p1Mijn achtbaren Heer
Mr Emile Lauwers Student tot
Inghelmunster
p2Mijnheer &
Weerde Vriend,
[1] Toebak[2] is opperbest.
Pale face Bleekman, bleekaard, bleekhals[3]
Black-robe chief,[4] het zwartrokte[5] hoofd
naar het zeeland[6] van de zaligen
naar de landstreek van Ponemah[7]
guests = gasten, broodaten,[8] zie De Bo
Bracht hun spijze in bashout[9] schotelen[10]
bracht hun drank in berken[11] schalen[12]
Christi vrede en Paais[13] Maria’s zij met u[14]
_______
Met “de vrienden”,[15] ben ik nog niet veerdig[16] gerocht; Zondag namiddag heb ik een lastig sermoen en gevolgentlijk vrijdag zaterdag weinig moete![17]
Het spijt mij genoeg; te naaste weke ben ik vrijer.
Blijve ulieden in Christo toegenegen
GuidoGezelle
Noten
[1] In 1855 verscheen
The Song of Hiawatha, een lang episch gedicht van 5400 verzen van
Henry Wadsworth Longfellow. Guido Gezelle gebruikte het in zijn lessen aan het kleinseminarie van Roeselare, vertaalde een zang (1857) en nam een aangepaste versie op in
Dichtoefeningen (1858). Hugo Verriest bracht Longfellow als leraar aan het kleinseminarie opnieuw onder de aandacht en publiceerde twintig jaar later onder het pseudoniem Owais’sa een vertaling van de eerste zang van Hiawatha in
Rond den Heerd. Hij startte in de Roeselaarse lettergilde het vertaalproject van
The Song of Hiawatha en gaf Emile Lauwers, toen student aan het kleinseminarie, de opdracht. Verriest bewerkte Lauwers’ vertaling en publiceerde die onder het pseudoniem Owais’sa in
De Vlaamsche Vlagge. Op vraag van Verriest werd Gezelle in de late zomer van 1878 opnieuw bij de vertaling betrokken. Lauwers, Verriest en Gezelle werkten samen aan de vertaling. Ontevreden over het project zal Gezelle later de vertaling naar zich toe trekken, wat in 1886 leidde tot de publicatie van zijn eigen vertaling van
Hiawatha.
[2] Tabak (Hiawatha Zang XXII vers 88: tabak, Zang XI vers 45: tabak).
[3] Bleekgezicht. Hiawatha, Zang XXII verzen 60, 69 en 121. In Guido Gezelles vertaling komt er geen vertaling van ‘Pale face’ in de verzen 60 en 69, in vers 121 staat ‘Witman’. Hetzelfde woord hanteert Gezelle in vers 150 van Zang XXII, hoewel het Engelse woord daar niet voorkomt.
[4] In Hiawatha, Zang XXII vers 59 hanteert Guido Gezelle als vertaling ‘de zwartgefrokte Priester’; in vers 69 ‘de zwartgefrokte Witman’; in vers 94 ‘de zwartfrok’; in vers 122 ‘de zwartgefrokte vreemdling’ en in vers 128 ‘de Priester’.
[5] Die een zwarte rok draagt.
[6] Eiland. (Hiawatha, Zang XXII vers 245: To the Islands of the Blessed).
[7] Hiawatha, Zang XXII vers 246.
Ponemah is een plaats in Minnesota. In
The Song of Hiawatha vermeldt Henry Wadsworth Longfellow dit als ‘kingdom of Ponemah’ in Zang XIX, De Geesten, vers 72. Hij vermeldt het in zijn ‘Vocabulary’ als de plaats van het ‘Hereafter’, het ‘Hiernamaals’, waar de ‘geesten’ vandaan komen.
Longfellow herhaalt deze locatie als vers 246 in de laatste zang, zang XXII Hiawatha’s Departure:
“To the Islands of the Blessed,
To the Kingdom of Ponemah,
To the Land of the Hereafter!”
Guido Gezelle vertaalt: Zang XXII, Hiawadha’s Heemvaart, verzen 245-247:
“ naar het land der Uitverkorenen,
naar het eiland van Ponemah,
naar de streken van 't Hiernamaals!”
[8] Guido Gezelle vermeldt dit woord zelf in zijn ‘Aanteekeningen’ op
Hiawatha, Kortrijk: Davidsfonds, 1886, p.188: “Cum-pan-io, compagnon, commensalis, eigentlijk die ‘t zelfste brood eet, die in ‘t brood, in de kost is bij eenen broodheer, bij eenen die hem ‘t brood verleent. Als oud veroorkond, o.a. uit I De Damhoudere, bij De Bo”. (Bij De Bo, p. 167).
[9] ‘Basswood’, bast = laag hout onmiddellijk onder de schors van een boom.
[10] Dit vers is de vertaling van vers 106 uit Hiawatha, Zang XXII: ”brought them food in bowls of bass-wood”.
[11] Uit het hout van een berkenboom.
[12] Dit vers is de vertaling van vers 107 uit Hiawatha, Zang XXII: ”Water brought in birchen dippers”.
Guido Gezelle zal in zijn vertaling van 1886 de verzen 106 en 107 samenbrengen tot: ”vrouw Nokomis, bracht, bezorgzaam, hem, in lind- en berken vaten, ate en drank”.
[14] Deze wensen zijn de vertaling van verzen 99-100 uit Hiawatha, Zang XXII.
In Guido Gezelles vertaling van 1886 klinken die als volgt: ”vrede zij, van Christi wegen, vreugd, van Onzer Lieven Vrouwen!”
[15] ’de vrienden’ is: Hiawatha, Zang VI.
[17] Van ’Musse’ (Duits), vrije tijd.