<Hit 913 of 2965

>

p1

Vleeschouwer[1] van Antwerpen gaf in Reijnaert de Vos een artikel een nieuwe dichter[2] en drukte het stukje over mijn eigen dierbaar vlaamsche woord.[3]

Albertinck Thijm in den volksalmanak van de Dietsche warande drukte zeven stukjes over onder den titel westvlaamsche dichtspranken.[4]

Mijn naam vermeld in 't werk van Leopold van Groningen[5]

Brieven van Malou en Frans Blieck

Ida von Düringsfeld[7]

p2

Annotations

[1] De brief is een biografische insteek van Karel De Gheldere voor een aanbevelingsbrief van Guido Gezelle aan Edward Gailliard die als publiciteit voor De Ghelderes Landliederen gebruikt werd, zie Burgerwelzijn: 33 (21/02/1883) 22, p.3. Overgenomen in De Vlaamsche Vlagge en Het Belfort: 3 (1888) 1, p.43-45.
[2] Een nieuwe dichter, In: Reinaert de Vos: 2 (13 januari 1861) 2, p.3. Over Jongelingsgedichten.
[3] Gedicht uit Jongelingsgedichten dat begint met: ’K weet ik iets, dat zoeter klinkt.
[4] West-Vlaamsche Dichtspranken. In: Volks-Almanak voor Nederlandsche katholieken: 12 (1863), p.126-136. Het gaat om de volgende zeven gedichten, opgenomen op p.139-147: ‘T was eens dat ik op wandel ging; Heer, ‘k en weet niet wat ik al; Ik zag ‘ne keer een bloemke kleen; Een lentedag binst den winter; Bid voor my; ‘K laet u, weidsche stedelingen; ‘T vertrek van eenen geloofzendeling.
[5] De gedichten Ik zag ’ne keer een bloemke kleen (p.134) en Een lentedag binst den winter (p.135).
[6] Het is niet meteen duidelijk welke verwijzing of welk werk hiermee precies bedoeld wordt.
[7] Ze uit zich positief over De Ghelderes werk in: Von der Schelde bis zur Maas.
op, begeren = 49 Elias 163259.257

Register

Correspondents - persons

NameDe Gheldere, Karel
Dates° Torhout, 18/08/1839 - ✝ Koekelare, 17/07/1913
SexMannelijk
Occupationarts; dichter
BioKarel De Gheldere was een oud-leerling van Gezelle te Roeselare (poësis 1858-1859). Gezelle schreef een aantal gedichten voor hem waaronder 'Tranen' en ‘Zoo welkom als de bie’ (1859). Na zijn retorica (1859-augustus 1860) volgde De Gheldere een korte periode filosofie aan het kleinseminarie in het schooljaar 1860-1861 met het oog op het priesterschap. Hij verzaakte evenwel aan een priesterroeping en studeerde vanaf januari 1861 geneeskunde te Leuven, waar hij in 1865 met onderscheiding afstudeerde. Hij vestigde zich als arts in Koekelare. Hij was een levenslange vriend van Gezelle, die een aantal van zijn gedichten aan hem heeft opgedragen. Zelf publiceerde hij de dichtbundels Jongelingsgedichten (1861), Landliederen (1883) en Rozeliederen (1893). In de Landliederen komt een wisselgedicht met Gezelle op de nachtegaal voor. Hij was corresponderend (1889) en werkend lid (1892) van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; zanter (WDT); lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; gedichten
SourcesH. Verriest, Twintig Vlaamsche koppen. Leuven, 19234, p.30-49; R. Seys, De dichter van de rozen. Koekelare. 1958 R. Seys, Dr. Karel de Gheldere. Wat land- en rozeliederen. In: VWS-Cahiers: 2 (1967) 8.
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameDe Gheldere, Karel
Dates° Torhout, 18/08/1839 - ✝ Koekelare, 17/07/1913
SexMannelijk
Occupationarts; dichter
BioKarel De Gheldere was een oud-leerling van Gezelle te Roeselare (poësis 1858-1859). Gezelle schreef een aantal gedichten voor hem waaronder 'Tranen' en ‘Zoo welkom als de bie’ (1859). Na zijn retorica (1859-augustus 1860) volgde De Gheldere een korte periode filosofie aan het kleinseminarie in het schooljaar 1860-1861 met het oog op het priesterschap. Hij verzaakte evenwel aan een priesterroeping en studeerde vanaf januari 1861 geneeskunde te Leuven, waar hij in 1865 met onderscheiding afstudeerde. Hij vestigde zich als arts in Koekelare. Hij was een levenslange vriend van Gezelle, die een aantal van zijn gedichten aan hem heeft opgedragen. Zelf publiceerde hij de dichtbundels Jongelingsgedichten (1861), Landliederen (1883) en Rozeliederen (1893). In de Landliederen komt een wisselgedicht met Gezelle op de nachtegaal voor. Hij was corresponderend (1889) en werkend lid (1892) van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; zanter (WDT); lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; gedichten
SourcesH. Verriest, Twintig Vlaamsche koppen. Leuven, 19234, p.30-49; R. Seys, De dichter van de rozen. Koekelare. 1958 R. Seys, Dr. Karel de Gheldere. Wat land- en rozeliederen. In: VWS-Cahiers: 2 (1967) 8.

