<Hit 1168 of 2965

>

p1
Mijn weerde Heer en Vriend,[1]

Ik hadde u al lang behooren te schrijven, ware 't maar om u te bedanken van uw welwillend bezoek, van de schoone doodsanctjes die qij mij beliefdet te zenden, van uwe goede brieven, en meest van al nog van uw vriendelijk en vereerend aanbod om bij uw volk te komen spreken.

Ik hebbe dezer dagen veel belet gehad, eerst door het afsterven van onzen goeden Vriend Deken De Bo, mitsgaders de gevolgen daarvan, tweedst door het bezoek dat ik ontvangen[2] hebbe, van den gekenden frieschen volk- en taalkenner JohanWinkler

van Leeuwarden, die rechts gisteravond van hier vertrokken is. Van dezen avond hebbe ik het wat slakker en doe 'k mmij het genoegen u eene reke of twee te antwoorden! 't En spijt mij niet dat de beraamde voordracht in 't water gevallen is, ik hebbe trouwens eene aanspraak te doen[3] te Thielt, op 30n dezer, namelijk op de vergaderinge van het Davids-p2fonds aldaar, na den lijkdienst ter indachtigheid van Zaliger Deken De Bo. Geen twijfel of gij zult daar ook ontboden worden, en hope ik, ter jegenwoorde zijn. Onthier en 30 dezer zal ik mij moeten tot die aanspraak bereiden, en gevolgentlijk weinig tijd hebben, om uit te loopen, dat mij spijt, want heel geerne hadde ik eens met u en uwe naaste taalvrienden en kunstgenooten gesproken, eer ik iets verders waagde. Ik ben geheel zeker dat er tusschen de Waasche Vlamingen en ons min afstand, min verschil ligt, als dat men wel denken zou. Ik ben geheel zeker dat de tijd allengskens gekomen is dat wijlieden alte maal Katholijke Neerlanders behooren op malkaar te steunen, liever als voortdurend, naar het half joodsch, half heidensch Hoogholland te gaan om steun en goedkeuring! Af moeten we daarvan, en verder af na mijnen dunk, als van den franschen vijand. Dat zei mij zelfs on-p3langs nog mijn goede vriend Johan Winkler, die, van geboorten een protestant, zijn protestantendom verzaakt heeft[4] en niet vindende waar naartoe, bekent dat hij weer opwaards moet, dóór 't verzaakte protestantendom heen, en terug naar den ouden godsdienst van voor 1500, naar ons gevolgentlijk.

Misschien zult gij al het nieuw brusselsch weekblad Flandria gezien hebben, dat voor doel heeft de vlamingen te verlichten , eerbiedigende nochtans, zegt het, den godsdienstwaan en de godvruchtige dwalingen die de priesters en 't volk trachten te onderhouden, eerbiedigende zelfs de dichterlijke pracht van kerkelijke plechtigheden enz. Waar wilt dat naartoe? Naar de verhollandsching van 't volk, voor 't volk, voor wat taal aangaat, en bijgevolg godsdienst en zeden. Wat middel daertegen? Een alleen, dat wij die van 't volk, die met 't volk, die het volk zijn, ons te werke stellen, om die vreemdelingen het volk ondoordringbaar te maken metp4 volkstale te plegen, te vereeren, bekend te maken. Door die schutshage en zullen zij niet breken, ze 'n kunnen niet, en 't is 't eenigste dat ze niet en kunnen; 't is ons eenigste redmiddel. "Eenheid van taal" zoo ze het heeten, is taalkundig, volks- en zielkundig gesproken, eene dwaasheid en ware die dwaasheid uitvoerbaar, een groot ongeluk en besmettelijke kanker! Weet gij waarom zij met die taalparticularisten spotten? Omdat zij ervan benauwd zijn. Doodzwijgen en kunnen zij niet meer, doodspotten dat pogen ze te doen. 't Is 't ongeluk van Holland waar de schrijverij, 't boekstafwezen, "la littérature" zegt de fransch, in de handen van een deel samen verbonden joden etc. ligt; welke joden alles wat goed is of zou willen zijn uit de baan schoppen, doodzwijgen of doodschrijven, en dat, na hunnen zin en voor hunnen zak, met het beste gevolg. Daar zijn weinig overtuigde, zelfdenkende, p5zelfwillende schrijvers in Holland, bijkans allen liggen aan den wagen gespannen, met den haverzak en den muilstopper aan den kop, en men is bezig met de schenen te leggen, (eenheid van taal) opdat die hellewagen ons land ook zou kunnen in stukken rijden. Dit zij onder ons gezeid. Ik werke met dit bewust zijn, en dekke, tenzij voor vrienden, mijn schietburg en mijn shanz.

