<Resultaat 1495 van 2965

>

p1

schijnt me schoon gekozen te zijn:

Evenals een peerd, dat buiten tand[1] is, daardoor van zijne weerde verliest, en moeilijk eenen kooper vindt (omdat zijn ouderdom slecht kan geweten worden), zoo ook kan de jonge dochter die buiten tand geene kooper meer vinden.

Van eene vrouw in den zelfden toestand zeggen ze nog: ze geraakt van straat niet af, dat is, ze zal geenen man vinden om te zamen met hem in te woonen en een huisgezin te maken; of, ze is verwezen om blijven te zoeken op straat, zonder opgenomen te worden door den eenen of den anderen “vrijwilliger”.

- Ik heb nog al veel uitdrukkingen en spreekwijzen bij een gezant maar heb nu geenen tijd om ze af te schrijven. Als men student[2] is, doet men niet al wat men zou geerne doen. Later zal ‘k meer kunnen wroeten en zoeken.

Onder anderen heb ik hier bij de 200

p2woorden van den schoenmakerstiel.[3]

Uw Duik Almanak zal in ons Seminarie wel verkocht worden, hope ik.

Geachte Heer, tot later, en in de hoop van u nog dikwijls van dienste kunnen te zijn groet ik u in Christo en Ste Luitgaarde

Jozef Sencie of Vander Hofstadt[4]
in verlof is mijne thuis
J. Sencie
Groote merkt
Stad Halle (Brabant)

Mechelen, St Ignatius van Loyola[5] 1887.

Noten

[1] G. Gezelle, Zantekoorn. Aftandig. In Loquela: 7 (Wiedmaand 1887) 2, p. 9: “Buiten tand, van den tand, af den tand (af= zónder, Wrdnbk der Nedl. T., af 33); van het tanden of tandenkrijgen beroofd, zoo oud geworden dat het tandenkrijgen achter-, af ter-, af gebleven is. Bij aftandige peerden en kan men trouwens aan de tanden niet meer zien hoe oud dat ze zijn. — 't Is een aftandig peerd dat hij daar gekocht heeft! Dat peerd is buiten tand, is van den tand, is af den tand! Geh. Noorden v. Brugge.”

In: L.W. Schuermans, Algemeen Vlaams Idioticon, Leuven, 1965, p.710 :“TAND. (...) Van den tand zijn of gaan, te oud zijn of worden om, b. v., nog te trouwen: dat meisken is van den tand (Hagel., Br., Oostvl. en elders).”

[2] Jozef Sencie studeerde van 1885 tot 1888 aan het grootseminarie te Mechelen.
sarlatante K. L. Schuermans, Algemeen Vlaams Idioticon, Leuven, 1965, p. 701.”In Br. en Antw. verstaat men door sluiter: een kwakzalver, marktschreeuwer, fr. Charlatan.“ L. Schuermans, Algemeen Vlaams Idioticon, Leuven, 1965, p. 701.”In Br. en Antw. verstaat men door sluiter: een kwakzalver, marktschreeuwer, fr. Charlatan.“
[3] Zijn vader was schoenmaker.
[4] Sencie publiceerde vermoedelijk onder het pseudoniem Vander Hofstadt in het tijdschrift De Student. Het grootseminarie van Mechelen stond bekend om zijn strikte houding tegenover de Vlaamse taalstrijd.
[5] De feestdag van Sint-Ignatius van Loyola viel op 31 juli.

Sencie verwijst naar de Sint-Pieters-en-Pauluskerk (officieel is het: de Kerk van de H.H. Apostelen Petrus en Paulus op visitatie bij de Heilige Ignatius van Loyola en de Heilige Franciscus Xaverius), een barokke kerk van de Jezuïeten, gebouwd naar voorbeeld van de Sint-Walburgakerk te Brugge op de Veemarkt te Mechelen.

