<Resultaat 639 van 2965

>

p1
Mijn achtbaren Heer
Mr Emile Lauwers Student tot
Inghelmunster
 
p2
Mijnheer & Weerde Vriend,[1]

Toebak[2] is opperbest.

Pale face Bleekman, bleekaard, bleekhals[3]

Black-robe chief,[4] het zwartrokte[5] hoofd

naar het zeeland[6] van de zaligen

naar de landstreek van Ponemah[7]

guests = gasten, broodaten,[8] zie De Bo

Bracht hun spijze in bashout[9] schotelen[10]

bracht hun drank in berken[11] schalen[12]

Christi vrede en Paais[13] Maria’s zij met u[14]

_______

Met “de vrienden”,[15] ben ik nog niet veerdig[16] gerocht; Zondag namiddag heb ik een lastig sermoen en gevolgentlijk vrijdag zaterdag weinig moete![17]

Het spijt mij genoeg; te naaste weke ben ik vrijer.

Blijve ulieden in Christo toegenegen
GuidoGezelle

Noten

[1] In 1855 verscheen The Song of Hiawatha, een lang episch gedicht van 5400 verzen van Henry Wadsworth Longfellow. Guido Gezelle gebruikte het in zijn lessen aan het kleinseminarie van Roeselare, vertaalde een zang (1857) en nam een aangepaste versie op in Dichtoefeningen (1858). Hugo Verriest bracht Longfellow als leraar aan het kleinseminarie opnieuw onder de aandacht en publiceerde twintig jaar later onder het pseudoniem Owais’sa een vertaling van de eerste zang van Hiawatha in Rond den Heerd. Hij startte in de Roeselaarse lettergilde het vertaalproject van The Song of Hiawatha en gaf Emile Lauwers, toen student aan het kleinseminarie, de opdracht. Verriest bewerkte Lauwers’ vertaling en publiceerde die onder het pseudoniem Owais’sa in De Vlaamsche Vlagge. Op vraag van Verriest werd Gezelle in de late zomer van 1878 opnieuw bij de vertaling betrokken. Lauwers, Verriest en Gezelle werkten samen aan de vertaling. Ontevreden over het project zal Gezelle later de vertaling naar zich toe trekken, wat in 1886 leidde tot de publicatie van zijn eigen vertaling van Hiawatha.
[2] Tabak (Hiawatha Zang XXII vers 88: tabak, Zang XI vers 45: tabak).
[3] Bleekgezicht. Hiawatha, Zang XXII verzen 60, 69 en 121. In Guido Gezelles vertaling komt er geen vertaling van ‘Pale face’ in de verzen 60 en 69, in vers 121 staat ‘Witman’. Hetzelfde woord hanteert Gezelle in vers 150 van Zang XXII, hoewel het Engelse woord daar niet voorkomt.
[4] In Hiawatha, Zang XXII vers 59 hanteert Guido Gezelle als vertaling ‘de zwartgefrokte Priester’; in vers 69 ‘de zwartgefrokte Witman’; in vers 94 ‘de zwartfrok’; in vers 122 ‘de zwartgefrokte vreemdling’ en in vers 128 ‘de Priester’.
[5] Die een zwarte rok draagt.
[6] Eiland. (Hiawatha, Zang XXII vers 245: To the Islands of the Blessed).
[7] Hiawatha, Zang XXII vers 246.
Ponemah is een plaats in Minnesota. In The Song of Hiawatha vermeldt Henry Wadsworth Longfellow dit als ‘kingdom of Ponemah’ in Zang XIX, De Geesten, vers 72. Hij vermeldt het in zijn ‘Vocabulary’ als de plaats van het ‘Hereafter’, het ‘Hiernamaals’, waar de ‘geesten’ vandaan komen.

Longfellow herhaalt deze locatie als vers 246 in de laatste zang, zang XXII Hiawatha’s Departure:

“To the Islands of the Blessed,
To the Kingdom of Ponemah,
To the Land of the Hereafter!”

Guido Gezelle vertaalt: Zang XXII, Hiawadha’s Heemvaart, verzen 245-247:

“ naar het land der Uitverkorenen,

naar het eiland van Ponemah,

naar de streken van 't Hiernamaals!”

