<Resultaat 624 van 2965

>

p1
Geloofd zij Jesus Christus
-
o dichter, groote dichter,
uw naam en ‘t bly genot
van God
dat op uw wezen speelt;
uw beeld
en vrome dichterziel
zoo wonderschoon -
doordringt myn geest en herte!
-
o dichter, groote dichter:
de zoete en grootsche stem
van Hem
die ‘t al geworden liet
uit niet;
die tot zyn schepsel zei:
“Ik bem die bem![1] -
doordringt myn geest en herte!
-
p2o dichter, groote dichter,
het lieve, bly gedacht,
dat nacht
nog dag my ruste laat,
noch staat:
“o ware ik toch uw kind
uw dichterkind” -
Verteert en pynt myn herte!
-
o dichter, lieve dichter,
myn hert, hoe broos aan God-
-s gebod,
hoe arm en krank derby
het zy:
Ik geef het God en U -
myn schuldg ... minnend herte!
. . . . . . . . .
t Is gy die my immers het leven
en Jesus, en al! hebt gegeven.
gy gaaft my den hevigen gloed
zoo zoet
die my aan der hemelen bindt;
p3gy deedt my het brandende woelen
gevoelen
der ziele die Jesus bemint.
K gevoele zoo dikwyls die minne
van binnen
in ‘t onrustig herte myn:
en moest ik, o Jesus, die derven,
K zou sterven,
‘K zou sterven, van ydelheid en pyn!

- In foco amor mi mise.-[2]
O Jesus, gy hebt door uw boomende[3] stralen
myn ziele geraakt en verblend;
gy hebt met een vlammende pyl
myn herte doorboord en gebrand!
Ach! kome haast de Zalige stonde
wanneer myne smachtende ziele
zal breken en vliegen ten hemel.
Intusschen, myn Jesus, myn minlyke Jesus,
ik geef u myn herte! Bewaert het
en geeft het my nimmermeer weêr!..”

En gy, groote dichter van Vlaenderen,
p4gy hebt my dit minnende leven
en Jezus en alles! gegeven.
................
o neen! ‘t en is geen zonde
die in uw dichten zit
maar wel den zang der ziele
die weent omdat zy bidt!
“gy zondaar die niets zoekt dan
valsch genot,
Weg!! hier is geen zonde:
hier is God!
-
En als myn ydel herte,
noch mensche lyden kan
noch troost; en treurt !.. ik leze
ik leze uw dichten dan:
en ‘k voel hem ryzen, ryzen,
de heeten gloed
zoo sterk; zoo machtig dat ik
bidden moet!
-

p5
Geloofd zij Jesus-Christus

Den Zeer Eerweerden Heere

Guido Gezelle

uit liefde en dankbaarheid.

_________________

Si come cera da suggello

que[4] la figura impressa non trasmuta

segnato è or da voi lo mio cervello!
Dante. Purgatorio XXXIII 27[5]

p6
En als my het kwaad wierd voor ogen geleid
en de “booze” myn ruste kwam stooren,

hoe dikwyls en waert gy myn engel dan niet
en verlostet myn wankele ziele?.

Hoe dikwyls uw dichten gedrukt op myn herte
en gezoend op myn gloeiende lippen!

En als ik my ‘s avends ter ruste begaf
en dan knielende zonk voor den Heere,

en peisde in myn eigen dat God toch zoo groot
en de mensche zoo kleene zoo: kleene is:

hoe dikwyls, hoe dikwyls dan tranen geweend
omdat alles my scheen verlaten!

‘K en hebbe het geen mensche op der wereld gezeid
maar ik bad of ik zei uw gedichten...

Hoe dikwyls, hoe dikwyls uw dichten gezoend
en gedrukt op myn gloeiende lippen!..

+

Noten

[1] De oorspronkelijke uitspraak luidt: ‘Ik ben die ben’ — zo sprak God tot Mozes. Daarmee maakte God niet alleen duidelijk dat Hij er altijd zal zijn, maar ook dat wij Hem nooit volledig kunnen (be)grijpen. (zie: Het Teken: 84 (November 2011) 5, p.137).
[2] Vertaling (Italiaans): De liefde stak me in brande.

In faco amor mi mise’ is de titel van een gedicht van Guido Gezelle verschenen in de bundel Liederen, eerdichten en reliqua (1880). Het is een vertaling van een gedicht van Fra Jacopone da Todi, Het gedicht heeft Gezelle in het oorspronkelijke Italiaans voor zijn leerlingen in een bloemlezing Alcune poesi de’ poeti celesti, met Italiaanse en Latijnse christelijke gedichten opgenomen. ‘In foco amor mi mise’ staat op p.6-9.

Zijn Nederlandse vertaling van 1866 verscheen in de bundel Liederen, eerdichten en reliqua uit 1880.

De bovenstaande brief dateert van 1878.

[3] Fel glinsterende stralen schieten. L. De Bo, Westvlaamsch Idioticon, Brugge: Gailliard, 1873, p.166.
[4] Che (in Dante).
[5] De verzen komen uit Dante Alighieri’s Purgatorio, canto XXXIII, versregel 27 en volgende.
Vrije vertaling (Italiaans): Mijn brein is blijvend door u gevormd, zoals de afbeelding van een zegel in de was.
Vertaling Albert Verwey, De goddelijke komedie, vertaling in terzinnen. Haarlem: Tjeenk Willink, 1923, p.194:
“Zoo vast drukt ge in mijn brein de

figuur die, eens gestempeld, daar zal duren,

Als in de was een zegel, 't scherp-doorlijnde.”

Register

Correspondenten - personen

Naamonbekend
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

Naamonbekend

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamRoeselare
GemeenteRoeselare

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Naam - plaats

NaamRoeselare
GemeenteRoeselare

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelIn foco amor mi mise (B. Fra ]acopone da Todi)
PublicatieLiederen, Eerdichten et Reliqua (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 294

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLiederen, eerdichten et reliqua
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelLa Divina Commedia [Handschrift]
AuteurAlighieri, Dante
Datumca. 1307-1321
PlaatsRoeselare

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

onbekend

Correspondenten - personen

onbekend
Gezelle, Guido

Naam - persoon

Gezelle, Guido

Naam - plaats

Roeselare

Plaats van verzending

Roeselare

Titel - ander werk

La Divina Commedia [Handschrift]

Titel - gedicht van Guido Gezelle

In foco amor mi mise (B. Fra ]acopone da Todi)

Titel - werk van Guido Gezelle

Liederen, eerdichten et reliqua

Titel17/01/[1878 ?], Roeselare, onbekend aan Guido Gezelle
EditeurStefaan Maes
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenStefaan Maes, onbekend aan Gezelle Guido, Roeselare (Roeselare), 17/01/[1878 ?]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
Verzenderonbekend
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatum17/01/[1878 ?]
VerzendingsplaatsRoeselare (Roeselare)
AnnotatieAdressant is zelfde persoon als nr. 5106; jaartal gereconstrueerd op basi van brief nr.5106 en onzeker.
Fysieke bijzonderheden
Drager 2 dubbele vellen, 206 mm x 134 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 6 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden briefpapier: kruisteken, met kroon en leeuw op schild, en met bijhorende spreuk, alles blauw gedrukt: Geloofd zij Jezus Christus
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5106 bis
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.24631
Inhoud
Incipito, dichter, groote dichter,
Samenvatting gedicht o, dichter, groote dichter,
Tekstsoortbrief
TalenNederlands; Latijn
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.