[2] G. Gezelle, Zantekoor. Goeber. In: Loquela: 13 (Zaaimaand 1893) 6, p.44: ”GOEBER, den, korte oe, goebber. = Strot, kele, kraag. - ”Nog één woord, en ik hebbe u bij den goeber!”, Geh. Hoogstraeten.
Dit w. verraadt het bestaan of het bestaan hebben van een werkwoord goeben, dragende den zin van gapen, zwelgen, inzwelgen, Fr. gober, van gob, mond, b. v. in tout de gob, tout de go, entrer tout de go, binnenkomen zonder vragen of kloppen, alsof de deure gapewijd open stonde. De (zoo gezeid keltische?) stam gob zit in ons gobbelen (Schuermans), gobelen (Kiliaen), gubbelen (Schuermans), d. i. braken; en 't Engelsen to gobble, inzwelgen, en geluid geven uit de kele, zoo de turksche haans doen. Vrglkt Goebe.”
[4] Polydoor Daniëls diende van 1876 tot 1904 als de slotkapelaan en aalmoezenier van baron en
Zolders burgemeester Jules de Villenfagne de Vogelsanck. Daniëls verbleef in het kasteel Vogelsanck, waar hij wellicht de brieven aan Guido Gezelle opstelde.