<Hit 1283 of 2965

>

p1
Achtbare Heer en vriend,

Ik moet het u seffens schrijven hoe gij mij verblijd hebt met uwen brief,[1] Ik verwachtte ievers uit Friesland bevestiging van mijn gewaagd vermoên[2] dat het woord mollebier[3] bestond, en daar, ‘t is gij die ‘t mij thuis brengt! ‘t Bestaat toch zoo, en doet het niet, en met dien eigensten zin? Hoe wonder dat een verloren stik westvlaamsch, dat nog uit de hollandsche woordenboeken niet gekuischt en is, eindelijk te passe komt voor dien haze op te jagen uit de malsche klaver die te Loo bloeit! En dat gij mij dien vond te huis brengt! Leeft moeder nog,[4] moeder die met u, op nen zekren dag, te mijnen gekomen is? Dat is al wat geleên, doet het niet, en gij hebt toch stand en woord gehouden, en zijt nog de goede vlamingp2die zijne eigene moedertale de moeite weerd acht om te blijven vasthouden en ja dichterlijk beoefenen. Dat doet mij oprecht deugd.

Veel schoone woorden behelst uw brief, die bij de andere zaken die al uitgeschreven, elk op zijn bladtje, bewaard liggen, benevens uw wel gebladmerkte handschriften tegen dat ik zou twijfelen.

Ben tegenwoordig bezig met Hiawatha van Longfellow overdichten,[5] de 56e bladzijde is afgedrukt;[6] menig woord van u zal der inkomen,[7] onder ander uit uwen laatsten (niet alderlaatsten!) brief.

Hierbij een proeverke kladprente[8] dat dezelfste post u brengen zal wegens

Ulieden zeer toegenegen
GuidoGezelle

Annotations

[1] In deze brief moet H. Noterdaeme antwoord gegeven hebben op een vraag gesteld in Loquela naar de betekenis van het woord ’mollebier’.

Gezelle publiceerde het antwoord van Noterdaeme in Loquela met de verwijzing naar diens geboorteplaats Loo en de toezending vanuit Leuven waar hij student was:

G. Gezelle, Zantekoorn. Mollebier. In: Loquela: 4 (Oestmaand 1886) 4, p.25: ”MOLLEBIER, het. = Bier dat op den molleprooi, als men een lijk ter molde, ter molle of ter eerden doet, ten besten gegeven wordt. Geh. tot Loo, en mij toegezonden uit Leuven. (...)”.

[2] Vermoeden.
[3] Vraag gesteld door Gezelle in Loquela:

G. Gezelle, Mollepooi, molleplooi, molleprooi. In: Loquela: 3 (Oostermaand 1886) 12, p.96: ”Wist er mij iemand het w. mollebier op te speuren en in te leveren, het zou mjj zeer wel, maar niet onverwacht of verasselijk gekomen zijn, immers het w. mol, of op zijn vl. molle, is hedendaags nog een biername. ”Mol, v. album cerevisae genus. Haarlemmer mol, cerevisia alba Harlemica. Zamenstelling: Molhuis, caupona cerevisae albae, vel ubi cerevisia alba prostat” zegt H. Frieseman, in zijn N. Nederd. Lat.”

[4] Noterdaeme‘s moeder stierf pas op 19/01/1897.
[5] Gezelle was van mening dat poëzie of poëtische geschriften zoals dit indianenepos moesten 'overgedicht' worden i.p.v. 'vertaald'.
[6] Hiawatha verscheen eind juli 1886.
[7] In de ’Aanteekeningen’ achteraan in de Davidsfondsuitgave van The Song of Hiawatha, staan er tal van woorden die verklaard worden, maar Gezelle verwijst daar telkens alléén naar de samenstellers van woordenboeken waarin het specifieke woord voorkomt. Doordat Gezelle in zijn ’overdichting’ zoveel oude woorden aanhaalde, is het echter mogelijk dat er woorden tussenzaten door Noterdaeme aangebracht.
[8] kladprente = proefdruk

