Zaterdag 11 dezer had ik 274 inteekenaars, 55 seminaristen daarin medebegrepen. Heden morgen zijnder nog twee drie bijgekomen, onder andere Dr De Pla, dien ik eenen haze gezonden hadde!
Ik heb eenen schoonen franschen brief geschreven naar Grave Willem Verspeyen, om te vragen dat hij de God. Beschouwingen zou helpen aanbevelen.[1]
Ik heb mijn eigen werk geprezen in Biekorf;[2] van de Patrie[3] en de Gazette van Brugge[4] en hebbe ik nog niets vernomen; ‘t gene er in zal staan zal ik hier overdrukken.
Ik ben te wege naar al de inteekenaars een gedrukten brief te zenden, om ze te bedanken en te verzoeken dat zij nog in-p2inteekenaars zouden aan werven, ‘t en ware dat gij oordeeldet dat ik dat beter niet en dede.
Beyaert heeft 2500 bladen om in te teekenen uitgezonden. Beyaert van Brugge doet geweld, als ‘t naar zijn rekeninge is!
In geheel Kortrijk hebbe ik nu 1 Pastor en 1 onderpastor! “Men prijst een stuur begin” zegt het spreekwoord, en ik hope vast dat het zal gaan beteren.
Beyaert heeft in handen tot aan bl. 328, van Colentiones,[5] Julij 1896.
Ik zou willen, onder goed vinden en toelaten van zijne Hoogweerdigheid, onder Dames et Demoiselles een genootschap inrichten tot verspreiden van goede Vlaamsche lezingen en tot beletten van kwade; dat zou veel helpen, denke ik zoo aan de leden van ‘t genootschap zoo aan ‘t volk.







