<Hit 1733 of 2965

>

p1Geloofd Zij Jezus Christus.
Zeer Eerwaarde Heer,

Gij zult, ik hoop het, de goedheid hebben mij te verontschuldigen zoo ik heden de eerbiedige vrijheid durf nemen, U eene gunst te komen vragen.

Onze Broeder Hendrik Missionaris in Amerika viert, - indien God hem leven schenkt – op 22sten Mei aanstaande zijn zilver jubile van Priester. Hij heeft er mij in zijnen laatsten brief – dien ik nog niet weder gekregen heb[1] - nog van gesproken en mij de hier bijgevoegde

p2 verzen, welke hij begeert te doen herdrukken, in gedachtenis van onzen zoo diepbetreurden broeder Rufin[2] medegezonden. Welnu, Eerwaarde Heer, ik ben zoo zeer begeerig hem ter gelegenheid van dit jubelfeest iets te zeggen, of dat er hem door U iets gezegd worde, dat, hoewel verlegen om het te doen, ik toch op mij genomen heb, U te vragen of niet eenige Uwer schone verzen[3] van welke onzen Broeder – zoo als wij allen – altijd zoo ingenomen is geweest, aan mijne begeerte zou konnen of mogen beantwoorden. Indien Gij Eerwaarde Heer, aan mijne verzoek wilt voldoen zal ik U de hertelijkste dank voor betuigen. Ik zou mijn Broedr zoo geern deze aangename verrassing verschaffen.

Gewoon zijnde mij in elke omstandigheid tot mijnen zoo teer beminden

Annotations

[1] Deze brief is niet aanwezig in het Guido Gezellearchief. Er is enkel 1 brief aanwezig van H. Delbaere aan G. Gezelle van 22/10/1886.
Geslechte Geslachte 1296, 2987 Teken van Gezelle om de getallen 2987 en 2531 om te wisselen. 2531. Doorstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.Gepubliceerd in: Guido Gezelle (uitgegeven door), Hennen van Merchtenen's Cornicke van Brabant. Gent: A. Siffer, 1896, p.179Doen z. Zie. Tonder d. Doorstreping van Guido Gezelle in potlood.Gepubliceerd in: Guido Gezelle (uitgegeven door), Hennen van Merchtenen's Cornicke van Brabant. Gent: A. Siffer, 1896, p.176. Teken van Gezelle om de getallen 2987 en 2531 om te wisselen. Doorstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.Gepubliceerd in: Guido Gezelle (uitgegeven door), Hennen van Merchtenen's Cornicke van Brabant. Gent: A. Siffer, 1896, p.179 Zie. Doorstreping van Guido Gezelle in potlood.Gepubliceerd in: Guido Gezelle (uitgegeven door), Hennen van Merchtenen's Cornicke van Brabant. Gent: A. Siffer, 1896, p.176.
[2] Rufin stierf op 22/12/1887.
[3] Gezelle reageerde niet op deze brief. M. Delbaere hernieuwde haar vraag via een brief aan Gezelle op 01/05/1889. Uit een latere dankbrief van M. Delbaere, xx/05/1889 blijkt dat Gezelle uiteindelijk toch de verzen schreef.
Betteren = betaterenZoerselsprikt of nikt Nevenvorm van knikken (WNT, De Bo). of laat n’ schetedat ik van entwadde wete Nevenvorm van knikken (WNT, De Bo).

