<Hit 2936 of 2965

>

p1
Eerweerde Heer en vriend

"t' accoord" in uw brief,[1] is 't fransche d'accord zeker 's eens zegt men in t vlaamsch spellingregels staat voor spelregels. Sommige lieden zullen gansch te vreden zyn als zy gedrukte taal en spelregels zien voor den dag komen; zonder ze te lezen zelve zullen ze al amen zeggen. de commissie[2] heeft meest in 't zin ongeleerde gasten important te maken omdat ze … kunnen spellen, op onze dagen is men daarop uit geleerdheid onnuttig te doen schynen. 't Komt my daar seffens te binnen dat ik ievers in R. d. H. gelezen hebbe van katten die te koorde gaan[3] t moet te choore zyn en 't verwondert my, gy die in 't kapitaal[4] verkeert, dat gy niet gemakkelyker, in uwe inbeeldingen, katten en choor te gāre en brengt.

de t de d niet is eigentlyk ingevoegd en overgang letter, byv. van hunnen-t-wege, genegen-t-heid, goeder-tieren-t-heid enz. als de d alrēē tot het woord behoort dient er geen t ingevoegd bevoegdheid ervarentheid, welluidendheid verlegentheid, enz.

Pro christo voor christo; super terram op de aarde, in terris op der aarden; charitas pro pauperibus charitate voor den armen

Zich aanzie ik als een pure germanisme, heel wel aanvanklyk door zyn eigen, zyn zelven, hem zelven enz. Zie oud vlaamsche boeken overal. de stok brak (waarom) zich?

Voor koolen en kolen dient op de neventalen gelet: baum, glaube, hoogduitsch is boomen geloove. daarin missen de vlamingen van de een stad tot de ander. te Brugge zegt men ik wete, te Kortryk ik weete, 't eerste komt met Engelsch 't ander met het hoogduitsch overeen I wit, ich weiss. Al waar die p2eigenaardige oude klank boonen beenen bestaat zou ik hem maar houden, hoe meer daarvan hoe beter; 't is 't herte van de tale. boonen en wordt nooit beunen (by ons) boter wordt beuter, sloter sleuter. Roomen … hola! nooit reumen. wonen weunen, toogen nooit teugen, maar togen (= trekken) = teugen, hoogduitsch bogen vlaamsch boge engelsch bow; maar hollandsch boogen = buigen ik boogde heb geboogd, terwyl wylieden zeggen: buigen ik boog, gy, hy,wy, zy boogen, ik heb gebogen, beuge bestaat toch ook maar is van bogen (g = v) boven = bovis (caro)[5]

Ik zou my vry houden te schryven burg- en burgemeester byv:

Būrgmĕestĕr schēpĕnĕn schādebĕlĕtter

Liep naar den brand met een eendig gekletter

of:

Būrgĕmēestĕr vān děr stēdě

Luistert naar myn vaders bede

Hoe min[6] boeien hoe beter en oorlog aan allen schooldwang, 't zyn yzeren schenen, die zy bezig zyn met leggen; al even recht, even wyd, even plat, even gelyk, om met den yzeren wagen ons over hals en nek te ryden; ent zynder zoo vele die liggen en slapen, gelyk en stom stuk hout daaronder, uit liefde voor de eenparigheid. In rusland, leze ik, hebben ze al de sporen van hunne yzerwegen vernauwd, zoodat er geen duitsche wagens op en kunnen, dat dienen wy voor vlaanderen, salvo meliori,[7] ook te doen. 't vlaamsch houde 't fransch buiten en ons vlaamsch het liberale onvlaamsch.

n.b. De overste van 't Beggynhof hier is eene oprechte goede; kunt gy haar niet wat zenden van Beggynhoven etc. 't zou deugd doen.