[8] Guido Gezelle vermeldt dit woord zelf in zijn ‘Aanteekeningen’ op Hiawatha, Kortrijk: Davidsfonds, 1886, p.188: “Cum-pan-io, compagnon, commensalis, eigentlijk die ‘t zelfste brood eet, die in ‘t brood, in de kost is bij eenen broodheer, bij eenen die hem ‘t brood verleent. Als oud veroorkond, o.a. uit I De Damhoudere, bij De Bo”. (Bij De Bo, p. 167).
[9] ‘Basswood’, bast = laag hout onmiddellijk onder de schors van een boom.
[10] Dit vers is de vertaling van vers 106 uit Hiawatha, Zang XXII: ”brought them food in bowls of bass-wood”.
[11] Uit het hout van een berkenboom.
[12] Dit vers is de vertaling van vers 107 uit Hiawatha, Zang XXII: ”Water brought in birchen dippers”.
Guido Gezelle zal in zijn vertaling van 1886 de verzen 106 en 107 samenbrengen tot: ”vrouw Nokomis, bracht, bezorgzaam, hem, in lind- en berken vaten, ate en drank”.
[13] Vrede.
[14] Deze wensen zijn de vertaling van verzen 99-100 uit Hiawatha, Zang XXII.
In Guido Gezelles vertaling van 1886 klinken die als volgt: ”vrede zij, van Christi wegen, vreugd, van Onzer Lieven Vrouwen!”
[15] ’de vrienden’ is: Hiawatha, Zang VI.
[16] Klaar.
[17] Van ’Musse’ (Duits), vrije tijd.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Datums° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Datums° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Datums° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf
NaamLongfellow, Henry Wadsworth
Datums° Portland (Maine), 27/02/1807 - ✝ Cambridge (Massachusetts), 24/03/1882
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; dichter; pedagoog; bibliothecaris
VerblijfplaatsAmerika
BioHenry Wadsworth Longfellow studeerde aan Harvard en werd bibliothecaris. Na een reis door Europa (1826-28) werd hij de eerste hoogleraar Moderne Talen. In 1854 verliet hij Harvard om zich volledig aan het schrijven van poëzie te wijden. Zijn gedichten zijn erg toegankelijk omdat ze gaan over herkenbare thema’s en geschreven zijn in een eenvoudige, maar bloemrijke taal. Longfellow maakte ook talrijke vertalingen en heeft daardoor vele Europese poëzie voor Amerikanen toegankelijk gemaakt. Diverse van zijn uit de Amerikaanse folklore geputte thema’s en figuren (zoals Hiawatha) hebben deze folklore in Europa bekendheid gegeven. Guido Gezelle had grote bewondering voor Longfellow en vertaalde zijn epos Hiawatha.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellevertaald door Gezelle

Naam - plaats

NaamIngelmunster
GemeenteIngelmunster

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelThe Song of Hiawatha. Overgedicht in ‘t Vlaamsch.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelWestvlaamsch idioticon
AuteurDe Bo, Leonard Lodewijk
Datum1873
PlaatsBrugge
UitgeverGailliard

Indextermen

Briefontvanger

Lauwers, Emiel

Briefschrijver

Gezelle, Guido

Correspondenten - personen

Gezelle, Guido
Lauwers, Emiel

Naam - persoon

Gezelle, Guido
Lauwers, Emiel
Longfellow, Henry Wadsworth

Naam - plaats

Ingelmunster

Plaats van verzending

Kortrijk

Titel - ander werk

Westvlaamsch idioticon

Titel - werk van Guido Gezelle

The Song of Hiawatha. Overgedicht in ‘t Vlaamsch.

Titel[03/10/1878], Kortrijk, Guido Gezelle aan Emiel Lauwers
EditeurKarel Platteau
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau, Gezelle Guido aan Lauwers Emiel, Kortrijk (Kortrijk), [03/10/1878]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderGezelle, Guido
OntvangerLauwers, Emiel
Verzendingsdatum[03/10/1878]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieDatum en plaats gereconstrueerd op basis van de poststempel.
Gepubliceerd inGezelles groei in Kortrijk : het belang van de overdichting van The song of Hiawatha / door Karel Platteau. - Kortrijk: Uitgeverij Groeninghe, 1999, p.182
Fysieke bijzonderheden
Drager papiersoort: recto met adres; verso verticaal beschreven
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden op adreszijde: gedrukte postzegel, afgestempeld
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief8744
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.16996
Inhoud
IncipitToebak is opperbest.
Tekstsoortbriefkaart
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.