<Hit 2441 of 2965

>

p1
Zeer eerweerde Heer en vriend

Ik bedanke bij dezen zijne Hoogweerdigheid en uwe eerweerde voor den toegezonden brief.[1]

Zijn de Meditationes van zijne Hoogweerdigheid nievers, als Godgeleerd werk, beoordeeld geweest?[2] Zoo ja, ik zou de beoordeelinge vertalen en mijn vriend en inteekenaar Eug. De Lepeleer, leeraar te S. Niklaas, verzoeken de Vlaamsche vertalinge der Meditationes ervan te beoordeelen en in ‘t Belfort te zetten. Ik denke dat er niemand en durft noch en kan de Meditationes beoordeelen. Ware ik als zijne hoogweerdigheid, ik schreef zelve een omtrek, een overzicht van geheel ‘t werk, zeggende wat het is of zal zijn; dat wederom zou ik kunnen vervlaamschen en met bij beoordeelinge, wat het Vlaamsch betreft, van De Lepeleer laten drukken.

Ik ben te wege naar den gewezen zendeling in Engeland, den eerweerdep2Scherpereel, nu te Pitthem te gaan of te schrijven, om te weten of hij geen engelsche vertalinge en zou willen en kunnen maken. Vond zijne Hoogweerdigheid dat ik het beter alzoo liete, schrijft mij, a.u.b. een woord.

Hierbij ligt een brief[3] van eenen theologant uit het groot Seminarie te Gent; misschien zou zijne Hoogweerdigheid hem willen lezen, maar ik zou hem geren, als bewijsstuk terug hebben.

Ik heb 5 inteekenaars te Roomen en in ‘t geheel zijnder nu boven de 500, daaronder 2 bezorgd door M Fonteyne onderpastor te Zarren,[4] 8 door Mr Fel. Devos, onderp. te Thorhout,[5] enz.

Ik zal ook schrijven naar L. Aerts, in ‘t sem. te Luyk den zender van de u terugkomende briefkaarte.

Ben uwe eerweerde zeer dankbaar
Guido Gezelle

Annotations

[1] Deze brief is niet teruggevonden.
[2] De oorspronkelijke versie in het Latijn verscheen als reeks in het tijdschrift Collationes Brugenses. Er bestond geen zelfstandige druk van. Gezelle suggereert om een Franstalieg theologsiche bespreking van de oorspronkelijke versie te vertalen en te bundelen met een linguïstische bespreking van Gezelles vertaling.
[3] Brief van Cyriel Demeester aan G. Gezelle, 04/03/1898. Cyriel Demeester spande zich bijzonder in om via de seminaries intekenaars te werven voor de Goddelijke Beschouwingen. In de brief meldt hij dat hij er al 53 gevonden heeft. Gezelle had hem daartoe uitgenodigd, zie zijn brief van 02/03/1898.
[5] Vergelijk de briefkaarten van Felix Devos aan Guido Gezelle, Torhout, 28/12/1897 en 23/04/1898.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Sender

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Recipient

NameRembry, Ernest
Dates° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Place

NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - person

NameDe Lepeleer, Eugène
Dates° Sint-Maria-Oudenhove, 21/12/1856 - ✝ Gent, 04/06/1923
SexMannelijk
Occupationpriester; auteur; leraar; kanunnik
BioEugeen De Lepeleer werd op 21 december 1856 te Sint-Maria-Oudenhoven geboren. Hij studeerde klassieke filologie aan de Universiteit van Leuven, en nam vaak de pen ter hand. Als seminarist schreef hij in het tijdschrift 'De Vlag' (Paasaflevering 1876) o.I.v. Hendrik Claeys priester-dichter. Later gaf hij zelf les in het kleinseminarie van Sint-Niklaas, waar tot 1899 titularis van de poësis was. Daar kreeg hij de bijnaam ‘De dikke Lepeleer’. Hij ontving zijn priesterwijding op 22 mei 1880 en was auteur van teksten voor 'Katharina', een romantische opera op muziek van Edgar Tinel. Verder publiceerde hij over kunst en liturgie in Dietsche warande en Belfort. Ook vertaalde hij Friedrich Wilhelm Webers 'Dreizehnlinden'. Naar aanleiding hiervan schreef Guido Gezelle rond 1892 het gedicht ‘Lepeleer, gij zijt een koene’. In 1899 werd Eugène leraar godsdienst aan het Koninklijk Atheneum van Gent alsook erekanunnik van Sint-Baafs. In 1906 werd hij inspecteur van het middelbaar onderwijs in de Bisschoppelijke Colleges. Een drietal jaar later werd hij lid van de Bisschoppelijke Raad, en in 1911 titulair kanunnik. Hij kreeg van Leuven een doctoraat honoris causa.
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
SourcesLieve Gevers, Bewogen Jeugd, Leuven, 1987 p.81; Joris Dedeurwaerder, ‘Professor Speleers, een biografie’, Gent: Academia ,[2002], p 22; https://collectie.letterenhuis.be/doc/au::11378
NameDemeester, Cyriel
Dates° Wontergem, 04/11/1875 - ✝ Gent, 08/01/1948
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor
BioCyriel Demeester, geboren in Wontergem op 4 november 1875 werd in 1900 tot priester gewijd. Hij was onderpastoor in Vlierzele (15/01/1901), Hofstade (07/071904) en Aalst-Sint-Jozef (03/091906). Daarna was pastoor in Sint-Lievens-Esse (28/031927) en Erembodegem (11/09/1935). Hij stierf in Gent op 8 januari 1948. Als seminarist zocht hij contact met Guido Gezelle. Hij correspondeerde met hem over de verspreiding van "Goddelijke Beschouwingen", vroeg hem om een gelegenheidsgedicht voor zijn pastoor en bezorgde hem taalkundig materiaal dat hij via zijn familie verzamelde. Hij bracht Gezelle een bezoek, dat beantwoord werd door een tegenbezoek.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht
NameDevos, Felix Jordaan
Dates° Lichtervelde, 27/03/1850 - ✝ Jonkershove, 12/01/1904
SexMannelijk
Occupationpriester; coadjutor; onderpastoor; pastoor
BioFelix Jordanus Devos werd geboren in Lichtervelde op 27 maart 1850, als zoon van molenaar Petrus Devos en Barbara Simpelaere. Op 10 oktober 1874 trad hij in het seminarie van Brugge en op 15 juni 1878 werd hij tot priester gewijd. Nog datzelfde jaar, op 28 december, werd hij aangesteld als coadjutor in Alveringem. Vervolgens volgden benoemingen als onderpastoor in Marke (30 januari 1880) en in Torhout (1 maart 1882), waar hij bijna twintig jaar bleef. Op 24 oktober 1900 werd hij pastoor van Sint-Jozef in Jonkershove, waar hij vier jaar later, op 12 januari 1904, overleed na een korte maar pijnlijke ziekte. Devos correspondeerde met Guido Gezelle als zanter en werkte mee aan 'Loquela' en de Woordentas. Daarnaast zette hij zich actief in om intekenaars te werven voor de "Goddelijke Beschouwingen".
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
NameFonteyne, Florimond Alphonse
Dates° Houtem, 01/03/1856 - ✝ Bougie, 04/07/1923
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; coadjutor; onderpastoor; politicus
ResidenceAlgerije
BioFlorimond Alphonse Fonteyne werd geboren te Houtem bij Veurne op 1 maart 1856 als zoon van landbouwarbeider Theodore Fonteyne en Rosalie Verdoolaeghe. Hij was priester, sociaal voorman en politicus. In juli 1883 werd hij leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. Na zijn wijding op 26 augustus 1883 te Brugge werd hij op 23 november 1883 coadjutor te Roeselare in de Sint-Michielskerk. Kort daarna, op 19 december 1883, trad hij aan als coadjutor te Aartrijke in de Sint-Andrieskerk. Op 21 maart 1888 volgde zijn benoeming tot onderpastoor in dezelfde parochie. Op 28 mei 1890 werd hij onderpastoor te Tielt in de Sint-Pieterskerk, waarna hij op 25 april 1895 onderpastoor werd te Brugge in de Sint-Annakerk. Op 15 december 1897 volgde zijn benoeming tot onderpastoor te Zarren in de Sint-Denijskerk. Op 8 mei 1900 werd hij door bisschop Waffelaert geschorst wegens zijn steun aan sociaal-christelijke en daensistische idealen. Hij werd actief in de Christene Volkspartij, stichtte mee de Vrije Dokwerkersbond in Antwerpen en was van 1911 tot 1919 volksvertegenwoordiger voor Brugge. Met scherpe bijdragen in De Volkseeuw verdedigde hij zijn sociaal-politieke visie. Na zijn politieke nederlaag verhuisde hij in 1921 naar Algerije, waar hij op 7 juli 1923 overleed, naar verluidt verzoend met de Kerk. Hij correspondeerde vanuit Zarren met Guido Gezelle over inschrijvingen voor "Goddelijke Beschouwingen" en stelde Gezelle voor een Vlaamse politieke taal te formuleren.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameWaffelaert, Gustaaf Jozef