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameNoterdaeme, Jerome; Noterdaeme, Hieronymus; Noterdaeme, Jeroom
Dates° Lo, 03/07/1862 - ✝ Sint-Andries, Brugge, 01/01/1933
SexMannelijk
Occupationadvocaat; ambtenaar; directeur; dichter
BioJerome Noterdaeme werd geboren te Lo op 3 juli 1862 als zoon van Philippus Jacobus Noterdame (landbouwer) en Amelia Virginia Dewitte (dienstbode). Hij liep eerst school aan het bisschoppelijk college te Veurne. Als student bezocht hij in 1881 Guido Gezelle bij hem thuis in Kortrijk, die hem vroeg om woorden uit zijn streek te verzamelen. Vanaf dan begonnen ze te corresponderen, waarbij Noterdaeme Gezelle naast taalmateriaal ook zijn eigen gedichten bezorgde. Op 16 augustus 1882 zwaaide hij af als rhetoricaleerling. Nog dat zelfde jaar startte hij met zijn studies rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 21 december 1886 was hij nog student rechten te Leuven waar hij deelnam aan de pensionering van professor Van Biervliet. Op 1 september 1887 werd Jerome Noterdaeme benoemd tot avoué bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Tijdens die periode ontving hij de Guido Gezelle in zijn huis. Op 12 april 1888 legde hij dit ambt neer. Hij verhuisde naar Brugge en werd op 13 februari 1888 benoemd is tot bureauchef bij het provinciebestuur in Brugge. Later werd hij directeur bij het provinciebestuur. Op 10 april 1888 trad hij te Brugge in het huwelijk met Marie Louise Augusta Catharina Roger (1865-1899). Het echtpaar kreeg zes kinderen. Het gezin verbleef in Collard Mansionstraat, 10 te Brugge. Na 1900 luidt het adres Langerei 30. Als auteur publiceerde hij juridische werken, proza en gedichten waaronder heel wat gelegenheidsgedichten die vaak op muziek werden gezet. Hij publiceerde ook artikels in het tijdschrift "Biekorf". Hij was bijzonder actief in het Davidsfonds zowel lokaal als bovenlokaal. In 1924 was hij medestichter van de vereniging die de oprichting van het Gezellemuseum organiseerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellezanter (WDT); correspondent
Sources http://www.historischekranten.be

Sender

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Recipient

NameNoterdaeme, Jerome; Noterdaeme, Hieronymus; Noterdaeme, Jeroom
Dates° Lo, 03/07/1862 - ✝ Sint-Andries, Brugge, 01/01/1933
SexMannelijk
Occupationadvocaat; ambtenaar; directeur; dichter
BioJerome Noterdaeme werd geboren te Lo op 3 juli 1862 als zoon van Philippus Jacobus Noterdame (landbouwer) en Amelia Virginia Dewitte (dienstbode). Hij liep eerst school aan het bisschoppelijk college te Veurne. Als student bezocht hij in 1881 Guido Gezelle bij hem thuis in Kortrijk, die hem vroeg om woorden uit zijn streek te verzamelen. Vanaf dan begonnen ze te corresponderen, waarbij Noterdaeme Gezelle naast taalmateriaal ook zijn eigen gedichten bezorgde. Op 16 augustus 1882 zwaaide hij af als rhetoricaleerling. Nog dat zelfde jaar startte hij met zijn studies rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 21 december 1886 was hij nog student rechten te Leuven waar hij deelnam aan de pensionering van professor Van Biervliet. Op 1 september 1887 werd Jerome Noterdaeme benoemd tot avoué bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Tijdens die periode ontving hij de Guido Gezelle in zijn huis. Op 12 april 1888 legde hij dit ambt neer. Hij verhuisde naar Brugge en werd op 13 februari 1888 benoemd is tot bureauchef bij het provinciebestuur in Brugge. Later werd hij directeur bij het provinciebestuur. Op 10 april 1888 trad hij te Brugge in het huwelijk met Marie Louise Augusta Catharina Roger (1865-1899). Het echtpaar kreeg zes kinderen. Het gezin verbleef in Collard Mansionstraat, 10 te Brugge. Na 1900 luidt het adres Langerei 30. Als auteur publiceerde hij juridische werken, proza en gedichten waaronder heel wat gelegenheidsgedichten die vaak op muziek werden gezet. Hij publiceerde ook artikels in het tijdschrift "Biekorf". Hij was bijzonder actief in het Davidsfonds zowel lokaal als bovenlokaal. In 1924 was hij medestichter van de vereniging die de oprichting van het Gezellemuseum organiseerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellezanter (WDT); correspondent
Sources http://www.historischekranten.be