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameKoekelare
SettlementKoekelare

Name - person

NameAlberdingk Thijm, Josephus Albertus; Egbertus Negovagus.
Dates° Amsterdam, 13/08/1820 - ✝ Amsterdam, 17/03/1889
SexMannelijk
Occupationhoogleraar; dichter; auteur; kunstcriticus; uitgever
ResidenceNederland
BioJozef Alberdingk Thijm was de oudste zoon van Joannes Alberdingk, koopman in Amsterdam, en Catharina Thijm. De twee familienamen werden bij KB van 20/01/1834 samengevoegd. Aanvankelijk kocht Alberdingk Thijms vader voor hem een handelszaak van koloniale voedingswaren. In 1851 nam Joseph het initiatief voor de 'Volks-Almanak voor Nederlandsche Katholieken' (1852-1888) en in 1855 stichtte hij het tijdschrift 'Dietsche Warande', waarin hij zelf ook publiceerde onder verschillende pseudoniemen. In beide tijdschriften en uit zijn contacten met Gezelle blijkt zijn interesse voor Vlaanderen, hoewel hij niet van België hield. De eerste contacten met Gezelle startten in de Roeselaarse periode: in 1855 waren ze beiden corresponderende leden van het Leuvense genootschap 'Met Tyd en Vlyt'. In 1863 nam hij de drukkerij Van Langenhuysen over en werd hij de uitgever van het katholieke dagblad 'De Tijd'. Op 04/12/1876 werd hij hoogleraar in de kunstgeschiedenis en esthetica aan de rijksacademie voor beeldende kunsten te Amsterdam. Hij werd samen met Gezelle in 1887 eredoctor aan de Leuvense universiteit en in datzelfde jaar ook buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Als auteur schreef hij ook gedichten en historische novellen.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameLootens, Adolf-Richard
Dates° Brugge, 11/08/1835 - ✝ Highgate, 01/06/1902
SexMannelijk
Occupationlandmeter; volkskunde
BioAdolf Lootens is geboren te Brugge op 11 augustus 1835. Hij was de broer van missionaris Louis Lootens en neef van missionaris Amaat Lootens, beide correspondenten van Guido Gezelle. Na zijn opleiding aan het Sint-Lodewijkscollege, waar hij les kreeg van De Bo, vestigde hij zich als landmeter te Brugge. Vanaf eind 1867 werkte hij mee aan "Rond den Heerd" met volkskundige bijdragen. In 1868 publiceerde hij samen met atheneumleraar J.M.E. Feys de sprookjesverzameling “Oude kindervertelsels in de brugsche tongval”, gevolgd in 1878 door de bundel volksliederen “Chants populaires flamands” onder de hoede van de Société d’Emulation. In 1884 vertrok hij naar Londen. Twee jaar later trouwde hij met Martha Stoneman. Hij stierf te Highgate (Londen) op 1 juni 1902.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; medewerker Rond den Heerd
NameMalou, Joannes Baptista
Dates° leper, 30/06/1809 - ✝ Brugge, 23/03/1864
SexMannelijk
Occupationpriester; hoogleraar; bibliothecaris; ere-kanunnik; bisschop
BioJean-Baptiste (Joannes) Malou was de zoon van Joannes-Baptista Malou, handelaar, en Maria-Theresia-Xaveria Van den Peereboom. Hij werd tot priester gewijd te Rome op 02/11/1834. Op 06/05/1835 werd hij doctor in de theologie en in oktober 1837 hoogleraar dogmatische godgeleerdheid te Leuven. Vanaf 1838 was hij ook bibliothecaris van de universiteit. Op 09/09/1840 werd hij erekanunnik van de kathedraal te Brugge. Op 11/12/1848 werd hij tot bisschop van Brugge benoemd, hoewel er enig verzet was wegens zijn ultramontanisme. Op 01/10/1849 werd hij tot bisschop van Brugge gewijd. Hij bleef dit tot aan zijn dood. In 1854 wijdde hij Gezelle tot priester. Hij benoemde Gezelle tot leraar te Roeselare en riep hem naar Brugge om het Engels college te leiden en daarna te doceren aan het Engels Seminarie.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameBlieck, Frans Jozef
Dates° Wervik, 24/12/1805 - ✝ Wervik, 28/04/1880
SexMannelijk
Occupationschrijver; notaris; dichter
BioFrans Jozef Blieck van opleiding notaris, een ambt dat hij vanaf 1842 te Izegem uitoefende. Hij is vooral bekend als schrijver van gelegenheids- en wedstrijdpoëzie in de rederijkerstraditie, die hij verzamelde in drie bundels Mengelpoëzy (1839, 1850 en 1863). Hij werkte ook mee aan Gentse literaire tijdschriften als Nederduitsche Letteroefeningen of Kunst- en Letterblad.
Links[wikipedia], [dbnl]
Sources https://nevb.be/wiki/Blieck,_Frans_J.
Namevon Düringsfeld, Ida
Dates° Militsch, 12/11/1815 - ✝ Stuttgart, 25/10/1876
SexVrouwelijk
Occupationschrijver
ResidenceDuitsland
BioIda Von Düringsfeld huwde in 1845 met baron Otto von Reinsberg. Samen verbleven ze lange tijd in België om de folklore en cultuur te beschrijven. In haar driedelige bloemlezing Von der Schelde bis zur Maas (3 delen, Leipzig en Brussel, 1861) verzamelde ze de Vlaamse literatuur sinds het ontstaan van België. Hierbij introduceerde ze als eerste het werk en de figuur van Guido Gezelle voor een Duits publiek.
Links[dbnl]
Sources https://nevb.be/wiki/D%C3%BCringsfeld,_Ida_von
NameVleeschouwer, Lodewijk
Dates° Antwerpen, 19/08/1810 - ✝ Antwerpen, 12/10/1866
SexMannelijk
Occupationleraar, journalist, schrijver, politiek activist
BioLodewijk Vleeschouwer werd geboren te Antwerpen op 19 augustus 1810. Op achttienjarige leeftijd trok naar het buitenland. Hij verbleef enige tijd in de Verenigde Staten. Terug in zijn geboortestad rond 1840 was hij actief als leraar, journalist en Vlaamsgezind politiek activist. Zo was redacteur van Le Controleur, Le Courrier du Limbourg, het Handelsblad van Antwerpen en het Journal d'Anvers. In 1847 schreef hij samen met Hendrik Conscience en Jan De Laet het satirische anti-liberale weekblad De Roskam. In 1860 stichtte hij het satirisch weekblad Reinaert de Vos, waaraan Gezelle meewerkte. In 1861 was hij ook ondervoorzitter geworden van de Nederduitsche Bond. Als schrijver stond hij het meest bekend om zijn bijtende pen en spitse humor die het best tot zijn recht kwam in polemieken, kortverhalen en redevoeringen. Hij overleed op 12 oktober 1866.
Links[dbnl]
Relation to Gezelleredacteur
Sources https://nevb.be/wiki/Vleeschouwer,_Lodewijk_(eigenlijk_Louis)_J.