Dates° Rollegem, 27/08/1847 - ✝ Brugge, 18/12/1931
SexMannelijk
Occupationpriester; kanunnik; coadjutor; onderpastoor; professor; geestelijk directeur; bisschop
BioGustaaf Waffelaert, zoon van Engel Waffelaert, douanebrigadier, en Theresia Vermeulen, deed zijn humaniorastudies te Ieper. In 1866 startte hij zijn priesteropleiding aan het kleinseminarie te Roeselare en vervolgens aan het grootseminarie te Brugge. Hij werd tot priester gewijd te Brugge op 17/09/1870. Hij was achtereenvolgens coadjutor te Sint-Michiels (03/02/1871) en onderpastoor te Blankenberge (15/02/1871). Hij studeerde theologie te Leuven (05/10/1875) waar hij promoveerde op 20/07/1880. Hij doceerde moraaltheologie aan het grootseminarie te Brugge (23/09/1880). Hij werd op 26/07/1889 erekanunnik van de Brugse kathedraal. Hij werd op 25/04/1890 vicaris-generaal van het bisdom Brugge, op 25/04/1890 algemeen bestuurder van de Zusters van St.-Jozef te Brugge, op 10/06/1894 aartspriester van het Brugse kapittel en op 01/04/1895 vicaris capitularis. Op 28/06/1895 volgde zijn benoeming tot bisschop van Brugge. Hij nam als wapenspreuk 'Duc nos quo tendimus' (Leid ons naar het doel dat wij beogen). Hij schreef talrijke werken over spiritualiteit o.a. Meditationes Theologicae, dat Gezelle gedeeltelijk in het Nederlands vertaalde. Gezelle schreef ook gelegenheidsgedichten voor Waffelaert.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameScherpereel, Alfons Maria
Dates° Pittem, 11/02/1842 - ✝ Pittem, 04/03/1906
SexMannelijk
Occupationpriester; missionaris; pastoor
BioAlfons Maria Scherpereel werd op 11 februari 1842 geboren als zoon van Ignatius Franciscus Scherpereel en Ida Antonia Vermandere. Hij studeerde aan de normaalschool van Torhout. Hij werkte aanvankelijk voor het katholieke dagblad "La Patrie" en als onderwijzer in het College van Diksmuide. Hij vervolgde daarna zijn opleiding en trad binnen aan het Engels Seminarie te Brugge op 5 oktober 1869. Hij werd er subdiaken op 23 december 1871, diaken op 17 maart 1872 en vervolgens priester op 25 mei 1872. Hij verliet het seminarie op 10 augustus 1872 en trok als missionaris naar Engeland. Hij was er werkzaam van 1872 tot 1874 in St Aloysius, Ardwick, van 1874 tot 1875 in St. James, Pendleton en van 1875 tot 1892 in St. Joseph, Salford. In St. Josephs bouwde hij een kerk, een pastorie en een school. In 1887 publiceerde Guido Gezelle in het bijblad van "Loquela" het stuk ‘Aan Koningin Victoria’, dat Scherpereel samen met zijn collega’s A. Declercq en N. Vantomme schreef. Wegens ziekte keerde hij in 1892 terug naar België en was tot 1896 met ziekteverlof en daarna op rust. Hij verbleef in het Sint-Janshospitaal te Brugge, nadat hij door een voetblessure was verhinderd zijn taken uit te oefenen. Desondanks bleef hij officieel de pastoor van zijn parochie tot 1902. Hij overleed te Pittem op 4 maart 1906. Hij was ook lid van de Gilde van Sint-Luitgaarde.
Relation to GezelleGilde van Sinte-Luitgaarde
SourcesStewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p.52; Overlijdensakte: Familisearch
NameAerts, Lambertus
Dates° Boorsem, 20/03/1875 - ✝ Wijshagen, 12/10/1937
SexMannelijk
Occupationpriester; auteur; kunstcriticus
BioLambertus Aerts, geboren in Boorsem op 20 maart 1875 werd in 1900 te Luik tot priester gewijd, na studies aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Hij gaf van 1899 tot 1914 les aan het college van Peer en werd in 1915 pastoor van Heppen, waar hij ook aalmoezenier was van het Kristelijk Werkersverbond. Hij stierf te Wijshagen op 12 oktober 1937. Naast zijn pastorale werk maakte Aerts naam als kunstcriticus en letterkundige. Hij publiceerde talrijke bijdragen in tijdschriften als Jong Dietschland, ’t Daghet in den Oosten, De Banier, Dietsche Warande en Belfort, De Kempen, De Standaard, Het Volk, Limburg, Ons Volk Ontwaakt en De Student. Hij komt ter sprake in de briefwisseling van Guido Gezelle omdat hij als seminarist intekende op Goddelijke Beschouwingen.

