<Resultaat 1439 van 2965

>

p1

Zie hier iets over de "Chondropterygii”[1] order[2] waar de rogge (plagiostome)[3] deel van maakt.

“... œufs entourés ... tantôt d'une coque résistante, ayant la consistance du parchemin, aplatie, quadrilatère et terminée à chaque angle par une corne ou un long appendice contourné sur lui-même, qui sert à les fixer aux plantes marines.
- Claus. Traité de Zoologie[5]

Groete Ulieden gedienstig en genegen
Hendrik Depoorter
Student in geneeskunde[6]
Loven
(Blijde Inkomststrate 151[7]

Noten

Guido Gezelle neemt het woord tweemaal op in Loquela onder een andere betekenis: Guido Gezelle, Zantekoorn. Zeemuize. In: Loquela: 6: (Oostermaand 1887) 12, p.96: “ZEEMUIZE, de = Zeeschelpken dat spits en wentelender wijze toeloopt, turbine in 't Fr. — Vader heeft naar Oostende geweest, en hij zit met zijne zakken vul zeeschelpen en zeemuizen Geh. Iseghem.De “zeeschelpen” zijn tot Iseghem de tweeluikte zeevantjes, de kogskes, de schuitjes; de “zeemuizen” zijn de drilachtig, spits en kegelwijs gedane zeedierhoorntjes, die eenigszins opSineesche torrejes trekken ZEEMUIZE, de. = Zwart, lederachtig, uitgedroogd, gehaard muizenvel, zou men zeggen, dat bij duizenden langst het strange te vinden is. Geh. Houlhem. Kramers zet: ”Zeemuis, f. H. n. Souris (chenille ou taupe) demer, aphrodite hérissee f. (Aphrodita aculeata).” In 't Engelsch heet die Aphrodita sea-mouse, in 't Hoogduitsch seemaus, gelijk op de VI. zeekust en bij Kramers.”Mogelijk is deze brief een reactie op Loquela. Het ei van een rog zit verborgen in een eikapsel. Een stevig en veilig omhulsel voor de zich ontwikkelende jonge rog. Zo’n eikapsel ziet er uit als zwart of bruin ‘doosje’ met op alle hoeken een stekel. Bijna alle roggensoorten die in de Noordzee voorkomen leggen eieren en zetten deze vast aan stenen, wrakken of wier. Wanneer ze verlaten zijn en losraken, spoelen ze aan en kun je ze op het strand vinden. ( ).
[1] Taxonomische naam voor de klasse van kraakbeenvissen (haaien, roggen, chimaera's).
(’Pterygium‘ = Grieks voor vleugel. Samenstellingen met ’chondro-‘ als eerste lid hebben betrekking op het kraakbeen.)
In het boek waarnaar Depoorter verder in de brief verwijst is de titel van dit hoofdstuk ’Chondroptérygiens’.
[2] Depoorter bedoelt: de orde van de chondropterygii. Roggen maken deel uit van deze groep vanwege hun kraakbenige skelet.
[3] Oudere aanduiding voor kraakbeenvissen (zoals haaien en roggen) met een mondopening aan de onderzijde; hier gebruikt als synoniem voor ’rog’.
[4] De Franse tekst gaat verder met “Dans le dernier cas”. Depoorter stopte blijkbaar zijn notities bij het begin van deze zin.
[5] De tekst dl.1, p. 1216.
[6] Faculteit geneeskunde KUL (med.kuleuven.be): ”De medische faculteit aan de nieuwe Katholieke Universiteit te Leuven startte in 1835 met negen professoren en vijfendertig studenten. Ongeveer een eeuw lang, tot aan de wet van 1929, zouden de onderwijsstructuren vrijwel ongewijzigd blijven: twee jaar kandidatuur in de natuurwetenschappen, twee jaar kandidatuur in de geneeskunde, twee jaar doctoraat. De universiteit organiseerde wel enkele speciale doctoraten bijvoorbeeld in de oogheelkunde in 1894. De oogheelkunde was in de negentiende eeuw het enige specialisme.”
[7] In de andere brieven is het adres: ’Blijde Inkomststrate 155’.

