<Resultaat 2214 van 2965

>

p1
Zeer eerweerde Heer en vriend,

In ‘t geval dat Les filles de l’Enfant Jesus, vroeger te Kortrijk gevestigd, zouden vergeten of verwaarloosd hebben zijne Hoogw. den Bisschop te melden dat zij van hier vertrokken zijn,[1] late ik u weten bij dezen dat hun huis onlangs verkocht is aan de weduwe Heldenbergh en kinderen, wijnhandelaars alhier; dat ik daar op O.L.V.dag laatstleden, voor den laatsten keer, de heilige Misse gelezen hebbe; en dat zij gisteren voor goed vertrokken zijn. Alles is heel stillekens gebeurd, en het is nu alsof zij er nooit geweest en hadden.

Waarschijnelijk zal Mr VanderHaegen u laten weten hebben dat zijn zoon Ferdinand, die eertijds zeer losbandig leefde, na twee jaar te reke retraite gedaan te hebben bij de Paters te Dronghen, onlangsp2met eene joufvr. De Breyne, van zeer treffelijk en christelijken huize, getrouwd is; zijn broeder Maurice houdt regelmatig zijnen Paaschen; zijn vader hoort nu alle zondagen Misse. Beveele hen in uwe gebeden, tot verdere bekeeringe.

Ik hope dat gij goede gezondheid geniet en blijve, ten dien einde dagelijks biddende,
Uw zeer dankbare in Christo
Guido Gezelle

Noten

[1] In september 1893 waren de werkende zusters uit Kortrijk vertrokken bij gebrek aan werk. Gezelle bleef er nog even wonen en verhuisde op 22 januari 1894 naar de O.-L.-Vrouwestraat 24 te Kortrijk. Er bleven wel een aantal zusters op rust achter. In augustus 1894 zouden ook deze zich volledig terugtrekken naar Rijsel. Het pand werd verkocht (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.320-321).

