<Hit 887 of 2965

>

p1+Laudetur Jesus Christus[1]
Eerweerde Heer en Vriend,

Het Bloemkranseken draagt wel zyn sluitbandeken, maar ‘t woordeken van bestemming en staat er nog niet op geschreven. Om deze leemte te vervullen heb ik er een opdracht op gesteld. Indien het u niet te veel ten laste viele ik zou u eerbiediglyk vragen er ook eenen oogslag op te geven.

‘K en kenne de name der strate niet, waar Uwe Eerweerdigheid woont; ‘k verhope nogtans dat myne twee voorgaande zendschriften u toegekomen zyn. ‘t Bestemmings woord heb ik klaar uitgedrukt op de volgende wyze: Myn Eerw Heer Guido Gezelle, Onderpastor van O.L.Vrouwe Kerke Kortryk.

G’ hebt gelyk, Eerw Heer, van niet te schryven, als het niet noodig en is. Schryve

p2ik u het voorgaande, ‘t is alleenelyk uit hoofde van verwittiging, opdat er niets en valle in de verworpelings mande.

Aanveerdt, Eerw Heer en Vriend, myne eerbiedige en vriendelyke groetenis.
Uw toegenegen in Xto
Chs. Brondel.

Annotations

[1] Vertaling (Latijn): Gezegend zij Jezus Christus.
meige, de = medeHydromel Onderstreping in blauw potlood van Guido Gezelle.Ipersch Onderstreping in blauw potlood van Guido Gezelle.uit/pynigen uitpenigen Iper

Register

Correspondents - persons

NameBrondel, Charles Louis; Karel Lodewijk
Dates° Brugge, 16/03/1834 - ✝ Brugge, 30/04/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; directeur; dichter
BioCharles Louis Brondel werd op 16 maart 1834 geboren in Brugge. Hij was de zoon van Carolus Brondel, stoelmaker en van Isabella Becquet. Het was een groot gezin met zeven kinderen. Ook zijn jongste broer Jean-Bapiste werd priester en bovendien missionaris en bisschop in Amerika. Karel Lodewijk, zoals hij zich meestal noemde, volgde een opleiding aan het Sint-Lodewijkscollege, waar hij les kreeg van Leonard De Bo. Vervolgens maakte hij kennis met Gezelle aan het Kleinseminarie te Roeselare. Hij noemde zichzelf Gezelles leerling. Na zijn priesterwijding in 1858 begon Brondel een carrière in het onderwijs. Zijn eerste aanstelling was als surveillant in het Sint-Michielsinstituut van het Kleinseminarie, waarvoor zijn collega Gezelle medeverantwoordelijk was. In augustus 1860 werd hij overgeplaatst naar Veurne. Vanaf 1864 was hij actief te Tielt. Na een korte periode als onderpastoor in Izegem vanaf 1870 werd hij aangesteld als directeur van het meisjespensionaat Saint-Charles in Dottenijs op 25 maart 1871. Bij zijn pensioen in 1910 trok hij zich terug in Brugge, waar hij tot zijn overlijden op 30 april 1924 actief bleef als priester. In het spoor van De Bo en Gezelle was hij ook actief als dichter, vaak op vraag van zijn entourage. In 1883 schreef hij een dichtbundel op Karel de Goede, in 1887 verschenen zijn gebundelde Gedichten. Daarin staat ook een lang gedicht ter ere van Gezelle.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele
SourcesL. VAN ACKER, Figuren van bij ons Karel-Lodewijk Brondel, een vergeten dichter, Brugge 1834-1924, in: Biekorf, 107 (2007) 4, p.321-325; Archiefbank Brugge
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameBrondel, Charles Louis; Karel Lodewijk
Dates° Brugge, 16/03/1834 - ✝ Brugge, 30/04/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; directeur; dichter
BioCharles Louis Brondel werd op 16 maart 1834 geboren in Brugge. Hij was de zoon van Carolus Brondel, stoelmaker en van Isabella Becquet. Het was een groot gezin met zeven kinderen. Ook zijn jongste broer Jean-Bapiste werd priester en bovendien missionaris en bisschop in Amerika. Karel Lodewijk, zoals hij zich meestal noemde, volgde een opleiding aan het Sint-Lodewijkscollege, waar hij les kreeg van Leonard De Bo. Vervolgens maakte hij kennis met Gezelle aan het Kleinseminarie te Roeselare. Hij noemde zichzelf Gezelles leerling. Na zijn priesterwijding in 1858 begon Brondel een carrière in het onderwijs. Zijn eerste aanstelling was als surveillant in het Sint-Michielsinstituut van het Kleinseminarie, waarvoor zijn collega Gezelle medeverantwoordelijk was. In augustus 1860 werd hij overgeplaatst naar Veurne. Vanaf 1864 was hij actief te Tielt. Na een korte periode als onderpastoor in Izegem vanaf 1870 werd hij aangesteld als directeur van het meisjespensionaat Saint-Charles in Dottenijs op 25 maart 1871. Bij zijn pensioen in 1910 trok hij zich terug in Brugge, waar hij tot zijn overlijden op 30 april 1924 actief bleef als priester. In het spoor van De Bo en Gezelle was hij ook actief als dichter, vaak op vraag van zijn entourage. In 1883 schreef hij een dichtbundel op Karel de Goede, in 1887 verschenen zijn gebundelde Gedichten. Daarin staat ook een lang gedicht ter ere van Gezelle.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele
SourcesL. VAN ACKER, Figuren van bij ons Karel-Lodewijk Brondel, een vergeten dichter, Brugge 1834-1924, in: Biekorf, 107 (2007) 4, p.321-325; Archiefbank Brugge