Name - place

NameAntwerpen
SettlementAntwerpen

Title - other work

TitleVolks-almanak voor Nederlandsche katholieken, ...
AuthorAlberdingk-Thym, Jos. Alb.
Date1851-1890
PlaceAmsterdam
PublisherVan Langenhuysen
TitleHet Leven Van de Eerweerdighe Moeder Anna de S. Bartholomaeo Ongheschoeyde carmelitersse. Het welck sy selver….heeft beschreven, ende uyt het Spaensch in ’t Nederlandtsch is overgheset
AuthorElias Van S. Teresa (=J.B. Wils)
Date1632
PlaceAntwerpen
PublisherHendrick Aertssens
TitleReinaert de Vos : een zondagblad voor verstandige lieden (periodical)
Date1860-1868
PlaceAntwerpen
PublisherVleeschouwer
Links[odis]
TitleJongelingsgedichten
AuthorDe Gheldere, Karel
Date1861
PlaceLeuven
PublisherFonteyn
TitleLandliederen: gedichten
AuthorDe Gheldere, Karel
Date1883
PlaceBrugge
PublisherEdward Gailliard
TitleVon der Schelde bis zur Maas : das geistige Leben der Vlamingen seit dem Wiederaufblühen der Literatur: Biographien, Bibliographien und Proben
Authorvon Düringsfeld, Ida
PlaceLeipzig
PublisherAd. Lehmann
TitleUit Zuid-Nederland: Vlaamsche verzen en versjes
AuthorLeopold, Lubbertus
Date1868
PlaceGroningen
PublisherJ. B. Wolters

Titlexx/[02/1883], Koekelare, [Karel De Gheldere] aan [Guido Gezelle]
EditorKoen Calis; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKoen Calis; Universiteit Antwerpen, De Gheldere Karel aan Gezelle Guido, Koekelare (Koekelare), xx/[02/1883]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
Sender[De Gheldere, Karel]
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sentxx/[02/1883]
Place SentKoekelare (Koekelare)
AnnotationDatum gereconstrueerd op basis van de briefinhoud; adressant gereconstrueerd op basis van het handschrift ; plaats en adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 103 mm x 132 mm
papier, wit, vierkant geruit (groot)
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Condition fragment: bovenkant van vel ontbreekt
Additions op zijde 1 rechtsonder: notities (inkt, hand G.G.); op blanco zijde 2 links: taalkundige notities: op, begeren = 49 Elias 1632 // 59.257 (inkt, verticaal, hand G.G.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive7926
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.14281
Content Description
IncipitVleeschouwer van Antwerpen gaf in
Summary de brief is een biografische insteek van Karel De Gheldere voor een aanbevelingsbrief van Guido Gezelle aan Edward Gailliard die als publiciteit voor De Ghelderes Landliederen gebruikt werd, zie Burgerwelzijn. - Jrg. 33 (21/02/1883) nr. 22, p.3. Overgenomen in De Vlaamsche Vlagge en Het Belfort. - Jrg. 3 (1888) nr. 1, p.43-45
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.