Blijve al zeer toegenegene
G. G.

Annotations

[1] De locatie van de originele brief is onbekend. Van deze brief is enkel een afschrift in onbekende hand beschikbaar.
[2] In 1885 bracht Johan Winkler voor de tweede keer een bezoek aan zijn vriend Gezelle (de eerste keer was eind juni 1883, de laatste keer eind juni 1891). Op donderdag 10 september 1885 vertrok hij vanuit Gezelles huis in Kortrijk, om een rondreis in Frans-Vlaanderen te maken. Over die reis bracht hij verslag uit in De Tijdspiegel (1886) 5, 6 en 7 en in zijn boek Oud Nederland (1888). Ook Gezelle was tot 1890 intens met Frans-Vlaanderen bezig en schreef erover in zijn enige nummer van Ons Oud Vlaamsch (december 1885). In 1891 maakte Winkler opnieuw zo’n reisje door Artesië en heeft hij Gezelle voor de derde keer bezocht op het einde van de maand juni.
[3] De ‘aansprake’ is de redevoering die Gezelle bij de De Bo-hulde brengen zal; met alle deining nadien van de ‘Ruitenbrekers’.
[4] Caesar Gezelle wees in Biekorf: 35 (1929) p.112-113 op meningsverschillen en het doel van Gezelle om Winkler ‘over te halen tot de katholieke geloofsbelijdenis’. Daardoor zou hun briefwisseling op een bepaald ogenblik sterk verminderd zijn. Gezelle zou onder druk gestaan hebben van anderen die wilden dat Winkler zich ‘outte’ als rooms-katholiek. Maar in deze brief is Gezelle ervan overtuigd dat Winkler ‘zijn protestantendom verzaakt’ heeft.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameJanssens, Alfons J. M.
Dates° Sint-Niklaas, 16/10/1841 - ✝ Luzern, 01/09/1906
SexMannelijk
Occupationpoliticus; dichter; auteur; textielfabrikant
BioAlfons Janssens studeerde aan het Sint-Jozefscollege van Sint-Niklaas. In 1868 was hij sergeant bij de pauselijke zoeaven. Hij huwde in 1872 en nam samen met zijn broer de leiding van de familiale textielfabriek. Hij was de medestichter van de Gilde van Ambachten en Neringen Sint-Niklaas. Vanaf 1885 was hij betrokken bij het Davidsfonds als voorzitter en in het hoofdbestuur. Hij was ook een dichter en auteur en lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij was zeer goed bevriend met Guido Gezelle met wie hij uitgebreid correspondeerde. Zo bleef hij bij Janssens overnachten na de zittingen van de Academie. Gezelle maakte drie gedichten voor Janssens die verband houden met deze bezoeken. Op de treinreis terug schreef hij andere gedichten zoals "Hoe helder, zwart op wit, die koe". Janssens zelf leverde bijdragen aan "De Vlaamsche Wacht", "Rond den Heerd", "Loquela", "Het Belfort" en "Vlaamsche Zanten". Als katholiek politicus was hij gemeenteraadslid van Sint-Niklaas (1885-1904 ) en lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers in het arrondissement Sint-Niklaas (1892-1900).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; Rond den Heerd; Loquela; gelegenheidsgedichten

