<Hit 1904 of 2965

>

p1
Mijnen Eerweerden en Hooggeleerden Heer Dr Gezelle,
Bestierder,
Kortrijk.
 
p2
Hooggeleerde Heer Doctor Gezelle,[1]

1) is Bansthuizegje niet voor Baanhuizegje of kotje van den Baanwachter?

2) Zwijze voor Zwijte : Eene Zwijte is een gedeelte open en effen land.

3) De Haak is ‘t Zarreknippelen is een haak

tekening

die men aan de zarre hangt; de zarre is eene houten sprange of sperre lijk de gaaisprange:

Bij ons, ‘t is te zeggen te Hooglede, als men zarreknippelt, hebben al de spelers eenen knippel, uitgenomen een die bij de zarre staat. Elk knippelt op zijne beurt om den haak te doen afvallen: Deze die bij de zarre staat, als den haak afgeknippeld is, moet hem aanhangen en daar na, indien hij eerst den geworpen knippel kan pakken, deze die hem geworpen heeft is verloren, ‘t is te zeggen dat hij bij de zarre moet gaan staan tot dat hij op dezelfde wijze eenen knippel is meester geworden.[2]

CVC.
Brugge, 3 April[3] 90

Annotations

[1] Van Coillie antwoordt hier op drie van de twaalf vragen die voorkwamen in de rubriek ‘Vragen’: In: Bijblad van Loquela: 8 (Bamesse 1889) p. 4b: “Wat heet men het bansthuizegje? Geh. Heule, op den ijzerweg.”, “Wat is eene zwijze, sprekende van stukken lands? Geh. Wachtebeke” en “Wat verstaat gij door den haak, in 't zarreknippelen ? Geh. Eessen.”.
[2] Verwerkt door Guido Gezelle in: Zantekoorn. In: Loquela: 8 (Kerstmaand 1889) 8, p. 57, 63 en 64:

“HAAK, den. = Tweesprietelde boomtak, die zoo gekort en gesneden is, dat hij ievers kan aangehaakt worden, immers met den kortsten van zijne twee sprieten. Zulk een haak dient b. v. bij 't vlas wegen, in de zwingelkoten; bij 't krieken trekken, om den korf ievers aan vast te haken; bij 't zarreknippelen,

om hem aan de zarre te hangen en deraf te knippelen. Geh. Hoogleê, Eessen. Z. Zarreknippelen.

ZARREKNIPPELEN, knippelde de zarre, de zarre geknippeld. = Een spel dat in dezer voegen gespeeld wordt: op zekeren afstand van de zarreknippelaars staat de zarre, dat een gesprietelde houtstam of sprange is, met vier of vijf takken daaraan. Aan een van die takken hangt men den haak. Elk speelgenoot heeft eenen knippel, uitgeweerd een, t. w. hij die bij de zarre staat en die den afgeknippelden haak moet halen, oprapen en weêr aan de zarre hangen. Kan hij dat gedaan en den geworpen knippel in zijn bezit krijgen, eer als die laatst geknippeld heeft, dan wordt hij vervangen aan de zarre door zijnen knippelloozen speelgenoot, en hij mag gaan knippelen, op zijnen keer, neffens de andere. Geh. Hoogleê, Eessen. (…)”

[3] Foutieve maand op briefkaart: 3 Ap. 90: maand gereconstrueerd op basis van de poststempel: Bruges (Station) 03/05/1890; Courtrai 03/05/1890.
haak Loq.Loquela