Register

Correspondents - persons

NameDelbaere, Maria Juliana Lucia; Maria Philomena (zuster)
Dates° Ingooigem, 21/06/1845 - ✝ Brugge, 01/10/1934
SexVrouwelijk
Occupationkloosterzuster
BioMaria Juliana Lucia Delbaere werd op 26 juli 1837 geboren te Ingooigem als jongste dochter van Martinus Delbaere (Aalbeke 1798 - Ingooigem 1855) en Maria Juliana Christiaens (Ingooigem 1801 - Ingooigem 1852). Ze had vier broers, allen oud-leerlingen van Guido Gezelle aan het kleinseminarie in Roeselare. Daarvan werden er drie priester gewijd (Rufin, Henri en Cyriel). Maria trad binnen bij de congregatie van de zusters van de Onbevlekte Ontvangenis van Marke. Haar kloosternaam was zuster Maria Philomena. Ze contacteerde Gezelle voor het schrijven van een gelegenheidsgedicht voor het 25-jarig priesterjubileum van haar broer Hendrik. Ze overleed in het begijnhof in Brugge op 1 oktober 1934.
Links[odis]
Relation to Gezelleadressenlijst Kortrijk; correspondent; gelegenheidsgedicht
SourcesGeneanet; https://www.archiefbankbrugge.be/
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameDelbaere, Maria Juliana Lucia; Maria Philomena (zuster)
Dates° Ingooigem, 21/06/1845 - ✝ Brugge, 01/10/1934
SexVrouwelijk
Occupationkloosterzuster
BioMaria Juliana Lucia Delbaere werd op 26 juli 1837 geboren te Ingooigem als jongste dochter van Martinus Delbaere (Aalbeke 1798 - Ingooigem 1855) en Maria Juliana Christiaens (Ingooigem 1801 - Ingooigem 1852). Ze had vier broers, allen oud-leerlingen van Guido Gezelle aan het kleinseminarie in Roeselare. Daarvan werden er drie priester gewijd (Rufin, Henri en Cyriel). Maria trad binnen bij de congregatie van de zusters van de Onbevlekte Ontvangenis van Marke. Haar kloosternaam was zuster Maria Philomena. Ze contacteerde Gezelle voor het schrijven van een gelegenheidsgedicht voor het 25-jarig priesterjubileum van haar broer Hendrik. Ze overleed in het begijnhof in Brugge op 1 oktober 1934.
Links[odis]
Relation to Gezelleadressenlijst Kortrijk; correspondent; gelegenheidsgedicht
SourcesGeneanet; https://www.archiefbankbrugge.be/

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameMarke
SettlementKortrijk

Name - person

NameDelbaere, Maria Juliana Lucia; Maria Philomena (zuster)
Dates° Ingooigem, 21/06/1845 - ✝ Brugge, 01/10/1934
SexVrouwelijk
Occupationkloosterzuster
BioMaria Juliana Lucia Delbaere werd op 26 juli 1837 geboren te Ingooigem als jongste dochter van Martinus Delbaere (Aalbeke 1798 - Ingooigem 1855) en Maria Juliana Christiaens (Ingooigem 1801 - Ingooigem 1852). Ze had vier broers, allen oud-leerlingen van Guido Gezelle aan het kleinseminarie in Roeselare. Daarvan werden er drie priester gewijd (Rufin, Henri en Cyriel). Maria trad binnen bij de congregatie van de zusters van de Onbevlekte Ontvangenis van Marke. Haar kloosternaam was zuster Maria Philomena. Ze contacteerde Gezelle voor het schrijven van een gelegenheidsgedicht voor het 25-jarig priesterjubileum van haar broer Hendrik. Ze overleed in het begijnhof in Brugge op 1 oktober 1934.
Links[odis]
Relation to Gezelleadressenlijst Kortrijk; correspondent; gelegenheidsgedicht
SourcesGeneanet; https://www.archiefbankbrugge.be/
NameDelbaere, Rufin; Delbaere, Ivo Rufinus
Dates° Ingooigem, 07/02/1833 - ✝ Brugge, 22/12/1887
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioIvo Rufinus Delbaere werd op 7 februari 1833 geboren als zoon van Martinus Josephus Delbaere (1798-1855), heel- en vroedmeester, en Marie Juliana Christiaens (1801-1853). Net als zijn broers was hij oud-leerling van Guido Gezelle. Hij werd in 1858 zelf leraar aan het St.-Amandscollege van Kortrijk. Hij ontving zijn priesterwijding op 18/12/1858 te Brugge. In 1859 werd hij leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Hij werd titularis van de poësis in 1863 en in 1865 van de retorica, waar hij in 1873 opgevolgd werd door Hugo Verriest. Vervolgens werd hij onderpastoor van de O.L.Vrouwekerk te Brugge (24/09/1873), pastoor te Sint-Andries (09/05/1877) en pastoor van de Sint-Jacobskerk te Brugge (25/07/1883). Hij overleed er op 22 december 1887. Hij is tevens de auteur van een aantal toneelstukken.
Links[odis]
Relation to Gezellekleinseminarie Roeselare; oud-leerling van Gezelle
Sources https://nl.geneanet.org/; https://doodsprentjes.be/index.php?lang=Nld&p=search;
NameDelbaere, Henri; Delbaere, Polydore Henri
Dates° Ingooigem, 20/12/1838 - ✝ Danville (Illinois), 13/04/1901
SexMannelijk
Occupationpriester; missionaris
ResidenceAmerika
BioHendrik (Henri) Delbaere werd op 20 september 1838 geboren te Ingooigem als zoon van heel- en vroedmeester Martinus Josephus Delbaere (1798-1855) en Marie Juliana Christiaens (1801-1853). Hij was de broer van Maria Delbaere, correspondent van Guido Gezelle, en van de priesters Rufin (1833-1887) en Cyriel Delbaere (1841-1920). Net als zijn broers was Hendrik oud-leerling van Gezelle aan het kleinseminarie in Roeselare. Daarna studeerde hij aan het Amerikaans college in Leuven en werd hij op 21 mei 1864 te Mechelen tot priester gewijd door kardinaal Sterckx. Op 3 september 1864 trok hij als missionaris naar Amerika waar hij aanvankelijk verbonden was aan de St. Peter & Paul's Cathedral in Detroit. Hij was van 1866 tot 1872 actief als parochiepriester van de Sint-Thomasparochie in Ann Arbor (Michigan), waar hij werd opgevolgd door Franciscus Josephus van Erp. Op 19 januari 1872 werd Delbaere aangesteld tot parochiepriester van de Sint-Jozefsparochie in Bay City (Michigan). Van februari 1875 tot april 1877 was hij als eerste residerende parochiepriester verbonden aan de St. Peter's Catholic Church in Archbold (Ohio). Hij had ook enkele missies onder zijn hoede. Van april 1877 tot april 1879 was hij verbonden aan de St. Mary's Church in Antwerp (Ohio). Ook hier had hij enkele missies onder zijn hoede. In april 1879 vertrok hij naar het diocees Peoria (Illinois) waar hij in 1882 terug te vinden is als parochiepriester van de St.Patrick parochie in Wapella. Guido Gezelle schreef in 1889 een (onbekend) gedicht voor zijn priesterjubileum op vraag van zijn zus Maria Delbaere. Hij overleed in Danville (Illinois) op 13 april 1901.
Relation to Gezellekleinseminarie Roeselare; oud-leerling; correspondent; gelegenheidsgedicht
SourcesGeneanet; https://www.archiefbankbrugge.be/; G.F. Houck, The Church in Northern Ohio and in the diocese of Cleveland, from 1749 to september 1887, Cleveland, 1889, p. 107; Sister M. Rosalita, I.H.M., No Greater Service, A history of the congregation of the Sisters, Servants of the Immaculate Heart of Maria, Monroe, Michigan 1848-1945. Detroit, 1948, p.310 (https://archive.org/details/nogreaterservice0000unse/page/n891/mode/2up)