Place

NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - person

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameNoterdaeme, Jerome; Noterdaeme, Hieronymus; Noterdaeme, Jeroom
Dates° Lo, 03/07/1862 - ✝ Sint-Andries, Brugge, 01/01/1933
SexMannelijk
Occupationadvocaat; ambtenaar; directeur; dichter
BioJerome Noterdaeme werd geboren te Lo op 3 juli 1862 als zoon van Philippus Jacobus Noterdame (landbouwer) en Amelia Virginia Dewitte (dienstbode). Hij liep eerst school aan het bisschoppelijk college te Veurne. Als student bezocht hij in 1881 Guido Gezelle bij hem thuis in Kortrijk, die hem vroeg om woorden uit zijn streek te verzamelen. Vanaf dan begonnen ze te corresponderen, waarbij Noterdaeme Gezelle naast taalmateriaal ook zijn eigen gedichten bezorgde. Op 16 augustus 1882 zwaaide hij af als rhetoricaleerling. Nog dat zelfde jaar startte hij met zijn studies rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 21 december 1886 was hij nog student rechten te Leuven waar hij deelnam aan de pensionering van professor Van Biervliet. Op 1 september 1887 werd Jerome Noterdaeme benoemd tot avoué bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Tijdens die periode ontving hij de Guido Gezelle in zijn huis. Op 12 april 1888 legde hij dit ambt neer. Hij verhuisde naar Brugge en werd op 13 februari 1888 benoemd is tot bureauchef bij het provinciebestuur in Brugge. Later werd hij directeur bij het provinciebestuur. Op 10 april 1888 trad hij te Brugge in het huwelijk met Marie Louise Augusta Catharina Roger (1865-1899). Het echtpaar kreeg zes kinderen. Het gezin verbleef in Collard Mansionstraat, 10 te Brugge. Na 1900 luidt het adres Langerei 30. Als auteur publiceerde hij juridische werken, proza en gedichten waaronder heel wat gelegenheidsgedichten die vaak op muziek werden gezet. Hij publiceerde ook artikels in het tijdschrift "Biekorf". Hij was bijzonder actief in het Davidsfonds zowel lokaal als bovenlokaal. In 1924 was hij medestichter van de vereniging die de oprichting van het Gezellemuseum organiseerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellezanter (WDT); correspondent
Sources http://www.historischekranten.be
NameLongfellow, Henry Wadsworth
Dates° Portland (Maine), 27/02/1807 - ✝ Cambridge (Massachusetts), 24/03/1882
SexMannelijk
Occupationschrijver; dichter; pedagoog; bibliothecaris
ResidenceAmerika
BioHenry Wadsworth Longfellow studeerde aan Harvard en werd bibliothecaris. Na een reis door Europa (1826-28) werd hij de eerste hoogleraar Moderne Talen. In 1854 verliet hij Harvard om zich volledig aan het schrijven van poëzie te wijden. Zijn gedichten zijn erg toegankelijk omdat ze gaan over herkenbare thema’s en geschreven zijn in een eenvoudige, maar bloemrijke taal. Longfellow maakte ook talrijke vertalingen en heeft daardoor vele Europese poëzie voor Amerikanen toegankelijk gemaakt. Diverse van zijn uit de Amerikaanse folklore geputte thema’s en figuren (zoals Hiawatha) hebben deze folklore in Europa bekendheid gegeven. Guido Gezelle had grote bewondering voor Longfellow en vertaalde zijn epos Hiawatha.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellevertaald door Gezelle
NameDewitte, Amelia Virginia
Dates° Nieuwkapelle, 26/12/1819 - ✝ Pollinkhove, 19/01/1897
SexVrouwelijk
Occupationdienstbode
BioAmelia Virginia Dewitte werd geboren te Nieuwkapelle op 26 december 1819 als dochter van dagloner Pieter Dewitte en Euphemia Callewaert. Zij was werkzaam als dienstbode toen zij op 8 juni 1844 te Lo huwde met landbouwer Philippus Jacobus Noterdaeme. Uit dit huwelijk werd onder meer zoon Jerome Noterdaeme geboren, later bekend als correspondent van Guido Gezelle. Gezelle kende Amelia Virginia Dewitte persoonlijk en verwees in een brief naar een bezoek die ze hem ooit bracht. Na het overlijden van haar echtgenoot leefde Amelia als weduwe in bij haar dochter. Ze overleed te Pollinkhove op 19 januari 1897.
SourcesAgatha; Family search

Name - place

NameLo
SettlementLo-Reninge

Title - work by Guido Gezelle

TitleThe Song of Hiawatha. Overgedicht in ‘t Vlaamsch.
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleThe Song of Hiawatha
AuthorLongfellow,Henry Wadsworth
Date1855
PlaceBoston
PublisherTicknor and Fields

Titlexx/[05?]/[1886], Kortrijk, Guido Gezelle aan [Jerome Noterdaeme]
EditorKarel Platteau; Peter Debaets (research); Marc Carlier (research)
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKarel Platteau; Peter Debaets (research); Marc Carlier (research), Gezelle Guido aan Noterdaeme Jerome, Kortrijk (Kortrijk), xx/[05?]/[1886]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderGezelle, Guido
Recipient[Noterdaeme, Jerome]
Date Sentxx/[05?]/[1886]
Place SentKortrijk (Kortrijk)
AnnotationMaand en jaartal gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie en brieftekst: antwoord op vraag in Loquela april 1886; maand onzeker; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 207 mm x 135 mm
papier, wit, vierkant geruit (groot)
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan Jer. Noterdaeme. ; idem rechts: [Mei-Juli 1886] (inkt, beide hand P.A.) ; op zijde 3 onderaan: M. Jerome Noterdaeme (potlood, onbekende hand)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive8753
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.17015
Content Description
Incipitik moet het u seffens[?] schryven hoe
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.