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameVan Coillie, Constant
Dates° Hooglede, 03/09/1854 - ✝ Kortrijk, 06/04/1918
SexMannelijk
Occupationonderpastoor; pastoor; professor
BioConstant Van Coillie werd op 3 september 1854 te Hooglede geboren als zoon van landbouwer Fredericus Van Coillie en Amelia Degrendele. Hij werd als retoricaleerling van het kleinseminarie te Roeselare in oktober 1874 tot voorzitter verkozen van de Société Littéraire (Lettergilde), met poësisleerling Albrecht Rodenbach als secretaris en klassenleraar Hugo Verriest als directeur. Bij de ‘Groote Stooringe’ van 28 juli 1875 speelde hij een actieve rol. In augustus 1876 werd hij door de dorpelingen van Sleihage en zijn medestudenten gevierd als laureaat van de filosofieklas. Op 18 december 1880 ontving hij zijn priesterwijding in Brugge. Ter gelegenheid van zijn eremis te Esen op 21 december schreef Gezelle een gedicht: 'Den priester uit de school!', dat vooral ingaat op de eerste schoolstrijd (1878-1884). Van Coillie behaalde het licentiaat kerkelijk recht te Leuven in 1884, was één jaar onderpastoor van de O.L.Vrouwekerk te Brugge en werd in september 1885 professor aan het grootseminarie te Brugge. Hij was er professor tot eind 1900, waarna hij pastoor van de Sint-Tillokerk – ook wel Sint-Hiloniuskerk genoemd – te Izegem werd. Hij stond als medeauteur in voor de gecorrigeerde en uitgebreide zesde editie van het handboek van kerkelijk recht, "Juris canonici et juris canonico-civilis compendium", van de in 1895 overleden kerkjurist en Brugse bisschop Petrus De Brabandere (2 vols., Brugge, 1898-99). Hij publiceerde daarnaast samen met zijn jongere collega Alfons De Meester (Brugge 1877-1959) "La sépulture et les fabriques d’églises en droit civil-ecclésiastique belge" (Brugge-Brussel, 1916), een werk dat een herneming is van het desbetreffende gedeelte van het Latijnse handboek en waarin de heikele 'kerkhovenkwestie' op het voorplan staat. Te Izegem heeft Van Coillie te maken gehad met spanningen binnen de katholieke partij, meer bepaald omtrent de stichting van het "Iseghemsche Volk. Katholiek Volksgezind Weekblad" in 1912.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht

Sender

NameVan Coillie, Constant
Dates° Hooglede, 03/09/1854 - ✝ Kortrijk, 06/04/1918
SexMannelijk
Occupationonderpastoor; pastoor; professor
BioConstant Van Coillie werd op 3 september 1854 te Hooglede geboren als zoon van landbouwer Fredericus Van Coillie en Amelia Degrendele. Hij werd als retoricaleerling van het kleinseminarie te Roeselare in oktober 1874 tot voorzitter verkozen van de Société Littéraire (Lettergilde), met poësisleerling Albrecht Rodenbach als secretaris en klassenleraar Hugo Verriest als directeur. Bij de ‘Groote Stooringe’ van 28 juli 1875 speelde hij een actieve rol. In augustus 1876 werd hij door de dorpelingen van Sleihage en zijn medestudenten gevierd als laureaat van de filosofieklas. Op 18 december 1880 ontving hij zijn priesterwijding in Brugge. Ter gelegenheid van zijn eremis te Esen op 21 december schreef Gezelle een gedicht: 'Den priester uit de school!', dat vooral ingaat op de eerste schoolstrijd (1878-1884). Van Coillie behaalde het licentiaat kerkelijk recht te Leuven in 1884, was één jaar onderpastoor van de O.L.Vrouwekerk te Brugge en werd in september 1885 professor aan het grootseminarie te Brugge. Hij was er professor tot eind 1900, waarna hij pastoor van de Sint-Tillokerk – ook wel Sint-Hiloniuskerk genoemd – te Izegem werd. Hij stond als medeauteur in voor de gecorrigeerde en uitgebreide zesde editie van het handboek van kerkelijk recht, "Juris canonici et juris canonico-civilis compendium", van de in 1895 overleden kerkjurist en Brugse bisschop Petrus De Brabandere (2 vols., Brugge, 1898-99). Hij publiceerde daarnaast samen met zijn jongere collega Alfons De Meester (Brugge 1877-1959) "La sépulture et les fabriques d’églises en droit civil-ecclésiastique belge" (Brugge-Brussel, 1916), een werk dat een herneming is van het desbetreffende gedeelte van het Latijnse handboek en waarin de heikele 'kerkhovenkwestie' op het voorplan staat. Te Izegem heeft Van Coillie te maken gehad met spanningen binnen de katholieke partij, meer bepaald omtrent de stichting van het "Iseghemsche Volk. Katholiek Volksgezind Weekblad" in 1912.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameVan Coillie, Constant
Dates° Hooglede, 03/09/1854 - ✝ Kortrijk, 06/04/1918
SexMannelijk
Occupationonderpastoor; pastoor; professor
BioConstant Van Coillie werd op 3 september 1854 te Hooglede geboren als zoon van landbouwer Fredericus Van Coillie en Amelia Degrendele. Hij werd als retoricaleerling van het kleinseminarie te Roeselare in oktober 1874 tot voorzitter verkozen van de Société Littéraire (Lettergilde), met poësisleerling Albrecht Rodenbach als secretaris en klassenleraar Hugo Verriest als directeur. Bij de ‘Groote Stooringe’ van 28 juli 1875 speelde hij een actieve rol. In augustus 1876 werd hij door de dorpelingen van Sleihage en zijn medestudenten gevierd als laureaat van de filosofieklas. Op 18 december 1880 ontving hij zijn priesterwijding in Brugge. Ter gelegenheid van zijn eremis te Esen op 21 december schreef Gezelle een gedicht: 'Den priester uit de school!', dat vooral ingaat op de eerste schoolstrijd (1878-1884). Van Coillie behaalde het licentiaat kerkelijk recht te Leuven in 1884, was één jaar onderpastoor van de O.L.Vrouwekerk te Brugge en werd in september 1885 professor aan het grootseminarie te Brugge. Hij was er professor tot eind 1900, waarna hij pastoor van de Sint-Tillokerk – ook wel Sint-Hiloniuskerk genoemd – te Izegem werd. Hij stond als medeauteur in voor de gecorrigeerde en uitgebreide zesde editie van het handboek van kerkelijk recht, "Juris canonici et juris canonico-civilis compendium", van de in 1895 overleden kerkjurist en Brugse bisschop Petrus De Brabandere (2 vols., Brugge, 1898-99). Hij publiceerde daarnaast samen met zijn jongere collega Alfons De Meester (Brugge 1877-1959) "La sépulture et les fabriques d’églises en droit civil-ecclésiastique belge" (Brugge-Brussel, 1916), een werk dat een herneming is van het desbetreffende gedeelte van het Latijnse handboek en waarin de heikele 'kerkhovenkwestie' op het voorplan staat. Te Izegem heeft Van Coillie te maken gehad met spanningen binnen de katholieke partij, meer bepaald omtrent de stichting van het "Iseghemsche Volk. Katholiek Volksgezind Weekblad" in 1912.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameHooglede
SettlementHooglede
NameKortrijk
SettlementKortrijk