Register

Correspondenten - personen

NaamDepoorter, Hendrik
Datums° Emelgem, 22/12/1863 - ✝ Sint-Kruis (Brugge), 02/01/1947
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioHendrik Depoorter werd geboren te Emelgem 22 december 1863 als zoon van geneesheer Augustinus Depoorter (1830-1916) en Rosalia Verstraete (1829-1903). In 1883 was hij student te Emelgem. Vervolgens studeerde hij geneeskunde te Leuven. In het najaar van 1891 signeerde hij zijn brieven als dokter. Tijdens zijn studententijd woonde hij in de Blijde Inkomststraat 155, waar hij ook nog kort na zijn afstuderen verbleef (1891 en begin 1892). Later in 1892 vestigde hij zich als arts in de Brugstraat te Izegem. Depoorter huwde drie keer. Zijn eerste huwelijk was op 13 augustus 1891 met de Leuvense Maria Louisa Hendrickx (Leuven, 1857 - Izegem, 1895), met wie hij drie kinderen kreeg: Auguste, Joseph en Felicitas. Maria Louisa overleed in 1895 na de geboorte van hun derde kind. Op 22 juli 1896 trad hij in het huwelijk te Ardooie met Adeline Vuylsteke (1861-1925), met wie hij zoon Paul kreeg, later oorlogsburgemeester tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn derde huwelijk was op 5 september 1925 te Brugge met de Sidonie Volcke (1869-1949). In 1883 begon Depoorter te corresponderen met Guido Gezelle. Die briefwisseling beperkte zich niet tot zijn studiejaren: ook als praktiserend arts zette hij het contact met de dichter verder. Depoorter verzamelde woorden uit oude boeken voor Gezelle, vroeg taaladvies, en werkte mee aan een prijskamp over Vlaamse namen en ziekten in het Leuvense. In 1891 vertaalde Gezelle op zijn vraag Duitse gezondheidsspreuken van Friedrich Ebersold, wat resulteerde in de folder 'De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding'. Hendrik Depoorter overleed op 2 januari 1947 in Sint-Kruis (Brugge).
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsdrukwerk
Bronnen https://gezelle.be/guido-gezellearchief/gezellearchief-onderzoek-12-1-algemene-intro/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1; Geneanet
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDepoorter, Hendrik
Datums° Emelgem, 22/12/1863 - ✝ Sint-Kruis (Brugge), 02/01/1947
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioHendrik Depoorter werd geboren te Emelgem 22 december 1863 als zoon van geneesheer Augustinus Depoorter (1830-1916) en Rosalia Verstraete (1829-1903). In 1883 was hij student te Emelgem. Vervolgens studeerde hij geneeskunde te Leuven. In het najaar van 1891 signeerde hij zijn brieven als dokter. Tijdens zijn studententijd woonde hij in de Blijde Inkomststraat 155, waar hij ook nog kort na zijn afstuderen verbleef (1891 en begin 1892). Later in 1892 vestigde hij zich als arts in de Brugstraat te Izegem. Depoorter huwde drie keer. Zijn eerste huwelijk was op 13 augustus 1891 met de Leuvense Maria Louisa Hendrickx (Leuven, 1857 - Izegem, 1895), met wie hij drie kinderen kreeg: Auguste, Joseph en Felicitas. Maria Louisa overleed in 1895 na de geboorte van hun derde kind. Op 22 juli 1896 trad hij in het huwelijk te Ardooie met Adeline Vuylsteke (1861-1925), met wie hij zoon Paul kreeg, later oorlogsburgemeester tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn derde huwelijk was op 5 september 1925 te Brugge met de Sidonie Volcke (1869-1949). In 1883 begon Depoorter te corresponderen met Guido Gezelle. Die briefwisseling beperkte zich niet tot zijn studiejaren: ook als praktiserend arts zette hij het contact met de dichter verder. Depoorter verzamelde woorden uit oude boeken voor Gezelle, vroeg taaladvies, en werkte mee aan een prijskamp over Vlaamse namen en ziekten in het Leuvense. In 1891 vertaalde Gezelle op zijn vraag Duitse gezondheidsspreuken van Friedrich Ebersold, wat resulteerde in de folder 'De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding'. Hendrik Depoorter overleed op 2 januari 1947 in Sint-Kruis (Brugge).
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsdrukwerk
Bronnen https://gezelle.be/guido-gezellearchief/gezellearchief-onderzoek-12-1-algemene-intro/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1; Geneanet

