<Hit 1103 of 2965

>

p1
Mr. Gezelle
onderpastoor OLV
Kortryk.
 
p2

Ik heb Georges niet gevonden om hem te spreken van de twee leden van het Davidsfonds van Kortryk die naar Leuven gaan. Mag ik u daar mee belasten.

Mag ik U wat prospectussen zenden voor Holland - Luik - Ryssel. Indien gy daar iemand moeste kennen ook by andere vrienden van Gent Antwerpen Limburg Brabant ik zal teekeningen zenden van twee staande linten en doorn met Lamp te midden[1]

K B St

Annotations

bulte‘t moet al éffen zyn waarder geen bultjes en liggenPasschendaele
[1] Betreft het ontwerp voor de omslag van de Duikalmanak.

Register

Correspondents - persons

NameBeyaert-Storie, Karel
Dates° Brugge, 19/08/1848 - ✝ Brugge, 22/02/1922
SexMannelijk
Occupationboekhandelaar; uitgever
BioKarel Beyaert was de zoon van Louis Beyaert-Defoort, een Brugse boekhandelaar en boekbinder. Hij studeerde aan het Sint-Lodewijkscollege van Brugge waar hij les kreeg van L.L. De Bo. Karel volgde zijn vader op en woonde in de Mariastraat in Brugge. Hij gaf veel werk uit van West-Vlaamse prominenten als De Bo, Huys, Duclos, enz. Hij was gehuwd met Marie Virginie Storie. Hij was een van de stichters van de Brugse Eigenaars- en Landbouwersbond en lid van de Confrérie de Saint-Michel die tot doel had de secularisatie terug te dringen.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameBeyaert-Storie, Karel
Dates° Brugge, 19/08/1848 - ✝ Brugge, 22/02/1922
SexMannelijk
Occupationboekhandelaar; uitgever
BioKarel Beyaert was de zoon van Louis Beyaert-Defoort, een Brugse boekhandelaar en boekbinder. Hij studeerde aan het Sint-Lodewijkscollege van Brugge waar hij les kreeg van L.L. De Bo. Karel volgde zijn vader op en woonde in de Mariastraat in Brugge. Hij gaf veel werk uit van West-Vlaamse prominenten als De Bo, Huys, Duclos, enz. Hij was gehuwd met Marie Virginie Storie. Hij was een van de stichters van de Brugse Eigenaars- en Landbouwersbond en lid van de Confrérie de Saint-Michel die tot doel had de secularisatie terug te dringen.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBrugge
SettlementBrugge

Name - person

NameBeyaert, Georges (Joris) Vincent Eugène Louis; Joris
Dates° Kortrijk, 21/05/1856 - ✝ Kortrijk, 14/12/1904
SexMannelijk
Occupationdrukker; uitgever; bibliothecaris
BioGeorges Vincent Eugène Louis Beyaert was de enige zoon van Eugène Beyaert en Hortense Deljoutte. Bij het overlijden van zijn vader in 1879 nam de 23-jarige Georges de goed draaiende drukkerij en boekhandel in het centrum van Kortrijk over. Hij drukte meestal onder de oorspronkelijke firmanaam. Hij was vooral bekend als drukker-uitgever van katholieke kranten en bladen zoals de Courrier de Courtrai et de l’Arrondissement (1876-1882), de Gazette van Kortrijk (1876-1914) en het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk (1891-1907). Hij drukte ook verschillende werken en gedichten van Guido Gezelle en Pieter Theodoor Stevens, die trouwens beiden talrijke artikels leverden voor de Gazette van Kortrijk. Zo was hij verantwoordelijk voor de uitgave van Gezelles tijdschrift Loquela, de Davidsfondsuitgaven van Hiawatha (1886) en Gezelles vertaling van de Goddelijke Beschouwingen (1897) van bisschop Waffelaert. Ook de tweede uitgave van De Bo’s Westvlaamsch Idioticon kwam bij hem van de pers. Naast zijn drukke beroepsbezigheden was Georges Beyaert in 1878 ook nog stadsbibliothecaris van Kortrijk geworden en in 1881 boekbewaarder van de plaatselijke Davidsfondsafdeling. In 1888 trad hij in het huwelijk met Marie Vanlerberghe en hij kreeg met haar zeven kinderen. Rond de eeuwwisseling maakte hij deel uit van een commissie die ijverde voor de oprichting van een gedenkteken voor Guido Gezelle te Kortrijk. Hij overleed na een kortstondige ziekte op 48-jarige leeftijd. Zijn weduwe zette de onderneming voort.
Links[dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; drukker van Gezelles werk
Sources https://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=beya001
NameBeyaert-Storie, Karel
Dates° Brugge, 19/08/1848 - ✝ Brugge, 22/02/1922
SexMannelijk
Occupationboekhandelaar; uitgever
BioKarel Beyaert was de zoon van Louis Beyaert-Defoort, een Brugse boekhandelaar en boekbinder. Hij studeerde aan het Sint-Lodewijkscollege van Brugge waar hij les kreeg van L.L. De Bo. Karel volgde zijn vader op en woonde in de Mariastraat in Brugge. Hij gaf veel werk uit van West-Vlaamse prominenten als De Bo, Huys, Duclos, enz. Hij was gehuwd met Marie Virginie Storie. Hij was een van de stichters van de Brugse Eigenaars- en Landbouwersbond en lid van de Confrérie de Saint-Michel die tot doel had de secularisatie terug te dringen.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Name - place

NameAntwerpen
SettlementAntwerpen
NameGent
SettlementGent
NameKortrijk
SettlementKortrijk
NameLeuven
SettlementLeuven
NamePassendale
SettlementZonnebeke
NameRijsel
SettlementLille
NameLuik

Name - institute

NameDavidsfonds Kortrijk
DescriptionGezelle was medestichter van de Kortrijkse afdeling van het Davidsfonds, met advocaat Adolf Verriest als voorzitter. Na een snelle opgang, kende ze een terugval om in 1881 terug op te starten. Gezelle was nauw betrokken bij de activiteiten, voerde er verschillende keer het woord en gaf er Engelse les. Hij werd er warm onthaald en feestelijk gehuldigd in 1886.
Links[wikipedia]

Title - work by Guido Gezelle

TitleDuikalmanak
Links[gezelle.be]

Title[13/04/1885], Brugge, Karel Beyaert-Storie aan Guido Gezelle
EditorEls Depuydt; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2022
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingEls Depuydt; Universiteit Antwerpen, Beyaert-Storie Karel aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), [13/04/1885]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2022 Available from World Wide Web: link .
SenderBeyaert-Storie, Karel
RecipientGezelle, Guido
Date Sent[13/04/1885]
Place SentBrugge (Brugge)
AnnotationDatum en plaats gereconstrueerd op basis van de poststempel.
Physical Description
Support Material 87 mm x 123 mm
papier, geel
papiersoort: recto met adres; verso verticaal beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out op adreszijde: gedrukte postzegel, afgestempeld
Additions op recto links: taalkundige notities: bulte // 't moet al éffen zyn waarder // geen bultjes en liggen // Passchendaele (inkt, verticaal, hand G.G.); verso met blauw potlood doorgehaald
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive7799
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.14135
Content Description
IncipitIk heb Georges niet gevonden
Text Typebriefkaart
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.