 1905. Soenens was lid van de kerkfabriek en het Bureau des Marguilliers et Trésoriers en werkte samen met Ernest Rembry aan de administratie van Gezelles geldbeleggingen. Joseph Soenens overleed te Brugge op 10 mei 1912.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent
NameSutton, John
Dates° Sudbrooke Holme, Lincolnshire, 18/10/1820 - ✝ Brugge, 05/06/1873
SexMannelijk
Occupationmecenas
ResidenceEngeland
BioSir John Sutton was een vermogend Engelsman die bekend is omwille van zijn mecenaat van o.a. het Engels Seminarie in Brugge. Hij werd op 18 oktober 1820 geboren als zoon van Sir Richard Sutton, 2nd baronet (1798-1855) en Lady Mary Elizabeth Burton. Hij studeerde onder meer in Eton College en aan het Jesus College van Cambridge. In Cambridge werd hij lid van de Cambridge Camden Society, die zich bezighield met architectuur, muziek en liturgie. Dit paste bij zijn algemene interesse voor de beeldende kunsten en (orgel)muziek. Op 23 december 1844 trouwde John met Emma Helena Sherlock, die het jaar erop overleed. Daarop keerde hij terug naar Cambridge, waar hij contact had met Augustus Welby Northmore Pugin. Via Pugin leerde hij Jean Bethune kennen, waarmee hij goed bevriend raakte. Na de dood van zijn vader in 1855 werd John verantwoordelijk voor het grote familievermogen. Hoewel hij dus af en toe naar Engeland terugkeerde om het beheer van het landgoed te inspecteren, had hij zich gevestigd in Brugge, waar hij in de Gouden-Handstraat woonde, en in het Duitse stadje Kiedrich. Ondertussen had hij zich bekeerd tot het katholicisme en had hij ook besloten om zijn fortuin ten dienste van de katholieke kerk te stellen. In Kiedrich richtte hij in 1865 een Choralschule op, en nam o.a. de kosten op zich voor de restauratie van de kerk. In Brugge was hij in 1857, samen met kardinaal Wiseman, de mede-oprichter van het Engels Seminarie. Met Suttons dood in 1873 kwam er echter ook een einde aan dit seminarie. Suttons stoffelijk overschot werd op het kerkhof van Sint-Kruis bij Brugge bijgezet in de familiekelder van kanunnik Amaat Boone, maar in 1874 overgebracht naar Kiedrich.
Links[wikipedia]
Relation to GezelleEngels Seminarie
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; L. VAN BIERVLIET
NameVerraes, Edward Carolus
Dates° Menen, 05/03/1829 - ✝ Tielt, 20/10/1900
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; pastoor; deken; auteur
BioEduard Verraes, zoon van Petrus, bakker en Maria Sy, werd leraar aan het college te Menen (05/1851) en aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge (12/1851). Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 18/12/1852. In december 1859 ging hij aan de slag als leraar aan het kleinseminarie te Roeselare en als inspecteur van het lager onderwijs. Vervolgens werd hij pastoor te Kortrijk (16/10/1867), te Harelbeke (18/09/1875) en vanaf 6 december 1882, pastoor-deken te Tielt. In 1884 werd hij erevoorzitter van het Davidsfonds aldaar. Verraes celebreerde de mis op de huldedag voor deken L.L. De Bo op 30 september 1885. Hij was de auteur van talrijke historische studies (in Rond den Heerd, Biekorf en (vooral) in de Annales de la Société d'Emulation te Brugge, met o.a. een uitgebreide studie over de cultus van St.-Idesbald van der Gracht te Brugge, (1896) en biografieën (o.a. over F. Vande Putte, P. de Corte (Curtius) (1863), E.H. Clarysse (1875), J.O. Andries, e.a.).
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker Rond den Heerd en Biekorf
NameRooms, Frans; Franciscus Dominicus
Dates° Brugge, 22/05/1799 - ✝ Antwerpen, 14/08/1877
SexMannelijk
Occupationsmid; slotenmaker
BioFrans Rooms werd geboren in Brugge op 22 mei 1799. Op 2 december 1823 huwde hij er met Ferdinanda Josepha Vanstockeren, met wie hij zes kinderen kreeg. Van beroep was hij smid en slotenmaker. Hij woonde in Brugge aan de Lange Rei, als buurman van het Engels Seminarie. In 1864 vestigde hij zich in Antwerpen, waar hij op 78-jarige leeftijd overleed op 14 augustus 1877.
Relation to Gezellebuurman
Sourcesgeneanet, archiefbankbrugge
NameVan Ackere, Adeline Sophie Augustine Constance
Dates° Menen, 20/10/1858 - ✝ Menen, 17/04/1893
SexVrouwelijk
BioAdeline Van Ackere werd geboren in Menen als jongste dochter van notaris en burgemeester Constant-Frédéric-Joseph Van Ackere en Catherine-Adeline Blondiau. Ze groeide op in een liberaal milieu, maar was katholiek georiënteerd. Zo was ze lid van verschillende congregaties van de Sint-Franciscusparochie in Menen en van de congregatie 'Enfants de Marie'. Via dit engagement kwam ze wellicht in contact met Guido Gezelle, die uitzonderlijk bisschoppelijke toestemming kreeg om haar biechtvader te zijn buiten zijn parochie. Ze overleed op 17 april 1893 op 34-jarige leeftijd na een langdurige ziekte.
SourcesGeneanet

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameKortrijk
SettlementKortrijk
NameMenen
SettlementMenen
NameRoeselare
SettlementRoeselare
NameTielt
SettlementTielt
NameZwevegem
SettlementZwevegem
NameSalford (Manchester)

