<Hit 663 of 2965

>

p1
Mijn weerde Heer en Vriend

Uw laatst ontvangen brief[1] verblijdt mij grootelijks, en ik verwachte het nieuw Handschrift[2] zelve bij mij terug, om er met den fijnen kam,[3] ja met den das[4] over te gaan en alzoo, zooveel mogelijk, het stuk drukveerdig en drukweerdig te maken.[5]

De voorrede heb ik gereed maar zij is nog ongeschreven.[6]

Ik en duchte geen ongemak van onze wilde Indianen.

Ik ben tegenwoordig bezig met de vlucht van Pauwke,[7] als hij bij de “brant”[8]vloog, welke vogels ik ooranden[9] geheeten hebbe, eenen name die ik gesmeed hebbe op oorbeeld, ooros, etc.

Ik en heb Karel den Goeden noch gehoord noch gezien.

Dat van Cassius[10] in R.d.H is heel flink aaneengedaan, maar ’k en las de oorlaze[11] niet van Shakespeare.

Ware ik als gij, ik zou willen slag om slinger dichten tegen Calderon, reke voor reke, rijm voor rijm, klank voor klank; dat kan het vlaamsch wel, kunt ge ’t gij? ’t Is ’t proeven weerd en

fabricando fabri fimus

Flandri----- Flandri------[12]

