<Resultaat 1602 van 2965

>

p1+
Heer ende Vriend,

ik verwacht u tegen Maandag noene.

Groete genegen
K Blancke
p2

Noten

Loquela AanzichteT aanzichte van de horlooize en de kasse dervanGeh. Gehoord. Inghelmunster.Aanzichte, de plate, waar de wyzer rond loopt Gehoord.

Register

Correspondenten - personen

NaamBlancke, Karel; leukos
Datums° Wingene, 30/06/1849 - ✝ Handzame, 18/01/1934
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; dichter; onderpastoor; pastoor
BioKarel Blancke werd geboren te Wingene op 30 juni 1849 als zoon van Louis, bakker, en Seraphina Vanderschaeghe. Zijn humaniorastudies volgde hij aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij Hugo Verriest als poësisleraar had en in de retoricaklas een tijdgenoot was van Zeger Maelfait. Als leerling engageerde hij zich in de lettergilde en trad er op als voorzitter, waarbij hij opriep tot deelname aan de Vlaamse strijd. Samen met Maelfait vervolgde hij zijn opleiding aan het grootseminarie in Brugge, waar hij Amaat Vyncke leerde kennen. Reeds als kapelaan verleende hij zijn medewerking aan de “Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen” en aan “De Vlaamsche Vlagge”. In “De Vlaamsche Vlagge” publiceerde Blancke vooral religieus en moraliserend werk, maar ook stukken waarin hij de Vlaamse taal en cultuur verdedigde. Hij spoorde jongeren aan het vreemde juk af te werpen en mee te bouwen aan een sterk katholiek Vlaanderen, vaak onder het pseudoniem Legio. Daarnaast leverde hij bijdragen aan “Rond den Heerd” en aan het Leuvense studentenblad “De Tassche”. Samen met zijn broer August was hij in 1880 betrokken bij de oprichting van de volksalmanak “’t Manneke uit de Mane”. Hij was ook lid van ‘De Swighenden Eede’, een geheim eedverbond van priesters en leken dat aan de basis lag van het studententijdschrift “De Vlaamsche Vlagge”, en correspondeerde hierover onder meer met Guido Gezelle. Tot 1925 bleef hij meewerken aan “De Vlaamsche Vlagge”, maar na de bisschoppelijke veroordeling van het Vlaams-nationalisme legde hij zijn functie in de redactie neer. Blancke werd op 30 mei 1874 in Brugge priester gewijd en op 10 juli van datzelfde jaar benoemd tot onderpastoor in Ruddervoorde. Op 26 maart 1897 volgde zijn aanstelling als pastoor in Zuidschote, op 22 februari 1901 werd hij pastoor in Wijtschate en vanaf 25 mei 1908 vervulde hij die functie in Kortemark. In Kortemark werd hij bovendien een van de steunpilaren van de katholieke partij. Na zijn ontslag op 20 november 1933 vestigde hij zich in het rustoord van Handzame, waar hij op 18 januari 1934 onverwacht overleed. Voor zijn verdiensten werd Blancke benoemd tot Ridder in de Orde van Leopold II.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; studentenbeweging
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/blancke-karel
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamBlancke, Karel; leukos
Datums° Wingene, 30/06/1849 - ✝ Handzame, 18/01/1934
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; dichter; onderpastoor; pastoor
BioKarel Blancke werd geboren te Wingene op 30 juni 1849 als zoon van Louis, bakker, en Seraphina Vanderschaeghe. Zijn humaniorastudies volgde hij aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij Hugo Verriest als poësisleraar had en in de retoricaklas een tijdgenoot was van Zeger Maelfait. Als leerling engageerde hij zich in de lettergilde en trad er op als voorzitter, waarbij hij opriep tot deelname aan de Vlaamse strijd. Samen met Maelfait vervolgde hij zijn opleiding aan het grootseminarie in Brugge, waar hij Amaat Vyncke leerde kennen. Reeds als kapelaan verleende hij zijn medewerking aan de “Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen” en aan “De Vlaamsche Vlagge”. In “De Vlaamsche Vlagge” publiceerde Blancke vooral religieus en moraliserend werk, maar ook stukken waarin hij de Vlaamse taal en cultuur verdedigde. Hij spoorde jongeren aan het vreemde juk af te werpen en mee te bouwen aan een sterk katholiek Vlaanderen, vaak onder het pseudoniem Legio. Daarnaast leverde hij bijdragen aan “Rond den Heerd” en aan het Leuvense studentenblad “De Tassche”. Samen met zijn broer August was hij in 1880 betrokken bij de oprichting van de volksalmanak “’t Manneke uit de Mane”. Hij was ook lid van ‘De Swighenden Eede’, een geheim eedverbond van priesters en leken dat aan de basis lag van het studententijdschrift “De Vlaamsche Vlagge”, en correspondeerde hierover onder meer met Guido Gezelle. Tot 1925 bleef hij meewerken aan “De Vlaamsche Vlagge”, maar na de bisschoppelijke veroordeling van het Vlaams-nationalisme legde hij zijn functie in de redactie neer. Blancke werd op 30 mei 1874 in Brugge priester gewijd en op 10 juli van datzelfde jaar benoemd tot onderpastoor in Ruddervoorde. Op 26 maart 1897 volgde zijn aanstelling als pastoor in Zuidschote, op 22 februari 1901 werd hij pastoor in Wijtschate en vanaf 25 mei 1908 vervulde hij die functie in Kortemark. In Kortemark werd hij bovendien een van de steunpilaren van de katholieke partij. Na zijn ontslag op 20 november 1933 vestigde hij zich in het rustoord van Handzame, waar hij op 18 januari 1934 onverwacht overleed. Voor zijn verdiensten werd Blancke benoemd tot Ridder in de Orde van Leopold II.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; studentenbeweging
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/blancke-karel