Name - place

NameZoersel
SettlementZoersel

Title - poem by Guido Gezelle

Titleonbekend

Title07/03/1889, Marke, Maria Juliana Lucia Delbaere [= (Zuster) Maria Philomena Delbaere] aan [Guido Gezelle]
EditorRik Van Gorp; Marc Carlier (research); Peter De Baets (research)
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingRik Van Gorp; Marc Carlier (research); Peter De Baets (research), Delbaere Maria Juliana Lucia aan Gezelle Guido, Marke (Kortrijk), 07/03/1889. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
SenderDelbaere, Maria Juliana Lucia
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent07/03/1889
Place SentMarke (Kortrijk)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 3 enkele vellen, enkel vel 1: 105 mm x 134 mm; enkel vel 2: 105 mm x 134 mm; enkel vel 3: 106 mm x 134 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 5 zijden beschreven, inkt
Condition onvolledig: brief verknipt tot meerdere taalkundige fiches waarvan drie gereconstrueerd; bovenkant van vel 3 ontbreekt
Additions op zijden 1 en 3 links: taalkundige notities: Geslechte Geslachte 1296, 29872, 2531.; Doen z. Tonder d. (inkt en blauw potlood, verticaal, beide hand G.G.); op zijden 2 en 4 links: taalkundige notities: Betteren = betateren Zoersel; sprikt of nikt of laat n' schete // dat ik van entwadde wete (inkt, verticaal, hand G.G.); op zijde 1 linksboven: Db (rood potlood); op zijde 3 in het midden: 38 (potlood); op blanco zijde 6 links en en rechts (gedeeltelijk doorgehaald): taalkundige notities (inkt en potlood, verticaal, beide hand G.G.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive3322, S fiche 106 + 3322, B fiche 85 + 3322, Z fiche 68
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.15613
Content Description
IncipitGij zult, ik hoop het, de goed-
Summary aanvraag voor gelegenheidsgedicht voor Henri Delbaere
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.