Blijve ulieden toegenegen
GuidoGezelle

Annotations

[1] Kort na 9 februari stuurt Emile Lauwers een brief aan Guido Gezelle. De brief is verloren gegaan, maar door Lauwers' kladnotities op de briefkaart van G. Gezelle aan E. Lauwers van 07/02/1879 weten we ongeveer de inhoud. Dit zijn de notities:
”10 cent insteken – 50 ct betaald K.dG Cassius & Brutus – ik schrijve uit, met geen hoofdletters enz.
hebbe haast gedaan - Mag ik naar H.V. zenden?
pemican = meat of the deer or buffalo, dried and pounded.
in welk vers
hoe moet ik Caldero sic vertalen verwijzen citeren.”
[2] Emiel Lauwers had hard gewerkt op zijn vertaling van Hiawatha tijdens de vakantie en de eerste maanden dat hij in Leuven verbleef (september-oktober-november). In een brief aan zijn vriend Camiel Marichal lichtte hij dit toe, op 7 januari 1879, en zijn brief verschaft meteen véél achtergrondinformatie. Hij had contact gehad met Emiel Demonie, die de voorzitter was van de West-Vlaamsche Gilde, en die gilde zou Lauwers’ vertaling uitgeven. Zij zouden werken met inschrijvingen op de komende vertaling. Daartoe moest er een ’prospectus’ komen met enkele vertaalde fragmenten als propagandamiddel. In zijn brief aan Camiel spoort Lauwers hem aan ’zoo veel inschrijvingen mooglijk’ te verzamelen. Emiel Demonie, priester-leraar aan het kleinseminarie, zou instaan voor deze ’voordruk’. Lauwers mikte op 400 ’afdruksels’ en hij wenste er 10 van te krijgen en zou die aan Guido Gezelle en Hugo Verriest toesturen uit dankbaarheid voor hun hulp. Verriest slaagde erin om bij de drukker Van de Ghinste in Ieper zo’n voordrukje te laten verschijnen, hij getuigde hierover bij Caesar Gezelle. Het werd een klein exemplaar van 10 bladzijden op 5 blaadjes recto verso, met daarin de ’Binnenleidinge’ en Zang ’I. De Paaispijpe’. Eén proefdrukje bevindt zich in het Guido Gezellearchief (nr. 1958 K).
[3] Kam: onderdeel van een weefgetouw (L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Gent: A. Siffer, 1892, dl. 2, p. 427).
[4] Das: een zachte borstel (uit het schildersmilieu) (L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Gent: A. Siffer, 1892, dl. 2, p. 187.
[5] Emiel Lauwers had hard gewerkt op zijn vertaling tijdens de vakantie en de eerste maanden dat hij in Leuven verbleef (september-oktober-november). In een brief aan zijn vriend Camiel Marichal lichtte hij dit toe, op 7 januari 1879, en zijn brief verschaft meteen véél achtergrondinformatie. Hij had contact gehad met Emiel Demonie, die de voorzitter was van de West-Vlaamsche Gilde, en die gilde zou Lauwers’ vertaling uitgeven. Zij zouden werken met inschrijvingen op de komende vertaling. Daartoe moest er een ’prospectus’ komen met enkele vertaalde fragmenten als propagandamiddel. In zijn brief aan Camiel spoort Lauwers hem aan ’zoo veel inschrijvingen mooglijk’ te verzamelen. Emiel Demonie, priester-leraar aan het kleinseminarie, zou instaan voor deze ’voordruk’. Lauwers mikte op 400 ’afdruksels’ en hij wenste er 10 van te krijgen en zou die aan Guido Gezelle en Hugo Verriest toesturen uit dankbaarheid voor hun hulp. Verriest slaagde erin om bij de drukker Van de Ghinste in Ieper zo’n voordrukje te laten verschijnen, hij getuigde hierover bij Caesar Gezelle. Het werd een klein exemplaar van 10 bladzijden op 5 blaadjes recto verso, met daarin de ’Binnenleidinge’ en Zang ’I. De Paaispijpe’. Eén proefdrukje bevindt zich in het Guido Gezellearchief (nr. 1958 K).
[6] In de briefkaart van G. Gezelle aan E. Lauwers 07/02/1879 stelde hij dit voor: ”Ik peize op een bladzij of twee voorreden met uitleg etc., wat dunkt u?”
[7] Paupukeewis.
[8] Lauwers had in zijn brief van 02/01/1879 aan G. Gezelle gevraagd wat ’brant’ kon betekenen. Gezelle bleef het antwoord toen schuldig en vroeg Lauwers wat het in het Frans zou betekenen.
[9] ’Oor-' staat voor ’oer-’ en ’ande-’ voor ’eend’.
[10] ‘Cassius’ verwijst naar Lauwers' vertaling van een fragment uit Shakespeares werk Julius Caesar, De vertaling verscheen als: E. Lauwers, Cassius jaagt Brutus op tegen Caesar. In: Rond den Heerd: 14 (9 februari 1879) 11, p. 83.
[11] De oorspronkelijke tekst, de oertekst.
[12] Vertaling (Latijn): Door te werken worden wij werkers of al smedend wordt men smid, of oefening baart kunst. Gezelle maakt een leuke woordspeling door toevoeging van een –l- in de 2 woorden op het einde: door veelvuldig hanteren van de Vlaamse taal, wordt men bedreven in het Vlaamse taalgebruik.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Dates° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
SexMannelijk
Occupationarts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Sender

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Recipient

NameLauwers, Emiel; Rik (pseudoniem)
Dates° Ingelmunster, 23/10/1858 - ✝ Kortrijk, 29/05/1921
SexMannelijk
Occupationarts
BioEmiel Lauwers was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare samen met Albrecht Rodenbach. Hij kreeg er les van Hugo Verriest met wie hij het tijdschrift De Nieuwe Tijd oprichtte. Samen met Verriest was hij in 1886 betrokken bij Gezelles vertaling van The Song of Hiawatha. Hij studeerde geneeskunde te Leuven en vestigde zich in 1888 als chirurg te Kortrijk, en was er werkzaam aan het Heilig-Hartziekenhuis. In 1896 stichtte hij samen met Alfons Depla en Roose een nieuwe ziekenhuis (Sint-Antoniusinstituut). Hij was ook vertaler van Duitse en Engelse geneeskundige werken.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Place

NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - person

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameShakespeare, William
Dates° Stratford-upon-Avon, rond 23/04/1564 - ✝ Stratford-upon-Avon, 23/04/1616
SexMannelijk
Occupationtoneelschrijver; dichter; acteur
ResidenceEngeland
BioWilliam Shakespeare studeerde waarschijnlijk aan de Stratford Grammar School, waar Latijnse grammatica en literatuur een belangrijk onderdeel vormde van het curriculum. Op 18-jarige leeftijd trouwde hij met Anne Hathaway, met wie hij drie kinderen kreeg. Omstreeks 1588 vertrok hij naar Londen, waarna het nog vier jaar duurde voor hij succesvol werd als acteur en schrijver. Hij zou er tot de volgende acteergezelschappen hebben behoord: Lord Strange's Men, Lord Admiral's Men, The Earl of Pembroke's Men en The Earl of Sussex’s Men. Later werd hij mede-eigenaar van The Lord Chamberlain's Men. Shakespeare wordt doorgaans beschouwd als de eerste moderne toneelschrijver. Hij schreef tragedies, historische stukken en komedies; in totaal 38 toneelstukken. Zijn werken worden nog steeds vertaald, opgevoerd, verfilmd… Daarnaast was ook zijn poëzie heel populair: hij schreef 154 sonnetten en een aantal langere gedichten.
Links[wikipedia]
NameCalderón de la Barca, Pedro
Dates° Madrid, 17/01/1600 - ✝ Madrid, 25/05/1681
SexMannelijk
Occupationtoneelschrijver; dichter; soldaat; priester; hofkapelaan
ResidenceSpanje
BioPedro Calderón de la Barca werd in 1600 in Madrid geboren en volgde er onderwijs aan het jezuïetencollege. Daarna studeerde hij rechten in Alcalá de Henares en Salamanca, maar zijn interesse ging naar toneel. Als veertienjarige schreef hij zijn eerste toneelstuk, het eerste van ca. 200 toneelstukken. In 1622 verwierf hij bekendheid als dichter. Vanaf 1623 werkte hij in opdracht van koning Filips IV voor het koninklijk theater. Na militaire dienst in Italië, de Spaanse Nederlanden en Catalonië werd hij door de koning onderscheiden en betrokken bij hofactiviteiten. Het verlies van een geliefde en zijn priesterwijding in 1651 gaven zijn werk een religieuzer en mystieker karakter. Als hofkapelaan bleef hij toneelstukken schrijven, waarin trouw, geloof en eer centraal stonden. Calderón overleed in 1681 in Madrid, waarmee een einde kwam aan de Gouden Eeuw van de Castiliaanse letteren.
Links[wikipedia]

Title - work by Guido Gezelle

TitleRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleKarel de Goede, graaf en martelaar, drama in vijf bedrijven en verzen
AuthorMarichal, Camiel; Delbeke Julius; Lauwers, Emiel
Date1878
PlaceRouselare
PublisherDe Meester

Titlexx/[02/1879], Kortrijk, Guido Gezelle aan [Emiel Lauwers]
EditorKarel Platteau
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKarel Platteau, Gezelle Guido aan Lauwers Emiel, Kortrijk (Kortrijk), xx/[02/1879]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderGezelle, Guido
Recipient[Lauwers, Emiel]
Date Sentxx/[02/1879]
Place SentKortrijk (Kortrijk)
AnnotationDatum gereconstrueerd op basis van de brieftekst en de brief is geschreven kort na briefkaart van 07/02/1883 (nr. 8743); plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Physical Description
Support Material papiersoort: 1 zijde beschreven
Condition volledig
Lay-out papier met briefhoofd: afbeelding, Geloofd zij Jesus Christus
Additions op zijde 1 rechtsboven: Dr Lauwers (schuin, onbekende hand)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive8741
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.16993
Content Description
IncipitUw laatst ontv. brief verblydt my
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.