rex toratie restaurant K

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamSencie, Pieter Jozef; Sencie Jozef; Vander Hofstadt
Datums° Halle, 20/09/1865 - ✝ Leuven, 15/08/1941
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; docent; geestelijk directeur; hoogleraar
BioPieter Jozef Sencie werd op 20 september 1865 geboren in Halle. Zijn ouders, Pieter Constant (°1825) en Marie Philippine Merkx (°1823), hadden er een schoenmakerszaak. Na zijn studies aan het kleinseminarie in Hoogstraten en aan het grootseminarie in Mechelen (1883-1888), werd Pieter Jozef 22 september 1888 tot priester gewijd van het aartsbisdom Mechelen. Hij studeerde aan de Leuvense Universiteit en engageerde zich er in tal van katholieke, Vlaamse studentenbewegingen: ‘Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond’ (KVHV), ‘Met Tijd en Vlijt’, en ‘Eigen Taal Eigen Zeden’. Hij was medewerker van het tijdschrift ‘De Student’ vermoedelijk onder het pseudoniem Vander Hofstadt, en medestichter van het Leuvense studententijdschrift ‘Ons Leven’ (1888). Hij was spreker op tal van studentenlanddagen. In juli 1892 promoveerde hij op een doctoraat wijsbegeerte en geschiedkundige wetenschappen. De geschiedenis van Griekenland en Griekse epigrafie werden zijn vakgebied. Van 1892 tot 1898 was hij docent aan de Katholieke Universiteit Leuven en van 1898 tot 1939 onderzocht hij als gewoon hoogleraar de methodologie van het historisch onderzoek en zette Oude Geschiedenis als wetenschap op de kaart. Men sprak voortaan van Altertumswissenschaft of oudheidkunde. Hij werd in 1894 president van het Pauscollege te Leuven en daarna, vanaf 1906 tot 1941, geestelijk directeur van de Zusters van Maria te Leuven. Bij de Duitse aanval op deze stad in augustus 1914 ging het huis van de hoogleraar, samen met zijn bibliotheek, cursusnota’s en onderzoeksdata in vlammen op. In 1924 werd Jozef Sencie de grote bezieler van de ‘Vlaamse Leergangen’, een organisatie die fondsen inzamelde om talentvolle studenten te ondersteunen en de vervlaamsing van het hoger onderwijs in Leuven te realiseren. Zelf doceerde hij van meet af aan in het Nederlands en eiste van iedere lesgever dezelfde hoge taalkundige standaarden. Sencie verwierf de financiële en morele steun van het Vlaamse katholieke middenveld zoals de pers, het Davidsfonds en de Boerenbond, van ondernemers als L. Gevaert, en van de schrijfster Maria Belpaire. Zijn vereniging telde meer dan 2000 Vlaamse katholieke leden. Uiteindelijk zou de universiteit vanaf 1943 uit een Franse en een Nederlandstalige afdeling bestaan. Uit erkentelijkheid voor de pionier noemde men een nieuwbouw van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte naar hem: het Monseigneur Sencie-Instituut (MSI) (1953). Vanaf 1925 was Sencie voorzitter van de ‘Vlierbergh-Sencie-leergangen’, een Vlaams navormingscentrum voor docenten en leraren. De titels, erekanunnik van het Sint-Romboutskapittel te Mechelen (1900) en ‘huisprelaat van de paus’ (1934), werden hem verleend door de kerkelijke overheid. In 1939 ging Pieter-Jozef Sencie op emeritaat. Hij overleed thuis te Leuven op 15 augustus 1941.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging

Briefschrijver

NaamSencie, Pieter Jozef; Sencie Jozef; Vander Hofstadt
Datums° Halle, 20/09/1865 - ✝ Leuven, 15/08/1941
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; docent; geestelijk directeur; hoogleraar
BioPieter Jozef Sencie werd op 20 september 1865 geboren in Halle. Zijn ouders, Pieter Constant (°1825) en Marie Philippine Merkx (°1823), hadden er een schoenmakerszaak. Na zijn studies aan het kleinseminarie in Hoogstraten en aan het grootseminarie in Mechelen (1883-1888), werd Pieter Jozef 22 september 1888 tot priester gewijd van het aartsbisdom Mechelen. Hij studeerde aan de Leuvense Universiteit en engageerde zich er in tal van katholieke, Vlaamse studentenbewegingen: ‘Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond’ (KVHV), ‘Met Tijd en Vlijt’, en ‘Eigen Taal Eigen Zeden’. Hij was medewerker van het tijdschrift ‘De Student’ vermoedelijk onder het pseudoniem Vander Hofstadt, en medestichter van het Leuvense studententijdschrift ‘Ons Leven’ (1888). Hij was spreker op tal van studentenlanddagen. In juli 1892 promoveerde hij op een doctoraat wijsbegeerte en geschiedkundige wetenschappen. De geschiedenis van Griekenland en Griekse epigrafie werden zijn vakgebied. Van 1892 tot 1898 was hij docent aan de Katholieke Universiteit Leuven en van 1898 tot 1939 onderzocht hij als gewoon hoogleraar de methodologie van het historisch onderzoek en zette Oude Geschiedenis als wetenschap op de kaart. Men sprak voortaan van Altertumswissenschaft of oudheidkunde. Hij werd in 1894 president van het Pauscollege te Leuven en daarna, vanaf 1906 tot 1941, geestelijk directeur van de Zusters van Maria te Leuven. Bij de Duitse aanval op deze stad in augustus 1914 ging het huis van de hoogleraar, samen met zijn bibliotheek, cursusnota’s en onderzoeksdata in vlammen op. In 1924 werd Jozef Sencie de grote bezieler van de ‘Vlaamse Leergangen’, een organisatie die fondsen inzamelde om talentvolle studenten te ondersteunen en de vervlaamsing van het hoger onderwijs in Leuven te realiseren. Zelf doceerde hij van meet af aan in het Nederlands en eiste van iedere lesgever dezelfde hoge taalkundige standaarden. Sencie verwierf de financiële en morele steun van het Vlaamse katholieke middenveld zoals de pers, het Davidsfonds en de Boerenbond, van ondernemers als L. Gevaert, en van de schrijfster Maria Belpaire. Zijn vereniging telde meer dan 2000 Vlaamse katholieke leden. Uiteindelijk zou de universiteit vanaf 1943 uit een Franse en een Nederlandstalige afdeling bestaan. Uit erkentelijkheid voor de pionier noemde men een nieuwbouw van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte naar hem: het Monseigneur Sencie-Instituut (MSI) (1953). Vanaf 1925 was Sencie voorzitter van de ‘Vlierbergh-Sencie-leergangen’, een Vlaams navormingscentrum voor docenten en leraren. De titels, erekanunnik van het Sint-Romboutskapittel te Mechelen (1900) en ‘huisprelaat van de paus’ (1934), werden hem verleend door de kerkelijke overheid. In 1939 ging Pieter-Jozef Sencie op emeritaat. Hij overleed thuis te Leuven op 15 augustus 1941.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamMechelen
GemeenteMechelen

Naam - persoon

NaamSencie, Pieter Jozef; Sencie Jozef; Vander Hofstadt
Datums° Halle, 20/09/1865 - ✝ Leuven, 15/08/1941
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; docent; geestelijk directeur; hoogleraar
BioPieter Jozef Sencie werd op 20 september 1865 geboren in Halle. Zijn ouders, Pieter Constant (°1825) en Marie Philippine Merkx (°1823), hadden er een schoenmakerszaak. Na zijn studies aan het kleinseminarie in Hoogstraten en aan het grootseminarie in Mechelen (1883-1888), werd Pieter Jozef 22 september 1888 tot priester gewijd van het aartsbisdom Mechelen. Hij studeerde aan de Leuvense Universiteit en engageerde zich er in tal van katholieke, Vlaamse studentenbewegingen: ‘Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond’ (KVHV), ‘Met Tijd en Vlijt’, en ‘Eigen Taal Eigen Zeden’. Hij was medewerker van het tijdschrift ‘De Student’ vermoedelijk onder het pseudoniem Vander Hofstadt, en medestichter van het Leuvense studententijdschrift ‘Ons Leven’ (1888). Hij was spreker op tal van studentenlanddagen. In juli 1892 promoveerde hij op een doctoraat wijsbegeerte en geschiedkundige wetenschappen. De geschiedenis van Griekenland en Griekse epigrafie werden zijn vakgebied. Van 1892 tot 1898 was hij docent aan de Katholieke Universiteit Leuven en van 1898 tot 1939 onderzocht hij als gewoon hoogleraar de methodologie van het historisch onderzoek en zette Oude Geschiedenis als wetenschap op de kaart. Men sprak voortaan van Altertumswissenschaft of oudheidkunde. Hij werd in 1894 president van het Pauscollege te Leuven en daarna, vanaf 1906 tot 1941, geestelijk directeur van de Zusters van Maria te Leuven. Bij de Duitse aanval op deze stad in augustus 1914 ging het huis van de hoogleraar, samen met zijn bibliotheek, cursusnota’s en onderzoeksdata in vlammen op. In 1924 werd Jozef Sencie de grote bezieler van de ‘Vlaamse Leergangen’, een organisatie die fondsen inzamelde om talentvolle studenten te ondersteunen en de vervlaamsing van het hoger onderwijs in Leuven te realiseren. Zelf doceerde hij van meet af aan in het Nederlands en eiste van iedere lesgever dezelfde hoge taalkundige standaarden. Sencie verwierf de financiële en morele steun van het Vlaamse katholieke middenveld zoals de pers, het Davidsfonds en de Boerenbond, van ondernemers als L. Gevaert, en van de schrijfster Maria Belpaire. Zijn vereniging telde meer dan 2000 Vlaamse katholieke leden. Uiteindelijk zou de universiteit vanaf 1943 uit een Franse en een Nederlandstalige afdeling bestaan. Uit erkentelijkheid voor de pionier noemde men een nieuwbouw van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte naar hem: het Monseigneur Sencie-Instituut (MSI) (1953). Vanaf 1925 was Sencie voorzitter van de ‘Vlierbergh-Sencie-leergangen’, een Vlaams navormingscentrum voor docenten en leraren. De titels, erekanunnik van het Sint-Romboutskapittel te Mechelen (1900) en ‘huisprelaat van de paus’ (1934), werden hem verleend door de kerkelijke overheid. In 1939 ging Pieter-Jozef Sencie op emeritaat. Hij overleed thuis te Leuven op 15 augustus 1941.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging