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamRuddervoorde
GemeenteOostkamp

Naam - persoon

NaamBlancke, Karel; leukos
Datums° Wingene, 30/06/1849 - ✝ Handzame, 18/01/1934
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; dichter; onderpastoor; pastoor
BioKarel Blancke werd geboren te Wingene op 30 juni 1849 als zoon van Louis, bakker, en Seraphina Vanderschaeghe. Zijn humaniorastudies volgde hij aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij Hugo Verriest als poësisleraar had en in de retoricaklas een tijdgenoot was van Zeger Maelfait. Als leerling engageerde hij zich in de lettergilde en trad er op als voorzitter, waarbij hij opriep tot deelname aan de Vlaamse strijd. Samen met Maelfait vervolgde hij zijn opleiding aan het grootseminarie in Brugge, waar hij Amaat Vyncke leerde kennen. Reeds als kapelaan verleende hij zijn medewerking aan de “Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen” en aan “De Vlaamsche Vlagge”. In “De Vlaamsche Vlagge” publiceerde Blancke vooral religieus en moraliserend werk, maar ook stukken waarin hij de Vlaamse taal en cultuur verdedigde. Hij spoorde jongeren aan het vreemde juk af te werpen en mee te bouwen aan een sterk katholiek Vlaanderen, vaak onder het pseudoniem Legio. Daarnaast leverde hij bijdragen aan “Rond den Heerd” en aan het Leuvense studentenblad “De Tassche”. Samen met zijn broer August was hij in 1880 betrokken bij de oprichting van de volksalmanak “’t Manneke uit de Mane”. Hij was ook lid van ‘De Swighenden Eede’, een geheim eedverbond van priesters en leken dat aan de basis lag van het studententijdschrift “De Vlaamsche Vlagge”, en correspondeerde hierover onder meer met Guido Gezelle. Tot 1925 bleef hij meewerken aan “De Vlaamsche Vlagge”, maar na de bisschoppelijke veroordeling van het Vlaams-nationalisme legde hij zijn functie in de redactie neer. Blancke werd op 30 mei 1874 in Brugge priester gewijd en op 10 juli van datzelfde jaar benoemd tot onderpastoor in Ruddervoorde. Op 26 maart 1897 volgde zijn aanstelling als pastoor in Zuidschote, op 22 februari 1901 werd hij pastoor in Wijtschate en vanaf 25 mei 1908 vervulde hij die functie in Kortemark. In Kortemark werd hij bovendien een van de steunpilaren van de katholieke partij. Na zijn ontslag op 20 november 1933 vestigde hij zich in het rustoord van Handzame, waar hij op 18 januari 1934 onverwacht overleed. Voor zijn verdiensten werd Blancke benoemd tot Ridder in de Orde van Leopold II.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; studentenbeweging
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/blancke-karel

Naam - plaats

NaamIngelmunster
GemeenteIngelmunster
NaamRuddervoorde
GemeenteOostkamp

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Blancke, Karel

Correspondenten - personen

Blancke, Karel
Gezelle, Guido

Naam - persoon

Blancke, Karel

Naam - plaats

Ingelmunster
Ruddervoorde

Plaats van verzending

Ruddervoorde

Titel - werk van Guido Gezelle

Loquela

Titel14/01/1888, Ruddervoorde, Karel Blancke aan [Guido Gezelle ?]
EditeurRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen, Blancke Karel aan Gezelle Guido?, Ruddervoorde (Oostkamp), 14/01/1888. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderBlancke, Karel
Ontvanger[Gezelle, Guido??]?
Verzendingsdatum14/01/1888
VerzendingsplaatsRuddervoorde (Oostkamp)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens en onzeker; mogelijk niet aan Guido Gezelle omwille van de taalkundige notities op de keerzijde in een ander handschrift.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 130 mm x 102 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 2 onderaan: taalkundige notities: Loquela // Aanzichte // T aanzichte van de horlooize en de // kasse dervan // Geh. Inghelmunster. // Aanzichte, de plate, waar de wyzer // rond loopt (inkt, omgekeerd, hand G.G.?)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3586, Aanzichte
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.14136
Inhoud
Incipitik verwacht u tegen
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.