Name - institute

NameEngels Seminarie
DescriptionHet Engels Seminarie te Brugge werd opgericht door John Sutton in 1858 met de steun van de Engelse katholieke kerkleiding. Sutton was een tot het katholieke geloof bekeerde Engelse baron die in 1855 een groot fortuin geërfd had. Hiermee liet hij scholen en kerkelijke gebouwen herstellen of bouwen en richtte hij katholieke instellingen op. In het Engels Seminarie werden Engelse, Schotse en Vlaamse jongens opgeleid tot missionarissen voor Engeland. Ook Gezelles broer Jozef was er een tijdje ingeschreven als leerling. Het seminarie was gevestigd langs de Lange Rei in Brugge, schuin tegenover het grootseminarie en verhuisde later naar de Potterierei, nu het Sint-Leocollege . Op 26 augustus 1860 werd Gezelle er aangesteld als professor in de filosofie. Hij zou er vijf jaar blijven, vanaf februari 1861 als vice-rector. De benoeming was voor Gezelle een hoogtepunt in zijn professioneel en sociaal leven. Door zijn functie kwam hij nu in contact met prominente Engelse clerici als Wiseman en Faber.
Dating1859-1873
Links[odis]
NameGrootseminarie Brugge
DescriptionHet Grootseminarie van Brugge was het seminarie voor priesterkandidaten van het bisdom Brugge. Het bevindt zich aan de Potterierei in Brugge, waar de gemeenschap van de cisterciënzerabdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen in Koksijde in 1627 naartoe verhuisd was en in 1628 was begonnen met de bouw van een nieuwe abdij binnen Brugge. In 1796 confisqueerden de Franse bezetters de abdij en richtten haar in als Ecole centrale (1798-1803) van het Leiedepartement, met een bibliotheek bestaande uit in beslag genomen West-Vlaamse abdijbibliotheken. In 1804 werd de Ecole Centrale opgeheven en de bibliotheek overgemaakt aan de stad Brugge, meteen de kiem van de huidige Openbare Bibliotheek. Nadien fungeerde de abdij nog als Lycée impérial (1808-1814), militair ziekenhuis en atheneum. In 1833 stelde het Brugse stadsbestuur de gebouwen ter beschikking van het heropgerichte bisdom Brugge. Op 1 oktober van dat jaar startte het eerste academiejaar voor de priesteropleidingen, die daar sindsdien bijna onafgebroken plaats vonden tot 2018. Ook Guido Gezelle was er seminarist (oktober 1850-juni 1854). Gezelle had er vele contacten met oud-leerlingen en leerkrachten.
Dating1833
Links[odis], [wikipedia]
NameEngels College
DescriptionAls gevolg van de nauwe contacten met het West-Vlaamse bisdom stuurden heel wat katholieke Engelsen hun kinderen naar Vlaanderen om er een opleiding te volgen. Eerst werden deze leerlingen ondergebracht in een afdeling van het kleinseminarie van Roeselare. In 1860 werd voor hen in Brugge een afzonderlijk college opgericht, gevestigd in de Wijnzakstraat, 1. De leerlingen kregen hun lessen in het Sint-Lodewijkscollege. Gezelle had er samen met Joseph Cox Algar de leiding over de Engelse jongens. De Engelsman Algar was taalleraar in het kleinseminarie van Roeselare en een vriend van Gezelle. Hij was de zoon van een rijke anglicaanse dominee en had in Oxford gestudeerd. Het Engels college werd in april 1861 al gesloten.
Dating10/1860-04/1861

Title - other work

TitleDe bekende pastors van Sint-Gillis te Brugge (1311-1896)
AuthorRembry, Ernest
Date1890-96
PlaceBrugge
PublisherDe Scheemaecker-Van Windekens

Title28/12/1892, Kortrijk, Guido Gezelle aan [Ernest Rembry]
EditorKoen Calis; Peter De Baets (research)
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKoen Calis; Peter De Baets (research), Gezelle Guido aan Rembry Ernest, Kortrijk (Kortrijk), 28/12/1892. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderGezelle, Guido
Recipient[Rembry, Ernest]
Date Sent28/12/1892
Place SentKortrijk (Kortrijk)
AnnotationOriginele brief is aanwezig in de Provinciale Bibliotheek en Cultuurarchief te Brugge nr. 1AB38.
Physical Description
Support Material papiersoort: 3 zijden beschreven
Condition volledig
Additions stukken tekst over "macht van biecht" zijn doorstreept
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive12832, 16 (26)
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.25312
Content Description
IncipitHierby zende ik u een oud stuk, dat
Summary "macht van biecht" voor de berechting van Jufvr. Van Ackere; Gezelle heeft geschreven naar Mr. Soenens; geadresseerde wil informatie over het Engels College; Gezelle heeft zijn oude brieven doorzocht en daarin vond hij: werd onderpastoor in Sint-Walburga 11/10/1865; hij is naar Brugge gezonden op 't einde van schooljaar 1860; hij heeft brieven van Mr. Algar uit Roesselare vanaf 04/1860 waarin hij spreekt over zijn 6 maanden verblijf met Gezelle en Dr. De Splenter in het "John Suttons Engelsch Collegie te Brugge"; schrijft verder over de verblijfplaats van de Engelse seminaristen in Brugge; Gezelle woonde beneden in 't huis naast "Schippers Capelle"; vraagt of de geadresseerde de brieven van Algar wil lezen; geadresseerde kan meer informatie halen bij Bruno De Splenter (Salford), Justin Blaere en Deken Verraes (Tielt)
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.