<Hit 782 of 2965

>

p1

Ik verwachte uwe antwoorde[1] vóor maandag.

Uw toegenegene
Ad. Duclos.
p2

Annotations

[1] De periode is gebaseerd op de verwijzing naar Loquela. Vermoedelijk ging het om een antwoord op Duclos’ uitnodiging per brief d.d. 15/09/1881 om te komen spreken in de Brugse Davidsfondsafdeling.
Begelen, begelde. = Kwalyk lukken, tegenslaan. - Zy hebben dikwyls dit of dat aangegaan maar ‘t heeft altyd al gebegeld. Geh Gehoord. VlamertingheLoq. Dit werd tweemaal letterlijk in Loquela overgenomen onder het lemma ’bengelen’ in: Guido Gezelle, Zantekoorn. In: Loquela: 1 (Alderheiligen 1881) 7, p.49 en Loquela: 12 (Wiedmaand 1892) 2, p.12. Gehoord. Dit werd tweemaal letterlijk in Loquela overgenomen onder het lemma ’bengelen’ in: Guido Gezelle, Zantekoorn. In: Loquela: 1 (Alderheiligen 1881) 7, p.49 en Loquela: 12 (Wiedmaand 1892) 2, p.12.Brussel, by Joan de Grieck Boeckverkooper op de Graen-merckt. Met approbatie, Actum in Brussel den 2 Januarii 1679, daar in bruik op bladzyde 259: “Syn vrouwe”, staat het, er daar,” (van den noodt gheperst) arbeyde seer nerstigh selfs in den wyngaert, terwyl hy ghegaen was naar de Stadt, ende dat met haren oudsten sone, die al wat mans begon te worden.” Fragment uit De lacchende ende leerende waer-seggher, Brussel, Joan de Grieck, 1679. Mids (a = e) is dat uit dit oud adjectivum mansch het hedendaagsche substantivum mensch ontstaan, gelyk men en uit man-ig men-ig Dit werd bijna letterlijk overgenomen in onder het lemma ‘mansch‘ in: Guido Gezelle, Zantekoorn. In: Loquela: 1 (Alderheiligen 1881) 7, p.50. Fragment uit De lacchende ende leerende waer-seggher, Brussel, Joan de Grieck, 1679. Dit werd bijna letterlijk overgenomen in onder het lemma ‘mansch‘ in: Guido Gezelle, Zantekoorn. In: Loquela: 1 (Alderheiligen 1881) 7, p.50.

Register

Correspondents - persons

NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameDuclos, Adolf Juliaan
Dates° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
Namede Grieck, Joan; de Grieck, Jean
Dates° Brussel, 01/12/1628 - ✝ Brussel, 22/10/1699
SexMannelijk
Occupationdrukker; boekhandelaar; auteur
BioJoan de Grieck was een 17e-eeuwse drukker, boekhandelaar en auteur uit Brussel, net als zijn oudste broer Claude en jongste broer Judocus (Josse). In 1671 vestigde Joan zich als drukker nabij het begijnhof van Brussel, en later op de hoek van de Graanmarkt, naast het mouthuis. Hij was getrouwd met Joanna Schoevaerts, waarmee hij twee kinderen kreeg. Na Joans dood zette zijn zoon Emmanuel-Claudius de drukkerij voort. Het literaire werk van Joan de Grieck bestaat o.a. uit moraliserende prozabundels en een anekdotenbiografie van Keizer Karel. Van andere werken, en dan met name zijn ‘kluchttonelen’ bestaat twijfel of ze van zijn hand zijn of van die van zijn broer Judocus.
Links[wikipedia], [dbnl]

Name - place

NameBrussel
SettlementBrussel
NameVlamertinge
SettlementIeper

Name - institute

NameDavidsfonds Brugge
DescriptionDe Brugse afdeling van het Davidsfonds werd begin 1875 gesticht door Adolf Duclos en is daarmee de oudste in West-Vlaanderen. Ondanks het feit dat hij verschillende keren uitgenodigd werd, zou Gezelle er geen grote rol in spelen. Ze zette zich in het bijzonder in voor de hulde na Gezelles dood en de realisatie zijn praalgraf.
Dating1875

Title - work by Guido Gezelle

TitleLoquela
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleDen lacchende ende leerende waer-seggher
Date(1679-)
PlaceBrussel
PublisherDe Grieck

Index terms

Correspondents - persons

Duclos, Adolf Juliaan
Gezelle, Guido

Name - institute

Davidsfonds Brugge

Name - person

Duclos, Adolf Juliaan
de Grieck, Joan

Name - place

Brussel
Vlamertinge

Place

Brugge

Recipient

Gezelle, Guido

Sender

Duclos, Adolf Juliaan

Title - other work

Den lacchende ende leerende waer-seggher

Title - work by Guido Gezelle

Loquela

Titlexx/[10?/1881], Brugge, Adolf Juliaan Duclos aan [Guido Gezelle]
EditorKoen Calis; Universiteit Antwerpen; Marc Carlier (research)
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2025
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKoen Calis; Universiteit Antwerpen; Marc Carlier (research), Duclos Adolf Juliaan aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), xx/[10?/1881]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
SenderDuclos, Adolf Juliaan
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sentxx/[10?/1881]
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationDatum gereconstrueerd op basis van de publicatie van de taalkundige notities in Loquela (november 1881); plaats en adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Published intaalkundige notitie 'Begelen' in: Loquela. - Jrg. 1 (november 1881) nr.7, p. 49 en Loquela. Jrg.12 (Wiedmaand 1892) nr. 2, p.12 en 'mansch' in: Loquela. - Jrg. 1 (Alderheiligen 1881) nr.7, p.50
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 102 mm x 133 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition fragment: bovenkant van vel ontbreekt
Additions op zijde 1 links en op zijde 2: taalkundige notities: Begelen, begelde. = Kwalyk lukken, // tegenslaan. - Zy hebben // dikwyls dit of dat aangegaan // maar 't heeft altyd al // gebegeld. Geh. Vlamertinghe // Loq; Brussel, by Joan de Grieck Boeckverkooper op de Graen-merckt. Met approbatie, Actum in Brussel den 2 Januarii 1679, <-daar in bruik op> bladzyde 259: "Syn vrouwe", <+staat <-het,> er daar,"> (van den noodt gheperst) arbeyde seer nerstigh selfs in den wyngaert, terwyl hy ghegaen was naar de Stadt, ende dat met haren oudsten sone, die al wat mans begon te worden." <-Mids (a = e) is dat <+uit dit> oud adjectivum mansch het hedendaagsche substantivum mensch ontstaan, gelyk [xxxxxxx] men en uit man-ig men-ig (purperen en zwarte inkt, verticaal, beide hand G.G.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive3322, B fiche 53
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.15044
Content Description
IncipitIk verwachte uwe antwoor-
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.