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameDottenijs
SettlementMoeskroen

Name - person

NameBrondel, Charles Louis; Karel Lodewijk
Dates° Brugge, 16/03/1834 - ✝ Brugge, 30/04/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; directeur; dichter
BioCharles Louis Brondel werd op 16 maart 1834 geboren in Brugge. Hij was de zoon van Carolus Brondel, stoelmaker en van Isabella Becquet. Het was een groot gezin met zeven kinderen. Ook zijn jongste broer Jean-Bapiste werd priester en bovendien missionaris en bisschop in Amerika. Karel Lodewijk, zoals hij zich meestal noemde, volgde een opleiding aan het Sint-Lodewijkscollege, waar hij les kreeg van Leonard De Bo. Vervolgens maakte hij kennis met Gezelle aan het Kleinseminarie te Roeselare. Hij noemde zichzelf Gezelles leerling. Na zijn priesterwijding in 1858 begon Brondel een carrière in het onderwijs. Zijn eerste aanstelling was als surveillant in het Sint-Michielsinstituut van het Kleinseminarie, waarvoor zijn collega Gezelle medeverantwoordelijk was. In augustus 1860 werd hij overgeplaatst naar Veurne. Vanaf 1864 was hij actief te Tielt. Na een korte periode als onderpastoor in Izegem vanaf 1870 werd hij aangesteld als directeur van het meisjespensionaat Saint-Charles in Dottenijs op 25 maart 1871. Bij zijn pensioen in 1910 trok hij zich terug in Brugge, waar hij tot zijn overlijden op 30 april 1924 actief bleef als priester. In het spoor van De Bo en Gezelle was hij ook actief als dichter, vaak op vraag van zijn entourage. In 1883 schreef hij een dichtbundel op Karel de Goede, in 1887 verschenen zijn gebundelde Gedichten. Daarin staat ook een lang gedicht ter ere van Gezelle.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele
SourcesL. VAN ACKER, Figuren van bij ons Karel-Lodewijk Brondel, een vergeten dichter, Brugge 1834-1924, in: Biekorf, 107 (2007) 4, p.321-325; Archiefbank Brugge
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Name - place

NameIeper
SettlementIeper
NameKortrijk
SettlementKortrijk
NameSint-Denijs
SettlementZwevegem

Title18/12/1882, Dottenijs, Charles Louis Brondel aan [Guido Gezelle]
EditorKoen Calis; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2024
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Brondel Charles Louis aan Gezelle Guido, Dottenijs (Moeskroen), 18/12/1882. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2024 Available from World Wide Web: link .
SenderBrondel, Charles Louis
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent18/12/1882
Place SentDottenijs (Moeskroen)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 205 mm x 135 mm
papier, wit, rechthoekig geruit en gelijnd
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig: enkel vel doorgesneden en opnieuw aan elkaar gekleefd
Lay-out bijlage met na te zien stuk van C. Brondel ontbreekt
Additions op zijde 1 linksboven: taalkundige notities: meige, de = mede // Hydromel // Ipersch (inkt en blauw potlood, hand G.G.); op zijde 2 rechtsonder in de zijrand: taalkundige notities: uit/pynigen uitpenigen // Iper (inkt, verticaal, hand G.G.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive7812
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.14153
Content Description
IncipitHet Bloemkranseken draagt wel
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.