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamDe Brabandere, Petrus
Datums° Ooigem, 25/09/1828 - ✝ Brugge, 31/03/1895
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; professor; directeur; pastoor-deken; vicaris-generaal; bisschop
BioPetrus De Brabandere, zoon van Johan-Baptiste De Brabandere, landman, en Julie Desmet, werd tot priester gewijd door Mgr. Malou op 21/05/1853. Hij studeerde verder te Rome. Hij was onderpastoor te leper (05/10/1858), leraar kerkelijk recht aan het grootseminarie van Brugge (10/1861-22/01/1875) en directeur van datzelfde grootseminarie (oktober 1864). Vervolgens was hij erekanunnik van de kathedraal te Brugge (17/02/1867), pastoor-deken van Torhout (22/01/1873), vicaris-generaal van Mgr. Faict (18/08/1880), geestelijk directeur van Hemelsdaele, en vicaris-capitularis van het openstaande bisdom op 04/01/1894. Hij werd bisschop van Brugge op 18/05/1894 en werd gezalfd op 11/06/1894. Hij overleed in de Oude Burg, huis C 29 te Brugge.
Links[odis]
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVander Haeghen, Maurice
Datums° Gent, 31/10/1858 - ✝ Gent, 27/03/1930
GeslachtMannelijk
Beroepgrondeigenaar
BioMaurice Vander Haeghen was één van de vijf zonen van Ferdinand vander Haeghen, de hoofdbibliothecaris van de Gentse universiteit. Hij woonde samen met zijn vader en broers op het kasteel van Maelte (Sint-Denijs). Hij huwde op 2 oktober 1902 met Alice de Neve de Roden, de weduwe van zijn broer Charles. Het koppel bleef kinderloos.
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://lib.ugent.be/viewer/archive.ugent.be%3AD3EAC61E-41DE-11E5-AC8C-F61DD53445F2#?cv=&c=&m=&s=&xywh=-2512%2C-200%2C7794%2C3988
NaamVander Haeghen, Fernand Edmond Marie Antoine
Datums° Gent, 11/08/1863 - ✝ Adinkerke, 06/09/1903
GeslachtMannelijk
BioFernand Vander Haeghen werd in Gent geboren op 11 augustus 1863. Hij is de zoon van Ferdinand van der Haeghen, hoofdbibliothecaris van de Gentse rijksuniversiteit, en Julie Cécile Charlotte De Dobbelaer. Hij trouwde op 19 juli 1894 in Sint-Denijs-Westrem met Marie Leonie Victorine De Breyne (Gent, 18/09/1873 - Sint-Niklaas, 21/11/1961). Hij overleed in zijn villa in (Adinkerke-)De Panne op 6 september 1903, maar was bij zijn overlijden in feite gedomicilieerd in Gent, Casinoplaats nr. 13.
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://www.genealogieonline.nl/genealogie-peeters-rouneau/I14289.php; Geneanet Familysearch (overlijdensakte)
NaamDe Breyne, Marie Leonie Victorine
Datums° Gent, 18/09/1873 - ✝ Sint-Niklaas, 21/11/1961
GeslachtVrouwelijk
BioMarie Leonie Victorine De Breyne werd geboren op 18 september 1873 in Gent, als dochter van Julien Adolphe Joseph De Breyne en Sidonie Bernardine Catherine Seghers. Op 19 juli 1894 trad ze in het huwelijk met Fernand Vander Haeghen in Sint-Denijs-Westrem. Hij was de zoon van Ferdinand van der Haeghen, de hoofdbibliothecaris van de Gentse rijksuniversiteit. Fernand overleed al in 1903. Marie Leonie zou nog leven tot 21 november 1961.
NaamTimmerman, Marie Joséphine
Datums° Aalst, 16/04/1824 - ✝ Kortrijk, 25/02/1902
GeslachtVrouwelijk
Beroepwijnhandelaarster
BioMarie Joséphine Timmerman werd geboren te Aalst op 16 april 1824. Zij huwde met de Kortrijkzaan Adolphe Théodore Heldenbergh (1810-1877), met wie zij een wijnhandel uitbaatte in de Begijnhofstraat 9, te Kortrijk. Het gezin telde zeven kinderen: Julius Léon (1856), Joseph Emmanuel (1858), Cyrille Emmanuel (1859-1914), Marie Josèphe (1861-1887), Louise Marie (1862-1920), Félicie Marie (1864-1933) en Jeanne Madeleine (1868-1926). Na het overlijden van haar echtgenoot in 1877 zorgde ze samen met haar oudste zonen voor de voortzetting en uitbreiding van de wijnhandel. Julius en Joseph verhuisden de zaak naar de Handboogstraat, waar zij een pand van de Franse Zusters aankochten. Joseph huurde later ook de gebouwen van het voormalige weeshuis École du Saint-Esprit. Marie Joséphine bleef als weduwe in Kortrijk wonen en vond op latere leeftijd onderdak bij de Franse Zusters, waar Guido Gezelle religieus directeur was. De vier dochters bleven ongehuwd, hun Franstalige bidprentjes loven hun godsvrucht en caritatieve instelling. Marie Joséphine Timmerman overleed te Kortrijk op 25 februari 1902.
BronnenGeneanet

Naam - plaats

NaamDrongen
GemeenteGent
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - instituut/vereniging

NaamLes Filles de l'Enfant Jésus, Lille
BeschrijvingFranse zustercongregatie in 1825 in Rijsel gesticht door Nathalie Doignies (1778-1858) en Louis Détrez (1769-1832). Op 23 mei 1889 werd Gezelle benoemd tot directeur van een pas opgerichte afdeling in Kortrijk. Het betrof een kleine communauteit met drie zusters. De religieuzen van het Kind Jezus vestigden zich ook in Charleroi, Dottenijs, Abele, Watou, Naast, Kortrijk, Moorsele, Sleidinge (1896), Warneton, Bellegem, Haine-St-Paul, le Tuquet, Moeskroen, Villers-St-Ghislain, Ellezelles en Herseaux.
Datering1825-heden
Links[odis], [wikipedia]

Titel23/08/1894, Kortrijk, Guido Gezelle aan [Ernest Rembry]
EditeurKoen Calis; Peter Debaedts (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Peter Debaedts (research); Universiteit Antwerpen, Gezelle Guido aan Rembry Ernest, Kortrijk (Kortrijk), 23/08/1894. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderGezelle, Guido
Ontvanger[Rembry, Ernest]
Verzendingsdatum23/08/1894
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.146-147
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 210 mm x 137 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief8767
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.17025
Inhoud
IncipitIn 't geval dat Les filles de L'Enfant
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.