p1+Loo, den 20 April 1881.
Zeer Eerweerde Heer,
“Mea culpa”. 'K mag op mijne borst kloppen en tot drie maal herhalen “mea culpa”. ‘K hadde gepeisd van spreuken te vergaren in overvloed, maar, eilaas! ‘k heb het te vele verwaarloosd. Nu krijg ik berouw en ‘k heb met nieuwen moed mijn werk herbegonnen. ‘K heb er eenige vergaard misschien
…
groetenissen.
Mochte ik, Mijnheer, een woordeke uitleg over de vlaamsche zake en eenigen raad ontvangen!
Uw dienstbereide dienaar
H. Noterdaeme
Student.
p2 Annotations
Allegodtje Onder het lemma ’Penningkeerse’ in Loquela wordt ’Allegotje’s penningkeerse’ letterlijk vermeld vanuit het standpunt van Jerome Noterdame, het klinkt als volgt: ”Allegotje’s penningkeerse, dat heb ik geheel mijn leven gehoord, te Loo, met den zin van flauw keerslucht, lentelucht, quinquelucht, enz. B. v. de quinquet en lucht maar half, van den avond: ’t is lijk Allegotje’s penningkeerse. Ik en kan bij zulke lucht niet naaien: ’t is lijk Allegotje’s penningkeerse. Ze kan daar geheele godsche wintersche avonds in heur keuken zitten, bij een doo’ stoove en met een lantje, lijk Allegotje’s penningkeerse” Geh. Loo. Weet er mij niemand te melden wie Allegotje is, of was?” t Is lijk allegodtje zijn penninck keerse In Loquela staat er onder ’pennekeerse’ : Lichtmiskeerse, gewijde keerse; maar bij penningkeerse is er een uitgebreid citaat over ’allegodtje’ en de penninck keerse, met verwijzing hiervoor naar: Loo. Loopenning/keerse Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood. Onder het lemma ’Penningkeerse’ in Loquela wordt ’Allegotje’s penningkeerse’ letterlijk vermeld vanuit het standpunt van Jerome Noterdame, het klinkt als volgt: ”Allegotje’s penningkeerse, dat heb ik geheel mijn leven gehoord, te Loo, met den zin van flauw keerslucht, lentelucht, quinquelucht, enz. B. v. de quinquet en lucht maar half, van den avond: ’t is lijk Allegotje’s penningkeerse. Ik en kan bij zulke lucht niet naaien: ’t is lijk Allegotje’s penningkeerse. Ze kan daar geheele godsche wintersche avonds in heur keuken zitten, bij een doo’ stoove en met een lantje, lijk Allegotje’s penningkeerse” Geh. Loo. Weet er mij niemand te melden wie Allegotje is, of was?” In Loquela staat er onder ’pennekeerse’ : Lichtmiskeerse, gewijde keerse; maar bij penningkeerse is er een uitgebreid citaat over ’allegodtje’ en de penninck keerse, met verwijzing hiervoor naar: Loo. Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.kamankelykziek kwalyk te gangeKempen