Al diks hadde ik geklaagd omdat ik Arth. niet en zag en van ulieden al geen nieuws en kreeg. Toch leeft gij allen nog, zoo ’t schijnt en geblijkt aan uwe goede brieven[2] en hooggeschatte zende, waarover dank en nogmaals dank. De Loquela’ s zullen u, hope ik, namate zij gereed geraken, toegezonden worden.[3]
Voor ’t slegen van een weekende wand” is mij moeielijk om verstaan,[4] bij gebrek van verder bescheed, of de zin oud, nieuw gedrukt, limburgsch, brabantsch is of te welker gelegentheid gebruikt. Slegen, ook slein (g = i), sleine is regen, druppelende vochtigheid; een weekende wand kan een week wordende muur zijn, een wakke vochtige muur.[5]
Himpen = hinken of mogelijks doen himpen ───k─?[6] Men doet de peerden himpen die achter huns meesters lijk gaan; of uw gehimpt peerd zulk een is en wete ik.[7]
t Ware mij een groot genoegen mocht ik den tweedeeligen ouden boek[8] waarp2van sprake in uwe brieven lezen en er mijnen honing uithalen. Voorzeker zou hij mij de alderkostelijkste uitkomsten leveren, oordeelens na ’t gene gij mij ervan meedeelt. Eensater is zulk een die eene eenzate (hermitage) bewoont; gichtig = jichtig (podagra)[9] ofwel giftig (ch = f) aangestorven gekregen door erf- & sterfgeval; pijpen en bongen (ng = mm) bommen, trommels; te hant = straks; weldig zijn = in zijn geweld (macht) hebben lufter = luchter lochter hand, (laevâ) enz. Zeg mij, hoe daar aan gerocht ?
Ik was al lange beschaamd in mij zelve van den Student voor nieten te ontvangen,[10] dat is zonder geldelijke of andere erkentenisse. Wilt gij mij voort uwe woorden zenden, ik zal ze ter uitgave bereiden, te weten de merkweerdigste, die nog niet geboekt en zijn, en dan kan er de Student mêe doen ‘t gene hij te wege is. Laat ze eerst deur mijne handen gaan en alzoo zal de Student eenen dankbaren westvlaamschen medewerker heb-p3ben, dien hij niet bij name noemen en moet. Ik zal den student aanhalen in Loquela en hij Loquela zoo hij ‘t goed vindt. Niets en zou mij aangenamer zijn als met mijne twee handen deel maken van eene groote ronde Vlamingen Limburgers Brabanders Friezen, die heel ‘t land daar men dietsch spreekt zou omsnoeren. Wat en doen de vijanden, de fransche vijanden toch al niet! Bewijs daarvan het ingesloten voddeken parijsch papier,[11] dat gij zult gelieven rond te toogen aan de zangers of zanters.
Ik zal U (voor al de andere met u) een uittrek zenden van mij, uit een fransch werk[12] dat gij misschien kent, en Prof Daris ook een, tot bewijs dat mijn drijven niet en is om ‘t fransch schâ te doen, maar om ’t gene ons door ‘t fransch in de mage gestopt wordt af te wenden Laat ons al doen dat immers mogelijk is opdat ons volk, onze stam toch zou meer achtinge krijgen voor ‘t gene hem eigen en goed gebleven is, en toch niet meerp4gelooven dat er geen zaligheid en is ’t en zij in de parijsche werelddomheid en goddelooze ontuchtigheid
Het spijt mij dat gij sommige woorden, waarbij ik iets aangeteekend hadde terug houdt. Waarom niet een enkel woord maar een op elk stuk papier gezet? Waarom niet daar of daar gelijke papierstukken bij een gekregen of doen krijgen, en daarop geschreven beginnende aan den slinkerhandschen hoek van den langsten of hoogsten kant? ’t Ware gemak voor mij.[13]
Daar zitten een of twee raadsels, spreuken enz. onder uwe gezante woorden en wendingen geen een geen half van die en moogt gij voor bijgaan. Onze talen en verschillen eigentlijk niet vele ‘t en zij van uitsprake, b. v. van ons oud woord märelhaan[14] maakt gij (mrlhaan, brlhaan, blhaan) blaan[15] Zoo zeggen wij brmite = fransch marmite, bsanden = mishanden[16] enz. Zulke en meer bemerkingen voege ik bij uwe woorden, zoo gij wilt, ten dienste van den Student.