Sender

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Recipient

NameJanssens, Alfons J. M.
Dates° Sint-Niklaas, 16/10/1841 - ✝ Luzern, 01/09/1906
SexMannelijk
Occupationpoliticus; dichter; auteur; textielfabrikant
BioAlfons Janssens studeerde aan het Sint-Jozefscollege van Sint-Niklaas. In 1868 was hij sergeant bij de pauselijke zoeaven. Hij huwde in 1872 en nam samen met zijn broer de leiding van de familiale textielfabriek. Hij was de medestichter van de Gilde van Ambachten en Neringen Sint-Niklaas. Vanaf 1885 was hij betrokken bij het Davidsfonds als voorzitter en in het hoofdbestuur. Hij was ook een dichter en auteur en lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij was zeer goed bevriend met Guido Gezelle met wie hij uitgebreid correspondeerde. Zo bleef hij bij Janssens overnachten na de zittingen van de Academie. Gezelle maakte drie gedichten voor Janssens die verband houden met deze bezoeken. Op de treinreis terug schreef hij andere gedichten zoals "Hoe helder, zwart op wit, die koe". Janssens zelf leverde bijdragen aan "De Vlaamsche Wacht", "Rond den Heerd", "Loquela", "Het Belfort" en "Vlaamsche Zanten". Als katholiek politicus was hij gemeenteraadslid van Sint-Niklaas (1885-1904 ) en lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers in het arrondissement Sint-Niklaas (1892-1900).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; Rond den Heerd; Loquela; gelegenheidsgedichten

Place

NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - person

NameDe Bo, Leonard Lodewijk; Leenaert
Dates° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
SexMannelijk
Occupationhulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/07/1873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Dates° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
SexMannelijk
Occupationarts; taalkundige; auteur
ResidenceNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Name - place

NameTielt
SettlementTielt
NameLeeuwarden

Name - institute

NameDavidsfonds Tielt
DescriptionHet Davidsfonds Tielt behoorde tot de tien eerste lokale afdelingen van de in 1875 gestichte culturele vereniging. Op 30 september 1885 richtten ze een herdenkingsplechtigheid in voor L.L. De Bo, waarop Gezelle een eerbetoon bracht aan De Bo en inging tegen de studenbeweging.
Dating29/03/1875-heden
Links[wikipedia]

Title - other work

TitleFlandria (periodical)
Author(red.) Haerynck, Hippoliet (Hiel, Emmanuel; Reinhard, Frans; van der Straeten, Edmond)
Date1885-1889
PlaceBrussel
PublisherD. van Doorslaer

Index terms

Correspondents - persons

Gezelle, Guido
Janssens, Alfons J. M.

Name - institute

Davidsfonds Tielt

Name - person

De Bo, Leonard Lodewijk
Gezelle, Guido
Winkler, Johan

Name - place

Tielt
Leeuwarden

Place

Kortrijk

Recipient

Janssens, Alfons J. M.

Sender

Gezelle, Guido

Title - other work

Flandria

Title[11?]/[09/1885], Kortrijk, Guido Gezelle aan [Alfons J. M. Janssens]
EditorKarel Platteau
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKarel Platteau, Gezelle Guido aan Janssens Alfons J. M., Kortrijk (Kortrijk), [11?]/[09/1885]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
SenderGezelle, Guido
Recipient[Janssens, Alfons J. M.]
Date Sent[11?]/[09/1885]
Place SentKortrijk (Kortrijk)
AnnotationLocatie van de originele brief is onbekend; datum en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; dag onzeker ; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en enkele leden van de Dietsche Biehalle en Biekorf. Deel 2: Brieven / door Ina Galle. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1984-1985), p.134-35
Physical Description
Support Material papiersoort: inkt
Condition volledig
Lay-out afschrift van Gezelles brief in onbekende hand
Additions op zijde 1 rechts in de bovenrand: Begin september. (inkt, onbekende hand) ; idem rechts: 1885 (inkt, onbekende hand) ; idem in de linkermarge: AlfJanssens (inkt, verticaal, onbekende hand)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive8728
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.16979
Content Description
IncipitIk hadde u al lang behooren te schrijven,
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.