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLeuven
GemeenteLeuven

Naam - persoon

NaamDepoorter, Hendrik
Datums° Emelgem, 22/12/1863 - ✝ Sint-Kruis (Brugge), 02/01/1947
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioHendrik Depoorter werd geboren te Emelgem 22 december 1863 als zoon van geneesheer Augustinus Depoorter (1830-1916) en Rosalia Verstraete (1829-1903). In 1883 was hij student te Emelgem. Vervolgens studeerde hij geneeskunde te Leuven. In het najaar van 1891 signeerde hij zijn brieven als dokter. Tijdens zijn studententijd woonde hij in de Blijde Inkomststraat 155, waar hij ook nog kort na zijn afstuderen verbleef (1891 en begin 1892). Later in 1892 vestigde hij zich als arts in de Brugstraat te Izegem. Depoorter huwde drie keer. Zijn eerste huwelijk was op 13 augustus 1891 met de Leuvense Maria Louisa Hendrickx (Leuven, 1857 - Izegem, 1895), met wie hij drie kinderen kreeg: Auguste, Joseph en Felicitas. Maria Louisa overleed in 1895 na de geboorte van hun derde kind. Op 22 juli 1896 trad hij in het huwelijk te Ardooie met Adeline Vuylsteke (1861-1925), met wie hij zoon Paul kreeg, later oorlogsburgemeester tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn derde huwelijk was op 5 september 1925 te Brugge met de Sidonie Volcke (1869-1949). In 1883 begon Depoorter te corresponderen met Guido Gezelle. Die briefwisseling beperkte zich niet tot zijn studiejaren: ook als praktiserend arts zette hij het contact met de dichter verder. Depoorter verzamelde woorden uit oude boeken voor Gezelle, vroeg taaladvies, en werkte mee aan een prijskamp over Vlaamse namen en ziekten in het Leuvense. In 1891 vertaalde Gezelle op zijn vraag Duitse gezondheidsspreuken van Friedrich Ebersold, wat resulteerde in de folder 'De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding'. Hendrik Depoorter overleed op 2 januari 1947 in Sint-Kruis (Brugge).
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsdrukwerk
Bronnen https://gezelle.be/guido-gezellearchief/gezellearchief-onderzoek-12-1-algemene-intro/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1; Geneanet

Naam - plaats

NaamLeuven
GemeenteLeuven

Titel - ander werk

TitelTraité de Zoologie: conforme a l'état présent de la science. 2dln
AuteurClaus, Carl
Datum1884
PlaatsParis
UitgeverC. Moquin-Tandon

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Depoorter, Hendrik

Correspondenten - personen

Depoorter, Hendrik
Gezelle, Guido

Naam - persoon

Depoorter, Hendrik

Naam - plaats

Leuven

Plaats van verzending

Leuven

Titel - ander werk

Traité de Zoologie: conforme a l'état présent de la science. 2dln

Titelxx/[04/1887 ?], Leuven, Hendrik Depoorter aan [Guido Gezelle]
EditeurStefaan Maes
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenStefaan Maes, Depoorter Hendrik aan Gezelle Guido, Leuven (Leuven), xx/[04/1887 ?]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderDepoorter, Hendrik
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatumxx/[04/1887 ?]
VerzendingsplaatsLeuven (Leuven)
AnnotatieDatum gereconstrueerd op basis van Loquela en de briefinhoud en onzeker; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 132 mm x 106 mm
papier, wit
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: taalkundige notities: zeemuize = roggenei (inkt, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3322, Z fiche 10
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.15890
Inhoud
IncipitZie hier iets over de "Chondropterygii” order
Samenvatting taalkunde: over roggeneieren; met citaat over de eieren uit: Traité de Zoologie / Carl Claus. - Paris : C. Moquin-Tandon, 1884. Gezelle verwerkte de inhoud tot taalkundige fiche met als lemma "zeemuize"; onder dit lemma schreef Gezelle ook in Loquela. - Jrg.6 (Oostermaand 1887) nr.12, p.96, mogelijk is de brief een reactie hierop
Tekstsoortbrief
TalenNederlands; Frans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.