Reverende Domine[1]
Hâc nocte[2] obiit reverendus admodum Dominus De Bo - Exequiae feria VI proxima.[3]
Cum venerationis sensu
A Hooghe
vicepastor
Poperingis, 25 Augusti 1885
| < | Hit 1149 of 2965 | > |
|---|
Eerwaarde Heer,
Deze nacht is Zeereerwaarde Heer De Bo overleden. De uitvaart zal plaatshebben op volgende vrijdag.
Met een gevoel van eerbied
A Hooghe onderpastoor
Poperinge, 25 augustus 1885
| Name | Gezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori |
|---|---|
| Dates | ° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899 |
| Sex | Mannelijk |
| Occupation | priester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist |
| Bio | Guido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd. |
| Links | [odis], [wikipedia], [dbnl] |
| Name | Hooghe, Adolf |
|---|---|
| Dates | ° Kortrijk, 11/12/1843 - ✝ Heule, 30/10/1905 |
| Sex | Mannelijk |
| Occupation | priester; coadjutor; onderpastoor; proost |
| Bio | Adolf Hooghe werd geboren te Kortrijk op 11 december 1843 als zoon van Joseph Hooghe, dagloner, en Monique Mulie. Hij werd op 22 mei 1869 priester gewijd te Brugge en droeg zijn eerste mis op 24 mei 1869 in de kerk van het seminarie. Op 5 juni 1869 werd hij benoemd tot coadjutor te Wilskerke, Sint-Willemskerk, en op 3 september 1869 tot coadjutor te Gijzelbrechtegem, Sint-Matthijskerk. Op 20 oktober 1870 werd hij onderpastoor te Beveren, Sint-Omaarskerk, en op 9 oktober 1874 onderpastoor te Poperinge, Sint-Bertenskerk. Hij verbleef er langere tijd en kreeg in 1884 Leonard De Bo als deken. Naar aanleiding van diens overlijden in 1885 had hij contact met Guido Gezelle. In 1892 werd hij proost te Heule, Sint-Godelieve'skerk, waar hij ook overleed op 30 oktober 1905. |
| Links | [odis] |
| Relation to Gezelle | correspondent |
| Name | Hooghe, Adolf |
|---|---|
| Dates | ° Kortrijk, 11/12/1843 - ✝ Heule, 30/10/1905 |
| Sex | Mannelijk |
| Occupation | priester; coadjutor; onderpastoor; proost |
| Bio | Adolf Hooghe werd geboren te Kortrijk op 11 december 1843 als zoon van Joseph Hooghe, dagloner, en Monique Mulie. Hij werd op 22 mei 1869 priester gewijd te Brugge en droeg zijn eerste mis op 24 mei 1869 in de kerk van het seminarie. Op 5 juni 1869 werd hij benoemd tot coadjutor te Wilskerke, Sint-Willemskerk, en op 3 september 1869 tot coadjutor te Gijzelbrechtegem, Sint-Matthijskerk. Op 20 oktober 1870 werd hij onderpastoor te Beveren, Sint-Omaarskerk, en op 9 oktober 1874 onderpastoor te Poperinge, Sint-Bertenskerk. Hij verbleef er langere tijd en kreeg in 1884 Leonard De Bo als deken. Naar aanleiding van diens overlijden in 1885 had hij contact met Guido Gezelle. In 1892 werd hij proost te Heule, Sint-Godelieve'skerk, waar hij ook overleed op 30 oktober 1905. |
| Links | [odis] |
| Relation to Gezelle | correspondent |
| Name | Gezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori |
|---|---|
| Dates | ° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899 |
| Sex | Mannelijk |
| Occupation | priester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist |
| Bio | Guido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd. |
| Links | [odis], [wikipedia], [dbnl] |
| Name | De Bo, Leonard Lodewijk; Leenaert |
|---|---|
| Dates | ° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885 |
| Sex | Mannelijk |
| Occupation | hulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus |
| Bio | Leonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/07/1873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten. |
| Links | [odis], [wikipedia], [dbnl] |
| Relation to Gezelle | correspondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten |
| Sources | B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III |
| Name | Gezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori |
|---|---|
| Dates | ° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899 |
| Sex | Mannelijk |
| Occupation | priester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist |
| Bio | Guido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd. |
| Links | [odis], [wikipedia], [dbnl] |
| Name | Hooghe, Adolf |
|---|---|
| Dates | ° Kortrijk, 11/12/1843 - ✝ Heule, 30/10/1905 |
| Sex | Mannelijk |
| Occupation | priester; coadjutor; onderpastoor; proost |
| Bio | Adolf Hooghe werd geboren te Kortrijk op 11 december 1843 als zoon van Joseph Hooghe, dagloner, en Monique Mulie. Hij werd op 22 mei 1869 priester gewijd te Brugge en droeg zijn eerste mis op 24 mei 1869 in de kerk van het seminarie. Op 5 juni 1869 werd hij benoemd tot coadjutor te Wilskerke, Sint-Willemskerk, en op 3 september 1869 tot coadjutor te Gijzelbrechtegem, Sint-Matthijskerk. Op 20 oktober 1870 werd hij onderpastoor te Beveren, Sint-Omaarskerk, en op 9 oktober 1874 onderpastoor te Poperinge, Sint-Bertenskerk. Hij verbleef er langere tijd en kreeg in 1884 Leonard De Bo als deken. Naar aanleiding van diens overlijden in 1885 had hij contact met Guido Gezelle. In 1892 werd hij proost te Heule, Sint-Godelieve'skerk, waar hij ook overleed op 30 oktober 1905. |
| Links | [odis] |
| Relation to Gezelle | correspondent |