Title - work by Guido Gezelle

TitleLoquela
Links[gezelle.be]

Index terms

Correspondents - persons

Gezelle, Guido
Van Coillie, Constant

Name - person

Gezelle, Guido
Van Coillie, Constant

Name - place

Brugge
Hooglede
Kortrijk

Place

Brugge

Recipient

Gezelle, Guido

Sender

Van Coillie, Constant

Title - work by Guido Gezelle

Loquela

Title03/[05]/1890, Brugge, [Constant Van Coillie] aan Guido Gezelle
EditorPaul Thoen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingPaul Thoen, Van Coillie Constant aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 03/[05]/1890. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
Sender[Van Coillie, Constant]
RecipientGezelle, Guido
Date Sent03/[05]/1890
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationFoutieve maand op briefkaart: 3 Ap. 90: maand gereconstrueerd op basis van de poststempel ; adressant gereconstrueerd op basis van het handschrift.
Published inStukken van de brief verwerkt door Guido Gezelle in: Zantekoorn. In: Loquela: 8 (Kerstmaand 1889) 8, p. 57, 63 en 64 (lemmata: "haak" en "zarreknippelen")
Physical Description
Support Material 89 mm x 137 mm
papier, geel
papiersoort: recto met adres; verso horizontaal beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out op adreszijde: gedrukte postzegel, afgestempeld
Additions op verso links in de zijrand: taalkundige notities: haak Loq. (inkt, verticaal, hand G.G.) ; op verso stukken tekst met inkt doorgehaald
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive3587, haak
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.16108
Content Description
Incipit1) is Baustbuizegje niet voor Baanhuizegje of kotje van
Summary Van Coillie antwoordt op drie van de elf vragen die voorkwamen in de rubriek 'Vragen': in: Bijblad van Loquela. - Jrg. 8 (Bamesse 1889): "Wat heet men het bansthuizegje? Geh. Heule, op den ijzerweg.", "Wat is eene zwijze, sprekende van stukken lands? Geh. Wachtebeke" en "Wat verstaat gij door den haak, in 't zarreknippelen ? Geh. Eessen.".
Text Typebriefkaart
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.