Naam - plaats

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamMechelen
GemeenteMechelen
NaamHalle

Naam - instituut/vereniging

NaamGrootseminarie Mechelen
BeschrijvingHet Grootseminarie Mechelen werd in 1595 opgericht door aartsbisschop Mathias Hovius in het voormalige Standonckcollege, naar aanleiding van het Concilie van Trente. In 1746 begon de bouw van een nieuw seminarie. Doorheen de jaren kende het seminarie verschillende periodes van sluiting en heropening, onder meer tijdens het bewind van Jozef II en de Franse Revolutie. In 1830 kon de priesteropleiding definitief herstarten. Gedurende de 20e eeuw werden seminaristen onder meer getraind voor militaire dienst en vonden er meerdere herstructureringen plaats. In 1970 werd het Grootseminarie van Mechelen gesloten en verhuisden de opleidingen naar Leuven en later ook naar Brussel. In 1995 werd het seminarie tijdelijk heropend als Theologicum, maar door een gebrek aan seminaristen werd het in 2006 volledig geïntegreerd in het Johannes XXIII-seminarie te Leuven.
Datering1595-2006
Links[odis], [wikipedia]

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelDuikalmanak
Links[gezelle.be]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Sencie, Pieter Jozef

Correspondenten - personen

Gezelle, Guido
Sencie, Pieter Jozef

Naam - instituut/vereniging

Grootseminarie Mechelen

Naam - persoon

Sencie, Pieter Jozef

Naam - plaats

Kortrijk
Mechelen
Halle

Plaats van verzending

Mechelen

Titel - werk van Guido Gezelle

Duikalmanak

Titel31/07/1887, Mechelen, Pieter Jozef Sencie aan [Guido Gezelle]
EditeurMiet Hubrechts; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMiet Hubrechts; Universiteit Antwerpen, Sencie Pieter Jozef aan Gezelle Guido, Mechelen (Mechelen), 31/07/1887. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderSencie, Pieter Jozef
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum31/07/1887
VerzendingsplaatsMechelen (Mechelen)
AnnotatieBriefversie van datering: S. Ignatius van L. 1887 ; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 215 mm x 136 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat onvolledig: vorig vel ontbreekt; enkel vel doorgesneden en opnieuw aan elkaar gekleefd
Toevoegingen op zijde 1 midden in de linkermarge: taalkundige notities: sarlatante K.; op zijde 2 midden en beneden in de linkermarge: taalkundige notities: rex toratie restaurant K (inkt, verticaal, beide hand G.G.); alle zijden met inkt doorgehaald
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief8272
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.14713
Inhoud
Incipitschijnt me schoon gekozente zijn:
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.