In ‘t geval dat Les filles de l’Enfant Jesus, vroeger te Kortrijk gevestigd, zouden vergeten of verwaarloosd hebben zijne Hoogw. den Bisschop te melden dat zij van hier vertrokken zijn,[1] late ik u weten bij dezen dat hun huis onlangs verkocht is aan de weduwe Heldenbergh en kinderen, wijnhandelaars alhier; dat ik daar op O.L.V.dag laatstleden, voor den laatsten keer, de heilige Misse gelezen hebbe; en dat zij gisteren voor goed vertrokken zijn. Alles is heel stillekens gebeurd, en het is nu alsof zij er nooit geweest en hadden.
Waarschijnelijk zal Mr VanderHaegen u laten weten hebben dat zijn zoon Ferdinand, die eertijds zeer losbandig leefde, na twee jaar te reke retraite gedaan te hebben bij de Paters te Dronghen, onlangsp2met eene joufvr. De Breyne, van zeer treffelijk en christelijken huize, getrouwd is; zijn broeder Maurice houdt regelmatig zijnen Paaschen; zijn vader hoort nu alle zondagen Misse. Beveele hen in uwe gebeden, tot verdere bekeeringe.