Name - place

NameKortrijk
SettlementKortrijk
NamePittem
SettlementPittem
NameSint-Niklaas
SettlementSint-Niklaas
NameTorhout
SettlementTorhout
NameZarren
SettlementKortemark
NameRome

Name - institute

NameGrootseminarie Gent
DescriptionReeds in de Franse en Nederlandse tijd bestond er met onderbrekingen een seminarieopleiding in Gent. Na de Belgische onafhankelijkheid startte het Grootseminarie officieel. In 2002 werd de priesteropleding gecentraliseerd in Leuven.
Links[odis]
NameGrootseminarie Luik
DescriptionHet Grootseminarie van Luik werd opgericht als priesteropleiding voor het bisdom Luik in 1592. Sinds 1804 is het gevestigd in de door de Franse Revolutie opgeheven St.-Norbertusabdij van Luik, samen met het Prins-Bisschoppelijk Paleis. Vanaf 1840, na het ontstaan van België, diende het voor de opleiding van priesterstudenten (filosofie en theologie) van de bisdommen Luik en Limburg, tot in 1967 het bisdom Hasselt werd opgericht. Op dit moment is het een onderdeel van het interdiocesaan seminarie Notre Dame te Namen.
Dating1592-heden

Title - other work

TitleHet Belfort. Tijdschrift toegewijd aan letteren, wetenschap en kunst (periodical)
AuthorClaerhout, Juliaan (redacteur)
Date1886-1899
PlaceGent
PublisherS. leliaert, A. Siffer en Co
Links[dbnl], [odis]
TitleCollationes Opus Periodicum auctoritata Ill(ustri)mi ac Rev(erissi)mi Episcopie Brugensis et Opera RR.DD. Professorum Maj. Sem. Brugen. (periodical)
Date1896-1954
PlaceBrugge
PublisherA. Van Mullem-Van Haelemeesch

Title09/03/1898, Kortrijk, Guido Gezelle aan [Ernest Rembry]
EditorKoen Calis; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKoen Calis; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Gezelle Guido aan Rembry Ernest, Kortrijk (Kortrijk), 09/03/1898. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderGezelle, Guido
Recipient[Rembry, Ernest]
Date Sent09/03/1898
Place SentKortrijk (Kortrijk)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.173-174
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 211 mm x 136 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive8770
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.17027
Content Description
IncipitIk bedanke by dezen zyne Hoogweerdig-
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.