Blyve etc
Guido G

Annotations

[2] De Belgische spellingcommissie van 1864 stelde een gezamenlijke spelling voor met Nederland, bekend onder de naam Spelling De Vries en te Winkel. Bij KB van 21 november 1864 werd deze eenheidsspelling verplicht voor onderwijs, bestuurlijke communicatie en openbare akten.
[3] Rond den Heerd: 7 (30 maart 1872) 18, p.155.
[4] Betekenis: kapittel. Adolf Duclos was als kanunnik verbonden aan het kapittel van de Sint-Salvatorskathedraal.
[5] Vertaling (Latijn): vlees (caro) van een rund (bovis). Mogelijk heeft Gezelle met ”boven” iets als het Franse ”boeuf” of het Engelse ”beef” voor ogen.
[6] Guido Gezelle plaatste een scheidingsstreepje tussen 'Hoe' en 'min' omdat hij de woorden aan elkaar had geschreven.
[7] Vertaling (Latijn): onder voorbehoud van iets beters, voor wat het waard is.

Register

Correspondents - persons

NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Recipient

NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare

Place

NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - person

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameHiers, Clementia
Dates° Kortrijk, 28/08/1819 - ✝ Kortrijk, 22/12/1899
SexVrouwelijk
Occupationbegijn; overste; auteur
BioClementia Hiers werd geboren te Kortrijk op 28 augustus 1819 als dochter van apotheker Charles Louis Hiers (1796-1875) en Marie Natalie Louise Reijnaert (1783-1854). Ze werd begijn te Kortrijk op 7 juli 1843 en legde op 12 september 1844 de kloostergeloften af en werd op 21 juni 1848 verkozen tot grootjuffrouw (overste) van het begijnhof in Kortrijk, dat onder haar leiding tot bloei kwam. Op haar initiatief werd een vernieuwde regel (1852) en ceremonieel (1853) ingevoerd. In 1853 opende ze ook een privéschool, het Institut Sainte Marie, waar zij samen met Marie Noppe aan 30-40 kinderen lesgaf. Later richtte zij ook een avondschool op. Zij was ook, naast degene die het begijnhof sterk uitbreidde, de initiatiefneemster van de Broederschap van de heiligen Apollonia, Margaretha en Godelieve (1860). Op haar 50-jarig kloosterjubileum (12-09-1893) werd haar een gebedenboek aangeboden, begeleid door een gedicht van Guido Gezelle (‘Och grootiefvrouw’). Zijzelf schreef ook gedichten in het Frans en het Nederlands, o.m. een gelegenheidsgedicht voor Gezelle in 1889 (‘Hoe fier was men in Kortrijkstad’) naar aanleiding van zijn benoeming tot ridder in de Leopoldsorde en de hem toegekende pauselijke onderscheiding ‘Pro Ecclesia et Pontifice’. Clementia Hiers hield ook tussen 1849 en 1871 een dagboek bij dat bewaard wordt in het Rijksarchief te Kortrijk. Zij overleed te Kortrijk op 22 december 1899.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameKortrijk
SettlementKortrijk

Title - work by Guido Gezelle

TitleRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Title[11/03/1874 t.p.q. - 18/03/1874 t.a.q.], Kortrijk, Guido Gezelle aan [Adolf Juliaan Duclos]
EditorKoen Calis; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2025
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Gezelle Guido aan Duclos Adolf Juliaan, Kortrijk (Kortrijk), [11/03/1874 t.p.q. - 18/03/1874 t.a.q.]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
SenderGezelle, Guido
Recipient[Duclos, Adolf Juliaan]
Date Sent[11/03/1874 t.p.q. - 18/03/1874 t.a.q.]
Place SentKortrijk (Kortrijk)
AnnotationDatum toegevoegde notitie P.A. klopt niet; t.p.q. en t.a.q. gereconstrueerd op basis van de correspondentie: brief past tussen brief nr.4998 dd 11/03/1874 en brief nr.5000 dd 18/03/1874; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 206 mm x 132 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt, purper
Condition volledig
Additions op zijde 1 midden in de bovenrand: +/- 1876 (potlood, onbekende hand) ; idem rechts: Aan Ad. Duclos (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive8663
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.16934
Content Description
Incipit"t'accoord" in uw brief , is t fransche d'accord
Text Typebrief
LanguagesNederlands; Latijn
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.